Ep. 11: Von StreetScooter bis Zukunftslust – Prof. Achim Kampker über Resilienz, Skalierung und die Kunst, Fortschritt menschlich zu machen
Transcript
Opgeschoond op basis van een automatisch transcript. Vertalingen zijn automatisch gegenereerd en kunnen fouten bevatten.
Welkom bij de Smart Charge by RiDERgy Podcast. Dit is Claudio Geyken, oprichter en CEO van RiDERgy. Dit is uw show om alles te leren over energiebeheer en smart charging-innovatie voor elektrische voertuigen en wagenparken.
Ja, fijn dat u er vandaag bij bent. Achim, hoe gaat het met u vandaag? Ja, de zon schijnt, prachtig weer. Ik ben positief gestemd en kijk uit naar ons gesprek. Super. Ja, voordat we echt in de details duiken, zodat de luisteraars een beetje een gevoel krijgen wie hier in gesprek is, kunt u ook wat uitweiden. Gerust ook, waar u vandaan komt, wat u tot de persoon heeft gemaakt die u bent. Oh, ja. Dat is waarschijnlijk een avondvullend programma. Maar ik probeer het
toch wat korter te houden. Ja, van huis uit ben ik werktuigbouwkundig ingenieur met een hang, maar altijd naar de economie. Dat wat je ontwerpt, moet ook ergens economisch functioneren en verkoopbaar zijn. Dat is een van de drijfveren. Een ander thema is dat van duurzaamheid. Ik heb me vroeger, dus voordat ik werktuigbouwer wilde worden, eigenlijk tot landbouwer aangetrokken gevoeld. Dus een zeer sterke band met de natuur, maar
ook met het thema: Hoe gaan we met de natuur om? heb ik me altijd beziggehouden. Ik ben uiteindelijk geen boer, maar werktuigbouwer geworden. Desondanks heeft dit thema kringloop – hoe gaan we met onze grondstoffen om? Hoe kunnen we dat wat rondom de mens is, doorontwikkelen, maar wel zonder de grondstoffen uit te persen – mij beziggehouden. En dat zijn eigenlijk twee kanten van dezelfde medaille, die zich dan de afgelopen jaren rondom het thema mobiliteit en batterij, in mijn
hoogleraarschap ook, ja, hebben uitgekristalliseerd. En dat is eigenlijk wat mij ook goed beschrijft. Ik ben wel pragmatisch. Ik ben geen theoreticus die bedenkt wat je allemaal theoretisch zou kunnen doen, en dat het daarbij blijft, maar ik wil ook dat wat ik bedenk, werkelijk realiteit wordt. En daarvoor vecht ik ook. En daarvoor zet ik me in. En zo is bijvoorbeeld Streetscooter ontstaan – dit elektrische bezorgvoertuig voor de Deutsche Post – uit een idee: Hoe kunnen we bezorgingen duurzaam maken? Zijn er uiteindelijk
30.000 voertuigen ontstaan, die dat ook echt doen. En dat is stimulans en doel. Helemaal, ja. Ja, interessant. Daar misschien een beetje uitgebreid: Wat heeft u dan van werktuigbouwer naar hoogleraar gebracht? Hoe is dat tot stand gekomen? Ik ben gepromoveerd bij het werktuigmachinelaboratorium, dat ook een beetje de transformatie zag aankomen. Dat is een instituut dat zeer sterk automotive-gericht is en daar ook de focus op heeft. En tijdens de promotie heb ik meegekregen, welke
vormingsvrijheid hoogleraren ook hebben, waarmee je natuurlijk verantwoordelijk moet omgaan, maar die je wel hebt. Dat wil zeggen, je kunt dingen vooruitbrengen, ideeën genereren en daar iets van maken. En dat heeft me echt gefascineerd en ook gegrepen. Dat vond ik heel, heel cool, moet ik zeggen. Toen ben ik eerst naar de industrie gegaan, maar toen kwam relatief snel het aanbod: Hé, heb je geen interesse om zo'n voertuigthema met een hoogleraarschap te verbinden? Dus het thema Streetscooter. En dat vond ik
toen echt sterk. Daar heb ik gezegd, ja, super – deze vormingsruimte, maar doelgericht op een thema, op een project. En zo ben ik richting hoogleraarschap gemarcheerd, en het is er uitgehaald wat eruit is gekomen: dat we een leerstoel alleen voor dit thema stapsgewijs hebben opgebouwd en sterk en groot hebben gemaakt. Interessant. Dus het Streetscooter-project was echt ook het begin van het hoogleraarschap. Ja, het is mij belangrijk – ik ben niet iemand die
alleen zelfverliefd in het onderzoek wil blijven steken en daarmee uiteindelijk genoeg heeft, maar ik wil altijd deze overdracht hebben. Dus, dat wat je onderzoekt, dat daar ook iets uit voortkomt. Men noemt dat ja impacts, dat daar ergens iets uit resulteert. En dat vond ik aan dit Streetscooter-voorbeeld super. Het ging er namelijk om, eens te onderzoeken: In de laatste mijl, heeft elektrificatie daar zin? Dat was een deel van het onderzoeksonderwerp. En het andere deel was uiteindelijk: Hoe kan ik sneller ontwikkelen? En juist dat is
naar mijn mening tot op heden een kernthema. We zijn in Duitsland veel, veel te traag en log. Het duurt allemaal eeuwig. En dat heeft niet alleen in de sector duurzaamheid betekenis. Velen denken dat dit als het ware een kleinzieligheid is van iemand tegen het thema duurzaamheid. Het is overal zo. Dus ongeacht waar het om gaat, het duurt bij ons. En dat moeten we weer doorbreken. Dus, hoe kunnen we daar komen, dat we dingen echt snel doen en niet dat "Duitsland-snelheid" een
grap is, omdat het zo langzaam is. Buitenlanders zeggen me altijd: meneer Kampka, als ik met u samenwerk, maar alstublieft niet in Duitsland-snelheid, maar China-snelheid. En dat irriteert me echt buitengewoon, dat ik me dat moet aanhoren. En dat wil ik weer veranderen. En dat was eigenlijk, toen we dat met Streetscooter deden, nog niet de kern in de zin dat ik dat als een groot probleem in Duitsland zag – dat is nu
15 jaar geleden, toen we daarmee zijn begonnen. Maar dat heeft zich eigenlijk uitgekristalliseerd, dat dat steeds meer een van onze kernproblemen is, dat we nog steeds wel goede ideeën hebben. Dat moet gezegd worden. Het ontbreekt niet aan ideeën in Duitsland, maar aan de uitvoering en vooral aan de snelheid van de uitvoering. En dat valt ons steeds vaker op de voeten en maakt onze eerdere sterktes eigenlijk overbodig. Dat moeten we dringend weer doorbreken. Ja, daar ben
ik ben het volledig met u eens. En hoe stelt u zich dat voor? Of heeft u daar ook benaderingen voor, hoe u die culturele omstandigheden kunt aanpakken? Ik denk dat het allereerst een thema is dat geaccepteerd moet worden. Dat we dus niet arrogant of verwaand doorgaan, naar het motto: wij zijn de maatstaf waaraan de wereld zich oriënteert. Het eerste is dus allereerst het inzicht. Daarvoor kan ik vooralsnog alleen maar pleiten. Daar is
echter nog verrassend veel verzet tegen. Naar het motto: met het thema snelheid gaat het nog wel. Daar zeggen iedereen: ja, ja, het zou sneller kunnen gaan. Als je dan zegt, oké, wat moet je doen? Je moet bureaucratie afbouwen – maar ook niet alleen aan de publieke kant, maar ook in de bedrijven. Het is namelijk allerminst zo dat het probleem alleen de staat is, maar ook als ik in concerns of zo terecht kom, heb je toch net zo goed een bureaucratie opgebouwd, of in allerlei andere instellingen. Dus het eerste is dus
het inzicht, en het tweede is dan dat je echt de moed hebt om dan ook echt dingen open te breken. Want de regels – en dat moet je ook zeggen – die zijn niet kwaadaardig of uit de lucht komen vallen, maar je hebt ze steeds meer opgebouwd. Om het eens aanschouwelijk te maken: als ik over het thema brandbeveiliging praat, heeft het best wel zin dat als ik ergens iets vaststel waar een risico van uitgaat, dat ik dan een regel opschrijf, zo niet, graag anders. Dat
betekent dat elke afzonderlijke regel dan toch wel enigszins zin heeft – maar toch ertoe leidt dat ik eigenlijk bijna niets meer kan doen. Dat betekent nu echter niet, en daarom is het niet zo eenvoudig: het mag allemaal best afbranden. Natuurlijk niet. Natuurlijk willen we geen mensen in gevaar brengen, maar je moet er toch een beetje radicaler op af gaan en afslanken. Als mensen in gevaar worden gebracht, is dat natuurlijk een no-go. Maar er zijn veel andere gebieden waar ik niet over leven en dood praat als ik regels
heb. En daar denk ik dat het al meer zin heeft om echt eens iets weg te kappen en dan opnieuw op te bouwen. Vooral bij nieuwe thema's. En dat gaat tot in zaken die eigenlijk helemaal niets met elektromobiliteit te maken hebben. Daarom zeg ik, het is namelijk alleen een duurzaamheidsthema – brake-by-wire of zo. Dat we zeggen, het is een veiligheidskwestie dat we ergens nog heel simpel iets mechanisch hebben, wat
uiteindelijk op de een of andere manier er doorheen glipt. En nu deze stap te zetten – daar zegt men eerst, er zou iets kunnen gebeuren, het zou onveilig kunnen zijn. Daarom doen we het dan zeer moeilijk. Maar daarmee vertrekt de trein weer. We kijken altijd naar de risico's en te weinig naar de kansen. En dat is ook een soort risico. Het Europese voorzorgsprincipe, dat we alles willen oplossen voordat we überhaupt beginnen – daar is mijn concrete benadering om te zeggen: nee, we moeten
ook eens dingen doen, uitproberen. Dan kan ik nog altijd bijsturen als ze groot genoeg zijn. Maar ik moet bepaalde risico's gewoon eens aangaan en die ook dragen – als samenleving, als individueel persoon. Daar hebben we weer meer risicobereidheid voor nodig. En zie je daar ook – dat is een groot thema, vooral ook bureaucratieafbouw. En zoals u al zegt, ook de laatste "Lage der Nation", als u die gehoord heeft – dat was ook een groot thema, in hoeverre je risico minimaliseert en tegelijkertijd
maar geen nieuwe risico's creëert als je de hele bureaucratie afbouwt. Ziet u goede benaderingen, met name in Europa, die beter functioneren dan misschien in Duitsland of in de VS? In Europa eigenlijk helaas tot nu toe niet. We hebben in Europa zo de pretentie ontwikkeld dat wij gelijk hebben en de anderen zich aan ons oriënteren. En ik denk dat je gewoon eens moet kijken – in dit geval inderdaad – wat de VS en China doen. In de discussie nu allerminst dat we dat nu alles
precies ergens kopiëren. Maar er zijn wel degelijk dingen. Het is niet allemaal slecht en kwaadaardig en af te wijzen wat elders uiteindelijk gebeurt. En deze benaderingen die er nu in de VS zijn, om echt radicaal te zeggen: let eens op, als je een nieuwe wet maakt, moet je veel afschaffen – dat vind ik eigenlijk best charmant. Want natuurlijk leidt dat tot discussies en sommigen zullen geraakt worden. Maar precies dit verdragen en deze discussies hebben
we nodig. Of in China, dat daar gezegd wordt: ik doe dat grootschalig, probeer in verschillende regio's verschillende benaderingen uit en kijk dan wat het beste werkt en wat niet. Natuurlijk mogen we dat niet in die brutaliteit doen en ten koste van mensen. Maar deze benaderingen zijn, vind ik, best interessant. Waar je zegt, oké, ik snijd bepaalde dingen eruit en zet dat dan om. Dus ik zou me bijvoorbeeld verheugen als we zoiets als analoog aan de
economische zone, zo'n innovatiezone bijvoorbeeld zouden kunnen inrichten in Duitsland, of meerdere, waar niet een enkele innovatie, maar gebundeld datgene wat mogelijk is. Wordt bijvoorbeeld hier rond de bruinkoolputten, waar sowieso ook nieuwe nederzettingen ontstaan, dat we daar dan zeggen: daar hebben we de ruimte, daar gelden wat andere regels. Ik zou daar meteen met mijn gezin naartoe verhuizen en daar ook wonen. En dat is iets heel anders dan een prototype, of zoals we dat tot nu toe zien, dat we in een of andere stad eens een
een paar laadpalen neerzetten en zeggen: dat is een veldproef. Nee, het gaat erom dat we echt alles wat ons te binnen schiet, alle innovaties op elkaar afgestemd, echt in de praktijk brengen. En ik geloof dat we daarmee ook maatschappelijke discussies aanzienlijk kunnen verkorten, doordat we echt zien wat er gebeurt, hoe wij mensen daarop reageren, of we het aannemen, of we het goed vinden, of het in markteconomische processen past. En ik geloof dat we zulke ideeën nu nodig hebben en ze dan ook echt moeten uitvoeren. Dus ik kom er steeds weer op terug:
liever iets fout doen dan uiteindelijk stilstand hebben. En daar zijn we bang voor. En dan komen steeds iedereen aanrennen met allerlei horrorscenario's over wat er allemaal zou kunnen gebeuren. Daarom ben ik er ook bij. Deze innovatiezone moet natuurlijk niet heel Duitsland of heel Europa zijn, maar we zouden wel afgebakende gebieden moeten hebben voor zulke experimenten. Maar we moeten, denk ik, echt in zo'n doing-modus komen en die vrijheden ook weer geven, anders wurgen we onszelf en zijn we eigenlijk de geperfectioneerde traagheid.
En een goed voorbeeld van ook-doen, of hoe je coole innovatieprojecten in de praktijk brengt, is natuurlijk het ecosysteem RWTH Aken. Kun je misschien ook ingaan op wat jij denkt dat de RWTH Aken beter doet dan anderen, wat er ook toe leidt dat je zulke grote projecten als de Streetscooter op poten zet? Ja, ik wil nu helemaal niet beoordelen of dat beter of slechter is. Het is in ieder geval een goede aanpak dat
men waarde hecht aan kennistransfer. Voor zover ik dat kan overzien, herkennen anderen dat ook. Maar wat hoort daarbij? Daarbij hoort natuurlijk dat ik heel verschillende vaardigheden aan de RWTH heb, die je zinvol met elkaar kunt combineren. Een eenvoudig voorbeeld bij de Streetscooter was dat er eigenlijk heel weinig samenwerking was tussen elektrotechnici en werktuigbouwkundigen, terwijl je nu zou zeggen: het zijn allebei ingenieurs, dat zou eigenlijk heel dicht bij elkaar moeten liggen. Maar in zo'n project deze competenties gewoon eens te bundelen en gezamenlijk aan
één touw te trekken – en dat moet nog veel meer gebeuren. Dat wordt via zogenaamde profielbereichen aan de RWTH eigenlijk ondersteund, dat je echt niet alleen binnen je faculteit, binnen je themagebied blijft, maar kijkt: hoe kunnen andere kennisgebieden daarbij helpen? Dan heb ik ook andere netwerken, andere partners uit de industrie, die gezamenlijk thema's vooruit helpen. En dat is eigenlijk bij veel thema's zo, dat het niet meer slechts één themagebied is dat
ik gewoon verander en dan loopt het beter. Bij de e-mobiliteit had ik laadinfrastructuur nodig, ik had opeens de netten nodig. Dus, waar komt de stroom eigenlijk vandaan? Voorheen kwam uit de pomp de benzine. Nu moet ik een andere infrastructuur, die er in die vorm al bestaat, maar niet voor dit doel, niet voor deze purpose, opeens bij elkaar brengen. Zo'n enorm voordeel aan de RWTH is dat er, welk onderwerp je ook hebt, eigenlijk altijd
een aanspreekpunt is, met wie je kunt praten, die weer zijn netwerk kan inbrengen. En ik denk dat dat een sterkte is: de wil tot transfer, de diversiteit die we thematisch hebben, en daarmee dus ook weer de praktijkgerichtheid. En zo ontstaan dan dingen als de Streetscooter en daaruit ook weer verdere spin-offs. Ook dat wordt steeds meer naar voren gebracht. Daarin vond ik in ieder geval de Müncheners bijvoorbeeld altijd ook top, wat betreft spin-offs, ondersteuning, financiering. Daar heeft
de RWTH zeer sterk ingehaald en staat nu ook in de toppositie. En ik denk dat het belangrijke nu is dat we naar elkaar kijken, wat doen de andere universiteiten goed – en dat kopieert iedereen alstublieft. En dan rennen we allemaal in dezelfde richting, namelijk de richting van implementatie, zodat er echt wat uitkomt van wat we onderzoeken. En dat is een van de problemen die we in Duitsland hebben – of uitdagingen die we in Duitsland massaal hebben – dat we tot het punt waar er resultaten zijn in de vorm van
IP, patenten enzovoort, daar zijn we eigenlijk wereldwijd vooraan, maar in de implementatie niet. Dat betekent dat er niet genoeg waardecreatie ontstaat. Daarom kan ik er alleen maar voor pleiten dat we ons er allemaal op richten dat beter te doen, dat te optimaliseren. En daar loopt de RWTH zeker voorop. Maar ook daar kunnen we nog veel doen. Maar het is wel erkend, en dat is ook goed. En de concurrentie, die zie ik minder binnen Duitsland,
maar die bevindt zich een paar duizend kilometer verderop in het oosten en in het westen. Ja, waar we echt moeten zeggen: zij leveren allemaal zeer goed werk af, wat het resultaat betreft. En daaraan moeten we ons meten. We moeten andere wegen gaan, maar we moeten ons toch meten aan het resultaat ergens, aan deze transfer en aan de output. En daar moeten we echt in duiken. En dat maakt aan de RWTH overigens ook heel veel plezier, om precies die kant op te gaan. Ja, en stichwort implementatie:
Neem ons even mee. Wat waren zo de mijlpalen van Streetscooter? Dus ook voor de luisteraars: dat is een van de grootste projecten geweest, ook al heel vroeg in de geschiedenis van de e-mobiliteit, als je wilt. Dat men daar zo'n moed heeft getoond en ook zo'n project op poten heeft gezet. Je was er niet de hele tijd bij. Misschien kun je – misschien volg je het nog steeds, nu je er niet meer
meer bij bent. Maar kunt u nog eens uitleggen wat de hoogtepunten waren of ook de zeer grote uitdagingen die u had, en hoe u daarmee bent omgegaan? Nou, uitdagingen waren er zeker veel. Ik denk dat het belangrijke is: het begon eigenlijk met de visie. Ik heb het net al kort gezegd, het snel ontwikkelen met weinig middelen. En toen hebben we gezocht naar een voorbeeld waarmee dat mogelijk is, maar waar ook
velen zich voor interesseren, waar je ook mee kunt meepraten. En zo zijn we uiteindelijk op het thema voertuig uitgekomen en hebben we gezegd: dit is een zogenaamde case waarmee je dat kunt gebruiken. Maar het is ook belangrijk dat we partners aan boord halen die zoiets industrialiseren, want anders zit ik ergens in een laboratorium – je kunt altijd veel vertellen en veel onderzoeken. Daar was al aangegeven: de visie, er moet iets van komen. En dan de eerste mijlpaal. Het was duidelijk dat de
visie was dat er iets van moest komen, maar we hebben toen duidelijke doelen gesteld. En de eerste was dat we op een IAA, dus op de autobeurs, een rijdend voertuig konden presenteren, dat in het bijzonder werd gedragen door middelgrote partners, door de toeleveringsindustrie. Dat was een etappedoel. En in eerste instantie hebben we ook alleen tot daar gedacht. Dat was toen zeer succesvol. Het is ook – destijds was Angela Merkel bondskanselier – zij is toen ook
naar onze stand gekomen. En dat heeft voor een zekere aandacht gezorgd. Waarom wijs ik daarop? Omdat zoiets natuurlijk ook een rol speelt: doe goed en vertel erover. Als we alles voor onszelf houden en er niet over praten, kan ook niemand erop attent worden en zeggen: "Hé, dat is interessant voor mij." En door die aandacht is Deutsche Post op ons attent geworden. Jürgen Gerdes zei: "Hé, dat is een interessante zaak. Zou je voor mij niet op die
manier een bezorgvoertuig kunnen maken?" En zo was dat waar velen vandaag over praten, de Streetscooter, geboren. We hebben toen gezegd: "Jazeker." We hadden het daarvoor over personenauto's, ja, kleine voertuigen, en hebben heel snel gezegd: "Hé, dit is een echte kans dat wat we als idee hebben – namelijk snel ontwikkelen met weinig middelen – daadwerkelijk in de uitvoering komt, samen met Deutsche Post." En hebben die kans gegrepen. Het was dus inderdaad ook een aanpassing geweest van het oorspronkelijke plan om een kleine personenauto te maken, om deze
kans te grijpen. En ik denk dat het ook belangrijk is om dat te begrijpen. Achteraf bekijkt men de succesvolle gevallen altijd en zegt: "Ja, was natuurlijk duidelijk en was geniaal gepland." Dat is in de allermeeste gevallen gewoon niet zo. Dat wil zeggen, er hoort ook een hele hoop aanpassingsvermogen bij. En als je merkt dat ik tegen de muur loop, dat je ook wel eens eromheen gaat en een andere weg zoekt hoe je uiteindelijk verder komt. De visie – nogmaals – is hetzelfde
gebleven: met weinig middelen snel ontwikkelen en laten zien dat zoiets werkt. Maar de weg daarheen was toen ook getekend door vele omwegen en deels ook door geluk, moet ik zeggen. Dus dat Deutsche Post op ons attent werd, was naar mijn mening een geluksval. Dat is ook niet vanzelfsprekend. Natuurlijk heb je ijver en werk en competentie erin gestopt, maar het komt dan ook altijd aan op de belangrijke en juiste beslissingen. En toen kwam eigenlijk elke etappe: de eerste
50, de eerste 100, de eerste 1000 auto's. En elke keer waren er natuurlijk knelpunten, problemen, uitdagingen. Was ook vaker krap om met de middelen uit te komen. Maar toen kwam het aan op een team dat heel, heel sterk heeft samengehouden en ook de absolute wil had om dingen te realiseren, samen eraan te trekken en ook echt inzet te tonen. En dat is ook nog een belangrijk punt, dit prestatie-principe. Ook daarover moeten we, denk ik, weer meer praten, dat het
niet alleen gaat om hoe ik mezelf op de een of andere manier vervul en voor mezelf – Ik, ik, ik – maar in een team, in een wij, te kijken: een gemeenschappelijk doel hebben, je daarvoor inzetten, dat vooruit te brengen, jezelf niet altijd op de eerste plaats te zien, maar ook voor zo'n visie – je niet opofferen, maar je inzetten en prestatie leveren, ook boven de normale maat uit. Ook dat was een succesfactor, waarvan ik denk dat die ook in het verleden heel, heel vaak in Duitsland
het geval was, dat mensen, persoonlijkheden en hun teams – daarover praat men dan vaak alleen over de individuele persoon, maar daarachter staat in bijna alle gevallen eigenlijk een teamprestatie – dat je daar tot heel, heel veel in staat bent en daarmee ook nog een positieve boodschap. Als we echt iets willen als mensen in ons land, dan kunnen we verdomd veel bereiken, ook als de randvoorwaarden niet de beste zijn. Ja, ook het hele economische wonder in Duitsland, waar men zo vaak over spreekt. Na de
Tweede Wereldoorlog. Wat hadden we daar voor vooruitzichten en uitgangssituaties? Die waren toch absoluut geen positieve. Men had zich praktisch geschandeerd. Alles was kapot, alles lag er bij. Het ontbrak ook aan opgeleide mensen. En toch heeft die wil om weer iets op te willen bouwen, ertoe geleid dat we vele jaren een heel, heel goede tijd hadden en, ja, sommigen spreken van een wonder uiteindelijk. En daarom ook vandaag: als we bij Streetscooter over alles hadden gejammerd, altijd alleen maar over wat er allemaal niet klopt. En
hoe verschrikkelijk en slecht de randvoorwaarden zijn. Dan hadden we volgens mij ook geen 30.000 voertuigen gebouwd. En zo komen een paar dingen samen. Dus mijn mindset: waar wil ik naartoe, echte competentie en prestatie leveren en kijken wat je van de huidige situatie ook kunt maken. En als het dan eens links om of rechts om gaat, ook aanpassingsvermogen hebben en wendbaar zijn, je niet laten frustreren en met een zekere bescheidenheid de taak benaderen. Ja, spannend. En hoe was het voor jou persoonlijk
dan – of misschien nog kort over het team: wie stond er nog om je heen? Ik weet dat professor Schuh ook altijd heel actief is aan de RWTH Aachen in die richting. Misschien kunt u daar nog eens op ingaan – op het team en hoe u toen Streetscooter heeft afgesloten en wat daarna kwam. Ja, precies. Dus team – duidelijk. Ten eerste op professorniveau: Günter Schuh heeft u net al genoemd, was een van de ideeëngevers
ook. Hij heeft zich uiteindelijk meer in de richting van personenauto's ontwikkeld. Maar hij heeft natuurlijk ook gezorgd dat deze omgeving en deze mogelijkheid er überhaupt was. Dat moet je ook duidelijk zeggen: een gevestigde persoonlijkheid hier in de RWTH-omgeving, die deze kans ook heel duidelijk mogelijk heeft gemaakt. Dus zoiets heb je ook nodig, net zoals een Jürgen Gerdes aan Post-kant. Het zijn ook altijd de randvoorwaarden, dat mensen erin geloven die ook een bepaalde invloed
hebben en daarmee ook de rug kunnen vrijhouden. Maar het waren – ik heb het net ook al gezegd – ook de collega's uit de elektrotechniek, bijvoorbeeld een Dirk Uwe Sauer, die zijn expertise par excellence heeft ingebracht, en nog veel meer op professorniveau. Maar dan ook degenen die werkelijk het dagelijkse werk hebben gedaan, zoals CTO Fabian Schmidt – competentiedragers die dag in dag uit de klus hebben geklaard – of op het gebied van productie Tobias Reil. Dus heel, heel
velen die dit team samen met mij ook hebben gevormd, waar je ook gewoon een grote loyaliteit hebt ontwikkeld en een lijdensbereidheid, zodat je deze weg ook kunt gaan. Dus daar zijn we weer bij de randvoorwaarden in de zin van: een groep ook eens laten gaan. Niet de hele tijd helicopterachtig: nee, dat mag je niet, nee, laat maar hier, nee, dat gaat nu niet. Maar zeggen: ik vertrouw een groep mensen middelen toe, heb wel hoge eisen, daar moet iets uit komen. Vrijheid verplicht
aan de andere kant. We zijn allemaal blij met vrijheid, maar moeten hem dan ook goed benutten. En dat was daar uiteindelijk eigenlijk gegeven. Ik ben een type dat goed 80 % kan. Dus ik kan goed aanbahnen, tot op zekere hoogte configureren en vooruithelpen. De perfectie – ja, wat in Duitsland soms overschat wordt – boven de 100 % is ook wel goed, dus veel eronder
zou je dan ook niet moeten zitten. Dat is wat mij niet ligt: zo'n industrialisatie, echt tot een grootserie komen, is natuurlijk weer een heel ander spel. En daar moet je jezelf ook niet overschatten en denken, ook als start-up – dat zit vaak in de mensen die iets oprichten: ze hebben dan het een of andere succes en worden op een gegeven moment grootheidswaanzinnig en geloven dat ze alles kunnen. Daar is het
volgens mij belangrijk om op een gegeven moment zelf ook het punt te herkennen waar je zegt: oké, dat is nu niet mijn expertise, en daar moet ik dan ook uit en plaats laten voor anderen uiteindelijk. Dat heb ik gedaan. Ik heb gezegd, ik ga weer zogezegd terug naar waar ik weer opnieuw kan overdragen. Dat is volgens mij mijn vaardigheid – daar heb ik plezier in, daar ben ik goed in – dat weer te doen. En dan moet je ook dingen los kunnen laten. En dat
was een heel concrete, bewuste beslissing om Streetscooter toen los te laten en weer terug te gaan naar de plek waar nieuwe ideeën gegenereerd kunnen worden en je eigenlijk de volgende dingen weer kunt overdragen en aansturen. En voor het begrip ook: in het begin waren er al OEM's met vans, alleen wilden die het eigenlijk niet elektrisch doen. Dat was zo het grote probleem ook voor de Post en anderen, die duurzaamheid in de dagelijkse praktijk wilden, maar de OEM's die men
zo kent, dat nog niet konden bieden, hè. Precies. Dus op dat moment moet je zien, dat daar 2010-2011 – dus ten eerste was daar de financiële crisis net voorbij. Dus ging eigenlijk alles eerder naar beneden. Dat was een moeilijke omgeving. En ten tweede was e-mobiliteit absoluut niet iets wat daar al geprezen werd, maar dat was een discussie: heeft dat überhaupt zin? Willen we dat wel? Precies. En er was in het van-segment eigenlijk geen redelijk aanbod, geen geëlektrificeerd aanbod. En
ten tweede was er geen op de bezorging toegesneden van qua structuur, qua ontwerp. Je moet je voor ogen houden dat ik meerdere honderden keren per dag in- en uitstap als ik post en pakjes bezorg. Dat was de gecombineerde bezorging, dus brieven en pakjes samen. Daarom is het voertuig ook naar verhouding klein. Het is geen pakjesbezorgvoertuig, maar een waarin ik brieven en pakjes samen bezorg. Daarom is het verhoudingsgewijs klein. En velen zeggen altijd,
is helemaal geen pakjesvoertuig, is veel te klein daarvoor – precies, het is juist voor dit doel gemaakt. En binnen deze specificatie heb ik ook een ergonomie nodig voor het in- en uitstappen, het uitnemen van de pakjes, omdat velen bijvoorbeeld ook hondenvoer of zoiets bezorgen. Dan weegt zo'n zak, dus een pakket, dienovereenkomstig. Dat moet ik eruit en erin krijgen zonder dat ik mijn rug kapot maak. En zo zijn verschillende dingen naast de duurzaamheid als totaalconcept samengekomen, dat ik echt een werktuig
voor dit proces voor Deutsche Post heb ontworpen, uiteindelijk als resultaat. En dat bestaat tot op de dag van vandaag niet – wat adequaat is. Er zijn nu geëlektrificeerde voertuigen, maar dit gereedschap, dat al deze eigenschappen met zich meebrengt – voor dit zeer specifieke geval, moet ook gezegd worden. Dit is immers geen product dat voor iedereen inzetbaar is, maar dit is een scherp afgebakend product, dus toegesneden op een specifiek toepassingsgeval. En dat bestond niet en bestaat tot op de dag van vandaag zo niet, behalve de Streetscooter zelf.
En hoe kijkt u in het algemeen naar de markt? Rivian heeft immers de grote deal gesloten met Amazon – 100.000 busjes tot 2030, geloof ik. En Streetscooter – ik weet niet wat de laatste stand van zaken nu is, maar het heeft zich helaas niet zo geschaald als men misschien gehoopt had, vanuit Duits perspectief, dat men daar zo'n echt Tesla-verhaal met Streetscooter gemaakt zou hebben. Daar is immers genoeg markt
naast Deutsche Post. Heeft u daar gedachten over, hoe dat is, hoe u het gewenst zou hebben of hoe de markt zich zal ontwikkelen? Ja, de vraag is uiteindelijk: als ik de massamarkt inga, kan ik het product ook niet zo op maat maken, maar moet dan, zoals bij andere voertuigen ook het geval is – voor ambachtslieden, voor anderen – compromissen sluiten, zodat ik het uiteindelijk breder opstel. En bij
het Streetscooter-product is men de weg gegaan dat men zeer scherp op het toepassingsgeval heeft toegesneden. Wat er nu wel zijn, zijn geëlektrificeerde busjes. En dat is mede een succes, dat die ook daadwerkelijk als eerste relatief snel zijn gevolgd. Dat betekent dat ik het vanuit het universitaire perspectief nog steeds als succes zie, dat wij een thema op gang hebben gebracht dat vervolgens ook is opgepakt. Het is juist, het is niet gelukt om daar uiteindelijk een bedrijf van te maken dat
vergelijkbaar is met Tesla of zoiets – maar ook de vraag is of dat de ambitie is of überhaupt mogelijk is in zo'n busje-segment, toch? Goed, ik denk dat men daar nu veel over kan discussiëren: had, kon, zou, als. Natuurlijk kan men dingen altijd beter doen. Maar nogmaals: dit op gang brengen, dat de laatste mijl elektrificeerbaar is – dat kan ons in de ware zin van het woord niemand afnemen, dit succes. En dat was eigenlijk ook het doel, dat het gelukt is,
iets te ontwikkelen, in serie te produceren en daarmee een bewijs te leveren. En toen lag het ook in andere handen. En ik denk dat het nu ook zinloos is om te discussiëren hoe men dat anders had kunnen doen. Daar zijn heel veel meningen over, en de meerwaarde om dat te discussiëren zie ik achteraf niet, toch. Een paar jaar eerder – toen was het zinvol om dat te discussiëren. Nu denk ik is het belangrijk om daar de lessen uit te trekken. En wel
moeten wij kijken hoe het in Duitsland kan lukken dat wij dingen ook echt groot maken. Dat wij niet alleen tot een bepaald niveau komen, maar zeggen: hoe zit het met het juiste opschalen van een idee? Dat is – daar is Streetscooter een voorbeeld van – maar er zijn helaas ook heel veel andere zaken waarbij deze ideeën of wat ontstaan is, als het ware wordt opgekocht, naar het buitenland gaat en daar groot gemaakt wordt. En ik denk dat wij daar
in de structuren ook nog eens moeten verbeteren. Dat zijn investeringsfondsen en dergelijke thema's – dat wij deze opschaling aanpakken en ook grote dingen met groot geld in bepaalde zaken gaan. Daar hebben wij als volkseconomie nog verbeterpotentieel. Ja. En het project bestaat nog. Dus de Streetscooters zijn nog in bedrijf. Alleen dat de voertuigen niet zo gemakkelijk te vervangen zijn, wat nu juist pleit voor het feit dat het zinvolle en goede producten zijn. Als ze vervangbaar waren, zouden
er al veel meer van uit de vloot zijn. Precies. En wij komen nog terug op het onderwerp laden. Voordat wij dat doen, nog even: U heeft toch een paar organisaties die wij hier misschien zouden kunnen noemen. U heeft toch verschillende rollen die misschien ook interessant zijn om kort te belichten. U heeft daar ook een trefwoord genoemd: Wij hebben kapitaal nodig. U heeft zich toch, geloof ik, ook een beetje in de investeerderswereld bewogen.
Wat ontbreekt er naar uw mening om voldoende kapitaal te hebben om juist zulke grote projecten op te schalen? Ja, precies. Dus wat ik zelf geleerd heb – wij hebben toch veel oprichtingen en spin-offs begeleid – is dat de teams dan altijd heel, heel veel tijd besteden aan het verwerven van geld, en eigenlijk niet meer het idee verder brengen. Een stukje is dat natuurlijk ook zo: Als ik vreemd geld wil hebben, moet ik mij daar natuurlijk ook voor inzetten en mij daarom
bekommeren. Het is echter naar mijn mening in vergelijking met bijvoorbeeld de VS buitengewoon moeilijker. En dat wordt nog verscherpt doordat wij vaak vanuit de historie, vanuit de goede machine- en installatiebouw die wij hebben, hardware-gedreven dingen maken. En iedereen vindt nu software geweldig. Dat is ook extreem belangrijk – laat niemand mij daar nu alstublieft verkeerd begrijpen. Vanzelfsprekend is dat een drijfveer om in deze gebieden goed te zijn en erin te gaan. Maar
de combinatie van software en hardware kan nog steeds een onderscheidend kenmerk zijn dat wij zouden hebben. Maar dan komt hardware in het spel. Hardware kost geld, dat betekent dat ik een groot risico heb en vaak ook verhoudingsgewijs wat lagere rendementsperspectieven heb, althans in het begin. En ik denk dat wij daar wegen moeten vinden. Wat wij als onderscheidend vermogen hebben – dit samenspel van gereedschapsbouw, machine- en installatiebouw, proceskennis – dat te combineren met de nieuwe thema's: digitalisering, AI enzovoort, dus de
echt naar binnen te brengen, ook met de knowhow. Maar dan zouden we voordelen kunnen genereren. En daarvoor hebben we ook fondsen nodig, deels misschien ook met staatlijke of semi-staatlijke deelname, die de sterke punten die we nu eenmaal hebben, daar ook benutten en dan een beetje positief sturen en ingrijpen, om juist de vestigingsplaats sterk te houden. Die kant op zou het moeten gaan, denk ik, en ik kom nog even terug op mijn innovatiezones. Dat wil zeggen,
er is een set instrumenten die we volgens mij nog niet volledig hebben, die samen moeten spelen, zodat we succesvol dingen weer kunnen opbouwen. En we hebben nu eenmaal geen – of niet in grote mate – grondstoffen in Duitsland. Dat betekent dat we op andere zaken moeten inzetten. En daar: 'ecosysteem' praat iedereen over. En die set aan instrumenten om zo'n ecosysteem tot leven te wekken, daar moeten we ook een beetje
aan scherpen en aan werken. U hebt ook 'Ingenieurs redden de wereld' en het boek 'Toekomstlust' geschreven. Misschien kunt u daarover een paar woorden kwijt en vooral ook nog onderwerpen schetsen die u momenteel bezighouden en die misschien nog vermeldenswaard zijn voor de luisteraars. Ja, heel graag. Dus, hoe is het hele gebeuren ontstaan? 'Ingenieurs redden de aarde' klinkt natuurlijk op het eerste gezicht provocerend, naar het motto: Wat verbeeldt hij zich nu? Daar is belangrijk: Hoe is het
ontstaan? Ik heb keer op keer meegemaakt dat in heel veel gesprekken iedereen altijd naar de anderen wijst. Ja, laten ze in Brazilië eerst maar eens stoppen met het kappen van het regenwoud, voordat wij iets doen. De grote tankers – ah, wat verbranden die allemaal, ik met mijn kleine auto. Of de concerns moeten eerst maar eens – voordat ik als midden- en kleinbedrijf. Het zijn altijd de anderen. En als ik niet ga skiën, moeten de skiërs ophouden met skiën. En als ik wel ga skiën, zijn het de golfers. Het is altijd een ander,
die iets moet doen, en nooit ikzelf. Ik ben ingenieur en ik heb me afgevraagd: Heeft mijn ingenieursstand in het verleden genoeg bijgedragen opdat wij een goede, leefbare wereld hebben? We hebben veel bijgedragen – dus mijn voorgangers. Er is veel goeds ontstaan, maar ook slechts ontstaan. En ik geloof, niet genoeg. En dit effect – aan je eigen neus voelen, jezelf in vraag stellen: Wat kan ik bijdragen opdat er een goede toekomst komt? – zo is 'Ingenieurs redden de aarde' ontstaan.
En hopelijk staat daar binnenkort eens 'Mensen redden de aarde'. Dat betekent: Hoe behouden we onze levensbasis? Daar gaat het om. En de eis is: Iedereen begint alstublieft bij zichzelf en wijst niet naar de anderen. Zo is de titel ontstaan, en hij is daarmee een zelfverplichting. Dus allereerst de oproep: Denk na. Ik denk na als ingenieur. Wat is mijn rol? Moet ik me niet veel meer ook in politiek en richting mengen – dus niet meer alleen uitvoerend zijn? Iemand zegt: Ik heb een
probleem, beste ingenieur, los dat eens op. Maar dan ook te vragen: Wil ik dit probleem oplossen? Wil ik het zo oplossen zoals mijn opdrachtgever mij zegt? Of wil ik daar ook mee praten en een richting aangeven? Dus ook een filosofie en een doel. Ik vind dat wij ingenieurs ons moeten inbrengen, ook op dat gebied, dat we meepraten over de richting – niet alleen wij, maar meepraten, ons inbrengen, vooral omdat we ook zouden moeten weten: Wat kan ik met techniek allemaal aanrichten of bereiken? En daarmee deze
richting aangeven, zo is deze vereniging – een gemeenschappelijke vereniging – uiteindelijk ontstaan. Hij gaat echter ook verder, dat je echt wat doet en maakt. En dat heb ik in het boek 'Toekomstlust' beschreven. Hoe kan zoiets dan lukken? En dat heb ik aan de hand van vele voorbeelden, die echter bij elkaar passen, die in een totaalbeeld samengrijpen. Dat zou zoiets zijn voor een innovatiezone: van de larve van de soldatenvlieg over batterijrecycling over kabelbaan, dat echt eens samen te denken. En dat zijn allemaal zaken. En nu komt het positieve:
die we al hebben. Natuurlijk kun je altijd nog onderzoek doen, en dat moeten we ook, en verder werken en verbeteren. Maar er is helemaal geen excuus voor dat we niet nu datgene wat we al aan technologie ter beschikking hebben, in uitvoering brengen en daarmee een groot deel eigenlijk van de problemen die we hebben, werkelijk ook oplossen. En waarom heb ik zin in de toekomst? Natuurlijk zijn er zeer, zeer veel zaken die je nu naar buiten kunt kijken. Wat loopt er momenteel in de wereld niet goed? Wat is misschien ook
slechter dan nog vijf jaar geleden. Als we aan de andere kant echter eens in de mensheidsgeschiedenis kijken, ben ik nog steeds zeer, zeer dankbaar dat ik in de huidige tijd leef. Dat zijn de vrijheidsgraden die ik heb. En dat is voor mij juist de verplichting om die ook zo zinvol mogelijk in te zetten – moeten dan op een gegeven moment anderen beoordelen of ik het goed gedaan heb of niet. En insofern heb ik zin om mijn toekomst te vormgeven. En ik heb ook de eis en de wil om dat te doen.
Anders doen anderen het namelijk voor mij. Als ik niet actief zeg, ik werk mee aan de toekomst en ik wil mee beslissen over de richting, dan moet ik me ook inbrengen. Niet alleen eisen, niet alleen demonstreren, maar ook echt aanpakken en iets doen. En dat zie je, als je in het boek kijkt, dat dat niet visioenen van een of andere doorgedraaide zijn, maar daar staan altijd personen, mensen achter die datgene wat daar beschreven staat, echt maken en doen. En dat is
een geweldige boodschap. Er zijn zulke mensen. We moeten meer die richting op. We moeten onze toekomst vormgeven, anders doen anderen het voor ons. En ik weet niet of we dat willen. De vrijheid die we hebben – de creativiteit die daaruit ontstaat – daar moeten we iets mee doen. Dat is het fundament dat wij hebben – in tegenstelling tot, ter onderscheiding van andere staatsvormen, van andere systemen: dat we de vrijheid hebben om ons verstand daarboven zo in te zetten als wij dat voor ogen hebben. En daaruit
moeten we iets maken. Niet alleen voor onszelf, maar voor de samenleving – ook voor onszelf. Je hoeft jezelf niet op te offeren en kapot te maken. Maar ik geloof wel dat wat mij allemaal geschonken is, mij persoonlijk ook verplicht om iets terug te geven. En ik geloof dat dat voor veel andere mensen, vooral in Duitsland, ook geldt. En daar moeten we aanpakken en niet zeuren. Ja, volkomen zinvol. Iets wat mij
de laatste tijd erg bezighoudt is: hoe slagen we erin om ook de cynische mensen – of de mensen die alle problemen niet meer als uitdagingen zien die met moeilijke oplossingen opgelost kunnen worden, maar die eenvoudige boodschappen en eenvoudige oplossingen erg goed vinden – weg te halen bij mensen zoals Trump of de AfD? Partijen die dan ook steeds meer gekozen worden. Dat lijkt een trend te zijn de laatste jaren. Hoe denk jij dat we die mensen kunnen bereiken, zodat
we meer toekomstlust hebben en dat we de uitdagingen niet zo cynisch beschouwen, maar uit het verleden en de vooruitgang kracht putten? Nou, ik denk dat de eerste stap is dat we elkaar allemaal serieus nemen en niet verder werken aan het verdelen van onszelf in kampen – de een is goed en de ander is slecht. Ik beschouw dat, vanuit mijn levenservaring, als een weg die steeds verder in een doodlopende straat leidt. En het maakt daarbij helemaal niet uit
wie gelijk heeft of wie ongelijk heeft. Dat vernietigt een samenleving. Dat betekent dat we allemaal moeten gaan zitten en eerst onze tegenpartij serieus moeten nemen. En als iemand zorgen heeft, neem ik die altijd serieus. Ik neem dat serieus bij mijn medewerkers. Ik neem dat serieus in mijn familie en zeg tegen mijn kind ook niet: "Die zorg die je daar hebt, dat is volslagen onzin, stel je niet zo aan." Ik moet dat serieus nemen en dan samen bedenken
hoe we hier dan uitkomen. Dat is punt één. En het kan alleen samen. Dat we nu gaan staan en denken dat er maar een kleine elite van mensen is die kan denken, en de anderen zijn allemaal te dom – daarmee voeren we de democratie zelf ad absurdum. Dat betekent dat ik om me heen veel slimme mensen heb. En ik accepteer in eerste instantie dat iedereen dan ook iets kan bijdragen
En dat neem ik serieus. Dat vind ik een heel, heel belangrijke zaak. En dan moeten we door ons eigen voorbeeld ervan overtuigen dat we zulke dingen serieus nemen en elkaar meenemen. En daarmee bedoel ik niet dat alles in orde is en ik iedereen alleen maar aai. Ik stel ook eisen en zeg ook – dat heb ik zojuist ook gezegd: vrijheid verplicht ook. En ik zeg tegen iedereen in mijn omgeving, iedereen die ik ergens bereik: houd op met dat
gezeur, pak het aan. Ik zeg niet dat alles goed is en ga zo door en we redden het wel. We moeten vechten. Ik geloof dat we een goede kans hebben. Ik zie het altijd zo: tegenwoordig speel ik niet meer vaak voetbal, maar vroeger deed ik dat heel intensief. En altijd als ik dat veld opging, ongeacht of ik al wist dat daar een overmachtige tegenstander stond of niet, had ik de wil om met mijn team te winnen. Ik ging dat veld op om
te winnen. Ik ben nooit het veld opgegaan met de gedachte: we verliezen toch, het is allemaal verschrikkelijk. Dat is een mindset en een instelling. En ik geloof dat we in Duitsland veel op de plank hebben, dat we veel kunnen bereiken. En dat is ook mijn boodschap. We moeten onze vrijheid benutten en mogen ook nooit gaan zeggen dat ik antidemokratische stromingen met antidemokratische middelen bestrijd. Ook zulke dingen zijn duivelswerk. Daar moeten we van afblijven. En ik ben ervan
overtuigd dat goede argumenten ook in de huidige tijd gehoord worden en meerderheden vinden, als we met die goede argumenten ook laten zien dat we het serieus menen, dat we daarmee goede doelen bereiken en dat we daarmee ook een leefbare toekomst kunnen vormgeven, zonder angst. En ook dat bestaat in alle richtingen. Angst voor de klimaatcatastrofe is ook een angst die wordt aangewakkerd en mensen in angst versetzt – uit welke richting en uit welke hoek dat ook komt. Die handelen altijd vreemd, omdat angst bij
ons daarboven uitschakelt. Als ik angst heb – ja, merk ik ook bij mezelf – als ik ergens bang voor ben, dan reageer je niet altijd het meest zinvol, niet objectief, maar dan probeer ik mezelf te redden. En dat is niet goed. Ook daar kun je de geschiedenis van de mensheid induiken: daar komen uiteindelijk nooit goede dingen uit. Maar nogmaals: je moet angsten precies om die reden serieus nemen en mag ze niet negeren en zeggen dat je daar niet over mag praten. Dat
is onzin. Je bent gewoon te dom, je moet alleen nog eens beter luisteren, dan begrijp je wel wat ik bedoel. Dat bedoel ik allemaal niet. En ik geloof dat we ons allemaal ook zelf nog eens moeten bijstellen in onze omgeving en met grote openheid op onze omgeving moeten afgaan, niemand verloren laten gaan, maar ook niet denken dat we alles zelf weten en dat de anderen dom zijn en dat ik hun alles vijf keer moet uitleggen. Ik heb de laatste jaren ook zoveel geleerd – over corona en
of wat dan ook – de verschillende perspectieven op onderwerpen serieus te nemen. Ik leer steeds weer bij, corrigeer ook meningen die ik soms jarenlang had. Mijn beste voorbeeld is altijd met kinderen. Ik heb nu vijf kinderen. Toen ik nog geen kinderen had, was ik altijd snel geneigd om iemand advies te geven. Ach, die kinderen hier, die zijn zo brutaal, daar moet je even streng optreden, moet je dat doen. Dat vind ik vandaag heel erg gênant, nadat ik heb meegemaakt
hoe kinderen echt zijn, met geduld en zo, hoe je dat doet. Daar moet ik vandaag zeggen, bied ik mijn excuses aan, als ik daar ergens ongevraagd mijn mening heb gegeven die totaal niet gekwalificeerd was. Ik dacht echter dat die gekwalificeerd was – was ik volledig van overtuigd. En ik denk dat iedereen met die zelfinzicht van zijn hoge paard af moet komen, een beetje moet ontwapenen met de gedachte dat zij de goeden zijn, want elke andere kant zegt altijd: wij zijn de goeden,
de anderen zijn de slechten. Laten we dat eens terzijde schuiven. Natuurlijk bestaat er goed en kwaad, ik wil dat nu niet bagatelliseren. Maar toch geloof ik dat een heel, heel groot deel van de mensen die in Duitsland wonen – en daarbij sluit ik iedereen in – redelijke mensen zijn, met wie je kunt praten. En alleen zo kan democratie ook functioneren. En daarvoor moeten we vechten en zo veel mogelijk gemeenschappelijkheden vinden. Ja, super. Dank je daarvoor. En laten we nu eens een beetje dromen over deze toekomstvisie van energie en e-mobiliteit die
u hebt – ook zeker onderdeel van de toekomstvreugde. Hoe ziet u dat? Wat zal het energiesysteem van de toekomst zijn, in Duitsland of in de wereld, en de elektromobiliteit – hoe ziet u dat zich ontwikkelen? En wat zijn vooral de kansen die daarmee de mensen die sceptisch zijn tegenover deze onderwerpen – energietransitie is de laatste jaren bijna negatief gedraaid,
terwijl dat altijd zo positief geconnoteerd was. Ja, ik denk dat het belangrijk is dat wij – als staat moeten we natuurlijk richting geven, maar binnen die richting geloof ik dat een sociale markteconomie dan degenen zijn die de juiste technologieën die deze doelen bereiken, ook invoeren – dus zo min mogelijk sturen, maar de randvoorwaarden zo maken dat het in de juiste richting gaat. En dan geloof ik wel dat het thema zonne-energie, wind te realiseren is en het verstandigste is. We moeten alleen, als we nu
komen – we komen van een industrie die veel energie nodig heeft, wij als bewoners hebben veel energie nodig, en die energie kwam tot nu toe niet voornamelijk uit Duitsland, maar ook via aardolie en veel andere dingen van elders. Waarom willen we nu ineens koste wat het kost niet alleen dat we hernieuwbare energie gebruiken en opslaan, maar moet dat ook allemaal in Duitsland gebeuren? En dat beschouw ik als een grote fout, om het zo aan te pakken. Natuurlijk, daar waar het zinvol is – ik heb ook een zonne-installatie op mijn
dak, dat is ook goed. Maar er zijn natuurlijk regio's in de wereld waar je hoogst efficiënt zon kunt gebruiken, die daar quasi altijd schijnt. Als ik wat verder naar het zuiden ga en waar ook altijd wind is enzovoort, dan moet ik het natuurlijk omzetten in waterstof of ammoniak. Die schepen bestaan ook al. En uiteindelijk importeer ik ook energie. Dat betekent dat we naar mijn mening niet om het thema waterstof en tijdelijke opslag heen komen, ook al is het
natuurlijk als individueel proces niet het meest efficiënte. Maar als ik naar de wereldeconomie kijk en hoeveel energie we nodig hebben, geloof ik dat we er niet omheen komen. En waarom zouden we ook? Vanuit mijn perspectief is dit een goede aanpak om de economie zo om te bouwen, maar ook verder mondiale handel te bedrijven, importen erbij te nemen. Je hoeft het toch niet uit één land te doen en je weer afhankelijk te maken van precies één regio. Dat is juist het goede. Zon en wind zijn er
namelijk niet alleen in één land, maar in heel veel landen. In tegenstelling tot aardolie, die er ook in veel landen is, maar toch natuurlijk ergens specifiek. Dat betekent dat we daar denk ik die richting op kunnen gaan. En dat is ook wat ik me voorstel en ook mijn visie. Een stukje weg van dit te lokale denken. Ik zeg ook: wat lokaal te produceren is, moeten we ook lokaal doen, omdat logistiek ook altijd bewerkelijk
is en ook middelen verspilt. Maar niet koste wat het kost, maar daar met mate kijken: hoe kan ik de markteconomie doorontwikkelen tot een marktcirculaire economie? En daar moet ik ook nog eens induiken in de producten. Op dit moment proberen we dit milieuonderwerp er altijd bovenop te zetten. We hebben een lineair proces, proberen daar dan op mee te liften, en daardoor wordt het steeds duurder. Wat als we de producten opnieuw bedenken, zodat we echt van meet af aan repareerbaar zijn enzovoort. Ik denk dat het volgens de theorie dan eigenlijk ook
zo moet zijn dat, als ik in cycli denk, ik efficiënter ben. Nemen we het onderwerp voedsel. Dus laten we even heel kort uit de elektromobiliteit stappen: 40% van wat op de velden wordt geproduceerd – dat is niet alleen in Duitsland zo, maar ook in Afrika – wordt verspild. 40%, niet 4%, 40% van al het voedsel. Wat voor een enorm potentieel we daar hebben dat we door efficiëntie uiteindelijk kunnen halen. Als we ook dingen dichter bij elkaar produceren, dat ook directer waarderen. En
dat geldt ook voor energie: energie waarderen, kijken enzovoort. En dat is, geloof ik, een mindset die niet per se door ontbering wordt gekenmerkt, maar zegt: Hoe kan ik de productiviteit van de systemen sneller verhogen dan de behoefte aan hulpbronnen? En als ik dat in evenwicht krijg, kan ik namelijk nog steeds groei accepteren, kan ik de markteconomie accepteren en bereik ik toch het doel dat ik de aarde niet verder uitput en kapotmaak, maar een richting inga die ons laat leven in welvaart. En nog een keer
zo'n heel korte rapid-fire-vraag: Zie jij dat het 100% zon en wind zal zijn van de stroomopwekking? Nou, met 100% – daar zou ik altijd voorzichtig mee zijn om iets tot absolute maatstaf te maken. Er zullen altijd ook andere dingen zijn. Waterkracht is bijvoorbeeld ook nog een thema. En er zullen ook dingen zijn waar ik bijvoorbeeld biogebaseerde brandstoffen heb voor bepaalde doeleinden: tankers, vliegtuigen. Dat betekent dat er ook een verbrandingsmotor zal zijn, en ook waterstof kan ik verbranden in een verbrandingsmotor. Dat betekent
dat er nog verschillende thema's zullen zijn. Maar er zal een heel, heel groot deel zijn – en dat is ook logisch – dat uiteindelijk uit deze energiebronnen komt. En dat vind ik ook zinvol. En elektromobiliteit zal daar 100% zijn – afgezien van de twee, drie voorbeelden die je hebt gegeven – bij mobiliteit? Ja, goed, dat een elektromotor uiteindelijk aandrijft, geloof ik dat dat ook een aanzienlijk aandeel is. Maar ik noemde net bijvoorbeeld de waterstofverbrandingsmotor. Voor bepaalde toepassingen vind ik die ook zinvol en relevant, ook al
sta ik er nu niet voor. Maar ik hoef ook niet alles slecht te vinden wat ik zelf niet doe. Dat vind ik ook een beetje aanmatigend. En ik geloof dat de concurrentie dat dan ook zal beslissen. Het doel is duidelijk: We willen naar meer duurzaamheid. En daar sta ik heel open voor met open vizier. Ik drijf het thema brandstofcel en batterij vooruit. Ik geloof erin dat dat een aanzienlijk, zinvol aandeel in verkeer en mobiliteit zal vormen. En daar moet ik nu aan werken dat dat
de facto ook zo zal zijn. En waarom zou ik anderen nu hun bestaansrecht ontzeggen? Dat is niet mijn taak. En ik vind – zoals gezegd – ik zou dat aanmatigend vinden. Laten we in de concurrentie kijken waar uiteindelijk welke percentages liggen. Ik ben zeer optimistisch dat we met de thema's die ik zelf ook vooruitdrijf, zeer, zeer succesvol zullen zijn, omdat ze namelijk uiterst efficiënt zijn, omdat het zinvolle technologieën zijn. Maar mijn ambitie is niet om alles te verdringen of weg te duwen. En als
er nu een vlootbeheerder luistert: Wat heb je dan geleerd bij het thema opbouw van een elektrische vloot, en in het bijzonder ook bij het thema laden? Wat zijn inzichten of tips die je een vlootmanager kunt geven die er nu mee bezig is of aan het begin staat? Nou, juist als ik het over commerciële vloten heb, is het heel, heel belangrijk dat ik degenen die de voertuigen besturen echt meeneem met instructie en training. We hebben overal de ervaring opgedaan: Het is namelijk anders. Ik moet een
beetje anders denken. Dat is niet slechter, niet beter, maar ik moet het anders doen. En als ik één op één probeer mijn huidige gedrag over te brengen, dan kan het nou eenmaal niet goed functioneren. Dat betekent dat het thema training – dat hoeven nu geen maandenlange trainingen te zijn, maar to the point – in een, twee uur de mensen uitleggen wat daar zinvol is: dat ik de recuperatie kan gebruiken enzovoort, dat ik dan minder remverschleetjslijtage heb, dat ik op het opladen moet letten. Ik hoef namelijk
niet meer naar het tankstation te rijden, maar ik moet wel de stekker erin steken. En overal waar we dat hebben gedaan, was de tevredenheid van de bestuurders extreem hoog, en het is echt uitstekend gelopen. Op alle plaatsen waar we dat niet hebben gedaan, is het ook niet goed gelopen. Dat betekent dat ik elke vlootbeheerder meegeef: Dat is een succesconcept. Ik moet de bestuurders meenemen – niet in die zin dat ik ze volpraat en zeg dat het toch veel beter is, maar door uit te leggen hoe je het doet zodat het beter
is. En die kennis aan de mensen over te brengen – dan is mijn ervaring dat velen zeggen: "Hé, super, dat kan ik begrijpen, dat wordt ook snel leuk, dat is een prettig rijden. En waarom zou ik dat dan niet overnemen?" Dus niet naar het motto omdat het nu mijn ideologie is en jij dat goed moet vinden omdat we goede mensen zijn. Dat heeft daar niets mee te maken, maar ik moet daar afhalen: Wat zijn verlichtingen, ook naast wat bewerkelijker is? Wat zouden verlichtingen kunnen zijn?
Dat moet ik verstandig overbrengen, voorbereiden en eerlijk en open communiceren. En wat waren zo de grootste uitdagingen bij het thema elektrificatie op het depot – of misschien ook, ik weet niet of ze allemaal altijd depots hadden bij jullie bij de StreetScooter – die jullie zo zijn tegengekomen, en ook kansen die je ziet bij het laden, stichwort smart charging? Ja, juist dit thema laadinfrastructuur en daarmee ook een intelligente sturing – dat moest namelijk zinvol worden meegedacht,
dat je dat uiteindelijk erin brengt en onderbrengt. Want de aansluitingen opboren, naar het motto "ik heb gewoon meer stroom nodig", dat is heel duur. Dat betekent dat je moet kijken wat voor aansluitingen er bij de depots aanwezig zijn. Hoe kan ik daar zinvol mee omgaan? Kan ik iets bufferen? Kan ik de laadtijden spreiden? En daar moet ik een zekere intelligentie in brengen. Dat was mede beslissend. Dat betekent dat jullie dat altijd hebben moeten doen, en
U zou het in ieder geval iedereen aanraden, ook helemaal aan het begin, dat men daarmee rekening houdt. En met betrekking tot bidirectioneel laden: ziet u daar veel potentieel in de toekomst? Ja, in principe wel. De accu's, die immers duur zijn en die zich dan in de voertuigen bevinden, medegebruiken voor de stabilisatie van de netten, vind ik zeker goed. Daar zouden we de regulering wat moeten verminderen en
gewoon meer moeten mogelijk maken, zodat men ziet wat werkt en wat niet. Ja, de regelgeving speelt daar een belangrijke rol in die richting. En misschien eerder gericht op startup-ondernemers: Wat zou u hen aanbevelen, op basis van uw ervaringen bij Streetscooter, maar ook anderszins als investeerder en bij andere oprichtingen waar u bij betrokken bent geweest, met name in Duitsland? Wat zou u zeggen zijn de kerntips, of iets wat u
essentieel acht, wat velen verkeerd doen?
Ja, dat is moeilijk. Ik denk dat wat velen verkeerd doen, is dat ze niet proberen de klant te begrijpen, die het later moet kopen. Enerzijds is het natuurlijk goed als men enthousiast is over zijn zaken. Maar ik denk dat het belangrijke altijd is dat ik er marktgericht naar toegang. En dat doen velen nu eenmaal verkeerd. Ze praten dan veel en luisteren niet. En ik denk dat dat een belangrijk punt is: men moet luisteren. Klopt wat
ik daar aanbied, echt met de behoeften die er zijn? Of moet ik iets aanpassen of heel anders doen? Dat is het ene. En het tweede, wat we allemaal in overweging zouden moeten nemen: falen hoort bij ondernemen. Dat wil zeggen, het is geen schande als er eens iets mislukt of iets niet lukt. Het belangrijke is dat men dan weer opstaat en niet blijft liggen en dan doorgaat. En een derde is dat velen het ondernemerschap verheerlijken en menen dat ze daarbij gewoon schatrijk worden
en een gaaf leven hebben. Dat mag dan ook wel zo zijn, maar in veel gevallen is het eerst eens hard werken en een gevoel daarvoor. En iedereen zou zich dat goed moeten overwegen. Ik moedig daartoe aan – kies daarvoor, bekijk dat eens. Dit is nu geen 'Blijf ervan af', integendeel. Ik vind het een geweldige zaak, het geeft ontzettend veel plezier. Maar men moet er ook enigszins affiniteit mee hebben en dat kunnen dragen. En het is nou eenmaal zeer
hard werken en niet de gemakkelijkste weg om rijk te worden. Ja, dat zie ik net zo. En misschien tot slot: zijn er thema's of een boodschap die u graag nog een keer zou willen verkondigen, of ook hoe de mensen u het beste kunnen volgen en waarop u zou willen wijzen. Dus, ik zou me verheugen als zoveel mogelijk mensen die de toekomst vormgeven als thema hebben, aan de ene
kant meediscussiëren, ons dus vanuit die visie beïnvloeden, maar dan ook aanpakken en in hun omgeving degenen die ze herkennen, die daar iets doen, dat ze die ook ondersteunen – en niet de 100 redenen noemen waarom dat zeker zal mislukken, en dan kijken: 'Haha, had ik toch gezegd dat dat niet zou werken!' – maar daar actief worden en helpen en ondersteunen dat er iets beweegt, en ook beslist anderen helpen, niet alleen zichzelf. Ja. Dat herinnert me aan mijn eerste ervaring in
de VS, waar 'How can I help you?' zo'n zin is die vaak gezegd wordt – deels als een frase, maar deels ook echt zo bedoeld – en dat kunnen we, denk ik, ons ook wat van aangeleerd. In die zin: Hoe kan men u nog eens helpen, Achim? Misschien is er een concreet streven waarbij u denkt, vandaag of in de komende maanden kan men u helpen. Ja, ik verheug me natuurlijk als bijvoorbeeld de thema's uit het boek 'Zukunftslust', als
die verspreid worden, als velen zich dat bekijken en me daar ook feedback op geven – beslist ook een kritische, wat ze ervan vinden, of ze dat goede ideeën vinden. Dus ik zoek de uitwisseling in het constructieve. Ja, en daar zou ik me natuurlijk over verheugen als er nog meer feedback over komt. Er is veel feedback daarover, veel goede discussies die ik daarover voer, en ik verheug me als dat nog bredere kringen trekt. Hartelijk dank. Behoud dan die goede
positieve stemming en verspreid die verder. Ik wens u ook veel succes daarbij en dank u dat u de tijd heeft genomen. Laten we graag in contact blijven. Heel graag, het was leuk. Ik wens u ook alles goeds. Dank u. Dag. Dat was een boeiende aflevering met Achim Kampker, professor van de RWTH Aachen. Ik heb daar echt veel aan kunnen overhouden, met name zijn ondernemersverhaal, hoe het tot Streetscooter kwam en vervolgens ook tegelijkertijd tot een professoraat, die omstandigheid hoe hij eigenlijk boer respectievelijk werktuigbouwkundige wilde worden en
geworden is, en met name die synergieën tussen de verschillende afdelingen, hoe het Streetscooter-verhaal uiteindelijk was en wat de reden was dat er destijds helemaal geen events waren, en hoe vervolgens het verhaal met Angela Merkel, de DHL-afdeling respectievelijk de champion daar, en dan die hoogtepunten en dieptepunten bij de productie, wat een ondernemer zoals hij heeft opgebouwd en vervolgens de problemen bij de opschaling. Desondanks, hoe men van zo'n project leert, wat een ondernemer kenmerkt, en het steekwoord
veerkracht en helpen en falen, hoe men daarmee omgaat – en vervolgens natuurlijk zijn toekomstblik en hoe men een goede, harmonieuze samenleving vormgeeft, hoe men met conflicten omgaat en positieve toekomstvorming bevordert. Daar is dat boek dat hij heeft geschreven, 'Zukunftslust', en vooral ook de verenigingen en de verdere projecten die hij aandrijft. Dus een zeer boeiende persoonlijkheid. Ik hoop dat jullie veel hebben kunnen meenemen. Als jullie opmerkingen, vragen of suggesties hebben, zoals altijd graag, dan op
LinkedIn bijvoorbeeld, en vooral: volg en deel met degenen waarvan jullie denken, dit is zeker iets voor hem of haar. Maak het goed.
Welcome to the Smart Charge by RiDERgy Podcast. This is Claudio Geyken, Founder and CEO of RiDERgy. This is your show to learn about all things energy management and smart charging innovation for electric vehicles and fleets.
Ja, schön heute, dass du dabei bist. Achim, wie geht's dir heute? Ja, Sonne scheint, tolles Wetter. Ich bin positiv gestimmt und freue mich auf unser Gespräch. Super. Ja, bevor wir wirklich ins Eingemachte kommen, damit die Zuhörer ein bisschen ein Gefühl kriegen, wer hier im Gespräch ist, kannst du auch ein bisschen ausholen. Gerne auch, wo du so herkommst, was dich zu der Person gemacht hat, die du bist. Oh, ja. Das ist wahrscheinlich ein abendfüllendes Programm. Aber ich versuche es
dann doch etwas kürzer. Ja, von Hause aus bin ich Maschinenbauingenieur mit dem Hang, aber immer zur Wirtschaft. Das, was man konzipiert, muss auch irgendwo wirtschaftlich funktionieren und verkaufbar sein. Das ist so einer der Antriebe. Ein anderes Thema ist das der Nachhaltigkeit. Ich habe mich früher, also bevor ich Maschinenbauer werden wollte, tatsächlich zum Landwirt hingezogen gefühlt. Also einen sehr starken Bezug zur Natur, aber
auch zum Thema: Wie gehen wir mit der Natur um? habe ich mich immer auseinandergesetzt. Ich bin dann eben nicht Bauer, sondern Maschinenbauer geworden. Nichtsdestotrotz hat mich dieses Thema Kreislauf – wie gehen wir mit unseren Ressourcen um? Wie können wir das, was rund um den Menschen ist, weiterentwickeln, aber eben ohne die Ressourcen rauszuquetschen – beschäftigt. Und das sind eigentlich so zwei Seiten der Medaille, die sich dann über die letzten Jahre rund um das Thema Mobilität und Batterie, in meiner
Professur auch, ja, herauskristallisiert haben. Und das ist eigentlich das, was mich auch ganz gut beschreibt. Ich bin schon pragmatisch. Ich bin kein Theoretiker, der sich überlegt, was man alles theoretisch machen könnte, und dabei bleibt es dann, sondern ich möchte auch, dass das, was ich mir überlege, tatsächlich Realität wird. Und dafür kämpfe ich auch. Und dafür setze ich mich ein. Und so ist zum Beispiel Streetscooter entstanden – dieses Elektro-Zustellfahrzeug für die Deutsche Post – aus einer Idee: Wie können wir Zustellungen nachhaltig machen? Sind dann
tatsächlich 30.000 Fahrzeuge entstanden, die das auch wirklich tun. Und das ist Ansporn und Ziel. Total, ja. Ja, spannend. Da vielleicht ein bisschen ausgeholt: Was hat dich dann vom Maschinenbauer hin zum Professor gebracht? Wie kam das zustande? Ich habe ja promoviert am Werkzeugmaschinenlabor, das auch so ein Stück weit die Transformation kommen sah. Das ist ja ein Institut, das sehr stark automotive-lastig ist und da auch den Fokus drauf hat. Und in der Promotion habe ich eben mitbekommen, was
Professoren auch für einen Gestaltungsfreiraum haben, mit dem man natürlich verantwortlich umgehen muss, aber den man eben auch hat. Das heißt, man kann Dinge vorantreiben, Ideen generieren und daraus etwas machen. Und das hat mich wirklich fasziniert und auch gecatcht. Das fand ich sehr, sehr cool, muss ich sagen. Dann bin ich ja erstmal in die Industrie gegangen, aber dann kam relativ schnell das Angebot: Hey, hast du nicht Interesse, so ein Fahrzeugthema mit einer Professur zu verbinden? Also das Thema Streetscooter. Und das fand ich
dann richtig stark. Da habe ich gesagt, ja, super – diesen Gestaltungsraum, aber zielgerichtet auf ein Thema, auf ein Projekt. Und so bin ich in Richtung Professur marschiert, und es ist dann eben das rausgekommen, was rausgekommen ist: dass wir einen Lehrstuhl nur für dieses Thema schrittweise aufgebaut und stark und groß gemacht haben. Interessant. Also das Streetscooter-Projekt war wirklich auch der Anfang der Professur. Ja, mir ist eben wichtig – ich bin keiner, der
nur selbstverliebt in der Forschung verharren möchte und damit schlussendlich genug hat, sondern ich möchte immer diesen Transfer haben. Also, dass das, was man erforscht, daraus auch etwas wird. Man nennt das ja Impacts, dass irgendwas daraus resultiert. Und das fand ich an diesem Streetscooter-Beispiel super. Es ging ja darum, einmal zu untersuchen: In der letzten Meile, macht da Elektrifizierung Sinn? Das war ja ein Teil des Forschungsgegenstandes. Und der andere Teil war schlussendlich: Wie kann ich schneller entwickeln? Und gerade das ist
aus meiner Sicht nach wie vor ein Kernthema. Wir sind in Deutschland viel, viel zu langsam und behäbig. Das dauert alles ewig. Und das hat jetzt nicht nur im Bereich Nachhaltigkeit Bedeutung. Viele denken ja, das wäre quasi eine Nickeligkeit von irgendwem gegen das Thema Nachhaltigkeit. Es ist ja überall so. Also egal, worum es geht, es dauert bei uns. Und das müssen wir wieder aufbrechen. Also, wie können wir dahin kommen, dass wir Dinge wirklich schnell machen und nicht, dass „Deutschland-Geschwindigkeit" ein
Witz ist, weil es so langsam ist. Mir sagen die Ausländer immer: Herr Kamka, wenn ich mit Ihnen zusammenarbeite, aber bitte nicht in Deutschland-Geschwindigkeit, sondern China-Geschwindigkeit. Und das fuchst mich wirklich ungemein, dass ich mir das anhören muss. Und das will ich wieder ändern. Und das war tatsächlich, als wir das mit Streetscooter gemacht haben, noch nicht der Kern im Sinne, dass ich das als großes Problem in Deutschland gesehen habe – das ist ja jetzt
15 Jahre her, als wir damit angefangen haben. Aber das hat sich eigentlich herauskristallisiert, dass das immer mehr eines unserer Kernprobleme ist, dass wir nach wie vor zwar gute Ideen haben. Das muss man schon sagen. Es mangelt nicht an Ideen in Deutschland, aber an der Umsetzung und vor allen Dingen an der Geschwindigkeit der Umsetzung. Und das fällt uns immer häufiger auf die Füße und macht unsere bisherigen Stärken eigentlich obsolet. Das müssen wir dringend wieder aufbrechen. Ja, da bin
ich komplett bei dir. Und wie stellst du dir das vor? Oder hast du da auch Ansätze, wie du das angehst, dass man diese kulturellen Gegebenheiten angehen kann? Ich glaube, erst mal ist es ein Thema, dass es zu akzeptieren gilt. Also dass wir nicht hingehen und weiter arrogant oder überheblich sind, nach dem Motto: Wir sind der Maßstab, an dem sich die Welt orientiert. Das eine ist erst mal die Einsicht. Dafür kann ich jetzt erst mal nur werben. Da gibt's
aber erstaunlich viel Widerspruch noch. Nach dem Motto: Mit dem Thema Geschwindigkeit geht's noch. Da sagen alle: Ja, ja, könnte schneller gehen. Wenn man dann sagt, OK, was muss man tun? Man muss Bürokratie abbauen – aber auch nicht nur auf der öffentlichen Seite, sondern auch in den Unternehmen. Es ist ja mitnichten so, dass das Problem nur der Staat ist, sondern auch wenn ich in Konzerne oder sowas reingehe, habe ich ja genauso eine Bürokratie schlussendlich aufgebaut, oder in irgendwelchen anderen Institutionen. Also das Erste ist mal
die Einsicht, und das Zweite ist dann, dass man wirklich den Mut hat, dann wirklich auch Dinge aufzubrechen. Denn die Regeln – und das muss man ja auch sagen – die sind ja nicht böse oder vom Himmel gefallen, sondern man hat die ja immer mehr aufgebaut. Um es mal plakativ zu machen: Wenn ich vom Thema Brandschutz rede, macht es ja durchaus Sinn, wenn ich irgendwo was feststelle, wo eine Gefährdung von ausgeht, dass ich dann eine Regel aufschreibe, so nicht, bitte anders. Das
heißt, jede einzelne Regel macht dann doch irgendwie Sinn – führt aber trotzdem dazu, dass ich eigentlich fast nichts mehr machen kann. Das heißt jetzt aber nicht, und deshalb ist es nicht so einfach: Das kann ruhig alles abbrennen. Natürlich nicht. Natürlich wollen wir keine Menschen gefährden, aber man muss trotzdem ein bisschen radikaler da drangehen und entschlacken. Wenn Menschen gefährdet werden, ist das natürlich ein No-Go. Aber es gibt ja viele andere Bereiche, wo ich nicht über Tod und Leben rede, wenn ich Regeln
habe. Und da glaube ich, macht's schon mehr Sinn, einmal wirklich mal was wegzuschlagen und dann neu aufzubauen. Insbesondere bei neuen Themen. Und das geht ja bis in Sachen, die mit Elektromobilität eigentlich gar nichts zu tun haben. Deshalb sage ich, ist das nämlich nur ein Nachhaltigkeitsthema – Brake-by-Wire oder sowas. Dass wir sagen, es ist ein Sicherheitsthema, dass wir irgendwo noch ganz vereinfacht was Mechanisches haben, was
das schlussendlich irgendwie durchrutscht. Und jetzt diesen Schritt zu machen – da sagt man erst mal, könnte was passieren, könnte unsicher sein. Deshalb tun wir uns dann sehr schwer. Aber damit fährt der Zug wieder ab. Wir gucken immer auf die Risiken und zu wenig auf die Chancen. Und das ist ja auch eine Art von Risiko. Das europäische Vorsorgeprinzip, dass wir alles lösen wollen, bevor wir überhaupt anfangen – da ist mein konkreter Ansatz zu sagen: Nein, wir müssen
auch mal Dinge tun, ausprobieren. Dann kann ich ja immer noch nachjustieren, wenn sie groß genug sind. Aber ich muss gewisse Risiken einfach mal eingehen und die auch tragen – als Gesellschaft, als einzelne Person. Da brauchen wir wieder mehr Risikobereitschaft. Und siehst du da auch – das ist ja ein großes Thema, gerade auch Bürokratieabbau. Und wie du schon sagst, auch die letzte „Lage der Nation", falls du die gehört hast – das war auch ein großes Thema, inwiefern man Risiko minimiert und gleichzeitig
aber nicht neue Risiken schöpft, wenn man die ganze Bürokratie abbaut. Siehst du gute Ansätze, insbesondere in Europa, die besser funktionieren als vielleicht in Deutschland oder in den USA? In Europa eigentlich leider bisher nicht. Wir haben in Europa so den Anspruch entwickelt, dass wir richtig liegen und die anderen sich an uns orientieren. Und ich glaube, da muss man einfach mal gucken – in dem Fall tatsächlich – was USA und China machen. In der Diskussion jetzt beileibe nicht, dass wir das jetzt alles
exakt irgendwo kopieren. Aber es gibt ja schon Dinge. Es ist ja nicht alles schlecht und böse und abzulehnen, was woanders schlussendlich passiert. Und diese Ansätze, die es in den USA jetzt gibt, wirklich radikal zu sagen: Pass mal auf, wenn du ein neues Gesetz machst, musst du vieles abschaffen – das finde ich tatsächlich ganz charmant. Weil natürlich führt das zu Diskussionen und manche werden getroffen. Aber genau dieses Aushalten und diese Diskussionen brauchen
wir. Oder in China, dass da gesagt wird: Ich mache das großflächig, probiere in unterschiedlichen Regionen unterschiedliche Ansätze aus und gucke dann, was am besten funktioniert und was nicht. Natürlich dürfen wir das nicht in der Brutalität machen und auf Kosten von Menschen. Aber diese Ansätze sind, finde ich, ganz interessant. Wo man sagt, OK, ich schneide mir bestimmte Dinge raus und setze das dann um. Also ich würde mich zum Beispiel freuen, wenn wir sowas wie analog der
Wirtschaftszone, so eine Innovationszone zum Beispiel einrichten könnten in Deutschland, oder mehrere, wo nicht eine einzelne Innovation, sondern gebündelt das, was möglich ist. Wird zum Beispiel hier rund um die Braunkohle-Löcher, wo sowieso neue Siedlungen auch entstehen, dass wir dann da sagen: da haben wir den Freiraum, da gelten etwas andere Regeln. Ich würde da sofort mit meiner Familie hinziehen und auch da leben. Und das ist eben was völlig anderes als ein Prototyp, oder so wie wir das bisher sehen, dass wir in irgendeiner Stadt mal ein
paar Ladesäulen hinstellen und sagen, das ist ein Feldversuch. Sondern da geht es darum, maximal alles, was uns so einfällt, eine Innovation aufeinander abgestimmt, wirklich in Umsetzung zu bringen. Und ich glaube, damit könnte man gesellschaftliche Diskussionen auch deutlich abkürzen, indem man wirklich sieht, was passiert, wie wir Menschen darauf reagieren, ob wir es annehmen, ob wir es gut finden, ob es in marktwirtschaftliche Abläufe halt reinfällt. Und ich glaube, solche Ideen, die brauchen wir jetzt und müssen sie dann wirklich machen. Also, ich komme immer wieder da
drauf: lieber mal was falsch machen als Stillstand schlussendlich zu haben. Und dafür haben wir ja irgendwie Angst. Und dann kommen immer alle angerannt mit irgendwelchen Horrorszenarien, was dann alles passieren könnte. Deshalb bin ich ja dabei. Diese Innovationszone soll ja nicht ganz Deutschland oder ganz Europa sein, sondern dass man schon abgegrenzte Bereiche schlussendlich hätte für solche Versuche. Aber wir müssen, glaube ich, wirklich in so ein Doing reinkommen und diese Freiräume auch wieder geben, sonst strangulieren wir uns selbst und sind eigentlich die perfektionierte Langsamkeit.
Und ein gutes Beispiel von auch-Machen, oder wie man coole Innovationsprojekte in die Praxis bringt, ist ja auch das Ökosystem RWTH Aachen. Kannst du vielleicht auch mal darauf eingehen, was du denkst, die RWTH Aachen besser macht als andere, was dann auch dazu führt, dass man so große Projekte wie den Streetscooter auf den Weg bringt? Ja, ich will jetzt gar nicht beurteilen, ob das besser oder schlechter ist. Es ist auf jeden Fall ein guter Ansatz, dass
man Wert darauf legt, dass es einen Transfer gibt. Soweit ich das überblicke, erkennen das andere aber auch. Aber was gehört dazu? Da gehört natürlich dazu, dass ich ganz unterschiedliche Fähigkeiten an der RWTH habe, die man sinnvoll miteinander kombiniert. Einfaches Beispiel beim Streetscooter war, dass es tatsächlich sehr wenig Zusammenarbeit vorher zwischen E-Technikern und Maschinenbauern gab, wo man jetzt sagt, es sind beides Ingenieure, sollte eigentlich sehr nah beieinander sein. Aber in so einem Projekt wirklich diese Kompetenzen einfach mal zu bündeln und gemeinsam an
einem Strang zu ziehen – und das muss noch viel mehr kommen. Das wird über sogenannte Profilbereiche an der RWTH eigentlich unterstützt, dass man wirklich nicht nur in seiner Fakultät, in seinem Themenbereich bleibt, sondern guckt, wie können andere Wissensthemen dabei helfen? Da habe ich dann auch andere Netzwerke, andere Partner aus der Industrie, die gemeinsam Themen vorantreiben. Und das ist eigentlich bei vielen Themen so, dass es nicht mehr nur ein Themenbereich ist, den
ich einfach ändere und dann läuft es besser. Bei der E-Mobilität bräuchte ich Ladeinfrastruktur, ich brauchte auf einmal die Netze. Also, wo kommt der Strom überhaupt her? Vorher kam aus der Zapfsäule das Benzin. Jetzt muss ich eine andere Infrastruktur, die es in der Art und Weise schon gibt, aber nicht für diesen Zweck, nicht für diesen Purpose, auf einmal zusammenbringen. So ein Riesenvorteil an der RWTH ist, dass egal eigentlich welches Thema man hat, es einen
Ansprechpartner schlussendlich gibt, mit dem man reden kann, der wieder sein Netzwerk mit einbringen kann. Und ich glaube, das ist eine Stärke: der Wille zum Transfer, die Vielfalt, die wir thematisch schlussendlich haben, und damit dann eben wieder der Praxisbezug. Und so entstehen dann eben Dinge wie der Streetscooter und daraus ja auch weitere Ausgründungen. Auch das wird ja immer mehr nach vorne gebracht. Da fand ich zumindest immer die Münchner zum Beispiel auch spitze, was das Thema Ausgründung, Unterstützung, Finanzierung angeht. Da hat
die RWTH sehr, sehr stark aufgeholt und ist jetzt da auch in der Spitzenposition. Und ich glaube, das Wichtige ist jetzt, dass wir gegenseitig gucken, was machen die anderen Universitäten gut – und das kopiert jeder bitte. Und dann rennen wir alle in ähnliche Richtungen, nämlich in die Umsetzung, dass wirklich was rauskommt aus dem, was wir erforschen. Und das ist ja eines der Probleme, die wir in Deutschland – oder Herausforderungen, die wir in Deutschland massiv haben –, dass wir bis zu diesem Punkt, wo es Ergebnisse im Sinne
von IP, Patenten und so weiter, da sind wir eigentlich weltweit mit vorne dabei, aber in der Umsetzung eben nicht. Das heißt, da wird nicht genug Wertschöpfung schlussendlich draußen. Deshalb kann ich nur dafür werben, dass wir uns alle auf den Weg machen, das besser zu machen, das zu optimieren. Und da ist die RWTH mit Sicherheit vorne dabei. Aber auch da können wir noch viel machen. Das ist aber erkannt, und das ist auch gut so. Und den Wettbewerb, den sehe ich weniger innerhalb von Deutschland.
sondern der ist ja ein paar 1000 Kilometer weiter weg im Osten und im Westen. Ja, wo wir wirklich sagen müssen, die machen alle einen sehr guten Job, was das Ergebnis angeht. Und daran müssen wir uns messen. Wir sollten andere Wege gehen, aber wir müssen uns trotzdem am Ergebnis irgendwo messen, an diesem Transfer und an dem Output. Und da müssen wir halt reingehen. Und das macht an der RWTH allerdings auch sehr viel Spaß, genau in diese Richtung zu gehen. Ja, und Stichwort Umsetzung:
Hol uns doch mal ab, ein bisschen. Was waren so die Meilensteine von Streetscooter? Also, auch für die Zuhörer: das ist ja eines der größten Projekte gewesen, auch ganz früh schon in der E-Mobilitätsgeschichte, wenn man so will. Dass man da so Mut gezeigt hat und auch dann so ein Projekt in die Wege geleitet hat. Du warst ja nicht die ganze Zeit dabei. Vielleicht kannst du – vielleicht verfolgst du das ja noch, jetzt, wo du nicht
mehr dabei bist. Aber kannst du nochmal abholen, was so Höhepunkte oder auch sehr große Herausforderungen waren, die ihr hattet, und wie ihr damit umgegangen seid? Also, Herausforderungen gab's auf jeden Fall viele. Ich glaube, das Wichtige ist: das hat ja mit der Vision eigentlich begonnen. Ich habe das eben ja schon kurz gesagt, das schnelle Entwickeln mit wenig Ressourcen. Und dann hat man eben nach einem Beispiel gesucht, mit dem das geht, wo aber auch
viele sich dafür interessieren, wo man auch mitreden kann. Und so sind wir eben auf das Thema Fahrzeug schlussendlich gekommen und haben gesagt, das ist ein sogenanntes Fallbeispiel, mit dem man das nutzen kann. Wichtig ist aber auch, dass wir Partner an Bord holen, die sowas industrialisieren, weil sonst bin ich irgendwo in einem Labor – man kann immer viel erzählen und viel erforschen. Da war eben schon angelegt: die Vision, da soll was draus werden. Und dann der erste Meilenstein. Klar war die
Vision, es soll was daraus werden, aber wir haben uns dann klare Ziele gesetzt. Und das erste war, dass wir zu einer IAA, also zu der Automobilausstellung, ein lauffähiges Fahrzeug präsentieren können, was insbesondere durch mittelständische Partner, durch die Zulieferindustrie, getragen wird. Das war ein Etappenziel. Und zunächst haben wir auch nur bis dahin gedacht. Das war dann sehr erfolgreich. Es ist ja auch – damals war Angela Merkel Kanzlerin – sie ist dann auch
an unseren Stand da gekommen. Und das hat eine gewisse Aufmerksamkeit gegeben. Warum weise ich darauf hin? Weil sowas natürlich auch eine Rolle spielt: tue Gutes und rede darüber. Wenn wir alles für uns behalten und nicht darüber reden, kann auch keiner darauf aufmerksam werden und sagen: „Hey, das ist ja interessant für mich." Und über diese Aufmerksamkeit ist ja die Deutsche Post auf uns aufmerksam geworden. Der Jürgen Gerdes hat gesagt: „Hey, das ist ja eine interessante Sache. Könnte man mir in der
Art und Weise nicht ein Zustellfahrzeug machen?" Und so war ja das, wovon heute viele reden, der Streetscooter geboren. Wir haben dann gesagt: „Jawohl." Wir haben vorher über Pkw geredet, ja, Kleinfahrzeuge, und haben sehr schnell gesagt: „Hey, das ist eine echte Chance, dass das, was wir an Idee haben – nämlich ein schnelles Entwickeln mit wenig Ressourcen – tatsächlich in die Umsetzung geht, gemeinsam mit der Deutschen Post." Und haben diese Chance ergriffen. Es war also tatsächlich auch eine Adaption gewesen von dem ursprünglichen Plan, einen kleinen Pkw zu machen, diese
Chance zu ergreifen. Und ich glaube, das ist auch wichtig zu verstehen. Im Nachhinein guckt man sich die erfolgreichen Fälle immer an und sagt: „Ja, war ja klar und war genial geplant." Das ist in den allermeisten Fällen eben nicht so. Das heißt, es gehört eine ganze Menge Adaptionswillen auch dazu. Und wenn man merkt, ich laufe gegen die Wand, dass man auch mal außen rumgeht und einen anderen Weg sich halt sucht, wie man schlussendlich weiterkommt. Die Vision – nochmal – ist die gleiche
geblieben: mit wenigen Ressourcen schnell zu entwickeln und aufzuzeigen, dass sowas funktioniert. Aber der Weg dahin war dann auch von vielen Umwegen und teilweise auch von Glück geprägt, muss man sagen. Also, dass die Deutsche Post auf uns aufmerksam geworden ist, war ein Glücksfall meiner Meinung nach. Das ist ja auch nicht selbstverständlich. Klar hat man Fleiß und Arbeit und Kompetenz reingesteckt, aber es kommt dann auch immer auf die wichtigen und richtigen Entscheidungen an. Und dann kam eigentlich jede Etappe: die ersten
50, die ersten 100, die ersten 1000 Autos. Und jedes Mal gab's natürlich Engpässe, Probleme, Herausforderungen. War auch öfter mal knapp, dass man mit den Ressourcen eben auskommt. Aber da kam es dann an auf ein Team, was sehr, sehr stark zusammengehalten hat und auch den absoluten Willen gehabt hat, Dinge zu schaffen, gemeinsam daran zu ziehen und auch wirklich Einsatz zu zeigen. Und das ist auch nochmal ein wichtiger Punkt, dieses Leistungsprinzip. Auch darüber müssen wir, glaube ich, wieder mehr reden, dass es
eben nicht nur darum geht, wie ich mich selbst irgendwie erfülle und für mich selbst – Ich, ich, ich – sondern in einem Team, in einem Wir, zu gucken: ein gemeinsames Ziel zu haben, sich dafür einzusetzen, das voranzutreiben, sich nicht immer an erster Stelle selber zu sehen, sondern auch für so eine Vision – nicht sich zu opfern, aber sich einzusetzen und Leistung zu bringen, auch über das normale Maß hinaus. Auch das war ein Erfolgskriterium, was ich glaube, auch in der Vergangenheit ganz, ganz oft in Deutschland eben
der Fall war, dass sich Menschen, Persönlichkeiten und ihre Teams – das oft redet man dann ja immer nur über die einzelne Person, aber dahinter steht ja in fast allen Fällen eigentlich eine Teamleistung – dass man da zu sehr, sehr viel in der Lage ist und damit auch nochmal eine Positivbotschaft. Wenn wir wirklich was wollen als Menschen in unserem Land, dann können wir verdammt viel erreichen, auch wenn die Rahmenbedingungen nicht die besten sind. Ja, auch das ganze Wirtschaftswunder in Deutschland, von dem man ja so oft redet. Nach dem
Zweiten Weltkrieg. Was hatten wir da für Aussichten und Ausgangssituationen? Die waren ja beileibe keine positiven. Man hatte quasi Schande über sich gebracht. Alles war kaputt, alles lag danieder. Es fehlte auch an ausgebildeten Menschen. Und trotzdem hat dieser Wille, wieder was aufbauen zu wollen, dazu geführt, dass wir viele Jahre eine sehr, sehr gute Zeit hatten und, ja, manche reden von einem Wunder schlussendlich. Und deshalb auch heute: wenn wir bei Streetscooter über alles gejammert hätten, immer nur darüber, was halt alles nicht passt. Und
wie schrecklich und schlimm die Rahmenbedingungen sind. Dann hätten wir, glaube ich, auch keine 30.000 Fahrzeuge gebaut. Und so kommen halt ein paar Sachen zusammen. Also mein Mindset: wo will ich hin, wirkliche Kompetenz und Leistung bringen und gucken, was man aus der jetzigen Situation auch machen kann. Und wenn es dann mal links rum oder rechts rum geht, auch anpassungsfähig sein und agil, sich nicht frustrieren lassen und mit einer gewissen Demut an die Aufgabe herangehen. Ja, spannend. Und wie war's für dich persönlich
dann – oder kurz vielleicht noch zum Team: wer stand noch um dich herum? Ich weiß, dass Professor Schuh ja auch immer an der RWTH Aachen sehr aktiv ist in die Richtung. Vielleicht kannst du da noch mal drauf eingehen – auf das Team und wie du dann Streetscooter abgeschlossen hast und was danach kam. Ja, genau. Also Team – klar. Einmal auf Professorenebene: Günter Schuh hast du gerade schon genannt, war ja mit einer der Ideengeber
auch. Er hat sich ja weiter in Richtung PKW entwickelt schlussendlich. Aber er hat natürlich auch dafür gesorgt, dass es diese Umgebung und diese Möglichkeit überhaupt gab. Das muss man eben auch klar sagen: eine etablierte Persönlichkeit hier im RWTH-Umfeld, der diese Chance auch ganz klar ermöglicht hat. Also sowas braucht man eben auch, genauso wie ein Jürgen Gerdes auf Post-Seite. Es sind auch immer die Rahmenbedingungen, dass Leute daran glauben, die auch einen bestimmten Einfluss
haben und damit auch den Rücken freihalten können. Es waren aber – ich hab's eben auch schon gesagt – auch die Kollegen aus der E-Technik, zum Beispiel ein Dirk Uwe Sauer, der seine Expertise par excellence eingebracht hat, und viele mehr auf der Professorenebene. Dann aber eben auch die, die wirklich die tägliche Arbeit gemacht haben, wie CTO Fabian Schmidt – Kompetenzträger, die tagtäglich den Job erledigt haben – oder im Bereich Produktion Tobias Reil. Also ganz, ganz
viele, die dieses Team auch geformt haben mit mir zusammen, wo man auch eine große Loyalität einfach entwickelt hat und eine Leidensfähigkeit, dass man diesen Weg eben auch gehen kann. Also da sind wir wieder bei den Rahmenbedingungen im Sinne von: auch mal eine Truppe machen lassen. Nicht helikoptermäßig die ganze Zeit: nein, das darfst du nicht, nein, lass mal hier, nein, das ist jetzt nicht. Sondern sagen: ich vertraue einer Gruppe von Menschen Ressourcen an, habe schon hohe Anforderungen, da muss was draus werden. Freiheit verpflichtet
auf der anderen Seite. Wir freuen uns ja alle über Freiheit, müssen sie aber dann auch richtig nutzen. Und das war da schlussendlich eigentlich gegeben. Ich bin ein Typ, der gut 80 % kann. Also ich kann gut anbahnen, bis zu einem bestimmten Grad konfigurieren und vorantreiben. Die Perfektion – ja, was in Deutschland teilweise überbewertet wird – über 100 % ist ja auch gut, also viel darunter
sollte man ja dann auch nicht sein. Das ist das, was mir nicht liegt: so eine Industrialisierung, wirklich auf eine Großserie zu kommen, ist nochmal natürlich ein ganz anderes Spiel. Und da sollte man sich auch nicht überschätzen und meinen, auch als Start-up – das ist oft in den Leuten, die was gründen: sie haben dann den einen oder anderen Erfolg und werden irgendwann größenwahnsinnig und glauben, sie könnten alles. Da ist es
glaube ich wichtig, irgendwann den Punkt auch selber zu erkennen, wo man sagt: OK, das ist jetzt nicht meine Expertise, und da muss ich dann auch raus und Platz lassen für andere schlussendlich. Das habe ich gemacht. Ich habe gesagt, ich gehe wieder quasi zurück an das, wo ich wieder neu transferieren kann. Das ist, glaube ich, meine Fähigkeit – da habe ich Spaß dran, da bin ich gut drin – das wieder zu machen. Und da muss man auch Dinge loslassen können. Und das
war eine ganz konkrete, bewusste Entscheidung, Streetscooter dann loszulassen und wieder an den Ort zurückzugehen, wo neue Ideen generiert werden können und man eigentlich die nächsten Sachen wieder transferieren und anschieben kann. Und zum Verständnis auch: am Anfang gab es ja schon OEMs mit Vans, allerdings haben die es eigentlich nicht elektrisch machen wollen. Das war so das große Problem auch für die Post und andere, die Nachhaltigkeit im Alltag wollten, aber die OEMs, die man
so kennt, das noch nicht bieten konnte, ne. Genau. Also zu dem Zeitpunkt muss man ja sehen, dass da 2010-2011 – also erstens war da die Finanzkrise gerade vorbei. Also ging eigentlich alles eher runter. Das war ein schwieriges Umfeld. Und zum anderen war E-Mobilität mitnichten irgendwas, was da schon hoch gelobt wurde, sondern das war ja eine Diskussion: Macht das überhaupt Sinn? Wollen wir das überhaupt? Genau. Und es gab im Van-Bereich eigentlich kein vernünftiges Angebot, kein elektrifiziertes Angebot. Und
zum anderen gab es keinen auf die Zustellung zugeschnittenen Van in der Struktur, in dem Design. Man muss sich vor Augen führen, dass ich mehrere hundert Male am Tag ein- und aussteige, wenn ich Post und Pakete zustelle. Das war ja die Verbundzustellung, also Briefe und Pakete zusammen. Deshalb ist das Fahrzeug auch im Verhältnis klein. Es ist ja kein Paketzustellfahrzeug, sondern eins, wo ich Briefe und Pakete zusammen austrage. Deshalb ist es verhältnismäßig klein. Und viele sagen ja immer,
ist ja gar kein Paketfahrzeug, ist viel zu klein dafür – genau, es ist eben für diesen Zweck gemacht. Und innerhalb dieser Spezifikation brauche ich auch eine Ergonomie für das Ein- und Aussteigen, das Entnehmen der Pakete, weil viele zum Beispiel auch Hundefutter oder sowas zustellen. Da wiegt dann so ein Sack, also ein Paket, entsprechend. Das muss ich, ohne dass ich meinen Rücken kaputt mache, raus- und reinkriegen. Und so sind verschiedene Dinge neben der Nachhaltigkeit als Gesamtkonzept zusammengekommen, dass ich wirklich ein Werkzeug
für diesen Prozess der Deutschen Post designt habe, schlussendlich als Ergebnis. Und das gibt es bis heute nicht – was adäquat ist. Es gibt jetzt elektrifizierte Fahrzeuge, aber dieses Werkzeug, was alle diese Eigenschaften mit sich bringt – für diesen sehr spezifischen Fall, muss man ja auch sagen. Das ist ja kein Produkt, was für alle einsetzbar ist, sondern das ist ein spitzes Produkt, also zugeschnitten auf einen bestimmten Anwendungsfall. Und das gab es nicht und gibt es bis heute so nicht, außer dem Streetscooter selbst.
Und wie schaust du allgemein auf den Markt? Rivian hat ja den großen Deal dann gemacht mit Amazon – 100.000 Vans bis 2030, glaube ich. Und Streetscooter – ich weiß nicht, wo der letzte Stand jetzt ist, aber es hat sich ja dann leider nicht so skaliert, wie man es vielleicht erhofft hätte, aus deutscher Sicht, dass man da so eine richtige Tesla-Story mit Streetscooter gemacht hätte. Da gibt's ja genügend Markt
über die Deutsche Post hinaus. Hast du da Gedanken dazu, wie das ist, wie du es dir gewünscht hättest oder wie der Markt sich entwickeln wird? Ja, die Frage ist ja schlussendlich: wenn ich in den Massenmarkt reingehe, kann ich das Produkt ja auch nicht so maßschneidern, sondern muss dann, wie das bei anderen Fahrzeugen eben auch ist – für Handwerker, für andere – Kompromisse eingehen, dass ich es schlussendlich breiter aufstelle. Und bei
dem Streetscooter-Produkt ist man eben den Weg gegangen, dass man sehr scharf auf den Anwendungsfall zugeschnitten hat. Was es jetzt sehr wohl gibt, sind elektrifizierte Vans. Und das ist ja mit ein Erfolg, dass die auch tatsächlich als erste relativ schnell nachgezogen haben. Das heißt, ich sehe das nach wie vor aus der universitären Sicht als Erfolg, dass wir ein Thema angestoßen haben, was dann auch aufgegriffen worden ist. Es ist richtig, es ist nicht gelungen, daraus schlussendlich ein Unternehmen zu machen, was
vergleichbar mit Tesla oder sowas ist – aber auch die Frage ist, ob das der Anspruch oder überhaupt möglich ist in so einem Van-Bereich, ne? Gut, ich glaube, da kann man jetzt viel darüber diskutieren: hätte, könnte, wäre, wenn. Klar kann man Sachen immer besser machen. Aber nochmal: dieses Anstoßen, dass die letzte Meile elektrifizierbar ist – das kann uns im wahrsten Sinne des Wortes keiner nehmen, diesen Erfolg. Und das war ja eigentlich auch das Ziel, dass es gelungen ist,
etwas zu entwickeln, in Serie zu produzieren und damit einen Nachweis zu erbringen. Und dann lag's ja auch in anderen Händen. Und ich glaube, da ist es jetzt auch müßig, darüber zu diskutieren, wie man das anders hätte machen können. Da gibt's ganz viele Meinungen, und den Mehrwert, das zu diskutieren, sehe ich im Nachhinein nicht, ne. Ein paar Jahre vorher – da war's sinnvoll, das zu diskutieren. Jetzt glaube ich, ist es wichtig, die Lehren daraus zu ziehen. Und zwar
müssen wir schon gucken, wie es in Deutschland gelingen kann, dass wir Dinge dann auch richtig groß machen. Dass wir eben nicht nur bis zu einem bestimmten Bereich kommen, sondern sagen: wie ist das richtige Skalieren einer Idee? Das ist – da ist Streetscooter ein Beispiel dafür – aber es gibt leider auch ganz viele andere Sachen, wo diese Ideen oder das, was entstanden ist, quasi weggekauft wird, ins Ausland geht und da groß gemacht wird. Und ich glaube, da müssen wir
in den Strukturen auch noch mal nachbessern. Das sind ja Investmentfonds und solche Themen – dass wir diese Skalierung angehen und auch große Sachen mit großem Geld in bestimmte Sachen reingehen. Da haben wir noch Verbesserungspotenzial als Volkswirtschaft. Ja. Und das Projekt gibt's ja noch. Also die Streetscooter sind ja noch im Betrieb. Nur dass die Fahrzeuge nicht so einfach zu ersetzen sind, was ja jetzt eher dafür spricht, dass es sinnvolle und gute Produkte sind. Wenn sie ersetzbar wären, wären
ja schon viel mehr davon, dann wieder ausgeflottet. Genau. Und wir kommen noch mal auf das Thema Laden zu sprechen. Bevor wir das machen, noch mal: Du hast ja ein paar Organisationen auch, die wir vielleicht hier erwähnen könnten. Du hast ja auch verschiedenste Rollen, die vielleicht auch noch spannend sind, kurz zu beleuchten. Du hast da auch ein Stichwort genannt: Wir brauchen Kapital. Du hast dich ja, glaube ich, auch ein bisschen in der Investorenszene bewegt.
Was fehlt deiner Meinung nach, damit wir genügend Kapital haben, um eben so große Projekte zu skalieren? Ja, genau. Also was ich selbst gelernt habe – wir haben ja auch viele Gründungen und Ausgründungen mit begleitet – ist, dass die Teams dann immer sehr, sehr viel Zeit damit verbringen, Geld zu akquirieren, und eigentlich nicht mehr die Idee voranzutreiben. Ein Stück weit ist das natürlich auch so: Wenn ich fremdes Geld haben will, muss ich mich dafür natürlich auch einsetzen und da drum
kümmern. Es ist aber meiner Meinung nach im Vergleich zu zum Beispiel den USA ungemein schwieriger. Und das verschärft sich noch dadurch, dass wir oft aus der Historie, aus dem guten Maschinen- und Anlagenbau, den wir haben, hardwaregestützte Sachen machen. Und alle finden jetzt Software toll. Das ist ja auch extrem wichtig – da soll mich jetzt bitte keiner falsch verstehen. Selbstverständlich ist das ein Treiber, in diesen Bereichen gut zu sein und reinzugehen. Aber
die Kombination aus Software und Hardware kann schon ein Alleinstellungsmerkmal nach wie vor sein, was wir hätten. Aber dann kommt Hardware ins Spiel. Hardware kostet, das heißt, ich habe ein großes Risiko und habe oft auch im Verhältnis etwas geringere Renditechancen, zumindest zu Beginn. Und ich glaube, da müssen wir Wege finden. Das, was wir als Alleinstellung haben – dieses Zusammenspiel aus Werkzeugbau, Maschinen- und Anlagenbau, Prozess-Know-how – das zu kombinieren mit den neuen Themen: Digitalisierung, KI und so weiter, also die
wirklich richtig mit reinzubringen, auch mit dem Know-how. Aber dann könnten wir Vorteile generieren. Und dafür brauchen wir entsprechend auch Fonds, in Teilen vielleicht auch mit staatlicher oder halbstaatlicher Beteiligung, die die Stärken, die wir nun mal haben, da auch nutzen und dann ein Stück weit im Positiven lenken und eingreifen, um eben den Standort stark zu erhalten. In diese Richtung, glaube ich, müsste es gehen, und ich komme noch mal auf meine Innovationszonen zurück. Das heißt,
es gibt ein Instrumentenset, was wir, glaube ich, noch nicht in Gänze haben, was zusammenspielen muss, damit man eben erfolgreich Dinge wieder aufbaut. So, und wir haben nun mal keine – oder nicht in großem Maße – Rohstoffe in Deutschland. Das heißt, wir müssen auf andere Dinge setzen. Und da: „Ökosystem" redet irgendwie jeder von. Und dieses Set an Werkzeugen, um so ein Ökosystem zum Leben zu erwecken, da müssen wir auch ein Stück weit
schärfen und daran arbeiten. Du hast ja auch „Ingenieure retten die Welt" und das Buch „Zukunftslust" geschrieben. Vielleicht kannst du darüber ein paar Worte verlieren und vor allem auch noch Themen umreißen, die dich gerade umtreiben und die vielleicht noch erwähnenswert sind für die Zuhörer. Ja, sehr, sehr gerne. Also, wie ist das Ganze entstanden? „Ingenieure retten die Erde" hört sich ja erst mal provokant an, so nach dem Motto: Was bildet der sich jetzt ein? Da ist wichtig: Wie ist es
entstanden? Ich habe immer wieder erlebt, dass in ganz vielen Gesprächen alle immer auf die anderen zeigen. Ja, sollen die erstmal in Brasilien aufhören, den Regenwald abzuholzen, bevor wir was machen. Die großen Tanker – ah, was die alles verbrennen, ich mit meinem kleinen Auto. Oder die Konzerne sollen doch erstmal – bevor ich als Mittelstand. Immer sind's die anderen. Und wenn ich nicht Ski fahre, sollen die Skifahrer aufhören, Ski zu fahren. Und wenn ich Ski fahre, sind's die Golfer. Es ist immer ein anderer,
der irgendwie was machen soll, und ich nie selbst. Ich bin Ingenieur und ich habe mich gefragt: Hat meine Ingenieurszunft in der Vergangenheit genug dazu beigetragen, dass wir eine gute, lebenswerte Welt haben? Vieles haben wir dazu beigetragen – also meine Vorgänger. Es ist viel Gutes entstanden, aber auch Schlechtes entstanden. Und ich glaube, nicht genug. Und dieser Effekt – an die eigene Nase fassen, sich hinterfragen: Was kann ich beitragen, dass es eine gute Zukunft gibt? – so ist „Ingenieure retten die Erde" entstanden.
Und hoffentlich steht da bald irgendwann „Menschen retten die Erde". Das heißt: Wie erhalten wir uns unsere Lebensgrundlage? Darum geht es. Und der Anspruch ist: Jeder fängt bitte bei sich selbst an und zeigt nicht auf die anderen. So ist der Titel entstanden, und er ist damit eine Selbstverpflichtung. Also erst mal der Aufruf: Mach dir Gedanken. Ich mache mir Gedanken als Ingenieur. Was ist meine Rolle? Muss ich mich nicht vielmehr auch in Politik und Richtung einmischen – also nicht mehr nur ausführend sein? Irgendeiner sagt: Ich habe ein
Problem, lieber Ingenieur, löst das mal. Sondern dann auch zu fragen: Will ich dieses Problem lösen? Will ich es so lösen, wie mein Auftraggeber mir sagt? Oder möchte ich da auch mitreden und eine Richtung vorgeben? Also auch eine Philosophie und ein Ziel. Ich finde, wir Ingenieure sollten uns einbringen, auch in dem Bereich, dass wir mit über die Richtung reden – nicht alleine wir, aber mitreden, uns einbringen, insbesondere weil wir ja auch wissen sollten: Was kann ich mit Technik alles anrichten oder erreichen? Und damit diese
Richtung geben, so ist dieser Verein – ein gemeinnütziger Verein – schlussendlich entstanden. Er geht aber eben auch darüber hinaus, dass man wirklich was tut und macht. Und das habe ich in dem Buch „Zukunftslust" beschrieben. Wie kann denn sowas gelingen? Und das habe ich anhand von vielen Beispielen, die aber zueinander passen, die in ein Gesamtbild zusammengreifen. Das wäre sowas für eine Innovationszone: von der Larve der Soldatenfliege über Batterie-Recycling über Seilbahn, das wirklich mal zusammen zu denken. Und das sind alles Sachen. Und jetzt kommt das Positive:
die wir schon haben. Natürlich kann man immer noch forschen, und das sollten wir auch, und weiterarbeiten und verbessern. Aber es gibt gar keine Entschuldigung dafür, dass wir nicht jetzt das, was wir schon an Technologie zur Verfügung haben, in Umsetzung bringen und damit einen Großteil eigentlich der Probleme, die wir haben, tatsächlich auch lösen. Und warum habe ich Lust auf Zukunft? Natürlich gibt es sehr, sehr viele Sachen, die man jetzt rausblicken kann. Was läuft gerade in der Welt nicht gut? Was ist vielleicht auch
schlechter als noch vor fünf Jahren. Wenn wir auf der anderen Seite aber mal in die Menschheitsgeschichte reingucken, bin ich nach wie vor sehr, sehr dankbar, dass ich in der jetzigen Zeit lebe. Das sind die Freiheitsgrade, die ich habe. Und das ist für mich eben Verpflichtung, die auch möglichst sinnvoll einzusetzen – müssen dann irgendwann andere beurteilen, ob ich es gut gemacht habe oder nicht. Und insofern habe ich Lust, meine Zukunft zu gestalten. Und ich habe auch den Anspruch und den Willen, das zu tun.
Sonst machen es nämlich andere für mich. Wenn ich nicht aktiv sage, ich arbeite mit an der Zukunft und ich möchte mit an der Richtung mitentscheiden, dann muss ich mich auch mit einbringen. Nicht nur fordern, nicht nur demonstrieren, sondern auch wirklich anpacken und was tun. Und das sieht man, wenn man in das Buch reinguckt, dass das eben nicht Visionen von irgendeinem Durchgeknallten sind, sondern da stehen immer Personen, Menschen dahinter, die das, was da beschrieben ist, wirklich machen und tun. Und das ist
eine tolle Botschaft. Es gibt diese Menschen. Wir müssen mehr in diese Richtung gehen. Wir müssen unsere Zukunft gestalten, sonst tun es andere für uns. Und ich weiß nicht, ob wir das wollen. Die Freiheit, die wir haben – diese Kreativität, die daraus entsteht – daraus müssen wir was machen. Das ist das Fundament, was wir – im Gegensatz, in Abgrenzung zu anderen Staatsformen, zu anderen Systemen – mithaben: dass wir die Freiheit haben, unseren Grips da oben so einzusetzen, wie wir uns das vorstellen. Und daraus
müssen wir was machen. Nicht nur für sich selbst, sondern für die Gesellschaft – auch für sich selbst. Man muss sich nicht aufopfern und kaputtmachen. Aber ich glaube schon, dass das, was mir alles geschenkt ist, mich persönlich auch verpflichtet, was zurückzugeben. Und da glaube ich, dass das für viele andere Menschen, insbesondere in Deutschland, eben auch gilt. Und da sollten wir anpacken und nicht rumjammern. Ja, total sinnvoll. Eine Sache, die mich
sehr umtreibt in letzter Zeit ist: Wie schaffen wir es, auch die zynischen Menschen – oder die Menschen, die die ganzen Probleme nicht mehr als Herausforderungen sehen, die mit schwierigen Lösungen gelöst werden können, sondern die einfache Nachrichten und einfache Lösungen sehr gut finden – von Leuten wie Trump oder der AfD abzuholen? Parteien, die dann auch immer mehr gewählt werden. Das scheint ja ein Trend zu sein in den letzten Jahren. Wie, wie denkst du, können wir da die Leute abholen, dass
wir mehr Zukunftslust haben und dass wir die Herausforderungen nicht so zynisch betrachten, sondern aus der Vergangenheit und dem Fortschritt Kraft schöpfen? Also, ich glaube, der erste Schritt ist mal, dass wir uns alle gegenseitig ernst nehmen und nicht weiter daran arbeiten, uns in Lager einzuteilen – die einen sind die Guten und die anderen sind die Bösen. Ich halte das, aus meiner Lebenserfahrung, für einen Weg, der immer weiter in eine Sackgasse führt. Und es spielt da gar keine Rolle,
wer Recht hat oder wer Unrecht hat. Das zerstört eine Gesellschaft. Das heißt, wir sollten uns alle hinsetzen und erst mal unser Gegenüber ernst nehmen. Und wenn jemand Sorgen hat, nehme ich die immer ernst. Ich nehme das bei meinen Mitarbeitern ernst. Ich nehme das in meiner Familie ernst und sage meinem Kind auch nicht: „Die Sorge, die du da hast, das ist vollkommener Blödsinn, stell dich mal nicht so an." Ich muss das ernst nehmen und dann gemeinsam überlegen,
wie kommen wir denn hier raus aus der Sache. Das ist Punkt eins. Und es geht nur gemeinsam. Dass wir uns jetzt hinstellen und denken, es gibt nur eine kleine Elite an Leuten, die kann denken, und die anderen sind alle zu blöd – damit führen wir ja Demokratie selbst ad absurdum. Das heißt, ich habe um mich herum viele kluge Menschen. Und ich akzeptiere erst mal, dass jeder dann auch dazu was beitragen
kann. Und das nehme ich ernst. Das finde ich eine ganz, ganz wichtige Sache. Und dann müssen wir durch eigenes Beispiel davon überzeugen, dass wir solche Dinge ernst nehmen und uns gegenseitig mitnehmen. Und damit meine ich nicht, dass alles in Ordnung ist und ich alle nur tätschle. Ich fordere auch und sage auch – das habe ich ja eben auch gesagt: Freiheit verpflichtet auch. Und ich sage jedem in meinem Umfeld, jedem, den ich irgendwo erreiche: Hört auf mit dieser
Nörgelei packt es an. Ich sage nicht, es ist alles gut und weiter so und wir schaffen das schon. Wir müssen kämpfen. Ich glaube, wir haben eine gute Chance. Ich sehe das immer so: mittlerweile spiele ich nicht mehr häufig Fußball, aber früher habe ich das sehr intensiv gemacht. Und immer wenn ich auf diesen Platz gegangen bin, egal ob ich schon wusste, da steht ein übermächtiger Gegner oder nicht, hatte ich den Willen zu gewinnen mit meinem Team. Ich bin da auf den Platz gegangen, um
zu gewinnen. Ich bin niemals auf den Platz gegangen mit dem Gedanken: wir verlieren ja sowieso, das ist alles ganz schrecklich. Das ist ein Mindset und eine Einstellung. Und ich glaube, dass wir in Deutschland viel auf der Pfanne haben, dass wir viel erreichen können. Und das ist eben auch meine Botschaft. Wir sollten unsere Freiheit nutzen und dürfen auch nie hingehen zu sagen, irgendwelche antidemokratischen Strömungen bekämpfe ich mit antidemokratischen Mitteln. Auch solche Sachen sind Teufelszeug. Davon sollten wir die Finger lassen. Und ich bin mir
sicher, dass gute Argumente auch in der heutigen Zeit gehört werden und Mehrheiten finden, wenn wir eben auch mit diesen guten Argumenten zeigen, dass wir das ernst meinen, dass wir damit gute Ziele erreichen und dass wir damit auch eine lebenswerte Zukunft gestalten können, ohne Angst. Und auch das gibt es ja in alle Richtungen. Angst vor der Klimakatastrophe ist ja auch eine Angst, die geschürt wird und Menschen in Angst versetzt – in welche Richtung und aus welcher Ecke das auch immer kommt. Die handeln immer komisch, weil Angst bei
uns da oben abschaltet. Wenn ich Angst habe – ja, merke ich an mir selber auch – wenn ich vor irgendwas Angst habe, dann reagiert man nicht immer am sinnvollsten, nicht objektiv, sondern dann versuche ich, mich zu retten. Und das ist nicht gut. Auch da kann man in die Geschichte der Menschheit reingehen: da kommen nie gute Sachen schlussendlich raus. Allerdings, noch mal: man muss Ängste eben genau aus dem Grund ernst nehmen und darf sie nicht negieren und sagen, da darfst du nicht drüber reden. Das
ist Quatsch. Du bist ja zu dumm, du musst nur noch mal genauer zuhören, dann verstehst du schon, was ich meine. Das meine ich eben alles nicht. Und ich glaube, da müssen wir uns alle auch selber noch mal wieder justieren in unserem Umfeld und mit großer Offenheit auf unser Umfeld zugehen, niemanden verloren gehen lassen, aber auch nicht meinen, dass wir alles selber wüssten und die anderen, die dumm sind, denen ich alles fünfmal erklären muss. Ich habe so viel auch in den letzten Jahren wieder gelernt – über Corona und
sonst was – die unterschiedlichen Sichten auf Themen ernst zu nehmen. Ich lerne immer wieder dazu, korrigiere auch Meinungen, die ich teilweise über viele Jahre hatte. Mein bestes Beispiel ist immer mit Kindern. Ich habe jetzt fünf Kinder. Als ich noch keine Kinder hatte, war ich immer schnell dabei, irgendwem Ratschläge zu geben. Ach, diese Kinder hier, die sind ja so frech, da musst du mal ein bisschen durchgreifen, musst du das machen. Das ist mir heute mega peinlich, nachdem ich erlebt
habe, wie Kinder wirklich sind, mit Geduld und sonst was, wie man das macht. Da muss ich heute sagen, entschuldige ich mich, wenn ich irgendwas da aufs Butterbrot geschmiert habe mit meinem Senf, der völlig nicht qualifiziert war. Ich dachte aber, er wäre qualifiziert – war ich voll überzeugt. Und ich glaube, an dieser Selbsterkenntnis sollten alle von ihrem hohen Ross mal runterkommen, ein Stück weit abrüsten mit dem Gedanken, dass sie die Guten sind, weil jede andere Seite sagt immer, wir sind die Guten,
die anderen sind die Bösen. Lass uns das doch mal beiseite packen. Natürlich gibt es Gut und Böse, ich will das jetzt nicht kleinreden. Aber trotzdem glaube ich, dass ein ganz, ganz großer Teil der Menschen, die in Deutschland leben – und das schließe ich alle ein – vernünftige Menschen sind, mit denen man reden kann. Und nur so kann Demokratie auch funktionieren. Und dafür sollten wir kämpfen und möglichst viele Gemeinsamkeiten finden. Ja, super. Danke dir dafür. Und jetzt lass uns mal in diese Zukunftsvision der Energie und E-Mobilität, die
du hast – auch sicherlich Teil von der Zukunftslust – mal ein bisschen träumen. Wie siehst du das? Was wird das Energiesystem der Zukunft sein, in Deutschland oder in der Welt, und in die Elektromobilität – wie siehst du, wie sich das entwickeln wird? Und was sind vor allem die Chancen, die damit die Leute, die skeptisch sind gegenüber diesen Themen – Energiewende ist ja fast ins Negative gedreht worden, gefühlt in den letzten Jahren,
wobei das immer so positiv konnotiert war. Ja, ich glaube, wichtig ist, dass wir – als Staat sollten wir natürlich Richtung vorgeben, aber innerhalb dieser Richtung glaube ich, dass eine soziale Marktwirtschaft dann diejenigen sind, die die richtigen Technologien, die diese Ziele erreichen, auch einführen – also möglichst wenig steuern, aber die Rahmenbedingungen so machen, dass es in eine richtige Richtung geht. Und dann glaube ich schon, dass sich das Thema Solarkraft, Wind umsetzen lässt und das Sinnvolle ist. Wir sollten nur, wenn wir jetzt
kommen – wir kommen von einer Industrie, die viel Energie braucht, wir als Bewohner brauchen viel Energie, und die Energie kam ja bisher eben nicht hauptsächlich aus Deutschland, sondern auch über Erdöl und vielen anderen Dingen von woanders her. Warum wollen wir jetzt auf einmal auf Biegen und Brechen nicht nur, dass wir erneuerbare Energien nutzen und speichern, sondern das muss auch alles in Deutschland passieren? Und das halte ich für einen großen Fehler, das so anzugehen. Natürlich, da, wo es Sinn macht – ich habe auch eine Solaranlage auf meinem
Das Dach ist ja auch gut. Aber es gibt natürlich Regionen in der Welt, wo man höchst effizient Sonne nutzen kann, die da quasi immer scheint. Wenn ich mal ein bisschen weiter nach Süden gehe und wo auch immer Wind ist und so weiter und so fort, dann muss ich es natürlich umwandeln in Wasserstoff oder Ammoniak. Die Schiffe gibt's ja auch schon. Und ich importiere schlussendlich auch Energie. Das heißt, wir werden meiner Meinung nach um das Thema Wasserstoff und Zwischenspeicherung, auch wenn es
natürlich als Einzelprozess nicht das effizienteste ist, nicht herumkommen. Aber wenn ich mir die Weltwirtschaft anschaue und wie viel Energie wir brauchen, glaube ich, kommen wir da nicht drum herum. Und warum sollten wir auch? Aus meiner Sicht ist das ein guter Ansatz, die Wirtschaft so umzustellen, aber eben auch weiterhin globalen Handel zu betreiben, Importe dazunehmen. Man muss es ja nicht aus einem Land machen und sich wieder abhängig machen von genau einer Region. Das ist ja das Gute. Sonne und Wind gibt's
ja eben nicht nur in einem Land, sondern in ganz vielen. Im Gegensatz zu Erdöl, das es auch in vielen Ländern gibt, aber schon natürlich irgendwo dediziert. Das heißt, da könnten wir, glaube ich, in die Richtung gehen. Und das ist auch das, was ich mir vorstelle und auch meine Vision. Ein Stück weit weg von diesem zu sehr lokalen Denken. Ich sage auch: das, was lokal zu erzeugen ist, sollten wir auch lokal machen, weil Logistik auch immer aufwendig
ist und Ressourcen auch verschwendet. Aber nicht auf Teufel komm raus, sondern da mit Augenmaß gucken: Wie kann ich die Marktwirtschaft zu einer Marktkreislaufwirtschaft weiterentwickeln? Und da muss ich eben auch noch mal reingehen in die Produkte. Im Augenblick versuchen wir ja immer dieses Umweltthema obendrauf zu setzen. Wir haben einen linearen Prozess, versuchen dann draufzusatteln, und dadurch wird's immer teurer. Was ist, wenn wir die Produkte neu denken, sodass wir wirklich von vornherein reparierbar sind und so weiter und so fort. Ich glaube, dann muss es ja eigentlich nach der Theorie
auch so sein, dass, wenn ich in Kreisläufen denke, ich effizienter bin. Nehmen wir das Thema Lebensmittel. Also gehen wir einmal ganz kurz raus aus der Elektromobilität: 40 % dessen, was auf den Feldern produziert wird – das ist nicht nur in Deutschland so, sondern auch in Afrika – wird verschwendet. 40 %, nicht 4 %, 40 % aller Lebensmittel. Was wir da für ein gewaltiges Potenzial haben, was wir durch Effizienz schlussendlich holen können. Wenn wir auch Dinge näher beieinander erzeugen, direkter das auch wertschätzen. Und
das gilt auch für Energie: Energie wertzuschätzen, zu gucken und so weiter. Und das ist, glaube ich, ein Mindset, der nicht unbedingt durch Verzicht prädestiniert ist, sondern sagt: Wie kann ich die Produktivität der Systeme schneller steigern als den Ressourcenbedarf? Und wenn ich das in Einklang kriege, kann ich nämlich nach wie vor Wachstum akzeptieren, kann ich Marktwirtschaft akzeptieren und erreiche trotzdem das Ziel, dass ich die Erde nicht weiter auslutsche und kaputt mache, sondern in eine Richtung gehe, die uns auskömmlich leben lässt. Und noch mal
so eine ganz kurze Rapid-Fire-Question: Siehst du, dass das 100 % Sonne und Wind sein werden von der Stromherstellung? Na, mit 100 % – also da wäre ich immer vorsichtig, irgendetwas zum absoluten Maßstab zu machen. Es wird immer auch andere Sachen geben. Wasserkraft ist ja zum Beispiel auch noch ein Thema. Und es wird auch Sachen geben, wo ich zum Beispiel biobasierte Kraftstoffe habe für bestimmte Zwecke: Tanker, Flugzeuge. Das heißt, es wird auch einen Verbrennungsmotor geben, und auch Wasserstoff kann ich ja verbrennen in einem Verbrennungsmotor. Das heißt,
es wird unterschiedliche Themen da noch geben. Aber es wird ein sehr, sehr großer Teil – und das macht auch Sinn – aus diesen Energiequellen schlussendlich kommen. Und das halte ich auch für sinnvoll. Und Elektromobilität wird da 100 % – also außer jetzt die zwei, drei Beispiele, die du gegeben hast – bei der Mobilität? Ja, gut, dass ein Elektromotor nachher antreibt, glaube ich, dass das auch ein signifikanter Anteil ist. Aber ich nannte eben den Wasserstoffverbrenner zum Beispiel. Für bestimmte Anwendungen halte ich den auch für sinnvoll und relevant, auch wenn
ich jetzt nicht dafür stehe. Aber ich muss ja auch nicht alles schlecht finden, was ich nicht selber mache. Das finde ich auch mal ein bisschen vermessen. Und ich glaube, das wird der Wettbewerb dann auch entscheiden. Das Ziel ist klar: Wir wollen hin zu mehr Nachhaltigkeit. Und da bin ich ganz offen mit offenem Visier. Ich treibe das Thema Brennstoffzelle und Batterie voran. Ich glaube daran, dass das ein signifikanter, sinnvoller Anteil an Verkehr und Mobilität darstellen wird. Und da muss ich jetzt mit dran arbeiten, dass das
de facto auch so sein wird. Und warum sollte ich anderen jetzt ihre Existenzberechtigung absprechen? Das ist nicht meine Aufgabe. Und ich finde – wie gesagt – ich fände das anmaßend. Lasst uns im Wettbewerb gucken, wo nachher welche Prozentpunkte sind. Ich bin sehr zuversichtlich, dass wir mit den Themen, die ich selber auch vorantreibe, sehr, sehr erfolgreich sein werden, weil sie eben höchst effizient sind, weil sie sinnvolle Technologien sind. Aber mein Anspruch ist nicht, alles zu verdrängen oder wegzuschieben. Und wenn
Jetzt, da ein Flottenbetreiber zuhört: Was hast du denn beim Thema Aufbau einer elektrischen Flotte so gelernt, und insbesondere auch beim Thema Laden? Was sind Erkenntnisse oder Tipps, die du einem Flottenmanager geben kannst, der gerade dabei ist oder am Anfang steht? Also, gerade wenn ich über kommerzielle Flotten rede, ist es sehr, sehr wichtig, dass ich tatsächlich die, die die Fahrzeuge fahren, wirklich mit Abholung und Schulung mitnehme. Wir haben überall die Erfahrung gemacht: Es ist eben was anderes. Ich muss ein
Stück weit anders denken. Das ist nicht schlechter, nicht besser, aber ich muss es anders machen. Und wenn ich eins zu eins versuche, mein bisheriges Verhalten zu übertragen, dann kann es eben nicht gut funktionieren. Das heißt, das Thema Schulen – das müssen jetzt nicht monatelange Schulungen sein, aber auf den Punkt gebracht – in ein, zwei Stunden den Menschen erklären, was da Sinn macht: dass ich die Rekuperation nutzen kann und so weiter, dass ich dann weniger Bremsenverschleiß habe, dass ich aufs Aufladen achten muss. Ich muss ja
nicht mehr zur Tankstelle fahren, aber ich muss den Stecker reinstecken. Und überall da, wo wir das gemacht haben, war die Zufriedenheit der Fahrer extrem hoch, und es ist wirklich hervorragend gelaufen. An allen Stellen, wo wir das nicht gemacht haben, ist es auch nicht gut gelaufen. Das heißt, jedem Flottenbetreiber gebe ich mit: Das ist ein Erfolgskonzept. Ich muss die Fahrer mitnehmen – nicht in dem Sinne, dass ich sie vollquatsche und sage, das ist doch viel besser, sondern indem ich erkläre, wie man es macht, damit es besser
ist. Und dieses Wissen den Leuten zu vermitteln – dann ist meine Erfahrung, dass viele sagen: „Hey, super, das kann ich nachvollziehen, das macht auch schnell Spaß, das ist ein angenehmes Fahren. Und warum soll ich das dann nicht übernehmen?" Also nicht nach dem Motto, weil es jetzt meine Ideologie ist und du das gut finden musst, weil wir gute Menschen sind. Das hat damit nichts zu tun, sondern ich muss da abholen: Was sind Erleichterungen, auch neben dem, was aufwendiger ist? Was könnten Erleichterungen sein?
Das muss ich vernünftig rüberbringen, aufbereiten und ehrlich und offen kommunizieren. Und was waren so die größten Herausforderungen beim Thema Elektrifizierung am Depot – oder vielleicht auch, ich weiß nicht, ob die alle immer Depots hatten bei euch beim Streetscooter – die ihr so angetroffen habt, und auch Chancen, die du siehst beim Laden, Stichwort Smart Charging? Ja, genau dieses Thema Ladeinfrastruktur und damit auch eine intelligente Steuerung – das musste eben sinnvoll mitgedacht werden,
dass man das schlussendlich mit reinbringt und unterbringt. Denn die Anschlüsse aufzubohren, nach dem Motto „ich brauche einfach mehr Strom", das ist sehr teuer. Das heißt, da muss man gucken, was an Anschlüssen an den Depots anliegt. Wie kann ich sinnvoll damit umgehen? Kann ich irgendwas puffern? Kann ich die Ladezeiten entzerren? Und da muss ich eine gewisse Intelligenz mit reinbringen. Das war mitentscheidend. Das heißt, das habt ihr immer machen müssen, und
du würdest es auf jeden Fall jedem empfehlen, auch ganz am Anfang, dass man das berücksichtigt. Und beim Thema bidirektionales Laden: Siehst du da viel Potenzial in der Zukunft? Ja, grundsätzlich schon. Die Speicher, die ja teuer sind und die dann in den Fahrzeugen sind, mitzunutzen zur Stabilisierung der Netze, halte ich schon für gut. Da sollten wir die Regulierung etwas runterfahren und
einfach mehr ermöglichen, damit man sieht, was funktioniert und was nicht. Ja, die Regulatorik spielt da eine wichtige Rolle in die Richtung. Und vielleicht eher an Startup-Unternehmer gedacht: Was würdest du denen empfehlen, auf Basis deiner Erfahrungen beim Streetscooter, aber auch anderweitig als Investor und bei anderen Gründungen, die du mitgemacht hast, insbesondere in Deutschland? Was würdest du sagen sind die Kerntipps, oder etwas, was du für
essenziell erachtest, was viele falsch machen?
Ja, das ist schwierig. Ich glaube, was viele falsch machen, ist, dass sie nicht versuchen, den Kunden zu verstehen, der das nachher kaufen soll. Auf der einen Seite ist es ja gut, wenn man von seinen Sachen begeistert ist. Aber ich glaube, das Wichtige ist immer, dass ich marktorientiert da rangehe. Und das machen eben viele falsch. Sie reden dann viel und hören nicht zu. Und ich glaube, das ist ein wichtiger Punkt: Man muss zuhören. Passt das, was
ich da anbiete, wirklich zu den Bedürfnissen, die es gibt? Oder muss ich etwas adaptieren oder ganz anders machen? Das ist das eine. Und das Zweite, was wir alle berücksichtigen sollten: Scheitern gehört zum Gründen dazu. Das heißt, es ist keine Schande, wenn mal was misslingt oder eben auch was nicht klappt. Das Wichtige ist, dass man dann wieder aufsteht und nicht liegen bleibt und dann weitermacht. Und ein Drittes ist, dass viele das Gründertum verklären und meinen, sie werden dabei einfach steinreich
und haben ein geiles Leben. Das mag ja auch so sein, aber in vielen Fällen ist es erst mal harte Arbeit und ein Gespür dafür. Und jeder sollte sich das gut überlegen. Ich mache Mut dafür – wählt das, guckt euch das an. Das ist jetzt kein „Lass die Finger davon", ganz im Gegenteil. Ich finde das eine tolle Sache, es macht unheimlich Spaß. Aber man muss auch ein Stück weit dafür affin sein und das tragen können. Und es ist halt sehr
Sehr harte Arbeit und nicht der einfachste Weg, um reich zu werden. Ja, das sehe ich genauso. Und vielleicht zu guter Letzt gibt es Themen oder eine Message, die du gerne noch einmal verkünden wollen würdest, oder auch wie die Leute dir am besten folgen und worauf du hinweisen wollen würdest. Also, ich würde mich freuen, wenn möglichst viele, die Zukunft gestalten als Thema haben, auf der einen
Seite mitdiskutieren, uns also in dieser Sicht beeinflussen, dann aber auch anpacken und in ihrem Umfeld diejenigen, die sie erkennen, die da was tun, dass sie die auch unterstützen – und nicht die 100 Gründe nennen, warum das bestimmt scheitern wird, und dann gucken: „Haha, habe ich ja gesagt, dass das nicht funktioniert!" – sondern da aktiv werden und helfen und unterstützen, dass sich was bewegt, und auch durchaus anderen helfen, nicht nur sich selbst. Ja. Das erinnert mich an meine erste Erfahrung in
den USA, wo „How can I help you?" so ein Satz ist, was häufig gesagt wird – zum Teil als Floskel, aber zum Teil auch wirklich so gemeint – und das können wir, glaube ich, uns auch was davon abschauen. In diesem Sinne: Wie kann man dir noch mal helfen, Achim? Vielleicht gibt es ein konkretes Bestreben, wo du denkst, heute oder in den nächsten Monaten kann man dir helfen. Ja, ich freue mich natürlich, wenn zum Beispiel die Themen aus dem Buch „Zukunftslust", wenn
die verbreitet werden, wenn viele sich das anschauen und mir dazu auch ein Feedback geben – durchaus auch ein kritisches, was sie davon halten, ob sie das für gute Ideen halten. Also die Auseinandersetzung suche ich im Konstruktiven. Ja, und da würde ich mich natürlich freuen, wenn es dazu noch mehr Feedback gibt. Es gibt viel Feedback dazu, viele gute Diskussionen, die ich dazu führe, und ich freue mich, wenn das noch weitere Kreise zieht. Vielen Dank. Behalt dann diese gute
positive Stimmung und verbreite sie weiterhin. Ich wünsche dir auch viel Erfolg dabei und danke, dass du dir die Zeit genommen hast. Lass uns gerne im Austausch bleiben. Sehr gerne, hat Spaß gemacht. Ich wünsche dir auch alles Gute. Danke. Tschau. Das war eine spannende Episode mit Achim Kampker, Professor von der RWTH Aachen. Ich habe da echt viel mitnehmen können, insbesondere seine Unternehmerstory, wie es zu Streetscooter kam und dann auch gleichzeitig zu einer Professur, diese Begebenheit, wie er eigentlich Bauer beziehungsweise Maschinenbauer werden wollte und
dann geworden ist, und insbesondere diese Synergien zwischen den verschiedenen Abteilungen, wie die Streetscooter-Story letztendlich war und was der Grund war, dass es überhaupt keine Events gab damals, und wie dann die Story mit Angela Merkel, der DHL-Abteilung beziehungsweise dem Champion dort, und dann diese Höhen und Tiefen bei der Produktion, was ein Unternehmer wie er aufgebaut hat und dann die Probleme bei der Skalierung. Nichtsdestotrotz, wie man von so einem Projekt lernt, was einen Unternehmer ausmacht, und das Stichwort
Resilienz und Helfen und Scheitern, wie man damit umgeht – und dann natürlich sein Zukunftsblick und wie man eine gute, harmonische Gesellschaft gestaltet, wie man mit Konflikten umgeht und positive Zukunftsgestaltung vorantreibt. Da gibt es dieses Buch, das er geschrieben hat, „Zukunftslust", und vor allem auch die Vereine und die weiteren Projekte, die er antreibt. Also eine sehr spannende Persönlichkeit. Ich hoffe, ihr konntet viel mitnehmen. Falls ihr Kommentare, Fragen oder Anregungen habt, wie immer gerne, dann auf
LinkedIn beispielsweise, und vor allem: folgt und teilt mit denjenigen, von denen ihr denkt, das ist auf jeden Fall was für ihn oder sie. Macht's gut.
Notities bij de aflevering
Die Sonne scheint, die Stimmung ist bestens – genau das spiegelt diese Episode mit Prof. Achim Kampker wider. Er nimmt uns mit auf seine Reise vom naturverbundenen „Fast-Landwirt“ zum Maschinenbauer, Seriengründer und RWTH-Professor. Dabei zieht sich ein roter Faden durch alles, was ihn antreibt: nachhaltige Lösungen schnell und wirtschaftlich in die Praxis bringen. - Herkunft & Motivation: Warum er statt auf dem Bauernhof im Maschinenbau landete, wie sein Naturbezug sein Denken über Kreislaufwirtschaft prägt und weshalb Ideen erst dann zählen, wenn sie ressourcenschonend vermarktet werden können. - StreetScooter-Story: Von der ersten Vision auf der IAA bis zum DHL-Deal mit Angela Merkel am Stand – wir erfahren, wie Mut, interdisziplinäre Teams und ein bisschen Glück ein ikonisches E-Nutzfahrzeug hervorgebracht haben. - Skalierung & Resilienz: Was passiert, wenn Start-ups erwachsen werden, warum 80 % oft reichen, und weshalb Loslassen zum Unternehmertum dazugehört. - Tempo statt Bürokratie: Achim schildert, wie „Deutschland-Geschwindigkeit“ Innovation ausbremst, plädiert für Innovationszonen nach chinesischem oder US-Vorbild und fordert mehr gesellschaftliche Risikobereitschaft. - RWTH-Ökosystem: Welche Rolle Aachens Profilbereiche, Professoren-Netzwerke und industrielle Partner dabei spielen, Forschung in echte Wertschöpfung zu verwandeln. - Zukunftslust: Ein Blick in sein gleichnamiges Buch, seine Vereine und Projekte – und die Frage, wie wir Konflikte konstruktiv nutzen, um eine lebenswerte, harmonische Gesellschaft zu gestalten. Freut euch auf eine motivierende Mischung aus sonnigem Optimismus, schonungslosem Realismus und praxisnahen Insights rund um Elektromobilität, Batterie-Tech und die Kunst, aus Ideen Impact zu machen. Hinterlasst gern ⭐⭐⭐⭐⭐, teilt die Folge mit Macher:innen aller Branchen und diskutiert weiter mit Achim und mir auf LinkedIn. Bis zur nächsten Episode!