Michael Dammann, Geschäftsführer der Hamburger Energienetze
Netzkapazität, das Fair Grid Projekt und Wasserstoff im Hamburger Hafen
Transcript
Opgeschoond op basis van een automatisch transcript. Vertalingen zijn automatisch gegenereerd en kunnen fouten bevatten.
Welkom bij de Smart Charge by RiDERgy Podcast. Dit is Claudio Geyken, oprichter en CEO van RiDERgy. Dit is uw show om alles te leren over energiebeheer en smart charging innovatie voor elektrische voertuigen en vloten. Hamburg heeft besloten vijf jaar eerder klimaatneutraal te worden dan de federale regering – 2040 in plaats van 2045. Voor de distributienetbeheerder betekent dit dat de volledige netwerkplanning opnieuw moet worden berekend, terwijl tegelijkertijd de aansluitingsverzoeken explodeerden. Michael Dammann werkt sinds 1998 in de energiewirtschaft en begon als stagiair.
en leidt vandaag de Hamburger Energienetze, een honderd procent stedelijk bedrijf dat stroom- en gasnetwerken in Hamburg exploiteert en met 60 kilometer het eerste waterstofbedrijfsnetwerk van een distributienetbeheerder in Duitsland exploiteert. Momenteel ligt de piekvraag van 1.800 MW in het netwerk. De prognoses rekenen met een bijna verdrievoudiging tot 2045. In deze aflevering gaat het om de Fairgrid-procedure, die het first-come-first-served-principe bij netaansluitingen vervangt, en waarom batterijopslagfaciliteiten en datacenters momenteel grotere drijvende krachten zijn dan e-mobiliteit.
Michael Dammann in gesprek over netwerken die niet alleen leidingen zijn, maar het ruggengraat van de energietransitie. Hallo, Michael. Ik hoop dat het goed met u gaat vandaag, en het is fijn dat u hier bij Smart Charge bent. Hartelijke groeten ook van mij uit Hamburg. Het gaat goed met mij. Ik heb net een langer verlof achter de rug en ben vandaag de eerste dag weer op kantoor. Dan welkom terug. Ik hoop dat u uitgerust bent en goed gezind, voordat we ingaan op de diepere onderwerpen die een distributienetbeheerder zoals Hamburger Energienetze bezighouden.
Kunt u ons even meenemen, Michael? Wat was uw achtergrond? Hoe bent u er toe gekomen directeur te worden van Hamburger Energienetze? Ach, dat is eigenlijk een behoorlijk lang verhaal, maar uiteindelijk heb ik in 1998 na mijn studie besloten om in de energiewirtschaft te gaan, omdat de EU-richtlijn uit 1998 voor liberalisering van de markten toen werd uitgevoerd. Heb ik toen al voorzien wat alles op de energiewirtschaft af zou komen en hoe de verandering van energievoorziening in de hele wereld zou verlopen? Nee, dat heb ik niet.
Des te gelukkiger ben ik echter toch dat ik onderdeel van deze verandering ben geworden. In 1998 ben ik begonnen als stagiair en heb ik veel stations doorlopen in de technische afdeling van een netbeheerder. Destijds was het een geïntegreerd bedrijf, waarna ik steeds meer richting management ben gegaan. En toen volgde het ene uit het ander. Dus hoe je directeur wordt – als dat de vraag is, wordt mij dat ook wel eens gesteld –, dat was eerder een opeenvolging van dingen.
En dat is altijd de vraag, of je dat zelf in handen wilt nemen of dat je het jezelf niet toevertrouwt of niet wilt doen. Ik heb mij dat op een gegeven moment wel aangedurfd. En dat blijft een spannende taak. En ik ben erg blij dat ik nu in de positie ben om medeverantwoordelijkheid voor de stad Hamburg te dragen voor de energietransitie. Ja, spannend. En wat waren voor u zo de hoogtepunten, als u dat even samengevat?
Dus, als ik het goed heb begrepen, werkte u de hele tijd bij Hamburger Energienetze – de naam was geloof ik ook veranderd in de loop der tijd. Ja, ik ben geloof ik in totaal bij acht of negen bedrijven werkzaam geweest. Ik ben destijds begonnen bij Hein Gas, een geïntegreerde gasnetbeheerder – of gasvoorzieningsbedrijf, zoals men dat destijds zou zeggen –, ook veel groter dan het huidige gasnet van Hamburger Energienetze.
Dit was destijds overgenomen en had ook opslagfaciliteiten, had distributie, had warmteinstallaties, had grote warmtenetwerken. Gekocht door E.ON. Dat was een erg spannende tijd, want dan hield een groot concern natuurlijk intrek. Daarna fuseerden we met het toenmalige Schleswig AG en Hansegas, wat een dochter van Hein Gas was. Daarmee was het een erg groot bedrijf dat zogezegd het noorden van Hamburg, maar ook het oosten met gas, deels Duitsland voorzag. En zo ging het verder. Dat was een spannend deel.
Ook de toebehoringness tot het concern was erg spannend en interessant. Het onderwerp opslagfaciliteiten speelde een belangrijke rol, daarna alle IT-projecten die je meemaakte. En later, toen ik sterker voet aan de grond kreeg in Hamburg of sterker terugging naar Hamburg, naar Hamburg Netz – destijds Gasnetz Hamburg –, natuurlijk het startsein en de opbouw van het waterstofbedrijfsnetwerk. Dat was een belangrijke mijlpaal, die tot op heden nog nawerkt en die vandaag nog een belangrijk onderwerp voor ons is.
En opdat de luisteraars die misschien niet uit Hamburg zijn – en ook misschien die uit Hamburg zijn –, een idee krijgen: wat doen jullie allemaal met het bedrijf, en hoeveel zijn jullie met elkaar? Misschien een paar indicatoren, medewerkers of omzetten. Allereerst zijn we een honderd procent stedelijk bedrijf. We zijn – niet bij het volksbesluit van 2012 – stap voor stap teruggekocht in stedelijke handen van het toenmalige Vattenfall en E.ON.
En we hebben ongeveer 2.500 medewerkers, collega's, vakmensen, die zich bezighouden met ongeveer 31.000 kilometer elektriciteitsnetwerken, ongeveer 8.000 kilometer gasnetwerken en in de toekomst ook – dat is het huidige plan – 60 kilometer waterstofnet. En dat is zo het perspectief dat we momenteel hebben. We breiden ons natuurlijk nu sterk uit, wat eveneens het geval is in de hele republiek, wat zich basaal toespitst op netwerkkilometers, maar we versterken ook. We bouwen nieuwe transformatorstations, nieuwe buurtnettstations.
En als je zou zeggen wat de onderwerpen zijn die voor jou momenteel de grootste uitdagingen zijn of de grootste doelen die je voor ogen hebt in de komende 12 maanden. Wat zou dat zijn? We hebben in Hamburg vorig jaar een zogenaamd toekomstbesluit gehad, waarbij de burgers van de stad Hamburg zich hebben uitgesproken om de klimaatneutraliteit vijf jaar eerder te bereiken. Dit is iets wat we netplanningmatig nog niet hebben overgenomen. We hebben tot nu toe tot 2045 berekend.
En omdat we een essentiële enabler zijn voor onze klanten, namelijk hernieuwbare stroom, groene waterstof beschikbaar stellen enzovoort, moeten we de netplanning dienovereenkomstig aanpassen. Dit is een onderwerp dat ons momenteel bezighoudt. Tegelijkertijd natuurlijk steeds meer intelligentie meekrijgen, digitaliseren en de hele onderwerpen die we momenteel in het vizier hebben, ook sterker implementeren – via intelligente meetsystemen, intelligente lokale transformatorstations, dataplatforms enzovoort.
En uiteindelijk natuurlijk ook wat momenteel algemeen in de media is: ons Fair-Grid-project, waar we vaststellen – zoals men ook in de republiek heeft vastgesteld – dat de netcapaciteiten die we van het transmissienetbedrijf krijgen, momenteel nog toereikend zijn voor onze bestaande klanten, maar op middellange termijn niet meer voor de aanvragen die we momenteel binnenkrijgen. En daarom hebben we gezegd dat we hier mee moeten omgaan, omdat we de energietransitie willen enablen.
En dit is natuurlijk een bijzondere situatie die ook andere steden hebben, maar die Stromnetz Hamburg momenteel onder ogen ziet, wat natuurlijk – ik kan het begrijpen – tot ongenoegen in de politiek en bij de klanten leidt. Maar uiteindelijk zijn we natuurlijk verantwoordelijk voor het veilig en betrouwbaar bedrijven van het net en ook voor het goed aanpakken van de energietransitie. En dat is iets wat een grote uitdaging is – aanvullend op de netuitbreiding en de onderwerpen personeel, ruimte, materiaal, partnerbedrijven voor de aanleg enzovoort.
Dus dat zijn, naar mijn mening, momenteel de essentiële punten. Ja, en jullie hebben daarvoor ook tot nu toe zeer goed werk geleverd. Ik geloof dat de netstabiliteit in Duitsland het beste is – vandaag nog in de FT gehoord hoe in Tunesië blackouts ontstaan, omdat de netbedrijven het niet aankunnen om de netten zo stabiel te houden. Dus dat is zeker een locatievoorordeel. En daar spelen de distributienetbedrijven een enorme rol. En waar zijn de belastingen momenteel het grootst, als je bijvoorbeeld e-mobiliteit als voorbeeld neemt?
Binnen Hamburg zijn er plekken waar de capaciteitstekorten erg, erg groot zijn. Ja, dus de e-mobiliteit is een factor die ook in de afgelopen jaren en maanden sterk is gestegen. We hebben intussen ongeveer 40% meer laadpunten in het net gekregen. Maar je moet eraan toevoegen: dat zijn momenteel ongeveer 5.000 tot 5.100 openbare laadpunten die we hebben, aanvullend op al die particuliere wallboxen. Maar dat is nog niet iets wat we nu sterk in de netbelastingen zien.
Momenteel is het eigenlijk eerder de industrie die wordt gedecarboniseerd – enerzijds – maar anderzijds ook ongelooflijk veel aanvragen voor batterijopslag, wat momenteel ook heel de republiek treft, omdat natuurlijk velen dit als een goudgraversmarkt zien en velen natuurlijk ook binnen de netbelastingvrijstelling nog het net in willen. En ten tweede natuurlijk datacentra via de AI-digitalisering. Daarvoor heb je natuurlijk ook energie nodig. En of Hamburg nu de beste locatie daarvoor is, kun je jezelf afvragen. Maar dit zijn zo de huidige onderwerpen – e-mobiliteit,
ik geloof, ook een beetje warmtepompen. In de afgelopen jaren heeft efficiëntie de hogere vraag een beetje gedempt. We worden nog steeds efficiënter – met LED's, met nieuwe elektrische apparaten enzovoort. En daarom is de belasting in Hamburg ook jaren lang relatief constant gebleven, ook al kwamen er nieuwe klanten bij en groeide de mobiliteit. Maar nu zijn we op een punt waar dat waarschijnlijk nog niet lang goed gaat, respectievelijk waar de belasting ook zal stijgen.
We berekenen in de prognoses – momenteel hebben we 1.800 MW vermogen in het net, dus het werkelijk vermogen gelijktijdig gemeten op de overdraagpunten – tot 2045 bijna een verdriedubbeling van de belasting. Tot wanneer? Dat is momenteel de vraag. Dat hangt natuurlijk altijd af van de klanten. Dit is zogenaamd het volledige scenario uit gemeentelijke warmteplanning, uit industriële decarbonisering enzovoort. Als we klimaatneutraal willen zijn – 2040, 2045 – dan zijn er, en je hebt het al aangesproken, al die batterijopslagen, de AI-datacentra enzovoort.
E-voertuigen met de laadinfrastructuur. Er komen gewoon zoveel netzaansluitingsverzoeken op jullie af. Traditioneel en historisch deed men dit altijd volgens het winstgewinnersysteem – first come, first serve. Ik geloof dat er nu een omschakeling plaatsvindt. Hoe gaan jullie dat aanpakken? En was het echt nu dringend nodig om het systeem te veranderen? Ja, dat is wat ik zojuist een beetje heb beschreven. We hebben 1.800 MW vermogen in het net en we hebben een bepaalde capaciteit die we van het transmissienetbedrijf over kunnen nemen. En deze capaciteit is
niet meer toereikend voor al de aanvragen die we momenteel hebben. En als we gewoon volgens het winstgewinnersysteem het net vol zouden maken, dan zouden we – ruwweg gezegd – geen vermogen meer hebben voor warmtepompen, ook al zijn dat maar veel kleine installaties, en voor mobiliteit of ook de gedecarboniseerde industrie. Daarom hebben we gezegd dat we veel sterker vooruit moeten kijken, wat ook onderdelen van de discussie in de branche in het netwerkpakket enzovoort zijn.
Ten eerste natuurlijk niet alleen de hernieuwbare energiebronnen aan te sluiten en op de voorgrond te plaatsen, maar ook de energie naar de steden te krijgen. En dat hebben we naar mijn mening in de afgelopen jaren enigszins verwaarloosd. En dat is, geloof ik, een heel belangrijk punt. Het helpt niet om hernieuwbare energie op te wekken die je niet in de steden kunt verbruiken, omdat we de aansluiting niet voor elkaar krijgen. En daarom hebben we besloten een burgernabij repatriëringsprocedé
– dat is het Hellgrit-project, dat nog meerdere andere onderdelen heeft – in te voeren, wat we onder meer in Berlijn al doen et cetera, en wat uiteindelijk ook gaat om de capaciteiten die men nog heeft, als men die krijgt, dan ook eerlijk en transparant toe te wijzen. Dat is immers onze taak. Er is ook veel, geloof ik, kritiek op vooral batterijopslagprojecten en datacentrumprojecten, die simpelweg proberen de netwerkverbindingscapaciteit veilig te stellen, zonder dat er een concreter project komt, wat vervolgens concrète projecten deze capaciteit ontneemt.
Dat is zonder hoop. Ja, dat is natuurlijk zo. Echter is dat het planningsrijpeprocedé – men zou ermee kunnen, dus, dat men een bepaalde planningsrijpheid heeft, grondstuk, bouwvergunning en dergelijke. Dan moet men al veel geld hebben geïnvesteerd om dan ook bij de netwerkverbinding uit te komen. Maar natuurlijk, uiteindelijk is het zo dat we met 2030, 2031, 2032 met duidelijke regels ook voor de concrete activiteiten van een batterijopslag rekenen, maar nu is de aansluiting gegeven. En naar mijn mening is dat veel te laat.
Men moet dat eigenlijk veel meer over elkaar leggen, zodat we kijken dat we duidelijke regels hebben – dus een Marshallplan, kan men zo zeggen – waar de batterijopslagen nodig zijn en hoeveel, en dat beslist niet door de markt laten bepalen. Want de markt is natuurlijk momenteel economisch. Maar het zal natuurlijk niet op lange termijn zo blijven, want er zullen ook enkele batterijopslagen zijn die op een verkeerde plek met het verkeerde vermogen en de verkeerde energiehoeveelheden opereren. En dat is natuurlijk iets wat economisch gezien
en uiteindelijk ook veel geld kost. Ja. Laten we dit punt graag een beetje verdiepen, want ik geloof dat dit een belangrijk punt is dat ook in de bevolking misschien niet helemaal goed wordt begrepen. Daarom ben ik ook benieuwd naar jouw mening. Dus, er is in het stromsysteem de stroommarkt, die op zijn beurt een signaal is dat dit aanbod en vraag van de hernieuwbare en beschikbare energie en de vraagkant
afbeeldt. Maar dat geeft geen signaal over de netten en hoe de netten nu precies een bottleneck hebben en waar precies deze bottleneck zit – dat zijn weer andere signalen. En dat betekent, dat is precies wat je nu aanroert, dat je veel batterijopslagprojecten kunt hebben die zich alleen op dit ene signaal oriënteren en niet op het beschikbare net. Wat is jouw wens, of hoe zou je het het liefst zien? We hebben batterijopslagen nodig, juist omdat de hernieuwbare energiebronnen volatiel zijn en slechts op bepaalde momenten produceren.
En we willen ja tot 100 % hernieuwbare hebben, niet slechts 60. En desondanks moeten de netten natuurlijk stabiel blijven. Dat wil zeggen, hoe zou je dat het best opgelost zien? Het meest efficiënt. Nou, als ik de beste oplossing daarvoor had, zou ik zeker niet alleen directeur van Hamburger Netz zijn – maar grapjes daargelaten. Dus, ik geloof dat er twee essentiële punten zijn. Het ene is natuurlijk de inzending gladstrijken. Dat, wat ja ook steeds meer gebeurt, dat
fotovoltaïcainstallaties, die eigenlijk alleen overdag produceren, of ook windparken of gecombineerde producenten PV en windparken samen, zich van batterijopslagen bedienen en daarmee de inzending gladstrijken, wat ja ook zou leiden tot het feit dat men de netuitbreiding op die plek zou kunnen verminderen. Idealiter. Het andere is natuurlijk dat men ook de mogelijkheid schept voor netbeheerders op bepaalde plaatsen batterijopslagen te bedrijven of duidelijke voorschriften daarvoor vast te stellen of ook te belonen.
Want natuurlijk is het momenteel zo: als ik tegen de batterijopslagexploitant zeg, je kunt op dat punt niet opslaan, behalve als ik je een profiel voor heb, dan gaat hij natuurlijk er van uit dat het op een bepaald moment zo ver is dat hij aan het marktspel kan deelnemen. Maar dat is momenteel niet zichtbaar. En daarom moet men een oplossing creëren die dan praktisch de vermeden netuitbreiding tegenover de opslagexploitant ook kan worden vergoed. Dat is ingewikkeld en complex. Het zal nog jaren duren, geloof ik, voordat men daar een redelijk model voor heeft.
En het laatste punt wat batterijopslagen betreft, is natuurlijk, als men het vermogen bij de klant gladstrijkt, als men industriële klanten heeft, die misschien bij het starten of ook bepaalde pieken in het jaar slechts hebben, omdat ongeveer 100 uren of zo, die kunnen worden afgeregeld. Dat zijn toepassingsgevallen die goed zijn, die dan ook netwerksneutraal zijn, tot op zekere hoogte. Waarom is dat eigenlijk zo? Dat is, geloof ik, ook nog een heel interessante vraag, die ook door de politiek besproken zou
moeten worden. We hebben een landelijke stroommarkt, en stroomstroom is vooral dan, als de zon schijnt en de wind waait. Dus, als het aanbod groot is in het gehele netgebied, dus in het gehele Duitse marktgebied, moet men zeggen. Maar dat heeft niets met lokale bottlenecks van het net te maken, want ik kan best zeggen dat ik een lokale bottleneck in Noord-Duitsland heb of in Sleeswijk-Holstein of in Mecklenburg-Voorpommeren, tegelijkertijd echter een aanbodtekort aan elektriciteit. Dat wil zeggen, met de regelwerking die we
altijd maar zeggen, alstublieft opslag, werken we uiteindelijk toch niet mee. Dan heeft men de markt niet klein genoeg opgedeeld. Er was ook net een initiatief uit Noord-Duitsland, om samen een marktzone te vormen. Dat is heftig besproken geweest in de politiek. Daar zou ik iets over moeten zeggen, want dat is een heel ander vraagstuk, dat markteconomisch natuurlijk bij de netbeheerder niet zo goed uitkomt.
Maar dat is natuurlijk een onderwerp: deze netwerkafhankelijkheid van opslag en verbruikers is natuurlijk het grote marktgebied dat we hebben, wat men ook mooier zou kunnen zeggen: ergens waait altijd wind en ergens schijnt altijd de zon. Dat is natuurlijk in Duitsland een beetje anders, maar dat is een beetje de situatie waarin we ons bevinden. En wat vind jij daarvan, nu we steeds meer slimme meters hebben?
Hopelijk hebben we dan een erg goed overzicht waar de knelpunten ontstaan en wanneer die knelpunten precies zijn ontstaan, en zouden we daarop gebaseerd ook dynamische netentgelden kunnen heffen. En dan zouden alle marktdeelnemers zowel een prikkel hebben op basis van beschikbare hernieuwbare energieën als ook gecombineerd met deze netentgelden. De netentgelden zouden waarschijnlijk dan een soort verkeerslichtensysteem hebben, waarbij men ook zegt: vanaf het moment – de netten hebben natuurlijk een capaciteitslimiet, die kunnen niet bij ons in elkaar storten.
Wat vind jij van het – er is ook AgNeS, geloof ik, in die context wordt dat ook besproken. Wat is jouw mening daarover? Ja, dat is de toekomst. Dus daarheen moeten we. We moeten – en we zijn ook al bezig, de klant tot prosumer te maken, zoals dat zo mooi heet, dus de consument, maar ook de producent. Dus niet alleen producent doordat hij energie opwekt, dus pv en wind enzovoort, maar anderzijds ook dat hij vermogen levert wanneer er overschot is.
Dat is eigenlijk iedereen die zo'n pv-installatie thuis heeft, die heeft de ervaring gehad dat je dan ergens, als de stroom in het net wordt ingevoerd, denkt: oh man, nu zou je prachtig een wasmachine kunnen aanzetten – maar je bent niet thuis. Dat zijn dingen waarbij je zeker ook enerzijds de sociale component niet mag onderschatten. Dus wie kan dan zo goed zijn energieverbruik in huis regelen? Dat zijn uiteindelijk degenen die een eigen huis bezitten. Dus
wie in de steden in flatgebouwen wonen, hebben daar zeker grotere moeilijkheden mee. Dat is het ene punt. Desalniettemin geloof ik erin dat we daarheen moeten en dat we een systeem moeten ontwikkelen waarbij we de klanten sterker laten participeren – enerzijds – en anderzijds natuurlijk ook waarbij de klant deze verandering in zijn energieverbruiksstructuur meemaakt. En dat moet worden gestimuleerd. Dat is een beetje alsof iemand led-lampen zou hebben ingebouwd,
die thuis wezenlijk duurder waren geweest, maar hetzelfde verbruik zouden hebben – of je moet rekenen: een led-lamp verdient zich tegenwoordig uit, omdat die gewoon veel minder verbruikt en goedkoop is. Precies zo moet je deze prosumer-logica zien. Het moet zich uiteindelijk voor de klant uitbetalen om erover te schakelen. En daar is nog een beetje weg te gaan. Maar er zijn interessante aanpakken onderweg. En daar helpt het natuurlijk ook mee dat we dan hopelijk op een gegeven moment landelijk slimme meetsystemen hebben, omdat die natuurlijk noodzakelijk zijn,
uitrollen kunnen. Dat is nog steeds een beetje lastig. Het heeft lang geduurd tot de standaarden waren vastgesteld. En nu moet het allemaal heel snel gaan. Dat is een beetje een tekortkoming, waar ik zeg: de regelgevingsverplichting heeft jarenlang geduurd, en nu moet het van de ene op de andere dag klaar zijn. Dat is een beetje zoals ook de energie zelf – de laatste dingen moeten dan nog steeds worden geschreven, omdat we uiteindelijk de kabel nog moeten omkeren.
alleen nog in aanhalingstekens, om dan toch weer het dikke bord te boren. Ja. En wat vind je eigenlijk – jullie hebben ook een bedrijf, E-Born. Misschien kunnen we daarover nog even kort een overzicht geven, van dit bedrijf, dat ook uniek is, geloof ik, in Duitsland – als distributienetbeheerder hebben jullie dan ook in de e-mobiliteit een belangrijke rol met deze backend voor de verschillende verdere bedrijfsklanten in Duitsland, niet alleen voor jezelf, opgebouwd.
En ik stel twee vragen in één: kun je daar wat achtergrond geven, hoe dat is gekomen en wat jullie daar nog allemaal van plan bent? En het tweede is: hoe zou je ervoor kunnen zorgen dat ook degenen die geen eigen huis hebben, daarvan kunnen profiteren – namelijk van intelligentere laadprocessen met hun e-voertuig, die ze dan op straat moeten parkeren en op openbare laadpunten moeten laden? Dus bijvoorbeeld nu een Hamburger, die niet in een eigen huis woont – dat hij bij E-Born –
Nederland, geloof ik, doet dat al voor: dat wanneer er knelpunten zijn, je het voertuig wat langer daar laat en dan op het moment laadt, wanneer er juist geen knelpunt is – om 17:00, 18:00 uur bijvoorbeeld. Ja, dus eerst even over E-Born. Dat is een product dat momenteel uit drie componenten bestaat.
Het is geen eigen bedrijf, maar het is een product dat praktisch het voorgaande bedrijf via Strom met Hamburg in jouw tijd in opdracht – een beetje namens de stad, zou je kunnen zeggen – heeft opgebouwd, omdat men destijds natuurlijk de laadinfrastructuur, het backend-systeem voor de laadinfrastructuur van de stad heeft opgebouwd. Dat is ook jaren geleden nog bij Stromnetz Hamburg geweest. Historisch gegroeid heeft de stad of Stromnetz Hamburg zogezegd de laadinfrastructuur beheerd. Dat is regelgevingstechnisch respectievelijk bundeltechnisch toen verschoven. Dat moest men afstaan, dat heeft men ook gedaan.
Maar het backend-systeem heeft zich dan ontwikkeld tot iets wat precies wat wij in §14a ook willen doen. Een ongelooflijk aantal aan gegevens. Dus ik geloof dat wij vorig jaar 1,8 miljoen laadtransacties met dit backend-systeem hebben gestuurd, zodat dit praktisch een dataplatform is of een systeem dat wij niet alleen voor de mobiliteit kunnen gebruiken, maar ook voor ons netwerk. En er zijn drie facetten: EG Lytics is het ene – Grid –, waar wij praktisch onze netwerkplanning en netwerkprognoses mee willen doen, ook netwerkberekening.
Het tweede is Urban, waar wij praktisch met Loren-toepassingen ook gegevens verzamelen en een beetje Industrie-4.0-prognoses willen pushen, dus waar wij praktisch als gegevensdraaitafel voor de stad Hamburg willen optreden voor infrastructuurbedrijven. En het andere is Mobility. Daar zijn wij nog steeds degene die de backend van de stad Hamburg verzorgt en ter beschikking stelt aan anderen. Zij kunnen ofwel onze backend gebruiken of moeten zelf iets opbouwen, wat veel ook doen. En dat hebben wij natuurlijk op de een of andere plek ook in de markt.
Op luchthavens enzovoort wordt dat gebruikt. Dat is natuurlijk altijd – wij kijken als eigenlijke netbeheerder hoe wij dat verder vormgeven. Maar het is een spannend verhaal. En je ziet daaraan hoe het innovatiethema, dat eigenlijk een heel ander doel had, marktgebaseerd moet werken, dan een onderwerp wordt dat men intern als netbeheerder ook zeer goed kan gebruiken. Dat is het ene punt. En het tweede deel van de vraag: hoe is het überhaupt ontstaan?
Ja, dus in principe zou men – ik heb het in Denemarken al meegemaakt – als men dan 's avonds om 22:00 uur zijn auto laadt. Dus daar is de stroomprijs aan de laadpalen, waar men tankt, weergegeven. En daar zijn verschillende tijdvensters aan de zijde van de stroomkosten. En uiteindelijk is het natuurlijk gemakkelijker als men thuis een Wallbox heeft, maar ook een snellaadpaal. Dat is inmiddels ook zo dat die ook het vermogen hebben.
Kan natuurlijk dan ook een mogelijkheid geven – een beetje zoals vandaag: wie nog kort na 12:00 uur tankt, die zit ook in de klem. En zo zullen er op een gegeven moment ook mensen zijn die op bepaalde tijden hun auto volladen.
Dat is maar één variant. En natuurlijk zijn er dan huurdersstroom enzovoort, waar er nu ook juist een discussie met de EU over is hoe men andere deelnetten, objectnetten, netten in het huis – die dan volgens de EU als distributienet willen gelden –, daar moet men, geloof ik, oplossingen vinden dat men pragmatische benaderingen vindt, zodat huurders in het huis dan ook kunnen profiteren van de vooruitgang en de zonnepanelen zogezegd. En hoe zie jij het onderwerp bidirectioneel laden? Is dat dan ook eraan gekoppeld?
Ken je jezelf daar een beetje, hoe de laatste stand is, hoe de distributienetbeheerders nu op het onderwerp zijn voorbereid, hoe lang denk je dat het nog gaat duren? Er zijn zeker ook de een of andere Hamburger, die dat graag al zou willen hebben, in ieder geval thuis, als niet meteen in het openbare laadgebied. Ja, dus openbaar – geloof ik – is een beetje moeilijker, dus juist om de prijs te bepalen die men dan teruglevert.
Dus het regionale plan is natuurlijk een enorme kans, omdat wij in feite – als men zo wil – ik weet niet eens hoeveel auto's wij in Hamburg inmiddels hebben. Maar ik geloof dat wij een sterk groeiende markt hebben wat de mobiliteit betreft. En dat is natuurlijk een batterijopslag, als men zo wil. En een groot asset.
Dus als ik mijn auto niet meer nodig heb – en steeds meer Hamburgers rijden ook met de fietsvoertuigen enzovoort of met openbaar vervoer, hebben misschien nog een kleine auto – en als men overdag V2G kan laden, geld kan verdienen, dan is dat natuurlijk iets wat natuurlijk ook veel anderen betreft. En als ik dan de stroom niet als batterij thuis in een systeem heb opgeslagen, maar weer kan gebruiken, dan zou het natuurlijk super zijn. Dat is ook een richting die, geloof ik, erg belangrijk is.
En als men als netbeheerder die dan uiteindelijk ook doelgericht – dus uit ervaringswaarden, dat zijn altijd de ervaringswaarden die men dan nodig heeft, dus de gelijktijdigheid – wat kan ik berekenen als ik die bruikbaar kan maken: dat is natuurlijk super. Momenteel is het zo dat er nog niet veel laadboxen zijn die dat kunnen, en ook nog niet zoveel auto's die dat kunnen. Dat is een beetje altijd marktbeperkend. Dus moet het aanbod daar zijn. En dan is er natuurlijk.
Nu kopen veel mensen misschien een eerste auto, maar het kan niet bidirectioneel laden. Men komt van een investeringscyclus in de volgende. Het zou mooi zijn als dat eigenlijk al op technologieniveau zou zijn. Ik geloof dat dat niveau eigenlijk al zover is, maar het is gewoon nog niet in de toepassing zo ver verspreid. Maar nog even nagekeurd: als BMW of E.ON nu bijvoorbeeld met zo'n aanbod op de markt zijn, als alles klopt – men heeft daar zo'n BMW
een voertuig met een BMW Wallbox en dit E.ON-tarief in Hamburg – zou dat nu haalbaar zijn als Hamburger, dat ook met jouw distributienet, met de meet- en telconcepten, bidirectioneel af te rekenen? Dat kan ik eigenlijk helemaal niet concreet beantwoorden. Wij hebben al bidirectionele laadstations in het net. Dat is meer een klantgerichte omzetting van de installatie die moet worden opgenomen. Maar dit product van E.ON is naar mijn mening ook nog in voorbereiding. Ik geloof niet dat het al op de markt is. Ik heb ervan gehoord.
Zij promoten het in ieder geval. Maar dat neem ik zeker mee. Dat kan ik nu ad hoc helemaal niet beantwoorden. Voordat ik iets verkeerds zeg, zeg ik liever niets. Ja, prima. Dan kunnen we het misschien ook nog in de shownotes zetten als we tot dan toe betere antwoorden hebben. Het onderwerp nemen we in ieder geval mee. Het is een groot thema. Daarin ben ik het met u eens – wat naar mijn weten tot op heden ook nog steeds de laatste stand is:
De Bondsregering heeft in ieder geval de nettarieven en de belastingen die zouden zijn vervallen, vrijgesteld. Maar bij het meetconcept van de Bundesnetzagentur ontbreekt nog iets. Ik kijk echter met veel spanning naar dit onderwerp uit. En dan het onderwerp software: u hebt het net goed beschreven. In hoeverre denkt u dat de kleinere distributienetbeheerders voorbereid zijn op deze verandering die we net hebben beschreven? En hoe kan men
hen onder de armen greipen zodat zij dit ook aankunnen? De slimme meters zijn nog niet allemaal aanwezig, maar deze digitalisering van de distributienetzen en het vermogen om daarop in te spelen – ook in alle distributienetzen, 860, als ik het goed heb, in Duitsland. Ja. Nou ja, dat kan ik uiteraard moeilijk beoordelen, omdat ik nooit in een kleiner stadwerk heb gewerkt. Naar grootte zijn we zodanig dat we enig gewicht in de schaal leggen en veel dingen uiteraard – niet alles, maar veel – zelf kunnen doen.
In principe is het zo dat de netbeheerders minder concurrenten voor elkaar zijn. En daarvoor zijn uiteraard de verenigingen – de BDEW, de VDN, de VKU, de DVGW voor gas – daarvan voorbestemd om gemeenschappelijke brancheintelligentie bruikbaar te maken. Dat gebeurt ook. Ik geloof dat niemand alleen gelaten wordt in de Republiek, ook al zijn het veel bedrijven en moet iedereen zich daar zelf mee bezighouden.
En dat zeg ik ook altijd tegen mijn mensen: de beste innovatie is degene die u niet per se altijd zelf uit hoeft te vinden, maar die u ook links en rechts over de horizon af kunt kijken en aanpassen. Voor grotere bedrijven is dat zeker nog moeilijker, voor ons ook niet helemaal makkelijk. Maar dat is iets wat we moeten leren: dat we samen efficiënt en in de brancheintelligentie deze zaken voort kunnen brengen. Dat is iets waarin we allemaal wat meer van elkaar kunnen leren.
Er zijn ook genoeg kleine bedrijven die op bepaalde specifieke punten zeker veel sneller en wendiger zijn en ook ideeën hebben die grote bedrijven zich dan kunnen afkijken. En hoe ziet u kunstmatige intelligentie als een kans, die nu aller monden is en mij op z'n minst in deze dagen erg bezighoudt? Ja, dus kunstmatige intelligentie zal ons leven helemaal veranderen.
Veel bedrijven werken al met eigen gekachelde chatbots respectievelijk AI's die hen helpen bepaalde vragen te beantwoorden, teksten te schrijven en dergelijke. Ik geloof dat we nog helemaal geen idee hebben wat alles nog zal gebeuren. Ik wil nu ook helemaal niet op individuele beroepsvelden ingaan. Maar in principe is het natuurlijk zo: als ik bij de klantenplek een vraag heb – mijn dochter, die is 11, als die een vraag heeft, stelt ze die bij enige kunstmatige intelligentie.
En die krijgt een antwoord dat ik zelf niet zou hebben geweten. Men moet uiteraard ook voorzichtig zijn – niet alle antwoorden kloppen. Ik heb onlangs een mooi voorbeeld gehad: ik heb gevraagd wanneer de vakanties in 2027 in Hamburg zijn. En ChatGPT antwoordde mij – afhankelijk van welk platform u op dat moment gebruikt – dat de zomervakantie in Hamburg volgende jaar met twee weken wordt ingekort. En toen heb ik de bron gelezen en vastgesteld:
dat was een aprilgrap van de schoolautoriteit in 2026 die de kunstmatige intelligentie als waarheid had genomen. U moet altijd voorzichtig zijn. Maar ja, kunstmatige intelligentie – wij als netbeheerder proberen ons natuurlijk sterker in te zetten, altijd met het controleorgaan van de mens erachter die nog eens overgaat en het niet blindelings overneemt. Maar dat zal uiteraard op veel plaatsen een belangrijke rol spelen.
Zijn daar ook concrete toepassingen die u al gebruikt of wilt gebruiken, bijvoorbeeld in de E-Round-productontwikkeling of in de EAP die u waarschijnlijk heeft voor het distributienetbeheer? Dus daar zijn we naar mijn inzicht nog niet mee bezig. We gebruiken het uiteindelijk voor chatbots, voor prognosgegevens, voor alle zaken die – we hebben – het is altijd ook een moeilijkheid. Dat moet navolgbaar blijven.
Dus als u bijvoorbeeld een ijkwaarde wil bepalen die via kunstmatige intelligentie ook nauwkeuriger kan worden bepaald – we hebben daar het punt dat de ijkautoriteiten het kunnen herrekenen. Dat kan man echter niet binnen de kunstmatige intelligentie. U moet de stappen zo klein maken dat u elk ervan kunt volgen. Dat is op een manier – en dat is, geloof ik, ook een onderwerp in de nettberekening. Dat zal zeker nog komen.
Wat netplanning betreft, maar ook nettberekening, dat men daar uiteraard uit de gegevens die we hebben uit heel snelle oplossingen vindt. Maar dan de vraag: wat is het verschil tussen machine learning en kunstmatige intelligentie? Machine learning is zogezegd interpolatie, en kunstmatige intelligentie is voor mij ook een beetje zelf nadenken. Ja, het traditionele machine learning – methoden hebt u waarschijnlijk al langer op zekere wijze hiermee beziggehouden.
Al die LLM's en de nieuwe methoden van kunstmatige intelligentie – daar heeft het waarschijnlijk nog een beetje tijd nodig, of u moet ook uitkijken voor het hallucineren wat dit soort modellen bijzonder karakteriseert. Ja, en omdat het hier ook in deze podcast veel om vloten gaat, wilde ik graag uw vloot nog eens belichten, respectievelijk de twee deelgebieden. U hebt de technici die altijd in het veld onderweg zijn en vervolgens bedrijfswagens op hun standplaatsen. Hoe staat het daar eigenlijk met elektrische mobiliteit, of ziet u daar belemmeringen om op 100 % elektrisch over te gaan?
Ik zou het geen obstakels noemen. Het is natuurlijk wel zo dat dit ook een verandering is in de perceptie. En ik denk dat dit waarschijnlijk veel netbeheerders of vlooteigenaren spreekt – die uiteindelijk veel onderweg zijn in service – niet alle modellen houden het beloofde waar, of doen wat ze beloven.
En welke ervaringen hebben we natuurlijk ook opgedaan, die dan altijd tot het volgende leiden: met de elektrische auto moet ik constant elke twee dagen laden, als de mensen in Hamburg onderweg zijn, omdat de actieradius in de winter zo slecht is dat ze eigenlijk bij een laadstation moeten overnachten als ze dan een of twee inzetten hebben. En als we natuurlijk inzetten in het veld hebben, dan willen we natuurlijk niet op de elektrische auto wachten die net aan het laden is. Maar dat is iets wat modelspecifiek is. Dan moet je gewoon
een goede keuze maken, wat zich ook verder zal ontwikkelen qua batterijcapaciteit. Dan kijken we natuurlijk ook hoe we onze medewerkers kunnen ondersteunen, ook op bepaalde plaatsen laadmogelijkheden voorzien – voor de externe locaties, maar ook eventueel thuis. Dat zijn allemaal dingen die we onderzoeken. Wat ik een beetje tekort zie komen, is natuurlijk de klimaatveerkracht. Dus als we in een deel van een stroomuitval
geen stroomvoorziening hebben, dan is het belangrijk voor de opbouw van het net dat we onze voertuigen kunnen bedrijven. En dat is iets wat ons nog steeds een beetje bezighoudt, dat we daar nog steeds een stambestand of pool van voertuigen hebben die veerkrachtig is ingericht – dus niet afhankelijk van stroom enerzijds, en anderzijds dat we eventueel ook locaties creëren waar we dan ook zeker stroom kunnen opwekken voor deze voertuigen.
Dat zijn allemaal overwegingen die ook met Berlijn in zekere mate besproken moeten worden – waar het slechts een klein deel betreft en je dan ergens anders heen kon rijden en kon laden. Ja, en ter verduidelijking: je bedoelt dat de problemen die jullie hadden, de actieradius in de winter waren, die typisch ongeveer 30% minder is dan in de zomer, en die niet voor de inzetten overdag voldoende waren. Of was het alleen zo dat de medewerkers hun voertuig niet mee naar huis wilden nemen en dan op de locatie moesten laden?
Dat heb ik niet helemaal begrepen – wat waren de problemen? Het was fundamenteel de actieradius. We hebben natuurlijk in de bereidschapsdiensten collega's die hun voertuigen mee naar huis nemen, omdat ze dan in dienst zijn en moeten starten. Maar dat zijn ook modellen die we nu bekijken hoe we die geoptimaliseerd krijgen. Maar als ik in de winter maar 80 kilometer actieradius heb bij een volledig elektrische auto, dan is dat lastig. En over hybride hoeven we denk ik niet te praten.
Dat is een drijfveer: ik maak ofwel een zuivere fossiele verbrandingsmotor, ofwel ik rij elektrisch. Hybridevoertuigen zijn misschien ook nog een variant voor deze toepassing, maar die zijn natuurlijk van efficiëntie aanzienlijk slechter. Dus het is een mix van alles. Je moet het juiste voertuig vinden.
Je moet concepten hebben hoe medewerkers de auto kunnen laden en niet tijdens hun werkdag twee uur bij een laadstation moeten staan als er geen snellader vrij is enzovoort, of ver weg moeten rijden. Dat is – we hebben daar net intern een project opgezet waar we ons precies met deze vraagstellingen ook veel concreter en strategischer bezighouden.
Maar laten we zeggen: als de medewerker thuis kon laden en een actieradius van 150 km zou hebben, is dit allemaal geen probleem. Maar dan juist voor de gevallen waar het niet zo is, waar er minder actieradius is en de medewerker niet thuis kan laden – dan moet je concepten ontwikkelen, op de locatie of openbaar. En voor de medewerkers die dus geen technici zijn, maar hun eigen voertuigen gebruiken: op de locatie van Hamburger Energienetze – kan je daar ook laden als medewerker? Ja, dat kan. We hebben –
we hebben net hier op onze grootste locatie in Bramfeld ook een nieuw parkeergebouw gebouwd waar veel laadpunten voorzien zijn. Dat maken we mogelijk. En we willen natuurlijk – dus we ondersteunen en promoten het ook om met openbaar vervoer respectievelijk met fietsen aan te reizen.
Maar er zijn natuurlijk nog veel mensen die van overal herkomen, en die hebben ook de mogelijkheid de auto te laden, wat natuurlijk een belangrijk punt is en een groot obstakel wegneemt, als je op een plek waar je een tot vijf keer per week bent, ook kunt laden. En dan het onderwerp waterstof, dat je ook aan het begin al aansneed – dat je daar mee zit. Het was een paar jaar geleden nog veel meer, zo voelt het, in discussie. Nu is dat onderwerp een beetje uit de media verdwenen, vind ik. Of wat is jouw perspectief daarop?
Hoe kijk je naar deze ontwikkeling bij waterstof, wat vooral, geloof ik, voor de dunkelflaute in Duitsland heel belangrijk zal worden, maar ook voor bepaalde industrieën nog steeds – daar is waarschijnlijk geen weg omheen. Hoe is de huidige stand, en hoe kijk je op het hele waterstofthema? Je zou ook met een veranderkromme kunnen argumenteren: eerst grote euforie, dan de teleurstelling, en nu zijn we net uit het dal van tranen.
Er worden inderdaad enkele projecten uitgevoerd, en de capaciteitsenquête op de markt is ook relatief positief verlopen, wat de stemming betreft, als je mensen of de branche vraagt. En dat is zo het perspectief erop. Ik denk dat het nu een beetje bergopwaarts gaat. En we hebben zeker het oog op de juiste richting, dat daar ook klanten en productieinstallaties zullen komen. Het belangrijkere punt was: eerst zal de infrastructuur worden opgebouwd.
Dat was altijd onze stelling: infrastructuur moet er eerst zijn. Zonder infrastructuur – dus eerst de snelweg, voordat ik met de auto rij. Ik kan natuurlijk ook vooraf van Hamburg naar München rijden, maar met de snelweg is het veel gemakkelijker. En zo is het ook met de infrastructuur: als ik het niet per vrachtwagen hoef te verschepen, maar via leidingen kan transporteren, is het veel eenvoudiger. Hamburg is natuurlijk – dat hebben we ook altijd gezegd – eigenlijk voorbestemd voor waterstof.
Ik kan hier met een industrieel netwerk in de Hamburger haven werken, omdat ik hier een zeer hoge industriële dichtheid heb – ongeveer 89 TWh gasenergiedichtheid – en als ik zoiets in zo'n nauwe ruimte met een netwerk van 40 tot 60 km kan afdekken en daarmee veel klanten de mogelijkheid geef om van aardgas op waterstof over te stappen, dan is dat een enorm hefboom.
En natuurlijk zijn veel klanten afhankelijk van het molecuul. Ten tweede hadden we aan het begin het thema stroomnetuitbreiding – dat wil zeggen, de capaciteiten die ik niet in het stroomnet hoef te verplaatsen, helpen me uiteindelijk ook bij de netuitbreiding, vooral in de piekbelasting. En daar hebben we nu een infrastructuur gebouwd. We hopen natuurlijk erg dat dit dan ook van de grond komt en we de bijbehorende klanten in de Hamburger haven krijgen. We waren daar een van de eersten.
Ik geloof dat we volgende jaar, wanneer we in bedrijf gaan, de eerste distributienetbeheerder zijn die waterstof injecteert. Respect. En de bouwperiodes – we hebben inderdaad, toen we het IPCEI-procedure startten, altijd gezegd: we hebben vier jaar op de vergunning gewacht, en nu moeten we in vier jaar bouwen. Ik ben benieuwd, maar het ziet ernaar uit dat alles goed gaat. We zijn daar goed in, en we gaan dit jaar in bedrijf. En dan hebben we hopelijk een –
grote mijlpaal van decarbonisering van de industrie in de Hamburger haven bereikt, respectievelijk hebben we ons huiswerk gedaan. En dan moet natuurlijk de markt en de klanten het nodige doen opdat het werkt. Daar is natuurlijk ook een zekere mate de politiek aan het woord. En het thema dunkelflaute dat je ook aanstipte. Dat is natuurlijk een enorm thema, als we geen aardgaskrachtwerken meer hebben en kolen ook in 2030 voorbij is.
Dan zullen we waterstofkrachtwerken nodig hebben, ook als we ze maar een paar uur per jaar nodig hebben. Dus het kan niet anders op dit moment. Misschien ontstaat er nog een nieuwe technologie. Wie weet dat? Op dit moment niet. Ja. En denk je dan ook dat de eerste waterstofkrachtwerken zullen ontstaan? Of zijn dat dan deze gaskrachtwerken die nu zijn goedgekeurd of in de planning zijn, die dan waterstof – deze waterstof die jullie dan ook mogelijk maken – gaan gebruiken.
Ja, hoe de krachtwerken op dit moment gepland worden, kan ik eigenlijk niet zeggen. 'Waterstof-klaar' klinkt altijd zo eenvoudig, bij een turbinekrachtwerk of bij motoren. Dat is misschien nog iets eenvoudiger, maar dat is natuurlijk buitengewoon complex. De verbrandingseigenschappen van waterstof zijn toch heel wat anders dan bij aardgas. Daarom is het ook niet zo eenvoudig uit te wisselen. Ik kan morgen niet in hetzelfde netwerk waar ik aardgas heb getransporteerd, waterstof leveren. Dat gaat niet. Dat moet je gewoon vaststellen.
Maar als ik vandaag krachtwerken bouw, zou ik natuurlijk zoveel mogelijk voorzien dat ze ooit ook op waterstof kunnen omschakelen, zodra ik ooit van de fossiele energiedragers af ben. En dat is erg leuk dat jullie daar ook leiding in nemen. Ik heb dat ook waargenomen als niet-Hamburger. Ik ben wel multicultureel, maar in ieder geval een vriendin uit Hamburg. En Hamburg is op de een of andere manier altijd leidend in veel zaken. Hoe zie je dat? Waarom is Hamburg in Duitsland altijd een stap vooruit? Heb je daar een theorie over?
Nou, lastig. Ik wil me nu niet zo naar voren dringen. Er zijn genoeg andere bedrijven die op veel plaatsen ook voorop lopen. We zijn op bepaalde plaatsen goed bezig. Bij waterstof bijvoorbeeld heb ik eens gezegd: iemand heeft ons ook de bal op het strafschopgebied gelegd – we hoefden hem alleen nog in te schieten, zogezegd – omdat natuurlijk de voorwaarden in Hamburg voor waterstof echt goed zijn.
Dus, als het in Hamburg niet werkt – dat is mijn stelling – werkt het eigenlijk nergens, omdat de markt hier zo dicht en zo nauw is. En dat moet gewoon lukken, anders hebben we een echt probleem. Anders moet je natuurlijk nog zeggen: Hamburg heeft – dat kan je vanuit verschillende invalshoeken bekijken – de netten waren ook lang in particuliere handen: E.ON, Vattenfall enzovoort.
En er waren veel verschillende impulsen in deze bedrijfsreeksen, die nu, twee jaar geleden uit het stroomnet en gasnet, de Hamburger Energienetze zijn geworden. En dat is, denk ik, toch nog iets wat veel stadswerkbedrijven, die historisch gegroeid zijn en die nooit andere impulsen hebben gehad, niet hadden. Dat is, denk ik, toch iets wat ons ook een beetje voortdrijft en ons misschien op de een of andere plaats beter maakt, omdat we daar na een ongelooflijke –
– dus, we hebben verschillende culturen samengebracht die elkaar uitdagen. Dat merk je nu nog. Ik wil niet 'cultuurstrijd' zeggen, maar eerder 'cultuurontwikkeling' bij ons. Veel ideeën uit de respectieve verschillende bedrijven botsen tegen elkaar, en we zeggen altijd: het beste moet voordeel voor het bedrijf zijn. Ja, dat klinkt goed. En verder: jullie zijn een distributienet voor Hamburg. Maar jullie moeten, zoals veel andere distributienetwerken, jullie afstemmen met de distributienetwerken eromheen –
– eigenlijk, wat jullie plannen betreft of wat knelpunten betreft. Hoe werkt dat in de praktijk? Dat werkt heel eenvoudig via mensen die met elkaar spreken. Uiteindelijk is het zo – ik zou dat voor ons stellen –, dat wij een goede relatie hebben met de omliggende distributienetbeheerders, zowel de steden, maar ook Hansewerk of BM enzovoort. Wij hebben met de EWE uitwisselingsformaten, waar wij precies deze onderwerpen regelmatig bespreken.
En zoals al aangeduid, de zwarmintelligentie op de andere plaats ook benutten, waar de een of ander dan eens een idee heeft, dat wij ook voor onszelf kunnen gebruiken. En dat is iets wat niet per se nodig zou zijn – dus de mensen zouden zeggen, wij kunnen ook alleen bestaan. Maar ik vind het altijd goed om buiten je eigen horizont te kijken. En bij de gastransformatie aan het einde van de dag, omdat wij natuurlijk ook daarvan afhankelijk zijn, zullen wij onvermijdelijk met onze buren moeten samenwerken. Dat doen wij ook.
Dan komen wij op de rechtse lijn. Ik had nog een laatste vraag voor jou: Wat is jouw vooruitzicht? Waar gaat de reis nog heen – voor jullie, voor jou – in de komende jaren? En wat zijn de grootste misverstanden, die jij denkt, die men nog heeft over netbeheerders, waar jij zegt: Hé, wij zouden niet zo hard aan de kaak gesteld moeten worden, maar: Wij doen hier juist ons best. Ja, dus, wij hebben een zeer spannende en uitdagende taak voor ons – de Hamburgse energienetten.
Dat kun je vaststellen, wat wij moeten bouwen en ontwikkelen. Het onderwerp demografie, personeel inwerken, terreinen regelen, bouwen, bouwen, bouwen, zoals men als activamanager pleegt te zeggen. En anderzijds natuurlijk het geheel ook managen, zodat iedereen tevreden is. Wij hebben geen doel op zich, maar wij zijn er voor veel burgers van de stad Hamburg. Dat is onze taak, en die willen wij natuurlijk zo goed mogelijk vervullen. Ik vind deze taak zeer spannend.
Daarom heb ik voor mezelf eigenlijk geen optie om iets anders te doen. Maar men moet nooit nooit zeggen. Ik voel me goed, ik heb een geweldig team, een geweldig bedrijf, en het maakt veel plezier. Wat zijn de grootste misverstanden? Daar zou ik zeggen: Er wordt vaak helemaal niet begrepen – wat ik misschien tussentijds ook wel wilde aanduiden –, dat daar alleen nog maar uitgevoerd of gebouwd hoeft te worden. Maar de tijd van voorbereiding en netwerk-ontwikkeling heeft haar tijd nodig. Dat begrijpen wij.
Maar wij hebben ook tijd nodig om het daarna uit te voeren. En wij merken, wanneer wij zo'n mooi plaatje tekenen en over versnelling spreken: Wij hebben hier in Hamburg een beschermingswet, waarin staat dat wij voorrang hebben bij het publieke belang dat de energie-infrastructuur wordt uitgebouwd. Tegelijkertijd hebben wij echter ook heel andere belangen – bouwsubstantie, verkeersstroming enzovoort. En het is een beetje zo, wanneer je naar een kruispunt rijdt met vier verkeerslichten en allemaal staan tegelijk op groen, dan zou je kunnen denken – of dat is mijn gevoel –, dat alles sneller gaat.
Maar dat is niet zo. Dat gaat alles langzamer, omdat ik duidelijke prioriteiten moet stellen. En dat is iets wat wij in Duitsland in het geheel sterker moeten doen. Wij moeten ons sterker focussen en moeten erkennen dat wij op veel plaatsen ook de tijd nodig hebben om het uit te voeren. Een mooi voorbeeld is ook het vervroegen van 2045 naar 2040. Dat betekent in de gemeentelijke warmteplanning natuurlijk ook dat wij vijf jaar minder tijd hebben om alles uit te voeren. Tegelijkertijd betekent dat natuurlijk ook minder tijd voor gebouwsanering.
Dat wil zeggen, wij zullen veel grotere warmtepompen nodig hebben, als dat uitgevoerd moet worden, dan als wij tot 2055 meer tijd hadden, ook voor de gebouwen en daarmee de energiereductie. Dit zijn zulke kleine voorbeelden. En ik geloof dat dit Systemische – wat alles met elkaar samenhangt –, dat heb jij ja ook gezegd, naar het motto: Markt der netten. Hoe hangt dat eigenlijk samen, en welk perspectief heeft men daar op? Dat is iets Complexs en Moeilijks. En ik kan makkelijk praten, omdat ik me daar beroepsmatig en ook privé graag mee bezighoud.
Beroepsmatig handel en opereer ik daarmee. Maar dat is iets wat wij ook naar de bevolking en naar de mensen moeten brengen, omdat wij natuurlijk begrip moeten wekken voor de energietransitie – wat nodig is, wat niet nodig is enzovoort. Dat is, geloof ik, iets wat wij op onze vlag moeten schrijven. Daar moet de samenwerking tussen het energiebeleid – het beleid in het algemeen – en de spelers in de energiebedrijfstak aanmerkelijk beter worden, zou ik zeggen.
Ik wil niet zeggen dat dat slecht is, maar er is altijd nog ruimte voor verbetering, zoals wij al hebben vastgesteld. Daarom zou dat mijn wens zijn: de infrastructuur niet te onderschatten, onze taken niet te onderschatten, aan te haken en de dingen gezamenlijk als team aan te pakken. Ja, zeer gaaf. Daar valt me nog iets in: Deze hele fysieke projecten en bouwprojecten – dat is inderdaad allemaal niet triviaal. Je kunt weliswaar met AI code relatief snel schrijven, maar de grootste uitdaging is nog steeds
de wereld om ons heen ook te versnellen. En dat is duidelijk naar voren gekomen. De robots zijn nog erg ver weg, en veel wat wij daarvoor nodig hebben. Trefwoord systeemdenken en prioritering – ik vind dat uitstekend, en een bewustwording voor iedereen te ontwikkelen en dan de juiste dingen te prioriteren, neem ik mee. Dank je ook voor deze gedachte. Dank je dat je de tijd hebt genomen om inzicht in jullie wereld te geven, en ik wens je nog veel sterkte – laten we in contact blijven. Dank je wel, Claudio. Veel sterkte. Tot ziens.
Drie dingen blijven hangen. Ten eerste: Hamburg plant met een verdrievoudiging van de netwerkbelasting. Dit is geen abstract getal, maar betekent concreet nieuwe transformatorhuizen, nieuwe tracés, meer personeel, meer ruimte – en dat alles in een stad waar elke bouwvergunning een hele reeks toestemmingen betekent. Ten tweede: de Fairgrid-procedure toont hoe een distributienetbeheerder capaciteiten niet meer naar het eerst-komen-eerst-serveerprincipe toewijst, maar naar planningsrijpheid en systeemnuttigheid. Een model dat school zou kunnen maken, omdat het batterijopslagsystemen daarheen stuurt waar ze het net ontlasten, in plaats van het te belasten.
Ten derde: de klimaatweerbaarheid van de eigen vloot. Als de stroom uitvalt, moeten de monteurs nog kunnen rijden. Hamburger Energienetze houdt daarom een pool van niet-elektrische voertuigen aan en bouwt locaties die ook in geval van stroomuitval stroom kunnen opwekken. Systeemgericht denken in plaats van individuele optimalisatie – dat is de eigenlijke taak van netbeheerders in de komende jaren. In die zin, tot de volgende keer.
Welcome to the Smart Charge by RiDERgy Podcast. This is Claudio Geyken, Founder and CEO of RiDERgy. This is your show to learn about all things energy management and smart charging innovation for electric vehicles and fleets. Hamburg hat beschlossen, fünf Jahre früher klimaneutral zu werden als der Bund – 2040 statt 2045. Für den Verteilnetzbetreiber bedeutet das, die komplette Netzplanung muss neu gerechnet werden, während gleichzeitig die Anschlussbegehren explodieren. Michael Dammann ist seit 1998 in der Energiewirtschaft, startete er als Trainee.
und führt heute die Hamburger Energienetze, ein hundertprozentig städtisches Unternehmen, das Strom- und Gasnetze in Hamburg betreibt und mit 60 Kilometern das erste Wasserstoffindustrienetz eines Verteilnetzbetreibers in Deutschland führt. Aktuell liegt 1.800 MW Spitzenlast im Netz. Die Prognosen rechnen mit einer knappen Verdreifachung bis 2045. In dieser Folge geht es um das Fairgrid-Verfahren, das das Windhund-Prinzip bei Netzanschlüssen ablöst, und warum Batteriespeicher und Rechenzentren derzeit die größeren Treiber sind als die E-Mobilität.
Michael Dammann im Gespräch über Netze, die nicht nur Leitungen sind, sondern das Rückgrat der Energiewende. Moin, Michael. Ich hoffe, dir geht's gut heute, und schön, dass du hier bei Smart Charge dabei bist. Herzliches Moin auch von mir aus Hamburg. Mir geht's gut. Ich habe gerade einen längeren Urlaub hinter mir und bin heute den ersten Tag wieder im Büro. Dann willkommen zurück. Ich hoffe, erholt und frohen Mutes, bevor wir einsteigen ins Eingemachte und die vertieften Themen, die so einen Verteilnetzbetreiber wie die Hamburger Energienetze umtreibt.
Hol uns doch ein bisschen ab, Michael. Was war dein Hintergrund? Wie bist du dazu gekommen, Geschäftsführer zu werden von den Hamburger Energienetzen? Ach, das ist eine ziemlich lange Geschichte eigentlich, aber letztendlich habe ich mich 1998 nach meinem Studium dafür entschieden, in die Energiewirtschaft zu gehen, weil damals die EU-Direktive 1998 zur Liberalisierung der Märkte umgesetzt worden ist. Habe ich damals geahnt, was alles auf die Energiewirtschaft zukommt und wie der Wandel der Energieversorgung in der ganzen Welt vonstatten gehen würde? Nein, das habe ich nicht.
Umso glücklicher bin ich aber trotzdem, dass ich ein Teil dieses Wandels geworden bin. Ich habe dann 1998 angefangen als Trainee und war ganz viele Stationen in der Technik eines Netzbetreibers. Damals war es ein integriertes Unternehmen, dann immer den Weg eingeschlagen in Richtung Management. Und dann ist das eine aus dem anderen gekommen. Also wie man Geschäftsführer wird – wenn das die Frage ist, wird mir das auch manchmal gestellt –, das war eher so eine Verkettung von Sachen.
Und das ist ja immer die Frage, ob man selber das in die Hand nehmen will oder ob man sich das nicht zutraut oder nicht machen möchte. Ich habe es mir irgendwann zugetraut. Und das ist nach wie vor eine spannende Aufgabe. Und ich freue mich sehr, dass ich jetzt in der Position bin, für die Stadt Hamburg Teilverantwortung zu haben für die Energiewende. Ja, spannend. Und was waren für dich so die Höhepunkte, wenn du das mal kurz zusammenfasst, in diesem Weg?
Also, wenn ich das richtig verstanden habe, warst du die ganze Zeit bei den Hamburger Energienetzen – der Name hatte sich ja, glaube ich, auch geändert in der Zeit. Ja, ich war, glaube ich, insgesamt in acht oder neun Unternehmen tätig. Angefangen habe ich damals bei der Hein Gas, integrierter Gasnetzbetreiber – oder Gasversorgungsunternehmen, wie man damals gesagt hätte –, auch viel größer als die heutige Gasnetz der Hamburger Energienetze.
Die war damals übernommen worden, hatte auch Speicher, hatte Vertrieb, hatte Wärmeanlagen, hatte große Nahwärmenetze. Gekauft worden von der E.ON. Das war eine sehr spannende Zeit, weil dann natürlich ein Großkonzern Einzug gehalten hat. Dann sind wir fusioniert mit der damaligen Schleswig AG und der Hansegas, was eine Tochter von der Hein Gas war. Damit war es ein sehr großes Unternehmen, was sozusagen den Norden von Hamburg, aber auch den Osten mit Gas, teils Deutschland versorgt hat. Und so ist das dann weitergegangen. Das war ein spannender Part.
Auch die Konzernzugehörigkeit war sehr spannend und interessant. Das Thema Speicher spielte eine wichtige Rolle, dann die ganzen IT-Projekte mitzuerleben. Und nachher, als ich dann in Hamburg Fuß gefasst habe oder stärker wieder nach Hamburg zurückgegangen bin, in die Hamburg Netz – damals die Gasnetz Hamburg –, natürlich der Startschuss und der Aufbau des Wasserstoffindustrienetzes. Das war ein wichtiger Meilenstein, der ja auch immer noch nachwirkt und der heute noch ein wichtiges Thema für uns ist.
Und damit die Zuhörenden, die vielleicht auch nicht aus Hamburg sind – und auch vielleicht die, die aus Hamburg sind –, so ein Gefühl kriegen: Was macht ihr denn so alles mit der Firma, und wie viele seid ihr? Vielleicht ein paar Größen, Mitarbeitende oder Umsätze. Also, erstmal sind wir ein 100 % städtisches Unternehmen. Wir sind nach den Volksentscheiden – nicht dem Volksentscheid 2012 – nach und nach in städtische Hand zurückgekauft worden von der damaligen Vattenfall und der E.ON.
Und wir haben rund 2.500 Mitarbeitende, Kolleginnen und Kollegen, Fachkräfte, die sich um rund 31.000 Kilometer Stromnetze, rund 8.000 Kilometer Gasnetze und zukünftig auch – das ist der aktuelle Plan – 60 Kilometer Wasserstoffnetz kümmern werden. Und das ist so die Perspektive, die wir aktuell haben. Wir bauen natürlich aktuell stark aus, was in der ganzen Republik gleichermaßen der Fall ist, was Netzkilometer grundsätzlich angeht, aber wir verstärken auch. Wir bauen neue Umspannwerke, neue Ortsnetzstationen.
Und wenn du sagen würdest, was die Themen sind, die bei dir gerade die größten Herausforderungen sind oder die größten Ziele, die du vor Augen hast in den kommenden 12 Monaten. Was wäre das? Wir haben ja gerade in Hamburg einen sogenannten Zukunftsentscheid gehabt im vergangenen Jahr, wo die Bürgerinnen und Bürger der Stadt Hamburg sich ausgesprochen haben, die Klimaneutralität fünf Jahre früher zu erreichen. Das ist etwas, was wir natürlich netzplanerisch nicht adoptiert haben. Wir haben bisher bis 2045 gerechnet.
Und da wir ja ein wesentlicher Enabler unserer Kundinnen und Kunden sind, nämlich erneuerbaren Strom, grünen Wasserstoff bereitzustellen et cetera, müssen wir die Netzplanung entsprechend anpassen. Das ist ein Thema, was uns gerade umtreibt. Gleichzeitig natürlich immer mehr Intelligenz mitzubekommen, zu digitalisieren und die ganzen Themen, die wir aktuell im Blick haben, auch stärker umzusetzen – über intelligente Messsysteme, intelligente Ortsnetzstationen, Datenplattformen et cetera.
Und letztendlich natürlich auch das, was aktuell allgemein in den Medien ist: unser Fair-Grid-Projekt, wo wir feststellen – wie man ja auch in der Republik festgestellt hat –, dass die Netzkapazitäten, die wir aus dem Übertragungsnetz zur Verfügung gestellt bekommen, aktuell zwar für die Bestandskunden noch reichen, aber auf mittlere Sicht für die Anfragen, die wir aktuell im Hause haben, nicht mehr. Und deswegen haben wir gesagt, wir müssen damit umgehen, weil wir ja die Energiewende enablen wollen.
Und das ist natürlich eine besondere Situation, die auch andere Städte natürlich haben, aber die Stromnetz Hamburg aktuell vor der Brust hat, was natürlich – ich kann es verstehen – zu Verstimmung in der Politik und bei den Kunden sorgt. Aber letztendlich sind wir natürlich dafür verantwortlich, das Netz sicher und zuverlässig zu betreiben und auch die Energiewende gut zu stemmen. Und das ist etwas, was eine große Herausforderung ist – zusätzlich zum Netzausbau und den Themen Personal, Flächen, Material, Partnerfirmen für den Bau und so weiter.
Also das sind, glaube ich, die wesentlichen Punkte aktuell. Ja, und da habt ihr auch bisher eine sehr gute Arbeit geleistet. Ich glaube, in Deutschland ist die Netzstabilität mit am besten – heute Morgen noch in der FT gehört, wie in Tunesien Blackouts entstehen, weil die Netzbetreiber es nicht schaffen, die Netze so stabil zu halten. Also das ist auf jeden Fall ein Standortvorteil. Und da spielen die Verteilnetzbetreiber eine Riesenrolle. Und wo sind die Lasten gerade am größten, wenn man sich die E-Mobilität beispielsweise mal als Beispiel nimmt?
Innerhalb von Hamburg gibt es da so Orte, wo die Engpässe sehr, sehr groß sind. Ja, also die E-Mobilität ist ein Faktor, der auch in den letzten Jahren und Monaten sehr stark gestiegen ist. Wir haben quasi mittlerweile rund 40 % mehr Ladepunkte im Netz bekommen. Allerdings muss man dazusagen: das sind aktuell rund 5.000 bis 5.100 öffentliche Ladepunkte, die wir haben, zusätzlich zu den ganzen privaten Wallboxen. Das ist aber noch nichts, was wir jetzt in den Netzlasten stark sehen.
Aktuell ist es tatsächlich eher die Industrie, die dekarbonisiert – einerseits –, andererseits aber auch unglaublich viele Anfragen für Batteriespeicher, was auch die ganze Republik gerade trifft, weil natürlich viele das als Goldgräbermarkt sehen und viele natürlich innerhalb der Netzentgeltbefreiung auch noch ins Netz wollen. Und zweitens natürlich Rechenzentren über die KI-Digitalisierung. Auch dafür braucht man natürlich Energie. Und ob nun Hamburg der beste Standort dafür ist, kann man sich fragen. Aber das sind so die aktuellen Themen – E-Mobilität,
ich glaube, ein bisschen auch Wärmepumpen. In den vergangenen Jahren hat die Effizienz die höhere Nachfrage so ein bisschen gedämpft. Wir werden ja immer noch effizienter – mit LEDs, mit neuen Elektrogeräten et cetera. Und deswegen ist die Last in Hamburg auch jahrelang relativ konstant geblieben, auch wenn neue Kunden dazugekommen sind und die Mobilität gewachsen ist. Aber jetzt sind wir an einem Punkt, wo das wahrscheinlich nicht mehr lange gut gehen wird, beziehungsweise wo die Last auch steigen wird.
Wir rechnen in den Prognosen – aktuell haben wir 1.800 MW Leistung im Netz, also die Ist-Leistung gleichzeitig gemessen an den Übergabepunkten – mit bis 2045 einer knappen Verdreifachung der Last. Bis wann? Das ist aktuell die Frage. Natürlich hängt das immer von den Kunden ab. Das ist sozusagen das Vollszenario aus kommunaler Wärmeplanung, aus industrieller Dekarbonisierung et cetera. Wenn wir klimaneutral sein wollen – 2040, 2045 –, dann gibt es, und du hast es schon angesprochen, die ganzen Batteriespeicher, die KI-Datenzentren et cetera.
E-Fahrzeuge mit der Ladeinfrastruktur. Es kommen halt so viele Netzanschlussbegehren auf euch zu. Traditionell und historisch machte man das immer nach dem Windhundprinzip – First come, first serve. Ich glaube, jetzt gibt es eine Umstellung. Wie geht ihr das an? Und war das wirklich jetzt dringend nötig, das System zu ändern? Ja, das ist ja das, was ich gerade ein bisschen umschrieben habe. Wir haben 1.800 MW Leistung im Netz und wir haben eine bestimmte Kapazität, die wir beim Übertragungsnetzbetreiber übernehmen können. Und diese Kapazität ist ja
nicht mehr ausreichend für all die Anfragen, die wir aktuell haben. Und wenn wir nach dem Windhundprinzip einfach das Netz voll machen würden, dann hätten wir – salopp gesagt – keine Leistung mehr für Wärmepumpen, auch wenn das nur viele kleine Anlagen sind, und für Mobilität oder auch die Dekarbonisierungsindustrie. Deswegen haben wir gesagt, wir müssen viel stärker vorausschauen, was auch Teile der Diskussion in der Branche im Netzpaket et cetera sind.
Erstens natürlich nicht nur die Erneuerbaren anzuschließen, in den Vordergrund zu schieben, sondern auch die Energie in die Städte zu kriegen. Und das haben wir aus meiner Sicht ein Stück weit in den vergangenen Jahren vernachlässigt. Und das ist, glaube ich, ein ganz wichtiger Punkt. Es bringt nichts, die erneuerbare Energie zu erzeugen, die man nicht in den Städten verbraucht bekommt, weil wir die Übergabepunkte nicht hinbekommen. Und deswegen haben wir uns dazu entschieden, ein bürgernahes Repatriierungsverfahren
– das ist das Hellgrit-Projekt, das noch mehrere andere Bestandteile hat – einzuführen, das auch in Berlin schon machen et cetera, und das letztendlich auch darum geht, die Kapazitäten, die man noch hat, wenn man sie bekommt, dann auch fair und transparent zu vergeben. Das ist ja unsere Aufgabe. Es gibt ja auch eine große, glaube ich, Kritik an vor allem Batteriespeicherprojekten und Rechenzentrum-Projekten, die einfach versuchen, die Netzanschlussleistung zu sichern, ohne dass ein konkreteres Projekt kommt, was dann wiederum konkreten Projekten diese Leistung wegnimmt.
Das ist ja ohne Hoffnung. Ja, das ist natürlich so. Allerdings ist das planungsreife Verfahren – könnte man damit auch, also, dass man eine bestimmte Planungsreife hat, Grundstück, Baugenehmigung und so weiter. Da muss man schon sehr viel Geld investiert haben, um dann auch in den Netzanschluss zu kommen. Aber klar, letztendlich ist es ja so, dass wir mit 2030, 2031, 2032 mit klaren Regeln auch für die konkreten Aktivitäten eines Batteriespeichers rechnen, aber jetzt ist der Anschluss gegeben. Und meines Erachtens ist das viel zu spät.
Man muss das eigentlich viel mehr übereinanderlegen, dass wir gucken, dass wir klare Regeln – also einen Marshallplan, kann man so sagen – haben, wo die Batteriespeicher benötigt werden und wie viel, und das ganz klar nicht den Markt entscheiden lassen. Weil der Markt ist natürlich aktuell wirtschaftlich. Aber es wird natürlich nicht auf lange Sicht so bleiben, sondern es wird auch einige Batteriespeicher geben, die an einer falschen Stelle mit der falschen Leistung und den falschen Energiemengen agieren. Und das ist natürlich etwas, was volkswirtschaftlich
und dann letztendlich auch viel Geld kostet. Ja. Lass uns gerne diesen Punkt mal ein bisschen vertiefen, weil ich glaube, das ist ein wichtiger Punkt, der auch in der Bevölkerung vielleicht nicht so richtig verstanden ist. Da würde mich auch deine Meinung interessieren. Also, es gibt ja im Stromsystem den Strommarkt, der wiederum ein Signal ist, was dieses Angebot und Nachfrage von den Erneuerbaren und der verfügbaren Energie und der Nachfrageseite
abbildet. Aber das gibt kein Signal über die Netze und wie die Netze genau jetzt einen Engpass haben und wo es genau diesen Engpass gibt – das sind wiederum andere Signale. Und das heißt, das ist ja genau, was du gerade ansprichst, dass man viele Batteriespeicherprojekte haben kann, die sich nur an diesem einen Signal orientieren und nicht an das verfügbare Netz. Was ist denn dein Wunsch, oder wie würdest du es am liebsten sehen? Wir brauchen ja Batteriespeicher, eben weil die Erneuerbaren volatil sind und nur in bestimmten Momenten produzieren.
Und wir wollen ja bis zu 100 % erneuerbare dann haben, nicht nur 60. Und nichtsdestotrotz müssen die Netze natürlich stabil bleiben. Das heißt, wie würdest du das am besten gelöst sehen? Am effizientesten. Also, wenn ich die beste Lösung dafür hätte, würde ich sicherlich nicht nur Geschäftsführer der Hamburger Netz sein – ein Scherz beiseite. Also, ich glaube, es gibt zwei wesentliche Punkte. Das eine ist natürlich die Einspeisung zu glätten. Das, was ja auch immer mehr passiert, dass
Photovoltaikanlagen, die ja im Endeffekt nur tagsüber produzieren, oder auch Windparks oder kombinierte Erzeuger PV und Windparks zusammen, sich Batteriespeicher bedienen und damit die Einspeisung glätten, was ja auch dazu führen würde, dass man den Netzausbau an der Stelle reduzieren könnte. Idealerweise. Das andere ist natürlich, dass man auch die Möglichkeit schafft, für Netzbetreiber an bestimmten Stellen Batteriespeicher zu betreiben oder klare Vorgaben dafür zu machen oder auch zu entlohnen.
Weil natürlich aktuell ist es ja so: wenn ich sage, dem Batteriespeicher-Betreiber, du kannst an dem Punkt nicht einspeichern, außer ich gebe dir ein Profil vor, dann geht er natürlich davon aus, dass es irgendwann soweit ist, dass er an dem Marktspiel teilnehmen kann. Das ist aber aktuell nicht sichtbar. Und deswegen muss man eine Lösung schaffen, die dann praktisch den vermiedenen Netzausbau dem Speicherbetreiber gegenüber auch vergütet werden kann. Das ist kompliziert und komplex. Das wird noch Jahre dauern, bis man da, glaube ich, ein vernünftiges Modell dazu hat.
Und der letzte Punkt, was Batteriespeicher angeht, ist natürlich, wenn man die Leistung beim Kunden glättet, wenn man Industriekunden hat, die vielleicht beim Anlauf oder auch bestimmte Peaks im Jahr nur haben, weil wegen 100 Stunden oder so, die abgeregelt werden können. Das sind Anwendungsfälle, die gut sind, die dann auch netzneutral sind, ein Stück weit. Warum ist das überhaupt so? Das ist, glaube ich, auch noch eine ganz interessante Frage, die auch von der Politik diskutiert werden
sollte. Wir haben einen deutschlandweiten Strommarkt, und Stromfluss ist insbesondere dann, wenn die Sonne scheint und der Wind weht. Also, wenn der Überfluss groß ist im gesamten Netzgebiet, also im gesamten deutschen Marktgebiet, muss man sagen. Das hat aber nichts mit lokalen Engpässen des Netzes zu tun, weil ich kann durchaus sagen, dass ich einen lokalen Engpass in Norddeutschland habe oder in Schleswig-Holstein oder in Mecklenburg-Vorpommern, gleichzeitig aber ein Unterangebot an Strom. Das heißt, mit der Steuerungswirkung, die wir
immer so sagen, bitte Speicher, arbeiten wir doch letztlich nicht. Dann hat man den Markt nicht genügend klein geschnitten. Da gab es auch gerade eine Initiative aus Norddeutschland, mit denen zusammen eine Marktzone zu bilden. Das ist ja heiß diskutiert worden in der Politik. Da müsste ich mich äußern, weil das ist eine ganz andere Fragestellung, die marktwirtschaftlich natürlich am Netzbetreiber nicht so gut besteht.
Aber das ist natürlich ein Thema: diese Netzlinigkeit von Speichern und Verbrauchern ist natürlich das große Marktgebiet, was wir haben, was man schönerweise auch sagen könnte: irgendwo weht immer Wind und irgendwo scheint immer die Sonne. Das ist natürlich in Deutschland ein bisschen anders, aber das ist so ein bisschen die Situation, in der wir uns befinden. Und was hältst du davon, jetzt wo wir immer mehr Smart Meter haben?
Hoffentlich haben wir dann einen sehr guten Überblick, wo die Engpässe entstehen und wann die Engpässe genau entstanden sind, und könnten darauf basierend dann auch dynamische Netzentgelte verlangen. Und dann hätten alle Marktteilnehmer sowohl eine Incentivierung anhand der verfügbaren erneuerbaren Energien als auch kombiniert mit diesen Netzentgelten. Die Netzentgelte hätten wahrscheinlich dann eine Art Ampelsystem, wo man auch sagt: ab dem Moment – die Netze haben natürlich eine Kapazitätsgrenze, die können uns da nicht zusammenbrechen.
Was hältst du von dem – da gibt's ja auch AgNeS, glaube ich, in dem Kontext wird das ja auch diskutiert. Was ist deine Meinung dazu? Ja, das ist die Zukunft. Also da müssen wir hinkommen. Wir müssen – und wir sind auch schon dabei, den Kunden zum Prosumer, wie es so schön heißt, also den Konsumenten, aber auch den Produzenten zu machen. Also nicht nur Produzenten, indem er Energie erzeugt, also PV und Wind und so weiter, sondern andererseits auch, dass er Leistung dann schiebt, wenn der Überfluss da ist.
Das ist eigentlich jeder, der so eine PV-Anlage zu Hause hat, hat die Erfahrung gemacht, dass man dann irgendwie, wenn der Strom ins Netz eingespeist wird, denkt: oh Mann, jetzt könnte man wunderbar eine Waschmaschine anmachen – ist aber nicht zu Hause. Das sind Sachen, bei denen man sicherlich auch einerseits die soziale Komponente nicht unterschätzen darf. Also wer kann denn so sehr den Stromverbrauch im Haus steuern? Das sind im Endeffekt diejenigen, die ein Eigenheim besitzen. Also
die in den Städten in Mietshäusern wohnen, haben da durchaus größere Schwierigkeiten mit. Das ist der eine Punkt. Nichtsdestotrotz glaube ich daran, dass wir da hinkommen müssen und dass wir ein System entwickeln, wo wir die Kunden stärker partizipieren lassen – einerseits – und zweitens natürlich auch, wo der Kunde diesen Wandel in seiner Energieverbrauchsstruktur mitmacht. Und das muss angereizt werden. Das ist ein bisschen so, wie hätte sich jemand LED-Lampen eingebaut,
die zu Hause wesentlich teurer gewesen wären, aber den gleichen Verbrauch hätten – oder man muss rechnen: eine LED-Lampe rechnet sich heute, weil sie einfach wesentlich weniger verbraucht und kostengünstig ist. Genauso muss man diese Prosumer-Logik sehen. Es muss sich am Ende für den Kunden lohnen, darauf umzusteigen. Und da ist noch ein bisschen Weg zu gehen. Aber es sind interessante Ansätze unterwegs. Und da hilft natürlich auch mit, dass wir dann hoffentlich irgendwann flächendeckend intelligente Messsysteme haben, weil die natürlich notwendig sind,
ausrollen können. Das ist ja immer noch etwas schwierig. Das hat lange gedauert, bis die Standards festgelegt worden sind. Und jetzt soll aber alles ganz schnell gehen. Das ist so ein bisschen ein Manko, wo ich sage: die Verordnungsvorgabe hat jahrelang gebraucht, und jetzt soll es aber von heute auf morgen fertig werden. Das ist so ein bisschen wie auch die Energie an sich – die letzten Dinge müssen dann immer noch geschrieben werden, weil wir am Ende der Kette noch umdeckeln müssen.
nur noch in Anführungszeichen, um dann immer das dicke Brett zu bohren. Ja. Und was hältst du eigentlich – ihr habt ja auch eine Firma, E-Born. Vielleicht können wir da noch mal kurz einen Überblick geben über diese Firma, die ja auch einzigartig ist, glaube ich, in Deutschland – als Verteilnetzbetreiber habt ihr dann auch in der E-Mobilität eine wichtige Rolle mit diesem Backend für die verschiedenen weiteren Unternehmenskunden in Deutschland, nicht nur für euch, aufgebaut.
Und ich mache mal zwei Fragen in einer: kannst du da ein bisschen Hintergrund geben, wie das dazu kam und was ihr da noch alles vorhabt? Und das Zweite ist: inwiefern könnte man auch diejenigen, die kein Eigenheim haben, davon profitieren lassen – eben von intelligenteren Ladevorgängen mit ihrem E-Fahrzeug, was sie dann auf der Straße parken müssen und an öffentlichen Ladepunkten laden müssen? Also beispielsweise jetzt ein Hamburger, der nicht im Eigenheim ist – dass er mal bei E-Born –
Die Niederlande, glaube ich, macht das schon vor: dass eben, wenn es Engpässe gibt, man das Fahrzeug ein bisschen länger da lässt und dann zu dem Moment lädt, wo es gerade keinen Engpass gibt – um 17:00, 18:00 Uhr beispielsweise. Ja, also erstmal zu E-Born. Das ist ein Produkt aktuell, was aus drei Komponenten besteht.
Es ist keine eigene Firma, sondern es ist ein Produkt, was praktisch das Vorgängerunternehmen durch Strom mit Hamburg in deiner Zeit im Auftrag – so ein bisschen der Stadt, könnte man sagen – aufgebaut hat, weil man damals natürlich die Ladeinfrastruktur, das Backend-System für die Ladeinfrastruktur der Stadt aufgebaut hat. Das ist ja vor Jahren auch noch bei der Stromnetz gewesen. Historisch gewachsen hat die Stadt oder die Stromnetz Hamburg sozusagen die Ladeinfrastruktur betrieben. Das ist ja regulatorisch beziehungsweise bundingtechnisch dann bewegt worden. Das musste man rausgeben, hat man auch getan.
Aber das Backend-System hat sich dann zu etwas entwickelt, was genau das, was wir im §14a ja auch machen wollen. Eine unglaubliche Anzahl an Daten. Also ich glaube, wir haben letztes Jahr 1,8 Millionen Ladevorgänge mit diesem Backend-System gesteuert, sodass das praktisch eine Datenplattform ist oder ein System ist, das wir nicht nur für die Mobilität nutzen können, sondern auch für unser Netz. Und es gibt drei Facetten: EG Lytics ist das eine – Grid –, wo wir praktisch unsere Netzplanung und Netzprognosen damit machen wollen, auch Netzberechnung.
Das zweite ist Urban, wo wir praktisch mit Loren-Anwendungen auch Daten einsammeln und so ein bisschen Industrie-4.0-Prognosen pushen wollen, also wo wir praktisch als Datendrehscheibe für die Stadt Hamburg für Infrastrukturunternehmen spielen wollen. Und das andere ist Mobility. Da sind wir weiterhin derjenige, der das Backend der Stadt Hamburg bereitstellt und anderen zur Verfügung stellt. Die können entweder unser Backend nutzen oder müssen sich selbst etwas aufbauen, was auch viele tun. Und das haben wir natürlich dann an der einen oder anderen Stelle auch im Markt.
An Flughäfen et cetera wird das genutzt. Das ist natürlich immer – wir gucken als eigentlicher Netzbetreiber, wie wir das weiter ausgestalten. Aber es ist eine spannende Geschichte. Und man sieht daran, wie das Innovationsthema, was eigentlich einen ganz anderen Zweck hatte, am Markt basierend arbeiten muss, dann ein Thema wird, was man intern als Netzbetreiber auch sehr gut nutzen kann. Das ist der eine Punkt. Und der zweite Teil der Frage: Wie ist es überhaupt entstanden?
Ja, also grundsätzlich könnte man – ich habe es in Dänemark schon erlebt – wenn man dann abends um 22:00 Uhr sein Auto lädt. Also da ist ja der Strompreis an den Ladesäulen, an denen man tankt, ausgewiesen. Und da gibt es unterschiedliche Zeitfenster auf der Stromkostenseite. Und letztendlich ist es natürlich einfacher, wenn man zu Hause eine Wallbox hat, aber auch ein Schnelllader. Das ist ja mittlerweile auch so, dass die auch die Leistung haben.
Kann natürlich dann auch eine Möglichkeit geben – ein bisschen so wie heute: wer noch kurz nach 12:00 tankt, der ist auch im Klammerbeutel gepudert. Und so wird es irgendwann auch Leute geben, die zu bestimmten Zeiten ihr Auto vollladen werden.
Das ist nur eine Variante. Und natürlich gibt es dann Mieterstrom und so weiter, wo es ja auch gerade eine Diskussion mit der EU gibt darüber, wie man andere Partialnetze, Objektnetze, Netze im Haus – die ja dann als Verteilungsnetz gelten wollen gemäß EU –, da muss man, glaube ich, Lösungen finden, dass man pragmatische Ansätze findet, damit Mieter im Haus dann auch vom Fortschritt und dem Solardasein sozusagen partizipieren. Und wie siehst du das Thema bidirektionales Laden? Ist das dann auch daran gekoppelt?
Kennst du dich da ein bisschen aus, wie der letzte Stand ist, wie die Teilnetzbetreiber jetzt auf das Thema vorbereitet sind, wie lange du das siehst, dass es noch dauern wird? Es gibt sicherlich auch den einen oder anderen Hamburger, der das gerne schon haben würde, zumindest bei sich daheim, wenn nicht gleich im öffentlichen Ladebereich. Ja, also öffentlich – ich glaube – ist ein bisschen schwieriger, also gerade um den Preis zu bestimmen, den man dann zurückspeist.
Also der Regionalplan ist natürlich eine riesige Chance, weil wir ja im Endeffekt – wenn man so will – ich weiß gar nicht, wie viele Autos wir in Hamburg mittlerweile haben. Aber ich glaube, wir haben einen stark wachsenden Markt, was die Mobilität angeht. Und das ist natürlich ein Batteriespeicher, wenn man so will. Und ein großes Asset.
Also wenn ich mein Auto nicht mehr brauche – und immer mehr Hamburger fahren ja auch mit den Fahrradverkehrsmitteln et cetera oder mit öffentlichen Verkehrsmitteln, haben vielleicht noch einen Kleinwagen – und wenn man den Tag über V2G laden kann, Geld verdienen kann, dann ist das natürlich etwas, was natürlich auch viele andere betrifft. Und wenn ich dann den Strom nicht als Batterie zu Hause in einem System ediert habe, sondern wieder nutzen kann, dann wär's natürlich super. Das ist auch eine Richtung, die, glaube ich, sehr wichtig ist.
Und wenn man die als Netzbetreiber natürlich dann irgendwann auch gezielt – also aus Erfahrungswerten, das sind ja immer die Erfahrungswerte, die man dann braucht, also die Gleichzeitigkeit – was kann ich rechnen, wenn ich die nutzbar machen kann: Das ist natürlich super. Aktuell ist es ja so, dass es noch nicht viele Ladeboxen gibt, die das können, und auch noch nicht so viele Autos, die das können. Das ist ja so ein bisschen immer marktbeschränkend. Also muss das Angebot da sein. Und dann gibt's natürlich.
Jetzt kaufen gerade viele Menschen vielleicht ein erstes Auto, aber es kann nicht bidirektional laden. Man kommt ja von einem Investitionszyklus in den nächsten. Wäre schön, wenn das eigentlich schon auf Technologie-Level wäre. Ich glaube, das Level ist tatsächlich schon so weit, aber es ist halt noch nicht in der Anwendung so weit verbreitet. Aber nochmal nachgehakt: wenn jetzt BMW oder E.ON quasi mit so einem Angebot am Markt sind, wenn alles passt – man hat da so einen BMW
ein Fahrzeug mit einer BMW Wallbox und diesem E.ON-Tarif in Hamburg – wäre das jetzt machbar als Hamburger, das auch mit eurem Verteilnetz, mit den Mess- und Zählkonzepten, bidirektional abzurechnen? Das kann ich tatsächlich gar nicht konkret beantworten. Wir haben schon bidirektionale Lader im Netz. Das ist eher ein kundenseitiger Umbau der Anlage, die abgenommen werden muss. Aber dieses Produkt von E.ON ist meines Erachtens auch noch in der Vorbereitung. Ich glaube nicht, dass es schon am Markt ist. Ich habe davon gehört.
Die bewerben es zumindest. Aber das nehme ich noch mit. Das kann ich jetzt ad hoc gar nicht beantworten. Bevor ich was Falsches sage, sage ich lieber gar nichts. Ja, alles gut. Dann können wir es vielleicht auch noch mal in die Shownotes packen, wenn wir dann bis dahin bessere Antworten haben. Das Thema nehmen wir auf jeden Fall mit. Es ist ein großes. Da bin ich auch deiner Meinung – was meines Wissens gerade der letzte Stand auch noch ist:
Die Bundesregierung hat zumindest die Netzentgelte und die Steuern, die ja angefallen wären, befreit. Aber am Zählkonzept der Bundesnetzagentur fehlt noch etwas. Ich schaue aber mit viel Spannung auf das Thema. Und dann das Thema Software: du hast es gerade gut beschrieben. Inwiefern denkst du, sind die ganzen kleineren Verteilnetzbetreiber vorbereitet auf diesen Wandel, den wir gerade beschrieben haben? Und wie kann man
denen unter die Arme greifen, damit sie das auch schaffen? Die Smart Meter sind noch nicht alle da, aber diese Digitalisierung der Verteilnetze und die Fähigkeit, darauf zu reagieren – auch in allen Verteilnetzen, 860, wenn ich mich nicht täusche, in Deutschland. Ja. Also das kann ich natürlich schwer beurteilen, weil ich nie in einem kleineren Stadtwerk gearbeitet habe. Wir sind von der Größe her so, dass wir eine gewisse Relevanz haben und viele Sachen natürlich – nicht alles, aber viele Sachen – selbst machen können.
Grundsätzlich ist es ja so, dass die Netzbetreiber weniger Konkurrenten miteinander sind. Und dafür sind natürlich die Verbände – der BDEW, der VDN, der VKU, der DVGW für Gas – prädestiniert dafür, gemeinsame Branchenintelligenz nutzbar zu machen. Das passiert ja auch. Ich glaube, es wird niemand alleine gelassen in der Republik, auch wenn es viele Unternehmen sind und sich jeder damit selbst beschäftigen muss.
Und das sage ich auch immer meinen Leuten: die beste Innovation ist die, die man nicht unbedingt immer selbst erfinden muss, sondern die man auch mal links und rechts über den Tellerrand abguckt und adaptiert. Das ist für größere Unternehmen sicherlich noch schwieriger, für uns auch schon nicht ganz einfach. Aber das ist etwas, was wir lernen müssen: dass wir gemeinsam effizient und in der Branchenintelligenz diese Sachen voranbringen. Das ist etwas, wo wir alle ein bisschen mehr voneinander lernen können.
Es gibt ja auch genügend kleine Unternehmen, die an bestimmten spezifischen Sachen durchaus wesentlich schneller und wendiger sind und auch Ideen haben, die sich dann auch große Unternehmen abgucken können. Und wie siehst du da die KI als Chance, die jetzt in aller Munde ist und mich zumindest in diesen Tagen sehr stark prägt? Ja, also die KI wird unser Leben insgesamt komplett verändern.
Viele Unternehmen arbeiten ja auch schon mit eigenen gekachelten Chatbots beziehungsweise AIs, die ihnen helfen, bestimmte Fragen zu beantworten, Texte zu verfassen und so weiter. Ich glaube, wir haben noch gar keine Vorstellung davon, was alles noch passieren wird. Ich möchte jetzt auch gar nicht auf einzelne Berufsfelder eingehen. Aber grundsätzlich ist natürlich: wenn ich innerhalb der Kundenstelle irgendeine Frage habe – meine Tochter, die ist 11, wenn die eine Frage hat, stellt sie die bei irgendeiner KI.
Und die bekommt eine Antwort, die ich selber gar nicht gewusst hätte. Man muss natürlich auch mal vorsichtig sein – nicht alle Antworten sind richtig. Ich habe letztens ein schönes Beispiel gehabt: Ich habe gefragt, wann die Ferien 2027 in Hamburg sind. Und da hat mir ChatGPT geantwortet – je nachdem, welche Plattform man gerade nutzt – dass die Sommerferien in Hamburg sich ab nächstes Jahr um zwei Wochen verkürzen. Und dann habe ich die Quelle gelesen und festgestellt:
das war ein Aprilscherz der Schulbehörde im Jahr 2026, den die KI als Wahrheit genommen hat. Man muss halt immer vorsichtig sein. Aber ja, die KI – wir als Netzbetreiber versuchen uns natürlich verstärkt einzusetzen, immer mit dem Prüfglied des Menschen dahinter, der noch mal drüberguckt und nicht blind übernimmt. Aber das wird natürlich an vielen Stellen eine wichtige Rolle spielen.
Gibt es da auch konkrete Anwendungsfälle, die ihr jetzt schon nutzt oder nutzen wollt, beispielsweise in der E-Round-Produktentwicklung oder in dem EAP, den ihr wahrscheinlich habt für das Verteilnetzmanagement? Also da sind wir meines Erachtens noch nicht dabei. Wir nutzen es im Endeffekt für Chatbots, für Prognosedaten, für alle Sachen, die – wir haben – es ist ja auch immer eine Schwierigkeit. Das muss ja nachvollziehbar bleiben.
Also wenn man zum Beispiel einen Eichwert bestimmen will, der über die KI auch genauer bestimmt werden kann – das haben wir daran, am Ende des Tages, dass die Eichbehörden das nachrechnen können. Das kann man aber nicht innerhalb der KI. Man muss die Schritte so klein machen, dass man jeden einzelnen nachvollziehen kann. Das ist so ein bisschen – und das ist, glaube ich, in der Netzberechnung auch ein Thema. Das wird sicherlich kommen.
Was Netzplanung angeht, aber auch Netzberechnung angeht, dass man dort natürlich aus den Daten, die wir zur Verfügung haben, ganz schnelle Lösungen findet. Aber mal die Frage: Was ist der Unterschied zwischen Machine Learning und KI? Machine Learning ist sozusagen Interpolation, und KI ist für mich auch ein bisschen selbst nachgedacht. Ja, das traditionelle Machine Learning – Methoden habt ihr wahrscheinlich schon länger in gewisser Art und Weise euch damit beschäftigt.
Die ganzen LLMs und die neuen Methoden der KI – da braucht es wahrscheinlich noch ein bisschen, oder man muss auch aufpassen auf das Halluzinieren, was diese Art von Modellen besonders prägt. Ja, und weil es hier auch in diesem Podcast viel um Flotten geht, wollte ich noch mal eure Flotte beleuchten, beziehungsweise die zwei Teilaspekte. Ihr habt die Techniker, die immer im Feld unterwegs sind und dann Dienstwagen an ihren Standorten. Wie ist da eigentlich der Stand in Sachen Elektromobilität, oder seht ihr da Hürden, auf 100 % Elektro zu kommen?
Hürden würde ich es nicht nennen. Es ist natürlich schon so, dass auch das ein Change, ein Wandel ist in der Wahrnehmung. Und ich glaube, das spricht wahrscheinlich vielen Verteilnetzbetreibern oder Flottenbetreibern, die im Endeffekt viel im Service unterwegs sind, aus der Seele – nicht alle Modelle halten das Versprechen, oder halten das, was sie versprechen.
Und welche Erfahrungen haben wir natürlich auch gemacht, die dann immer dazu führen: mit dem E-Auto muss ich ständig alle zwei Tage laden, wenn die Leute in Hamburg unterwegs sind, weil die Reichweite im Winter so schlecht ist, dass sie eigentlich an einer Ladebox übernachten müssen, wenn sie dann ein oder zwei Einsätze haben. Und wenn wir natürlich Einsätze im Feld haben, dann wollen wir natürlich nicht auf das E-Auto warten, das gerade geladen wird. Das ist aber etwas, was modellspezifisch ist. Da muss man halt irgendwie
eine gute Auswahl treffen, was sich auch entwickeln wird, was die Batteriekapazität angeht. Dann schauen wir uns natürlich an, wie wir auch unsere Mitarbeitenden unterstützen können, auch an bestimmten Stellen Lademöglichkeiten vorzusehen – für die Außenstandorte, aber auch eventuell zu Hause. Das sind alles Sachen, die wir prüfen. Was ich ein bisschen zu kurz gekommen finde, ist natürlich die Klimaresilienz. Also wenn wir in einem Teil eines Blackouts
keine Stromversorgung haben, dann ist es wichtig für den Aufbau des Netzes, dass wir unsere Fahrzeuge betreiben können. Und das ist etwas, was uns immer noch ein bisschen umtreibt, dass wir dort immer noch einen Stamm oder einen Pool von Fahrzeugen haben, der resilient aufgestellt ist – also nicht abhängig vom Strom ist einerseits, und andererseits, dass wir eventuell auch Standorte schaffen, wo wir dann auch sicher Strom erzeugen können für diese Fahrzeuge.
Das sind, glaube ich, alles Überlegungen, die auch nach Berlin ein Stück weit diskutiert werden müssen – wo es ja nur einen kleinen Teil betrifft und man dann irgendwo anders hinfahren und laden konnte. Ja, und zum Verständnis: Du meinst, die Problematiken, die ihr hattet, waren die Reichweiten im Winter, die typischerweise immer etwa 30 % weniger sind als im Sommer, und die haben nicht für die Einsätze am Tag ausgereicht. Oder war das nur so, dass die Mitarbeitenden ihr Fahrzeug nicht mit nach Hause nehmen wollten und dann am Standort laden mussten?
Das habe ich nicht ganz verstanden – was waren die Probleme? Das war die Reichweite grundsätzlich. Wir haben natürlich in den Bereitschaftsdiensten die Kollegen, die ihre Fahrzeuge mit nach Hause nehmen, weil sie im Dienst dann da sind und starten müssen. Aber auch das sind Modelle, die wir uns jetzt anschauen, wie wir das optimiert kriegen. Aber wenn ich im Winter nur 80 Kilometer Reichweite habe bei einem vollelektrischen Auto, dann ist das schwierig. Und über Hybrid brauchen wir, glaube ich, nicht zu reden.
Das ist ein Treiber: entweder mache ich einen reinen fossilen Verbrenner, oder ich fahre elektrisch. Hybridfahrzeuge sind für diesen Einsatz vielleicht auch noch mal eine Variante, aber die sind natürlich von der Effizienz deutlich schlechter. Also es ist eine Mischung aus allem. Man muss das richtige Fahrzeug finden.
Man muss Konzepte haben, wie die Mitarbeiter dann auch das Auto laden können und nicht in ihrer Arbeitszeit irgendwie zwei Stunden an der Ladebox stehen müssen, wenn kein Schnelllader frei ist und so weiter und so fort, oder weit fahren müssen. Das ist – wir haben dazu gerade intern ein Projekt aufgesetzt, wo wir uns genau mit diesen Fragestellungen auch noch mal sehr konkreter und strategischer beschäftigen.
Aber sagen wir mal so: Wenn der Mitarbeiter zu Hause laden könnte und eine Reichweite von 150 km hätte, ist das alles kein Problem. Aber dann eben für die Fälle, wo es nicht so ist, wo es geringere Reichweite gibt und der Mitarbeiter nicht zu Hause laden kann – da muss man halt Konzepte entwickeln, am Standort oder öffentlich. Und für die Mitarbeitenden, die also nicht Techniker sind, sondern eigene Fahrzeuge nutzen: am Standort der Hamburger Energienetze – kann man da auch laden als Mitarbeitender? Ja, das kann man. Wir haben –
wir haben gerade hier an unserem größten Standort in Bramfeld auch ein neues Parkhaus gebaut, wo viele Ladepunkte vorgesehen sind. Das ermöglichen wir. Und wir wollen natürlich – also wir befürworten und promoten es auch, mit öffentlichen Verkehrsmitteln beziehungsweise mit Fahrrädern anzureisen.
Aber es gibt natürlich noch viele, die von überall herkommen, und die haben auch die Möglichkeit, das Auto zu laden, was ja ein wichtiger Punkt ist und eine große Hürde nimmt, wenn man an einem Ort, an dem man ein- bis fünfmal die Woche ist, auch laden kann. Und dann das Thema Wasserstoff, das du auch am Anfang angerissen hast – dass dich das umtreibt. Es war vor einigen Jahren noch mal viel mehr, gefühlt, in der Diskussion. Jetzt hat sich das Thema ein bisschen aus den Medien entfernt, finde ich. Oder was ist dein Blickwinkel darauf?
Wie schaust du auf diese Entwicklung beim Wasserstoff, was ja insbesondere, glaube ich, für die Dunkelflaute in Deutschland sehr wichtig wird, aber auch für bestimmte Industrien nach wie vor – da führt wahrscheinlich kein Weg daran vorbei. Wie ist da der aktuelle Stand, und wie blickst du auf das ganze Thema Wasserstoff? Man könnte auch mit einer Change-Kurve argumentieren: erst große Euphorie, dann die Ernüchterung, und jetzt sind wir gerade so aus dem Tal der Tränen raus.
Es werden ja einige Projekte umgesetzt, und die Kapazitätsbefragung am Markt ist auch relativ positiv gelaufen, was die Stimmung angeht, wenn man die Menschen oder die Branche fragt. Und das ist so der Blick darauf. Ich glaube, es geht gerade so ein bisschen bergauf. Und wir haben durchaus den Blick in die richtige Richtung, dass da auch Kunden und Erzeugungsanlagen kommen werden. Der wichtigere Punkt war: Es wird zunächst die Infrastruktur geschaffen.
Das war immer unsere Aussage: Infrastruktur muss zuerst da sein. Ohne Infrastruktur – also erst die Autobahn, bevor ich mit dem Auto fahre. Ich kann natürlich auch vorher von Hamburg nach München fahren, aber mit der Autobahn ist es deutlich leichter. Und so ist es auch bei der Infrastruktur: Wenn ich es nicht mit LKW verschiffen muss, sondern durch Leitungen transportieren kann, ist es deutlich einfacher. Hamburg ist natürlich – das haben wir auch immer gesagt – eigentlich prädestiniert für Wasserstoff.
Ich kann hier mit einem Industrienetz im Hamburger Hafen, weil ich hier eine sehr große Industriedichte habe – rund 89 TWh Gas-Energiedichte –, und wenn ich sowas auf so einem engen Raum mit einem Netz von 40 bis 60 km abdecken kann und damit vielen Kunden die Möglichkeit gebe, von Erdgas auf Wasserstoff umzustellen, dann ist das ein riesiger Hebel.
Und dabei sind natürlich viele Kunden auf das Molekül angewiesen. Zweitens hatten wir am Anfang das Thema Stromnetzausbau – das heißt, die Kapazitäten, die ich nicht im Stromnetz verlagern muss, helfen mir letztendlich auch beim Netzausbau, gerade in den Peaks. Und da haben wir jetzt eine Infrastruktur gebaut. Wir hoffen natürlich stark, dass das dann auch zum Fliegen kommt und wir die entsprechenden Kunden im Hamburger Hafen bekommen. Da waren wir einer der ersten.
Ich glaube, wir sind nächstes Jahr, wenn wir in Betrieb gehen, der erste Verteilnetzbetreiber, der Wasserstoff einspeist. Respekt. Und die Bauzeiten – wir haben ja damals, als wir das IPCEI-Verfahren gestartet haben, immer gesagt: Wir haben vier Jahre auf die Genehmigung gewartet, und jetzt sollen wir in vier Jahren bauen. Bin mal gespannt, aber es sieht so aus, als wenn das alles klappt. Wir sind da guter Dinge und gehen dieses Jahr in Betrieb. Und dann haben wir hoffentlich einen –
großen Meilenstein der Dekarbonisierung der Industrie im Hamburger Hafen geschafft, beziehungsweise wir haben unsere Hausaufgaben erfüllt. Und dann muss natürlich der Markt und die Kunden das Notwendige tun, damit es funktioniert. Da ist natürlich auch ein Stück weit die Politik gefragt. Und das Thema Dunkelflaute hattest du auch angesprochen. Das ist natürlich ein riesiges Thema, wenn wir keine Erdgaskraftwerke mehr haben und Kohle 2030 auch vorbei ist.
Dann werden wir Wasserstoffkraftwerke, auch wenn wir nur wenige Stunden im Jahr die brauchen werden, benötigen. Also es geht nicht anders aktuell. Vielleicht gibt's nochmal eine neue Technologie. Wer weiß das schon? Aktuell sind sie nicht. Ja. Und dann denkst du auch, dass dann die ersten Wasserstoffkraftwerke entstehen werden? Oder sind das dann diese Gaskraftwerke, die jetzt genehmigt worden sind oder in der Planung sind, die dann Wasserstoff – diesen Wasserstoff, den ihr dann auch ermöglicht – nutzen.
Ja, also wie die Kraftwerke aktuell geplant werden, kann ich gar nicht sagen. „Wasserstoff-ready" hört sich immer so einfach an, bei einem Turbinenkraftwerk oder bei Motoren. Das ist vielleicht noch ein bisschen einfacher, aber das ist natürlich hochkomplex. Die Verbrennungseigenschaften von Wasserstoff sind doch noch mal deutlich anders als beim Erdgas. Deswegen ist es auch nicht so einfach auszutauschen. Ich kann morgen nicht im gleichen Netz, wo ich Erdgas transportiert habe, Wasserstoff liefern. Das geht nicht. Das muss man einfach so konstatieren.
Aber wenn ich heute Kraftwerke baue, dann würde ich natürlich möglichst vorsehen, die irgendwann auch auf Wasserstoff umzustellen, wenn ich irgendwann von den fossilen Energieträgern weg bin. Und das ist ja sehr cool, dass ihr da auch führend seid. Ich habe das auch beobachtet als Nicht-Hamburger. Ich bin ja Multikulti, aber eine Freundin aus Hamburg zumindest. Und Hamburg ist irgendwie immer führend in vielen Sachen. Wie siehst du das? Warum ist Hamburg in Deutschland immer so einen Schritt voraus? Hast du da irgendeine Theorie?
Also, schwierig. Ich möchte mich jetzt gar nicht so sehr nach vorne drängen. Es gibt genügend andere Unternehmen, die auch an vielen Stellen vorne sind. Wir sind da an bestimmten Stellen gut dabei. Beim Wasserstoff zum Beispiel habe ich mal gesagt, uns hat auch jemand den Ball auf den Elfmeterpunkt gelegt – wir mussten ihn nur noch reinschießen, sozusagen – weil natürlich die Voraussetzungen in Hamburg für Wasserstoff richtig gut sind.
Also, wenn es in Hamburg nicht funktioniert – das ist meine Aussage – dann funktioniert es eigentlich nirgends, weil der Markt hier so dicht und so eng ist. Und das muss einfach klappen, sonst haben wir ein echtes Problem. Ansonsten muss man natürlich noch sagen: Hamburg hat – das kann man aus unterschiedlichen Blickwinkeln betrachten – die Netze waren auch lange in privater Hand: E.ON, Vattenfall und so weiter.
Und es gab ganz viele unterschiedliche Impulse in diese Unternehmensreihen, die jetzt, vor zwei Jahren aus dem Stromnetz und Gasnetz, die Hamburger Energienetze geworden sind. Und das ist, glaube ich, schon noch mal etwas, was viele Stadtwerke, die historisch gewachsen sind und die nie andere Impulse bekommen haben, nicht hatten. Das ist, glaube ich, schon etwas, was uns auch so ein bisschen antreibt und vielleicht auch an der einen oder anderen Stelle mal besser macht, dass wir dort nach einem unglaublichen –
– also, wir haben verschiedene Kulturen zusammengebracht, die sich gegenseitig herausfordern. Das merkt man auch jetzt noch. Ich will nicht Kulturkampf sagen, sondern eher Kulturentwicklung bei uns. Ganz viele Ideen aus den jeweiligen unterschiedlichen Unternehmen prallen aufeinander, und wir sagen immer: Das Beste soll Gewinn für das Unternehmen sein. Ja, das klingt gut. Und sonst: Ihr seid ein Verteilnetz für Hamburg. Allerdings müsst ihr, wie viele andere Verteilnetze, euch mit den Verteilnetzen drumherum abstimmen –
– irgendwie, was eure Pläne angeht oder was Engpässe angeht. Wie funktioniert das in der Praxis? Das funktioniert ganz einfach über Menschen, die miteinander reden. Letztendlich ist es so – ich würde das für uns behaupten –, dass wir ein gutes Verhältnis zu den umliegenden Verteilnetzbetreibern haben, sei es die Städte, aber auch Hansewerk oder BM et cetera. Wir haben mit der EWE Austauschformate, wo wir genau diese Themen regelmäßig besprechen.
Und wie schon angedeutet, die Schwarmintelligenz an der anderen Stelle auch nutzen, wo dann der eine oder andere mal eine Idee hat, die wir dann auch für uns verwenden können. Und das ist etwas, was gar nicht unbedingt notwendig wäre – also die Leute würden sagen, wir können auch alleine existieren. Aber ich finde es immer gut, über den Tellerrand zu gucken. Und bei der Gastransformation am Ende des Tages, weil wir natürlich auch darauf angewiesen sind, werden wir zwangsläufig mit unseren Nachbarn zusammenarbeiten müssen. Das tun wir auch.
Dann kommen wir auf die Zielgerade. Ich hatte eine letzte Frage für dich: Was ist dein Ausblick? Wo geht die Reise noch hin – für euch, für dich – in den kommenden Jahren? Und was sind die größten Missverständnisse, die du denkst, die man noch so über Netzbetreiber hat, wo du sagst: Hey, da sollte man uns nicht so stark auf den Pranger stellen, sondern: Wir tun hier gerade unser Bestes. Ja, also, wir haben eine sehr spannende und herausfordernde Aufgabe vor uns – die Hamburger Energienetze.
Das kann man so konstatieren, was wir bauen und entwickeln müssen. Das Thema Demografie, Personal einarbeiten, Flächen besorgen, bauen, bauen, bauen, wie man als Asset Manager zu sagen pflegt. Und andererseits natürlich das Ganze auch managen, so dass alle zufrieden sind. Wir haben ja keinen Selbstzweck, sondern wir sind für viele Bürgerinnen und Bürger der Stadt Hamburg da. Das ist unsere Aufgabe, und die wollen wir natürlich bestmöglich erfüllen. Ich finde diese Aufgabe sehr spannend.
Von daher habe ich für mich eigentlich keine Option, irgendetwas anderes zu tun. Aber man soll niemals nie sagen. Ich fühle mich wohl, ich habe ein tolles Team, ein tolles Unternehmen, und es macht total viel Spaß. Was sind so die größten Missverständnisse? Da würde ich sagen: Es wird oft gar nicht verstanden – was ich vielleicht zwischendurch auch mal andeuten wollte –, dass da ja nur noch umgesetzt oder gebaut werden muss. Aber die Zeit der Vorbereitung und der Netzentwicklung braucht ihre Zeit. Das verstehen wir.
Aber wir brauchen auch Zeit, um es danach umzusetzen. Und wir merken, wenn wir so ein schönes Bild zeichnen und über Beschleunigung reden: Da haben wir hier in Hamburg ein Schutzgesetz, in dem steht, wir haben vorrangig öffentliches Interesse daran, dass die Energieinfrastruktur ausgebaut wird. Gleichzeitig haben wir aber auch ganz andere Interessen – Bausubstanz, Verkehrsfluss und so weiter. Und es ist ein bisschen so, wenn man auf eine Kreuzung zufährt mit vier Ampeln und alle gleichzeitig auf Grün stehen, dann könnte man denken – oder das ist mein Gefühl –, dass alles schneller läuft.
Das ist aber nicht so. Das läuft alles langsamer, weil ich klare Prioritäten setzen muss. Und das ist etwas, was wir insgesamt in Deutschland stärker machen müssen. Wir müssen uns stärker fokussieren und müssen anerkennen, dass wir an vielen Stellen auch die Zeit brauchen, um es umzusetzen. Ein schönes Beispiel ist auch das Vorziehen von 2045 auf 2040. Das bedeutet in der kommunalen Wärmeplanung natürlich auch, dass wir fünf Jahre weniger Zeit haben, alles umzusetzen. Gleichzeitig bedeutet das natürlich auch weniger Zeit für die Gebäudesanierung.
Das heißt, wir werden viel größere Wärmepumpen benötigen, wenn das umgesetzt werden soll, als wenn wir bis 2055 länger Zeit hätten, auch für die Gebäude und damit die Energiereduktion. Das sind so kleine Beispiele. Und ich glaube, dieses Systemische – was alles miteinander zusammenhängt –, das hast du ja auch gesagt, nach dem Motto: Markt der Netze. Wie hängt das eigentlich zusammen, und welchen Blick hat man darauf? Das ist etwas Komplexes und Schwieriges. Und ich kann leicht reden, weil ich mich ja beruflich und auch privat gerne damit beschäftige.
Beruflich agiere und handle ich damit. Aber das ist etwas, was wir auch in die Bevölkerung und zu den Menschen bringen müssen, weil wir natürlich Verständnis erzeugen müssen für die Energiewende – was notwendig ist, was nicht notwendig ist und so weiter. Das ist, glaube ich, etwas, das wir auf die Fahne schreiben müssen. Da muss der Schulterschluss zwischen der Energiepolitik – der Politik insgesamt – und den Playern in der Energiewirtschaft deutlich besser werden, würde ich mal sagen.
Ich will nicht sagen, dass das schlecht ist, aber es ist immer Luft nach oben, wie wir schon festgestellt haben. Deswegen wäre das mein Wunsch: die Infrastruktur nicht zu unterschätzen, unsere Aufgaben nicht zu unterschätzen, einzuhaken und die Dinge gemeinsam als Team anzugehen. Ja, sehr cool. Da fällt mir noch ein: Diese ganzen physischen Projekte und Bauprojekte – das ist tatsächlich alles nicht trivial. Man kann zwar mit KI Code relativ schnell schreiben, aber die größte Herausforderung ist noch immer
die Welt um uns herum ebenfalls zu beschleunigen. Und das ist deutlich herausgekommen. Die Roboter sind noch sehr weit weg, und vieles, was wir dafür brauchen. Stichwort systemisches Denken und Priorisierung – ich finde das herausragend, und eine Sensibilisierung für alle zu entwickeln und dann die richtigen Sachen zu priorisieren, nehme ich mit. Danke dir auch für diesen Gedanken. Danke, dass du die Zeit genommen hast, einen Einblick in eure Welt zu geben, und ich wünsche dir noch alles Gute – lass uns im Austausch bleiben. Vielen Dank, Claudio. Alles Gute. Tschüss.
Drei Dinge bleiben hängen. Erstens: Hamburg plant mit einer Verdreifachung der Netzlast. Das ist keine abstrakte Zahl, sondern bedeutet konkret neue Umspannwerke, neue Trassen, mehr Personal, mehr Fläche – und das alles in einer Stadt, in der jeder Bauantrag einen Ring an Genehmigungen bedeutet. Zweitens: Das Fairgrid-Verfahren zeigt, wie ein Verteilnetzbetreiber Kapazitäten nicht mehr nach dem Windhundprinzip vergibt, sondern nach Planungsreife und Systemdienlichkeit. Ein Modell, das Schule machen könnte, weil es Batteriespeicher dorthin lenkt, wo sie das Netz entlasten, statt es zu belasten.
Drittens: die Klimaresilienz der eigenen Flotte. Wenn der Strom ausfällt, müssen die Techniker noch fahren können. Hamburger Energienetze hält deshalb einen Pool nicht-elektrischer Fahrzeuge vor und baut Standorte, die auch im Blackout Strom erzeugen können. Systemisches Denken statt Einzeloptimierung – das ist die eigentliche Aufgabe der Netzbetreiber in den kommenden Jahren. In diesem Sinne, bis zum nächsten Mal.
Notities bij de aflevering
Rund 1.800 Megawatt liegen heute gleichzeitig im Hamburger Netz an, und bis 2045 rechnet man mit fast dem Dreifachen. Michael Dammann, Geschäftsführer der Hamburger Energienetze, erklärt, warum die verfügbare Netzkapazität damit nicht mehr für alle Anschlussanfragen reicht und wie ein neues, faires Vergabeverfahren das bisherige Windhundprinzip ablöst. Aktuell liegt die gleichzeitige Last im Hamburger Netz bei 1.800 Megawatt, und mit den Zielszenarien aus kommunaler Wärmeplanung und industrieller Dekarbonisierung rechnet Michael mit einer knappen Verdreifachung. Statt die verbleibende Kapazität einfach nach Anfrage zu vergeben, setzt die Hamburger Energienetze mit dem Fair Grid Projekt auf ein programmatisches Repartierungsverfahren, das Kapazität fair und transparent verteilt, ein Ansatz, den auch Berlin bereits verfolgt. Für Batteriespeicher fordert Michael klare Regeln statt reiner Marktsteuerung: Wer eine Ausnahme von den Netzentgelten erhält, sollte auch bereit sein, sich netzdienlich einbinden zu lassen, inklusive einer Vergütung für den dadurch vermiedenen Netzausbau. Ein zweiter Schwerpunkt ist Wasserstoff. Nach einer Phase der Euphorie und anschließenden Ernüchterung sieht Michael die Branche aktuell wieder im Aufwind. Die Hamburger Energienetze bauen ein bis zu 60 Kilometer langes Wasserstoffnetz für den Hamburger Hafen, dessen hohe Industriedichte und ein Gasdurchsatz von 8 bis 9 Terawattstunden den Umstieg vieler Industriekunden von Erdgas auf Wasserstoff ermöglichen und das Stromnetz entlasten sollen. Außerdem geht es um E.Round, die Backend Plattform der Hamburger Energienetze für Ladeinfrastruktur, die im vergangenen Jahr 1,8 Millionen Ladevorgänge gesteuert hat und heute auch anderen Unternehmen und Flughäfen zur Verfügung steht, um bidirektionales Laden, das Michael als große, aber noch frühe Chance einordnet, und um die eigene Flotte der Hamburger Energienetze, wo Winterreichweite und Ladelogistik für Techniker im Außendienst die größte Herausforderung sind. Eine Folge über die Grenzen der verfügbaren Netzkapazität, und darüber, warum eine Energiewende ohne klare Prioritäten und ausreichend Vorbereitungszeit nicht schneller, sondern langsamer wird.