Ep. 33: Andreas Schumann, Vorsitzender des BdKEP - Elektromobilität, Regulierung und die Zukunft der letzten Meile
Transcript
Opgeschoond op basis van een automatisch transcript. Vertalingen zijn automatisch gegenereerd en kunnen fouten bevatten.
Welkom bij de Smart Charge by RiDERgy Podcast. Dit is Claudio Geyken, oprichter en CEO van RiDERgy. Dit is uw show om alles te leren over energiebeheer en smart charging innovatie voor elektrische voertuigen en vloten.
24 bedrijven genereren ongeveer 80% van de omzet, maar de bezorgingen worden grotendeels uitgevoerd door onderaannemers. Dit is een citaat van Andreas Schumann, voorzitter van de BdKEP, onze gast vandaag. Ons gesprek gaat over de laatste mijl, bijvoorbeeld over de nieuwe Postwet met aanbiederregister en strenge controlepflichten voor opdrachtgevers, de geplande EU Delivery Act voor meer veerkracht en wat dat betekent voor kmo's en onderaannemers, de vergelijking van leasingkosten van e-voertuigen met diesel – 300 tot 700 € per maand – tot aan de depot-ladeplanning. Relevant voor iedereen die KP stuurt. Strategieën die in het
dagelijkse bedrijf TCO en beschikbaarheid verbeteren, zonder op de volgende trein te wachten. Laten we beginnen. Prima, Andreas. Fijn dat je vandaag hier bent. Hoe gaat het met jou? Prima. Het is een beetje grijs buiten, maar de onderwerpen zorgen voor veel warmte en veel plezier. Dus het gaat goed. Dank je voor de uitnodiging, Claudio. Graag gedaan. Fijn dat je gekomen bent. Dus voordat we echt aan de slag gaan, wil je jezelf alstublieft even kort voorstellen? Ja, Andreas Schumann. Ik ben de voorzitter van de Bundesverband Kurier Express und Postdienste. De vereniging
vertegenwoordigt meer dan 5.500 middelgrote bedrijven die daadwerkelijk op de eerste en laatste mijl met voertuigen rijden en bezorgingen uitvoeren of zendingen ophalen. De zendingen zijn doorgaans tot 31,5 kg en de voertuigen hebben een maximale nuttige last van 3,5 ton. Er zijn echter ook duizenden voetbezorgers en ook duizenden fiets-bezorgers. Wij hebben in de vereniging een vloot van ongeveer 50.000 tot 60.000 voertuigen. En onze thematische aandachtspunten in de vereniging zijn enerzijds het klassieke lobbywerk, innovatie en de voordelen. Oké. Ja, voordat we daar dieper op ingaan, ik hou ervan wanneer de gast ook iets meer over zichzelf vertelt. Hoe ben je eigenlijk in deze rol terechtgekomen? Wat was een beetje jouw achtergrond? De achtergrond was eigenlijk in de sauna. Ik zocht naar een nieuw idee wat ik in mijn leven ging doen, het oude was niet meer zo houdbaar. En toen gaf iemand me een krantartikel uit Die Zeit, waar rond 1998 een van de eerste postdiensten die naast de Deutsche Post bestond, eigenlijk werd gepresenteerd. In Die Zeit. Welke was dat
eigenlijk?
Die was in Itzehoe. Ik weet niet – ik heb altijd moeite met de naam. Hoe die heette, weet ik niet meer. Ik geloof dat het Daniel Giersch was. Die was toen wel bekend, ook met dat Gmail-adres, geloof ik. In ieder geval had ik die advertentie gekregen. En zo ben ik eigenlijk in de koeriersbranche terecht gekomen. Ik heb toen een van de eerste postdiensten opgericht en heb me dat ook ter plekke bekeken bij Daniel Giersch in Itzehoe. Dat was allemaal best
spannend. En zo ben ik in de branche beland. Dat was in welk jaar? Dat was 1998. Dat was de liberalisering, nietwaar? Precies. Dus daar begon de liberalisering eigenlijk. Er waren nog speciale licenties voor de postdiensten, het was allemaal heel vers, en dat was ook voor de markt heel vers. Ik heb toen een postdienst opgericht in Leipzig. Jonas Post heette dat destijds. En Excel was helaas iets optimistischer dan de werkelijkheid destijds. Dus het was echt zeer
zeer moeilijk om de klanten, die eigenlijk alleen de Deutsche Post als leverancier kenden, te overtuigen of te werven. En het traject was zeker vanuit de wervingskant dus navenant steilerd dan verwacht, zodat we dat als door ideaal gedreven startup niet meer aankunnen. Wat was destijds het voordeel of de meerwaarde die jullie verkochten, vergeleken met de Post? Ja, we waren een regionale postdienst. Dus onze zendingen werden in de regio opgehaald en in de regio bezorgd. Het ging daardoor ook sneller. En in het kader van het
licentierecht hadden we een gegarandeerde bezorging. Dat wil zeggen, als we de doorlooptijden niet hadden nageleefd, zou er een teruggave gekomen zijn. Dat was destijds een criterium. En toen was het zo dat de markt gewoon werd geliberaliseerd en men zich daar uittestte. En natuurlijk kon je ook al destijds naast de Deutsche Post met meer service glansen. Je was als gesprekspartner daar. Er was geen callcenter, je was gewoon direct aanwezig. Ja, het was allemaal – een beetje goudkoortssfeer en pioniersgeest zat er
veel in. En dat was toen jouw bedrijf. En toen ben je denk ik daarna bij TNT terecht gekomen. Was dat dan? Ja, daar was nog een tussenstap. Ik heb het bedrijf toen verkocht, aan Fiege, het Fiege-concern. Dat wil zeggen, dat was toen al redelijk succesvol, als je het kon verkopen. Die hadden een mediaverspreadings afdeling, dus mediabestelling. En hoe was dat destijds in Dresde? In Dresde was ook een van de eerste postdiensten – Postmodern. Die bestaat tot vandaag de dag. En toen hoorde dat eigenlijk bij Postmodern
en ik heb Postmodern geleid. Dat was zo rond 2000. En vandaar ben ik toen naar TNT gesprongen – zeg maar de grote Nederlandse. Ja, dat heette destijds EP Europost. EP Europost was een joint venture tussen de Nederlandse Post en Hermes. En het idee was destijds dat de zware Otto-catalogi, die dikke dingen – ik weet niet of je die kent. Dat waren echt flinke pakken. Nog nooit gezien. Maar ik kan me dat wel voorstellen. Dus, dat waren, wat weet ik, zo een woog twee kilo of zo.
En die zouden wij moeten bezorgen, of het idee was dat wij die zouden bezorgen. Ja, maar toen hebben ze ons die van Hermes niet gegeven. Destijds hebben we ze niet gekregen. En dan moesten we gewoon kijken waar we zendingen vandaan konden halen. En toen hebben we daar ook een briefbezorging opgezet. Vervolgens kregen we brieven van mobiele telefoonbedrijven of brieven uit het buitenland van de Nederlandse post. En toen ging het ook een ander richting op dan gedacht, niet in de catalogusbezorging, maar in de briefbezorging. Daarvoor ging het voor mij dan
om kwaliteitsmeetsingssystemen. Wij hebben toen testsystemen met tienduizenden testbrieven en testbriefontvangers opgezet, want dat is een landelijk netwerk van ongeveer 90 postdiensten. Wij waren dus uitsluitend een distributiecentrum. Wij hebben de 90 postdiensten gecoördineerd. En die werden dan voorzien van de zendingen die een mobiele telefoonprovider verzond, en die bezorgden ze. En de onbezorgbare zendingen kwamen dan terug. En dat was toen EP Europost. Daarna was het TNT Post. Daarna werd TNT als pakketdienst verkocht, zodat we niet meer TNT Post mochten heten. Daarna
heette het Postcon. En vandaag de dag heet het DVS. Dus het bedrijf bestaat tot vandaag de dag. En jij bent dan toch goed met namen. Ja, het is gek hoe dat steeds weer verandert. Ja, en toen kwam de digitalisering meer op gang, in de jaren nul.
Ik heb dat toen in het bedrijf aangezet, zeggen we maar, in onze kleine Duitse afdeling: Wij zouden eens iets met digitalisering moeten doen. Brieven en digitalisering – daar moeten we ons gedachten over maken. En toen was er een project. Ik mocht toen een project doen. Dus de bedrijfsleiding zei toen: Ja, dan doen we eerst een project, zoals dat graag in het concern gebeurt. En toen hebben wij het allemaal uitgewerkt, hoe het allemaal werkt. Dat was 2009. En toen hebben wij het project ook trots gepresenteerd. En toen
duurde het weer een half jaar. En toen was de essentie een beetje: Ja, dat hebben we zes jaar geleden al eens geprobeerd. Dat werkte niet. Dus nu doen we ook niks. En dat was behoorlijk onbevredigend. Dat was A zeer onbevredigend. B pendelde ik tussen Berlijn en Hannover en landelijk. En toen besloot ik op te zeggen en een eigen bedrijf op te richten. Dat was Internetpost geweest. En er kwam toen een E-Postbrief – hoe heette hij, van de
E-Postbrief van de Deutsche Post – en De-Mail uit. Dat was het idee voor digitale bezorging van brieven naar geïdentificeerde ontvangers, zodat je ook de bezorgingen kon aantonen. En daar hebben wij aan een systeem gewerkt – spannend. Wat zou alternatief voor de Deutsche Post voor de alternatieve postmarkt mogelijk zijn gemaakt, deze zendingen te vervoeren? En dat was een moeilijk karwei. Ik zeg het altijd een beetje lomp: Daar zijn ongeveer 1,5 miljard euro in gestroomd van Telekom, Deutsche Post en de staat. En
we weten wat ervan geworden is van E-Mail en E-Postbrief – namelijk niks. En voor mij was het destijds ondenkbaar dat je uit zoveel geld zo weinig kunt maken. In principe werd het geld weggegooid – natuurlijk vanuit het perspectief van de Deutsche Post alleen gedeeltelijk weggegooid, omdat daar langer papieren brieven zijn om te bezorgen. En de E-Postbrief van de Deutsche Post is eigenlijk vandaag de dag een printservice geworden, dus dat je brieven digitaal verzendt als afzender, maar
de brieven worden toch afgedrukt en bezorgd. Bestaat er in Duitsland – nu zuiver uit persoonlijke nieuwsgierigheid – bestaat er eigenlijk de mogelijkheid... Kun je je brieven digitaal laten maken? Er is toch zo'n dienstverlening. Dat is wat jullie wilden opbouwen. Nee nee, het ging meer om: Als je een e-mail verstuurt, weet je eigenlijk niet wie aan de andere kant de eigenaar van dat e-mailadres is. Dat wil zeggen, het heet dan f96@gmail.com. Maar je weet niet dat
de Claudio daarachter zit. Ja, en het idee was daar – of is ook in verschillende contexten nog steeds – dat de identiteit aan die e-mail gekoppeld is en dat je daar een soort identificatie doet. Het eenvoudigste: We hebben destijds codes naar je adres verstuurd. En dan voerde je dat in. En daarmee had je je identiteit bevestigd. Maar toen kwamen er ook zulke onderwerpen: Videoidentificatie kennen we vandaag – als ik me ergens voor een carsharing registreer, moet ik ook zo'n videoidentificatie
doen. Of als ik een bankrekening open. Ja. En voor verschillende soorten zendingen heb je verschillende identiteitsniveaus nodig. Soms is de e-mail genoeg – voor reclamepost misschien. Voor facturen enzovoort maakt het zin om je identiteit per pincode te bevestigen, die per post werd verstuurd. En videoidentificatie dan voor waardevollere zendingen of voor contracten of dergelijke. Oké. En dit identiteitsbeheer was destijds ons thema. En in de digitale wereld is het niet zo als in de fysieke wereld, dat brieven respectievelijk e-mails zomaar
ongevraagd kunnen worden verstuurd. Dus brieven als reclamepoststukken kun je ongevraagd krijgen – dat heet listbroking. Reclamezendingen als e-mails mag je echter niet versturen zonder double-opt-in. En daarvoor had je ook een oplossing, dat je eigenlijk opt-in kon geven voor degene die je brieven kon sturen – digitaal. En dat hing dan zogenaamd nog samen met de algemene verordening gegevensbescherming. Maar vandaag de dag is er toch een dienstverlening waar je post digitaal kunt laten bezorgen. Ja, maar dat
eigenlijk alleen dat. Dus daar worden uw brieven naar een scanpunt gestuurd. De brief wordt geopend, hij wordt gescand en dan wordt hij u bezorgd. Dat is nog steeds een fysieke bezorging, geen digitale. Jullie hadden destijds digitaal. En daar ging het om digitaal onderzoek, het volledig digitale. Men kent dat ook van notarissen, advocaten. Ik geloof dat beA heet, dat rechtbanken met advocaten via dergelijke digitale wegen communiceren. In Italië bestaat dit systeem. Ik geloof dat het veel gebruikelijker is dan in Duitsland. Oké. Ja, zoiets zou
natuurlijk ook eenvoudiger zijn als er zulke nummers zouden zijn. De identificatienummers – in Denemarken hebben we dat ook, dat iedereen over zijn elektronische brievenbus beschikt. Dus daar zijn we in Duitsland altijd een beetje langzamer in de digitalisering. En dat is ons ook tegen de borst gestuit. Oké, spannend. Ja, en ik had – jij had geen 1,5 miljard. Hoe heb je jezelf gefinancierd? Bij de tweede. Ja, dat was – we waren een naamloze vennootschap. Die heb ik zelf opgericht. Met 50.000 €. Een NV. Wow, jij hebt
maar waarom geen GmbH en meteen een NV? Ja, we hebben daar langer over nagedacht. Maar een NV heeft gewoon een ander reputatie. En toen hebben we gezegd, dan maken we een NV. Dan moet je je voorstellen – je had dan al het nodige kleingeld. Precies, 50.000 € heb je nodig voor de NV, voor de GmbH 25. Precies. En bij de NV is ook het voordeel dat je sneller aandeelhouders aan boord kunt halen, dus wat betreft kapitaalverhoging of vers kapitaal. Daarvoor is de NV gewoon gemaakt en sneller
gemaakt dan een GmbH. Ja. En toen gaf er een aandeelhouder. En toen ging het om financiering, om bedrijfswaarde, om verwaterde. Dus het hele scala van aandelenrecht hebben we toen doorgenomen. Maar vanwege het mislukte De-Mail- en E-Postbrief-programma moest ik me heroriënteren. Dus er was een afhankelijkheid van hun kant op jullie. Dus we zouden erop aangewezen zijn geweest dat De-Mail en E-Postbrief de markt echt in beweging brengt.
De anderhalf miljard hadden we niet, om dan zogezegd in deze dynamiek mee te gaan. Maar dat is nu eenmaal niet gelukt. Ja. En toen – nu zijn we een beetje afgedwaald, maar dat is de verbinding naar de vereniging. Mijn eerste bedrijf destijds, de Jonas Post – toen ik dat verkocht heb, werd me de koper door de Bundesverband Kurier Express Post van de voorzitter bezorgd. Dus ik had destijds heel aan het begin de vereniging. Sindsdien ken ik de vereniging, was ook lid. En toen heb ik daar gebeld en heb gezegd: hé, ik zoek iemand,
die mijn bedrijf koopt. Heb je een idee? En destijds was er veel beweging op de markt, en hij heeft de koper bezorgd, zodat we de hele tijd contact hadden gehouden, omdat ik ook in de branche ben gebleven. Soms zat ik ook al in het bestuur van de vereniging of in inhoudelijk verbonden werkgroepen. En toen heeft de destijdse voorzitter me gevraagd of ik de vereniging niet wilde overnemen. Nou ja, spannend. En om de luisteraars mee te nemen, kun je me misschien de structuur van de markt aanvullen, omdat misschien
de meesten, die alleen pakketten ontvangen, niet weten dat deze pakketten niet alleen zogezegd Hermes en de grote logo's van Amazon, DHL, DPD enz. een rol spelen, maar juist, zoals je al aan het begin hebt genoemd, een groot aantal bedrijven – hoe zou je ze noemen, onderaannemers, of hoe zou jij ze noemen? – quasi daar een rol spelen. En misschien kun je nog een keer de verbanden daar uitleggen. Dus de koeriersmarkt, expresmarkt, paketmarkt en postmarkt: daar zijn ongeveer 12.000 bedrijven, dus een enorm aantal, veel groter dan men
eigenlijk denkt. Echter hebben 24 van deze bedrijven 80% van de omzet. Dat wil zeggen, we hebben een zeer sterk oligopolie, namelijk daarin: de meeste omzetten op deze markt zijn natuurlijk de pakketten. En bij de pakketten zijn er juist de grote pakketdiensten: Amazon, DHL, Hermes, DPD, GLS – de grootste. Wie ben ik vergeten? UPS nog, FedEx – FedEx, DHL had ik al. Ja. En hier is het zo: dat zijn de heel grote, die je zo kent. En dan zijn er daar in totaal 24
quasi, die je minder kent. Er zijn nog Knax en misschien de Stadtboten, of? Dus er zijn twee dozijn van deze bedrijven, die 80% van de markt bij zich hebben. De grootste speler in Duitsland is de Deutsche Post in verschillende gebieden, zowel in de brief- als in de paketmarkt. In de briefmarkt heeft de Post afhankelijk van hoe je het leest tussen 85 en 90% van de markt, in de paketmarkt is het eerder rond 35, 40%.
en de.
Dus nu is er de structuur dat veel van de pakketdiensten het ophalen en bezorgen van de zendingen niet zelf doen, maar met ondernemers – soms ook onderaannemers genoemd. Ik spreek liever van ondernemers. Ondernemers – oké, dat is zogezegd de politiek correctere term. En deze ondernemers werken dus bij Hermes, GLS, DPD, bijvoorbeeld Amazon, en doen daar bijna 100% van alle ophalingen en bezorgingen.
Bij UPS is het zo dat zij ongeveer de helft zelf doen met eigen personeel en de andere helft via ondernemers. En de DHL in de bezorging van pakketten, maar ook brieven, werkt voor 95% plusminus met eigen werknemers en niet met ondernemers. Dat is zogezegd deze paketstructuur. De DHL zelf, de Deutsche Post, is natuurlijk een hele ondernemingsgroep en werkt ook vaak met ondernemers. Dat is echter eerder bij het ophalen van zendingen uit brievenbus, bij het ophalen van pakketten, bij de verzorging en verwijdering van
Pakketwerk – dus alles buiten de bezorging wordt vaak ook met onderaannemers gedaan, ook als 's nachts wordt gesorteerd en er nog een auto van Frankfurt naar Hamburg moet rijden. Dan nemen ze daar ook onderaannemers. De zogenaamde hoofdritten gaan ook allemaal via onderaannemers. Daardoor behoren zij ook tot de grootste vragers. En ja, dan kun je ervan uitgaan dat, afhankelijk van hoe je het bekijkt, tussen de 3.000 en 4.000 bedrijven voor deze pakketdiensten werken. En dan zijn er nog – 12.000 minus 4.000 is 8.000 – anderen. Die
zijn er dan meubelkoeriers. Die ken je van meubelbedrijven, als daar bezorgd wordt. Ikea heeft bijvoorbeeld een partner. Er zijn geneesmiddelenkoeriers. Er zijn onderdelenkoeriers. Er zijn staalproefkoeriers. Er zijn stadskoerieren. Er zijn postbezorgbedrijven. Er zijn directkoeriers. En als je nog even zou nadenken, dan zijn er nog meer niches waar overal koeriers zijn. En velen zijn dan in verschillende sectoren actief. Er zijn ook gespecialiseerde koeriers – de vraag: waar hoort de geldkoerier thuis? Dus waardetransporten zijn eigenlijk een
ander vakgebied. Maar nu begint het onderwerp contantgeldvoorziening in de detailhandel. Daar stelt zich de vraag of je altijd een gepantserde auto stuurt of dat je toch ook een fietsenkoerier zou kunnen nemen. Dus de grenzen zijn dan ook vloeiend. Interessant. En de branche bevindt zich in omwenteling. Er is e-mobiliteit, digitalisering, verdere regelgeving en technologische veranderingen. Wat zijn de onderwerpen die je het meest waarneemt? Ja, op dit moment hebben we vooral veel regelgeving. We hebben vorig jaar eindelijk een nieuwe
Postwet gekregen, na wat voelde als 25 jaar. En de oude Postwet had praktisch nog de status van 1995. Veel van de digitaliseringsonderwerpen bestonden toen nog niet, en globalisering was ook nog niet zo ver. En deze nieuwe Postwet heeft verschillende nieuwe verplichtingen. Het ene is dat er nu een zogenaamde aanbiedersregister is. Daar moeten zich al deze 12.000 bedrijven laten inschrijven, en voor inschrijving moeten ze bepaalde documenten overleggen. Tot volgende augustus moeten allemaal ingeschreven zijn. En we hebben in deze wet ook zeer strikte
controleverplichtingen wanneer men onderaannemers inzet. We hebben steeds weer situaties dat onderaannemers oneerlijk werken – dat is inderdaad uit radio en pers bekend. En dat wil men daardoor beperken, dat de opdrachtgever ook verantwoordelijkheid voor zijn onderaannemer neemt en zegt: ik ben verantwoordelijk dat daar iemand werkt die ook de arbeidsvoorwaarden naleeft. En dat is een groot onderwerp dat ons regelgevingszijde bereid heeft. Dus dat is regelgevend interessant. Het bredere kader daarboven is dan de EU. In de EU
is men begonnen met het opzetten van een EU Delivery Act. Er is dus voor deze postmarkt – koerier-express-post-markt tot 31,5 kg – ook een EU-regelwerk. Dat is ook al 25 jaar oud, en dat wil men nu herzien. En daar zijn dan zulke onderwerpen interessant. Er komen namelijk veel zendingen uit Azië, speciaal uit China – zulke onderwerpen in grote hoeveelheden met bijbehorende producten daarin. En hoe men dit onderwerp regelt, dat zijn voor de EU heel actuele vragen. En tot nu toe betroffen deze postregulatoring
zich altijd op de zogenaamde universele dienst. Dat is eigenlijk een heel oude aanduiding. Daarin staat dan hoeveel brievenbus er moeten zijn en op welke afstand van de bevolking. Daarin staat welke looptijden brieven hebben, waar je je kunt beklagen, hoe vaak per week er bezorgd moet worden. Maar dit zijn allemaal vragen die tegenwoordig in het pakketsegment geen rol meer spelen. Hier gaat het eerder om de vraag: hoe ga ik ermee om dat van buiten steeds meer zendingen binnenkomen tegen
ook erg lage opbrengsten? Wat doet dat met de terugverdieningsmogelijkheden van de bezorgstelsels in Europa? En we hebben juist een interessant voorbeeld in Nederland, waar de chipfabrikant – ik bedoel, die is genationaliseerd – Experia. Precies. Precies, waarop China vervolgens de chipleveering heeft teruggeschroefd of stopgezet. Ik weet het niet precies, maar we hebben hier gemerkt dat een structuur die niet meer Europees beheersbaar is, als die dan genationaliseerd wordt of als daar druk op wordt uitgeoefend, plotseling andere landen in staat stelt druk
op de EU uit te oefenen – en niet onbelangrijk. Stel je nu voor dat met de enorme sendingshoeveelheden die uit China komen, bezorgnetwerken worden opgebouwd, waarmee de bezorging functioneert. En dan is er een handelskrieg en de invoer van Chinese waren is praktisch niet meer mogelijk. Dan breken in Europa de bezorgstelsels in elkaar, en kunnen we helemaal geen zending meer op de laatste mijl vervoeren, omdat Aziatisch gedomineerde of ook Amerikaanse gedomineerde bedrijven de laatste mijl bedienen. En dan zeggen die gewoon – of kunnen niet
meer bezorgen. En dan hebben we geen Europees aangestuurde bezorgnetwerken meer en moeten we kijken hoe we de laatste mijl organiseren. En juist dit transport op de laatste mijl is – zeg maar – als er problemen zijn, rampen, gewapende conflicten, wat dan ook, juist dan is de bevoorrading van de bevolking belangrijk, zowel met informatie als met goederen. Corona heeft ook laten zien hoe belangrijk de koeriers daar zijn. En daarom gaat het in de EU Delivery Act: hoe men zulke ontwikkelingen in kaart brengt. Interessant. Dat
het is dus het grotere regelgevingskader dat nu niet direct de CAP-dienst, de stadskoerierdienst uit Berlijn treft, maar natuurlijk in de toekomst zal raken. En hoe ziet dat er bij jullie in het dagelijks werk uit? Hoe kun je je dat voorstellen? Ook jouw rol – je moet immers met heel verschillende stakeholders samenwerken, of het nu regeringsfunctionarissen zijn, jullie leden of technologieproviders. Hoe kun je je dat voorstellen? Hoe gaat je dat af? Ja, nou, met de politiek is het eigenlijk nog steeds een zaak van mensen. Je moet daar aanwezig zijn en erheen gaan, of ook
digitaal aanwezig zijn. Daar is het belangrijk dat je gewoon contact onderhoudt. Met de overheden zijn er de Bundesnetzagentur, het Ministerie van Economie, het Ministerie van Financiën, soms ook het Ministerie van Milieu – dat je daar contact onderhoudt, dat je op de distributielijsten staat, wanneer nieuwe wetten komen of andere regelgeving, rechtsverordeningen, dat je die dan ook ter commentaar krijgt, dat je op de distributielijsten staat. Nu bij de EU Delivery Act bijvoorbeeld is er de mogelijkheid om rechtstreeks bij de EU impulsen in te brengen en je ideeën in te voeren. Er is een portal waar je dat
dan kan deponeren. En daar gaan wij ook naar toe. En als wij dat bij de EU hebben ingediend, dan geven we dat ook precies aan de contactpersonen in Duitsland en zeggen: wij zijn van mening dat het nu niet in de eerste plaats gaat om klachtentoegang, maar om hoe we veerkrachtige, op Europees niveau aangestuurde netwerken krijgen. En dan stuurt men zulke standpuntdocumenten ook naar de contactpersonen. Dan zijn er steeds weer webinars – daar is het ook belangrijk om aan deel te nemen en iets te zeggen. Er zijn evenementen die in persoon zijn, waar je kan
deelnemen, met de contactpersonen kan spreken of ook zelfs bijdragen kan inbrengen, ofwel discussiebijdragen of zelfs op het podium. En zo is het in de politiek belangrijk om aanwezig te zijn. Dat is voor ons als klein – we zijn qua personeelsbestand een erg kleine vereniging – best belastend. De digitalisering helpt ons daar, omdat veel vergaderingen ook digitaal plaatsvinden. Dat bespaart kosten en natuurlijk ook tijd. Ja, met de leden
zijn we voornamelijk digitaal in contact via een nieuwsbrief. En we doen daar verschillende aanbiedingen, webinars. We organiseren per jaar ook ongeveer één fysiek evenement, soms ook twee, en daar nodigen we hen uit. En dan vormt zich uit deze leden een groep van misschien 30, 40 leden die ook actiever is en zegt: Waar kunnen wij ondersteunen? Ik zou graag een onderwerp willen voortbrengen. Daar is – sinds Corona hebben we een situatiecentrum opgericht. Toen Corona kwam, dachten we: wat doen we nu voor onze leden? En
Dan hebben we elke dinsdag een CAP-operationeel centrum digitaal. Daar kunnen zich allemaal aansluiten die dat willen, en daar bespreken we de nieuwste ontwikkelingen. Je bereikt natuurlijk niet alle 5.500, maar je bereikt wel de vermenigvuldigers, die dat dan ook verder dragen. En dan vanuit technologisch oogpunt: We hebben een bepaalde zichtbaarheid. Dat wil zeggen, technologieleveranciers vinden ons, of als ik op evenementen ben, vind ik technologieleveranciers. Wat voor ons dan interessant is: Ofwel kom ik in contact of zij komen
op mij af. En dan kan je dat eigenlijk heel mooi afhandelen. Prima. En laten we nu meer ingaan op het onderwerp e-mobiliteit. Wat zijn volgens jou de mijlpalen geweest tot nu toe in de CAP-branche, wat e-mobiliteit betreft? En waar staat de CAP-branche? Wat zijn de uitdagingen in deze omschakeling? Ja, echte mijlpalen – nu branchespecifiek zou ik eigenlijk niet zeggen. Het is allemaal een beetje vloeiend, en je kunt nu niet zo
als traptreden langsgaan. Natuurlijk zijn de EU-regelstelsels belangrijke mijlpalen, die ook voor ons gelden, maar niet specifiek voor koeriers-express-post. Fit for 55, natuurlijk de verbrandingsmotor-uitfasering in 2035, de vlootgrenswaarden die daarna opnieuw scherper worden. We hebben nu het hele CO2-systeem van de ETS2. Dat zijn allemaal etappes. Ik zou ze niet echt als mijlpalen aanduiden. Waarom is dat zo? E-mobiliteit heeft het zeker lastig bij veel marktdeelnemers, niet bij iedereen. Deutsche Post heeft vanwege haar indrukwekkende grootte lagere
stukkosten en vergeleken met de rest van de markt fantastische winstposities of dekkingsbijdragesituaties – heel andere mogelijkheden dan de individuele middenstandsondernemer. En zo is Deutsche Post ongeveer tien jaar geleden met de StreetScooter voortgestormd, heeft zichzelf toen ook als autofabrikant betrokken – een tijdje – en is daar uiteindelijk de marktleider in deze onderwerpen. Dat hangt natuurlijk samen met de grootte, en het was ook deels zo dat in sommige jaren een groot deel van de e-auto-subsidie naar Deutsche Post ging, omdat zij daarmee hun nutsvoertuigen hebben aangeschaft
en zij hebben de markt gewoon slim bespeeld en afgeroomd, omdat zij de middelen hebben en dat hebben voortgestuwd. Dus is het iets goeds, wat zij daar hebben gedaan. Hebben zij daardoor nu ook een concurrentievoordeel? Als ik naar onze KMO's ga – kleine middelgrote bedrijven met 20, 30, 40, 60 voertuigen – en vooral in het begin waren de elektrische voertuigen eerder twee keer zo duur als de verbrandingsvoertuigen of zelfs drie keer zo duur, dan krijgen die van de banken helemaal geen krediet of geen toezegging voor leasingaanbiedingen over drie keer
de voertuigwaarde over drie keer de voertuigwaarde. En dat was in het begin een – of is nog steeds – een groot probleem: de onderaannemers worden vrijwel tegen kostprijs betaald. Daar blijft niets over. Als opdrachtgevers in de pakketservice opdrachten geven, is het niet zo dat je daar rijk van wordt. De marge is 1 %, 2 % – minimaal, als überhaupt. En daar dan nu nieuwe voertuigen mee te financieren, is lastig.
Wij hebben veel directkoeriers die grote afstanden per dag rijden. Dus zo 500 kilometer is dan geen zeldzaamheid. Die vallen ook eerst uit, zodat wij buiten Deutsche Post om een zeer aarzelende start hadden. Er is een groot pakketdienst dat wereldwijd actief is en die zich ook bij autofabrikanten heeft betrokken. Die zijn aanvankelijk ook sterk naar Duitsland gegaan, omdat Duitsland inderdaad een leidende markt is. Maar wij hebben de uitdaging dat Duitsland heel – zeg maar – zigzaggend, of een stap vooruit
een stap terug. Duitsland dus een zeer, zeg maar, ambivalente koers volgt ten aanzien van elektrische mobiliteit en andere landen dat veel strenger doen. En daarom zeggen ook wereldwijd opererende pakketdiensten: dan doen we eerst maar bijvoorbeeld in Spanje elektromobiliteit. Dat wordt daar heel anders gewaardeerd en gevraagd dan in Duitsland. In Duitsland kunnen we eigenlijk verder met diesel rijden, omdat de politiek daar niet echt druk uitoefent of eerder onzekerheid zaait. En nadat zeg maar na de eerste – ja, ik wil misschien toch – golf dan de teruggang, of?
Zeg maar, de stilstand is ingetreden op dit onderwerp met de stop van de subsidie voor elektrische auto's. Is eigenlijk de lucht er een beetje uit. En we hebben ook al de situatie dat degenen marktdeelnemers die zeiden: "Ach, ik bekommering me er helemaal niet om, ik doe daar helemaal niks aan", die nu kunnen zeggen: "Dat heb ik toch al gezegd, je hoefde helemaal niks te doen. En ik heb het toch veel makkelijker als ik niks doe." En dat is aan de ene kant inderdaad een situatie, maar die we wel degelijk
verheugd constateren. Wij hebben namelijk een voordelen-wereld, waarbij wij voertuigvoorwaarden bemiddelen. En daar groeit het aandeel van verkochte verbrandingsmotorennutsvoertuigen gestaag. En dat is nu ook zeker 20 tot 25 procent van de nieuwe voertuigen die zeg maar via onze associatievoorwaarden gaan, in het elektrische segment. Dat betekent dat we merken dat de branche nu inmiddels van start gaat. Dat wordt natuurlijk aangedreven door het engagement van afzonderlijke ondernemers die zeggen: "Ik wil dit nu, ik wil mijn steentje bijdragen." Of dat de pakketdiensten met hun onderaannemers afspraken maken of hen daar toe zetten, elektrische voertuigen in te zetten. We hebben de
grote initiatief van Hermes, die zeggen, ik geloof meer dan 70 steden willen elektrificeren. En dan hebben ze natuurlijk onderaannemers nodig die dat doen. En die gaan stap voor stap steeds in nieuwe gebieden en doen dat elektrisch. En daardoor is er nu al een voorwaartse beweging. Insofar er dus geen één mijlpaal, maar er zijn vele kleine bewegingen die zich na het dal na het einde van de subsidie nu toch weer tot een zekere dynamica verdichten. Het bijzondere bij ons is dat het
elektrische auto niet alleen een hulpmiddel is, zoals bijvoorbeeld bij de schoorsteenveger of bij de ambachtsman. Die hebben het elektrische auto nodig om naar de bouwplaats of naar de schoorsteen te gaan, en het geld wordt verdiend met het plaatsen van een oven of de bouwen van de schoorsteen. Bij ons wordt het geld met het voertuig verdiend. En als het voertuig niet rijdt, is de voornaamste inkomstenbron weg, zodat we lange tijd ook het onderwerp van de faalbaarheid van voertuigen hadden, van de rijbereiken. Maar dat is eigenlijk allemaal opgelost. Ja, trefwoord: je hebt nu een paar trefwoorden genoemd
Misschien kunt u zich verdiepen in het onderwerp aankoop van een E-voertuig. Hoe is nu de stand? In het begin waren de prijzen veel hoger. Hoe is nu de recentste stand? Bijvoorbeeld vandaag – heb jij daar ergens inzicht in, hoe veel duurder zo een E-busje is in vergelijking met een? Dus, men kan ervan uitgaan dat het ongeveer een derde duurder is. Dat is dus al aanzienlijk gedaald. Het is een relatief complex systeem, men kan niet zomaar zeggen, is dat nu duurder of goedkoper. Dus, wij hebben
voor gelijkwaardige voertuigen inmiddels, als je over 48 maanden gaat, 30.000 kilometer per jaar – als je daar de leasingtarieven vergelijkt, schommelen die tussen 300 en 700 € voor dezelfde voertuigklasse. En nu, in het midden ligt ergens 500 €, dat betekent gemiddeld leasingtarief 500 €. Doordat de afstanden, dus minimum en maximum, zo ver uit elkaar liggen, helpt dat niet veel. Dat betekent, wij vinden vandaag elektrische transporters tot drie en een halve ton op leasingtarieven rond de 300 €. Dat zijn natuurlijk ook leasingtarieven waarbij de
de voertuigen op de markt willen brengen – dan komen de flottelimieten er in – en dat is zeker vergelijkbaar. Dat is soms goedkoper dan het leasingtarief voor een verbrandingsmotor voertuig, als ik een goedkoop elektrisch voertuig vergelijk met een eerder premium-aanbod van verbrandingsmotor-transporters. Dat betekent dat ik heel precies moet kijken: welk voertuig wil ik? Wat ben ik? Hoe merktrouw ben ik? Ben ik bereid om van merk A naar merk B over te stappen en misschien het leasingtarief van 600 € naar 300 € te brengen? En we hebben daar dus heel
veel dynamica en heel veel beweging. Wat ons hier ook weer niet noodzakelijk helpt, is de onzekerheid door de regering. Daar gaat steeds de vraag: Blijft de uitfasering van verbrandingsmotoren bestaan? Wat gebeurt daarmee? Dat maakt het moeilijker om de restwaarden voor de voertuigen in te schatten. Daardoor zijn de leasingtarieven hoog. Dat is buitengewoon schadelijk voor deze hele transformatie. De voertuigen worden grotendeels geleased, dus niet in abonnement of gekocht. We hebben meestal leasing. Maar ook hier moet je kijken: Als de restwaarden niet duidelijk zijn en daarom
de leasekosten hoog zijn, is natuurlijk de aankoop weer een onderwerp. En dan kan het goedkoper zijn om het voertuig te kopen of te financieren dan te leasen, omdat het voertuig na de financiering van mij is. Maar dan heb ik het risico van het gebruikte voertuig. Precies. En dat is niet alleen in het nutsvoetuigbereich momenteel een onderwerp, maar ook in het personenautobereich. Wat gebeurt er met het gebruikte voertuig, met de restwaarde? En hoe ziet het eruit bij het laden? Er zijn daar allerlei verschillende depots waar de pakketten
ja, worden gesorteerd in de steden in de laatste kilometer. En daar zijn allerlei verschillende benaderingen. Misschien kun je daar nog even jouw inzicht geven hoe jij aankijkt tegen waar geladen wordt. Er zijn daar een paar problemen en uitdagingen die ik ook ken: het onderwerp dat de chauffeurs graag zowel de pakketten bezorgen als ook met de bus naar huis willen terugrijden, dat dit proces verstoord zou worden met e-mobiliteit bij het laden, en vooral of daar genoeg
parkeerplaatsen zijn zodat de voertuigen altijd aan het depot kunnen laden. Wat zijn daar nog meer onderwerpen die jou opvallen? En hoe denk jij zal men dat oplossen? Ja, de situatie is buitengewoon veelzijdig. De depots waar de pakketten aan de onderaannemers worden afgegeven, zijn in de regel niet binnen de stad, maar buiten of aan de stadsgrenzen. Daar is altijd de grote vraag: Is er daar genoeg stroom? Hoewel de vraag of er genoeg stroom is, genuanceerd moet worden bekeken. Ik
kan het als afweermiddel behandelen: "Hier kan ik geen grote leiding krijgen". Maar ik kan ook kijken: Krijg ik zoveel stroom als ik voor het intelligente laden nodig heb? Als ik geen intelligent laden opbouw, dan laad ik in het ergste geval voertuigen op momenten wanneer dat niet nodig is. En ik heb stroom nodig op momenten waarop ik die niet nodig heb, wanneer het niet nodig is. En ik heb vooral capaciteiten nodig ter plaatse die ik eigenlijk niet nodig heb als ik intelligenter laad. En nu is
de vraag, als daar een ondernemer is
die eerder een reden zoekt om geen elektrische mobiliteit toe te passen. Kan men het ladethema als afweermiddel beoordelen? Of men gaat kijken: Wat kan ik met de bestaande infrastructuur realiseren? Ik laat nu degenen achterwege die echt alleen maar een zeer zwakke leiding hebben. Maar het is niet altijd nodig om meteen een eigen transformator daar neer te zetten, maar je kunt – dus wat wij vaststellen: waar een wil is, is vaak ook een weg, en je kunt ook met lagere capaciteiten
en intelligente laadconcepten – tijdafhankelijk laden, routeafhankelijk laden – werken. Welk voertuig is voor welke route ingeplan? Hoe intensief moet ik dat opladen? Met deze twee dingen kun je erg veel doen. En daarom moet de problematiek voor elke locatie afzonderlijk worden beoordeeld. Er is geen algemeen punt meer dat ons algemeen niet helpt. Natuurlijk, het punt dat iedereen treft, is het thema financiering. Laadinfrastructuur moet ik financieren. Ik moet dus niet alleen het voertuig financieren, maar ook deze infrastructuur. En daar is de vraag of ik
die zelf aankoop, of ik dat ergens via de verhuurder of eigenaar van het terrein doe. En er zijn inmiddels ook eerste aanbieders die zeggen: ik zet de laadinfrastructuur voor je neer en jij betaalt dan per kWh. En dat is natuurlijk nog een stap meer complexiteit. Dus niet alleen de voertuigen, maar ook de laadinfrastructuur. Maar daar zijn veel vindingrijke ondernemers die dat ook al goed doen. Het is ook zo dat de grote partijen die jij vertegenwoordigt – de kleinere, zeg maar KMU-bedrijven – die hebben
weliswaar weinig financieringsmogelijkheden, maar de grotere financieren meestal eerder de laadinfrastructuur op de depots. Zij zijn ook degenen die deze depots huren, toch? Ja, dat is – dus we spreken nu over de depots waar de onderaannemers de pakketten ophalen. Meestal parkeren daar echter niet alle voertuigen van de onderaannemers. Dat hangt van de dienstverlenersaf. Er zijn dienstverl Enders die zeggen: alle voertuigen van de onderaannemers moeten 's nachts op het depot staan. Dan moeten ze nog naar het depot rijden, het voertuig neerzetten en dan
naar huis. Andere dienstverl Enders hebben de voertuigen misschien op hun eigen locatie staan, als ze nog zoiets als een bedrijfsplein hebben. Andere rijden de medewerkers naar huis. Dat is ook erg, erg individueel, je kunt daar geen algemeen punt over maken. Vaak is het echter zo dat de depots niet allemaal nieuw gebouwd zijn. En toen ze 15, 10 of 20 jaar geleden werden gebouwd, was de eis daar nog helemaal niet dat 500 voertuigen daar konden parkeren. Parkeerplaatsen
en zo, dus dat de parkeerplaatsen daar ook ontbreken. Dus dat is ook weer erg individueel per locatie. Hoe krap is het op die locatie? Kunnen ze groeien? En hoe aantrekkelijker de terreinen op die plek zijn, hoe duurder zouden ze zijn. En dan is de vraag of het betaalbaar is om een terrein als parkeerplaats voor laden te gebruiken. Of plaats ik daar nog een logistieke hal op die een ander dekkingsbijdrage heeft? Dat komt daar ook nog bij. Dan komen zulke onderwerpen naar voren: Bouw ik een parkeergarage? Dat wil zeggen, ik heb dan een
kleinere grondoppervlakte nodig en heb dan vijf verdiepingen waar overal laadpalen zijn, wat ook weer invloed heeft op de kosten. Dus daar wordt met veel creativiteit aan gewerkt, en vaak is er echt wel een oplossing als men wil – en als het betaalbaar is. Hoe lang wordt zo'n depot gerund? Ik weet niet hoe lang zo'n levensduur van een depot is – zijn dat 25 jaar, 30 jaar? Ja, dat is ook weer erg individueel. Deze bedrijfspleinen, hoe lang de huurovereenkomsten lopen en of de verhuurders dan geïnteresseerd
zijn, daar een elektrische laadinfrastructuur toe te staan of deze zelf aan te bieden. Sommige verhuurders zeggen: dan kan ik daarna, als het huurcontract – ik weet niet – tien jaar loopt, daarna het gebouw beter aan de man brengen omdat ik daar een elektrische infrastructuur heb. Of daarna kan ik het gebouw niet zo goed vermarkten, omdat ik altijd iemand moet vinden die een elektrische infrastructuur nodig heeft. Dus dat hangt ook weer af van de strategie van de verhuurders. De huurcontracten voor dergelijke depots of bedrijfsruimten – de pakketdiensten zitten daar natuurlijk op lange termijn.
Zo'n depot kan ook wel 10, 20, 30 jaar worden geëxploiteerd, afhankelijk van hoe de huurcontracten zijn, of het misschien zelfs eigendom is. Dus de grotere depots met sorteerinstallaties zijn eerder vast, die behoren toe aan de bedrijven. En daar zijn dan leaseback of zo – dus verschillende scenario's. Maar als de pakketdiensten daar een sorteerinstallatie in hebben, is dat eerder op lange termijn daar. Dat staat ook wel 20, 30 jaar. Als de pakketdienst ter plaatse een bedrijfsruimte huurt, dan zijn er voorbeelden die gewoon in
een restgebruik gaan. Daar is duidelijk: over vijf jaar wordt deze hal afgebroken en daarna komt hier iets anders. En dan huurt hij daar gewoon voor vijf jaar en pacht. Er zijn anderen die het nog korter maken. Als je nu voor een aanbieder werkt en niet weet of je volgende jaar je opdracht nog hebt, ben je daar natuurlijk ook voorzichtiger. Anderen huren voor 10 of 15 jaar. Gevestigde koeriers weten: wij zitten hier altijd. Die zitten ook wel 20 jaar op
zo'n locatie. Dus dat is lastig, een algemene uitspraak voor iedereen te doen. En is er dan een groot probleem of een uitdaging om laadinfrastructuur überhaupt mag installeren, omdat de verhuurders dat misschien niet willen? Of is dat ook heel individueel? Sommige verhuurders zijn open: ja, graag, jullie kunnen dat doen. Sommigen slaan dat af. Bij sommigen – als je nu misschien ook aan zonnepanelen denkt, dat is eerder bij spedities, minder bij de pakketdienst – zeggen sommige verhuurders: ja, jullie kunnen zonnepanelen op het dak
zetten. Sommige daken houden dat niet, daar mag het niet op. En dus moet je elke keer individueel kijken hoe de situatie ter plaatse is. En hoe realistisch zie je het dat men uiteindelijk publiek laadt, dat de chauffeurs misschien naar een snellader gaan of een AC-lader in de buurt thuis gebruiken? De meesten zijn eerder huurders in grotere woongebouwen, waar minder laadpunten zijn, geen groot huis hebben, waar zij dan een eigen
laadzuil hebben. Dus: het gaat eerst om het gebruik van openbare laadinfrastructuur, zoals bij supermarkten of de zuilen aan de straat, in het kader van de normale werkgang. Dus niet volgens de logica dat ik daarmee naar huis rijd, maar de vraag is: kan ik op de supermarktparkeerplaats laden, als mijn auto 's avonds op het depot staat? Dergelijke thema's. Dat wordt eerder kritisch gezien – ik beleef dat ook niet op veel plaatsen – omdat natuurlijk de betrouwbaarheid dat de openbare laadinfrastructuur dan ook
beschikbaar is wanneer ik die nodig heb, moeilijk is. Dus sommige supermarktparkeerplaatsen zijn 's nachts niet toegankelijk. Dan kan ik daar 's nachts niet laden. Hoe krijg ik het voertuig op tijd voor aanvang van de bedrijfsvoering weg van de parkeerplaats? Ik weet niet, als ik om zes uur van de parkeerplaats moet en de medewerker pas om acht uur komt. Hoe zit dat dan? Dus de voorkeur is al om op eigen laadinfrastructuur over te stappen. Hoe kleiner de bedrijven zijn en als die eigenaarsgeleide zijn of vijf auto's hebben, waarvan twee elektrische voertuigen, die rijden ook wel
naar de openbare lader. Maar de grote structuren gaan eigenlijk naar zelf gestuurde infrastructuur. Daar is eerder de tegengestelde richting: kan ik niet in tijden waarin ik de infrastructuur niet nodig heb, de infrastructuur openbaar maken en anderen laten laden? Daar moet worden verzekerd – gedeelde laadinfrastructuur, dus tijdelijk gedeeld. Daar is natuurlijk dan de belangrijke vraag dat de derden die daar laden, op het moment dat ik terugkom en moet laden, ook wisselen, dat de zuil vrij is. Maar dat wordt nog niet gedaan in Duitsland.
Toch, dat hoor ik nu al: hoe kan ik mijn laadinfrastructuur openen? Ik ken de overwegingen en de discussie erover. Voor zover er voorbeelden zijn, kan ik niet zeggen. En dan is er het thema thuis laden, als de medewerkers dat mee naar huis nemen. Ook hier hangt het er heel van af hoe de medewerker woont. Dan gaat het erom – zeg maar – dat wordt eigenlijk eerder langzaam laden. Met hoeveel kW? 11, meestal max. 11. Misschien ook minder. O ja, je bedoelt nu helemaal
thuis, met een onboard-charger zonder wandcontactdoos, rechtstreeks in het schuko-stopcontact. Ja, dat kan dan 2,4 kW zijn. Dat brengt niet zoveel. De elf brengt al een beetje wat. En dan komen de vragen van de facturering. Dus daar heb ik dan infrastructuur nodig die het bedrijfsmatig laden, het laden van het bedrijfsvoertuig, overeenkomstig afrekent met gekalibreerde meters. En daar heb ik overeenkomstige software voor nodig. De vraag is: bestuurt de software dan de medewerker of de fuhrparkmanager? Maar dat beleef ik ook dat daar
meer aanbiedingen op de markt komen. Daar zijn oplossingen hoe je dat voor elkaar krijgt. En dat is er zelfs voor het schuko-stopcontact. De vraag is alleen: zo'n elektrische bedrijfsvoertuig heeft een beetje meer nodig dan een personenauto. En als die dan tien, acht uur aan het stopcontact hangt – acht keer 2,5 kW – dan ben ik op 20 kWh die ik kan laden. Dan heb ik niet genoeg stroom voor de volgende dag. Precies, dat wilde ik je ook nog vragen, omdat gemiddeld rijdt men ja
dus ongeveer 100 kilometer per dag. Dat is, geloof ik – ja, in de regio, in het regionaal vervoer, is dat een goed getal. Dan hebben we het over 25 kWh, dus kilowattuur verbruik per dag, die men dan weer moet bijladen. Precies, wat u net zegt. Maar dat is ook een kwestie van hoe dat zich afwikkelt. En natuurlijk gaat dat anders als de bestuurders in het vijfde verdieping van een flatgebouw wonen, dan wanneer zij in een vrijstaand huis in een landelijk gebied wonen, of dat nu een eigen woning is of niet.
En op het onderwerp bereik – u had aan het begin genoemd dat er sommigen zijn die 500 kilometer in één keer of 500-kilometer-ritten hebben. Dan is het voorstelbaar dat men, zoals nu in andere voorbeelden van e-mobiliteit, of het nu de privépersoon is die een langere reis voor zich heeft, onderweg eens 20 minuten stopt. Ja, dan is de vraag of degenen die 500
600 kilometer per dag rijden – dat is nu niet de massa, dat is een klein deel van de markt. De massa rijdt gewoon 100 plus minus. En daarop zou men eerst – dus de energie gaat naar degenen die 100 kilometer rijden, en niet naar degenen die 500 kilometer rijden. Bij 500 kilometer: Als de ondernemers dat willen, vindt zich een oplossing, die hebben we ook. Maar laten we zeggen, het potentieel ligt eerder bij de voertuigen die regionaal onderweg zijn, en juist in de context van 100–200 kilometer. Is het onderwerp
bereik opgelost? Dan hoeven we nu niet meer te zeggen: Dat is niet genoeg. Want er zijn voertuigen die geen 200 kilometer halen. Die hebben ook een kleinere batterij. En misschien heb ik wel geen 200 kilometer nodig. Waarom moet ik een batterij in het voertuig bouwen, voor veel geld en het gewicht, die 400 kilometer haalt, als ik dan elke dag maar 150 rij? Dan kan ik ook een kleinere batterij nemen. Maar dan kan ik natuurlijk met dit voertuig geen 500-, 600-kilometer-ritten maken of moet vaker laden.
Dat moet ik dan overwegen. Wat zijn de grootste bereiken die u tot nu toe op de markt hebt gezien? Precies dat kan ik u niet zeggen. Maar ik geloof, naar mijn weten zijn er al meer dan 100 kWh of tot 100 kWh batterijen. Ja, dan zou ik op ongeveer 400 kilometer zitten. Dat had ik nu ook gezegd. Hoewel de vraag altijd is: Hoeveel heb ik nodig voor 100 kilometer? En waar staan we bij de elektrificeringsgraad? Ongeveer vandaag – eerlijk gezegd hebben we
daar geen geldige gegevens over. Maar dat is eerder een laag eencijferig percentagebereik, dus buiten Deutsche Post. En nu hebben we veel over e-mobiliteit gesproken. In deze e-mobiliteitstransitie is er ook veel energietransitie. Slechts een vraag daarover: In hoeverre ziet u het hele onderwerp intelligent laden en bidirectioneel laden, hoe e-mobiliteit dat kan ondersteunen door dan te laden wanneer de stroomprijs op de beurs laag is, wanneer er bijvoorbeeld veel wind is of zon, en beschouwt u de batterijopslagcapaciteit in deze voertuigen dan ook nog als
extra omzetmogelijkheid? Ik vind dat een bijzonder belangrijk en interessant gedachte. Stelt u zich eens 50.000 voertuigen voor met 100 kWh batterij. Dat zijn dan 5 miljoen kWh. Hoeveel gigawattuur is dat? Precies – 5 miljoen kWh zou dat zijn. Dat is – dan deelt men eens door duizend, om de gigawattuur te hebben – dat is 5.000 GWh? Dat zou – wacht even – 5.000 MWh, 5 GWh, geloof ik. En dat is al wat
waard. Als bonden functionaris valt het mij gemakkelijker om daarover na te denken dan natuurlijk iemand die 20 voertuigen heeft. Maar we hebben een enorme batterij. Als men over Smart Grid spreekt, denkt men altijd aan batterijopslagstystemen die ergens vast staan. We hebben een enorme rollende batterij. En dat is natuurlijk interessant, of er geen concepten zijn die deze voertuigen in een energiemanagementsysteem integreren. En dat is dan een mix van laden wanneer de stroom goedkoop is, van Smart Grid en bidirectioneel laden – echter uiterst technisch
complex. En ook hier zijn we in Duitsland duidelijk wat achter met alle Smart Meters en dergelijke. Andere landen zijn daar al verder. Maar ik vind deze virtuele enorme batterij, die ook nog mobiel is, een economische sector van de toekomst, waar men kan zeggen, die zet men ook in. En als men dat in nieuwe bedrijfsmodellen formuleert: Dat is dan een batterijopslagsysteem waarmee ook pakketten kunnen worden bezorgd. Net zoals plattegronden eerst niet bedoeld waren om databases
en zoekalgoritmen te voeden bij de digitale kaartenaanbieders, is pakketzending gewoon een bijdienstverleningaspect van energieopslag. Als men in deze logica denkt, komen er helemaal nieuwe ideeën naar boven. Natuurlijk valt men dan altijd in: De voertuigen staan 's nachts, dan kan men laden, dan is de energie ook eventueel goedkoper – maar dan schijnt er geen zon, wordt het weer duurder. Dus zijn we echt in die mate flexibel om dat te doen? Ik kan de energie ook niet eruit halen als ik onderweg ben met mijn pakkettour. Dat zijn allemaal
nog onderwerpen. Maar ik vind deze enorme vloot met energieopslag, die relatief planmatig onderweg is, een groot bezit dat we als branche hebben. Ja, prima. En voordat we dan uit elkaar gaan, hebt u nog een boodschap of informatie hoe men u kan bereiken, die u aan de luisteraars nog even mee wil geven? Ja. Bezigheid u met digitalisering. Bezigheid u met e-mobiliteit, ook met de regelgevingsonderwerpen. En het belangrijkste zijn de kleine stappen. Begin gewoon. Men moet het eerste voertuig omstellen, men hoeft
een laadpunt. De aanname dat je dan over vijf jaar of over tien jaar op een rijdende trein kunt springen, lijkt mij onjuist. Als de trein dan al te snel rijdt, kun je niet meer erin springen en moet je opnieuw beginnen. Dus: de kleine stappen zijn de oplossing voor het midden- en kleinbedrijf, en die moet je achter elkaar plannen – en graag samen met de brancheorganisatie. Op het internet staan onze contactgegevens natuurlijk. En in de gemeenschap van de brancheorganisatie hebben we gunstige inkoopvoorwaarden. En
in de gemeenschap gaat dat ook makkelijker. Dus: je bent niet alleen. Veel bedrijven hebben dit onderwerp en we sluiten ons samen aan. Kom erbij en profiteer van de gemeenschap. Dat klinkt geweldig. Dank je wel voor het gesprek, Andreas. Graag gedaan. Hier zijn mijn belangrijkste inzichten uit het gesprek. 24 bedrijven genereren ongeveer 80% van de omzet. Deutsche Post DHL houdt daarvan 85 tot 90% op de brief- en 35 tot 40% op de pakketmarkt. De bezorging loopt vaak via onderaannemers, en dat varieert per bedrijfstype. Bij nieuwe voertuigen ligt het e-aandeel
in de brancheorganisatie op 20 tot 25%, en Hermes elektrificeert snel in 70 steden. Typische routes van ongeveer 100 kilometer per dag zijn gemakkelijk bereikbaar met batterijen tot 100 kWh, en een bereik tot 400 kilometer is zelfs haalbaar. De bedrijfszekerheid en het bereik van de voertuigen waren lang een beperking, maar zijn ondertussen grotendeels opgelost. Veel depots liggen aan de rand van de stad en hebben niet over voldoende stroomcapaciteit. Intelligente ladeplaatsing kan echter knelpunten verlichten. Waar een wil is, is een weg – daarvan is Andreas overtuigd. Op lange termijn bieden e-vloten meerdere gigawatt aan flexibiliteit door intelligent
bidirectionaal laden. De volgende stap voor iedereen met een e-voertuig en een laadpunt: gewoon beginnen. Dank je wel dat je hebt geluisterd en tot volgende keer – mis de trein niet.
Welcome to the Smart Charge by RiDERgy Podcast. This is Claudio Geyken, Founder and CEO of RiDERgy. This is your show to learn about all things energy management and smart charging innovation for electric vehicles and fleets.
24 Unternehmen machen rund 80 % des Umsatzes, zustellen tun aber überwiegend Nachunternehmen. Das ist ein Zitat von Andreas Schumann, Vorsitzender des BdKEP, unser Gast heute. Es geht in unserem Gespräch um die letzte Meile, beispielsweise um das neue Postgesetz mit Anbieterverzeichnis und strengen Kontrollpflichten für Auftraggeber, den geplanten EU Delivery Act für mehr Resilienz und was das für KMU und Nachunternehmen bedeutet, den Vergleich von Leasingkosten von E-Fahrzeugen mit Diesel – 300 bis 700 € im Monat – bis zur Depot-Ladeplanung. Relevanz für alle, die KP steuern. Strategien, die im
Tagesgeschäft TCO und Verfügbarkeit verbessern, ohne auf den späteren Zug zu warten. Los geht's. Alles klar, Andreas. Schön, dass du heute da bist. Wie geht's dir heute? Gut geht's. Es ist ein bisschen trübe draußen, aber die Themen machen ja viel Wärme und viel Spaß. Insofern geht es gut. Danke für die Einladung, Claudio. Sehr gerne. Schön, dass du gekommen bist. Also, bevor wir ins wirklich Eingemachte einsteigen, stell dich doch bitte kurz vor. Ja, Andreas Schumann. Ich bin der Vorsitzende des Bundesverbandes Kurier Express und Postdienste. Der Verband
vertritt über 5.500 mittelständische Unternehmen, die tatsächlich auf der ersten und letzten Meile mit Fahrzeugen fahren und zustellen oder auch Sendungen abholen. Die Sendungen sind in der Regel bis 31,5 kg und die Fahrzeuge sind maximal bis 3,5 Tonnen Nutzlast. Es gibt aber auch Tausende Fußzusteller und auch Tausende Fahrrad-Zusteller. Wir haben ungefähr im Verband eine Nutzfahrzeugflotte von 50.000 bis 60.000 Fahrzeugen. Und unsere Themenschwerpunkte im Verband sind einmal die klassische Lobbyarbeit, Innovation und die Vorteilswelt. Okay. Ja, bevor wir da vertieft einsteigen, ich mag
es immer gerne, wenn der Gast auch ein bisschen mehr von sich erzählt. Wie kamst du eigentlich zu dieser Rolle? Was war so ein bisschen dein Hintergrund? Der Hintergrund war eigentlich in der Sauna. Ich habe nach einer neuen Idee gesucht, was ich in meinem Leben mache, das Alte war nicht mehr so tragfähig. Und dann hat mir jemand einen Zeitungsartikel aus der Zeit gegeben, wo 1998 einer der ersten Briefdienste, der neben der Deutschen Post bestanden hat, quasi vorgestellt wurde. In der Zeit. Welche war das
Der war in Itzehoe. Ich weiß nicht – ich habe immer Schwierigkeiten mit dem Namen. Wie der hieß, weiß ich nicht mehr. Ich glaube, das war der Daniel Giersch. Der war dann mal bekannt, auch mit dieser Gmail-Adresse, meine ich. Auf jeden Fall hatte ich diese Annonce bekommen. Und so bin ich eigentlich in diese Kurier-Express-Paket-Postbranche reingekommen. Ich habe dann einen der ersten Briefdienste gegründet und mir das auch vor Ort mal angeguckt bei dem Daniel Giersch in Itzehoe. Das war alles recht
spannend. Und so hat es mich in die Branche verschlagen. Das war in welchem Jahr? Das war 1998. Das war die Liberalisierung, nicht wahr? Genau. Also da fing die Liberalisierung quasi an. Es gab noch besondere Lizenzen für die Briefdienste, war alles ganz frisch, und das war auch für den Markt ganz frisch. Ich habe dann einen Briefdienst gegründet in Leipzig. Jonas Post hieß das damals. Und Excel war leider etwas optimistischer als die Realität damals. Also es war schon sehr
sehr schwierig, die Kunden, die eigentlich nur die Deutsche Post als Lieferant kannten, zu überzeugen oder zu akquirieren. Und der Weg war gerade von der Akquise her dann entsprechend steiniger als gedacht, so dass wir das als engagementbetriebenes Startup so nicht mehr stemmen konnten. Was war damals der Vorteil oder der Mehrwert, den ihr verkauft habt, im Vergleich zur Post? Ja, wir waren ein regionaler Briefdienst. Also unsere Sendungen wurden in der Region abgeholt und in der Region zugestellt. Es ging dadurch auch schneller. Und im Sinne des
Rechts der Lizenz hatten wir eine garantierte Zustellung. Das heißt, wenn wir die Laufzeiten nicht eingehalten haben, wäre es dann auch zu Rückvergütungen gekommen. Das war damals ein Kriterium. Und dann war es so, dass einfach der Markt liberalisiert wurde und man sich da ausprobiert hat. Und natürlich konnte man schon damals neben der Deutschen Post mit mehr Service glänzen. Man war als Ansprechpartner da. Es gab kein Call Center, sondern man war direkt da. Ja, war alles – ein bisschen Goldgräberstimmung und Pioniergeist war da
viel drin. Und das war dann dein Unternehmen. Und dann bist du darauf basierend, glaube ich, zu TNT gekommen. War das dann? Ja, da war noch eine Zwischenstation. Ich habe dann das Unternehmen verkauft, an Fiege, den Fiege-Konzern. Das heißt, das war dann schon relativ erfolgreich, wenn du es verkaufen konntest. Das hatte einen Medien-Distributionsbereich, also Medienzustellung. Und wie war das damals in Dresden? In Dresden gab es auch einen der ersten Briefdienste – Postmodern. Den gibt es bis heute. Und dann gehörte das quasi zu Postmodern
und ich habe Postmodern geleitet. Das war so 2000. Und von dort aus bin ich dann zu TNT gesprungen – sozusagen dem großen niederländischen. Ja, das hieß damals EP Europost. EP Europost war ein Joint Venture zwischen der niederländischen Post und Hermes. Und die Idee war damals, dass die schweren Otto-Kataloge, die Klopper – ich weiß nicht, ob du die kennst. Das waren ja richtig fette Dinger. Nie gesehen. Aber ich kann mir das vorstellen. Also, das waren, was weiß ich, wog einer zwei Kilo oder so.
Und die sollten wir, oder da war die Idee, dass wir die zustellen. Ja, aber dann hat uns Hermes die nicht gegeben. Damals, wir haben sie nicht gekriegt. Und dann mussten wir uns halt kümmern, wo wir Sendungen herkriegen. Und dann haben wir auch dort eine Briefzustellung aufgebaut. Wurden dann Briefe von Mobilfunkunternehmen oder Briefe aus dem Ausland von der holländischen Post. Und dann ging das auch in eine andere Richtung als gedacht, nicht in die Katalogzustellung, sondern in die Briefzustellung. Da ging es für mich dann
um Qualitätsmesssysteme. Wir haben dann Testbriefssysteme mit Zehntausenden von Testbriefen und Testbriefempfängern aufgebaut, weil das ist ja ein bundesweites Netz über 90 Briefdienste. Wir waren also ausschließlich eine Verteilzentrale. Wir haben die 90 Briefdienste koordiniert. Und die wurden dann mit den Sendungen versorgt, die ein Mobilfunkanbieter verschickt hat, und haben die zugestellt. Und die Unzustellbaren kamen dann zurück. Und das war dann EP Europost. Dann war es TNT Post. Dann wurde TNT als Paketdienst damals verkauft, so dass wir nicht mehr TNT Post heißen durften. Dann
hieß es Postcon. Und heute heißt es DVS. Also das Unternehmen gibt es bis heute. Und du bist dann doch ganz gut mit Namen. Ja, das ist krass, wie sich das immer wieder umwandelt. Ja, und damals kam dann die Digitalisierung halt mehr auf, in den Nullerjahren.
Ich habe dann im Unternehmen angestoßen, sozusagen in unserer kleinen deutschen Einheit: Wir müssten mal was mit Digitalisierung machen. Briefe und Digitalisierung – da müssen wir uns Gedanken machen. Und dann gab es ein Projekt. Ich durfte damals ein Projekt machen. Also die Konzernleitung hat dann gesagt: Ja, dann machen wir erst mal ein Projekt, wie es immer so gerne im Konzern ist. Und dann haben wir das Ganze ausgearbeitet, wie es alles geht. Das war 2009. Und dann haben wir das Projekt auch stolz vorgestellt. Und dann hat
es wieder ein halbes Jahr gedauert. Und dann war so ein bisschen die Quintessenz: Ja, das haben wir vor sechs Jahren schon mal probiert. Das hat nicht geklappt. Insofern machen wir jetzt auch nichts. Und das war ziemlich unbefriedigend. Das war A sehr unbefriedigend. B bin ich gependelt zwischen Berlin und Hannover und bundesweit. Und da habe ich mich dann entschlossen zu kündigen und ein eigenes Unternehmen zu gründen. Das ist die Internetpost gewesen. Und zwar kam damals ein E-Postbrief – wie hieß er, der
E-Postbrief von der Deutschen Post – und De-Mail auf. Das war ja die Idee für eine digitale Zustellung von Briefsendungen an identifizierte Empfänger, sodass man auch den Zustellungen nachweisen konnte. Und da haben wir an einem System gearbeitet – spannend. Was hätte alternativ zur Deutschen Post für den alternativen Briefmarkt möglich gemacht, diese Sendungen zu befördern? Und das war ein dickes Brett. Ich sage es immer so ein bisschen salopp: Da sind ungefähr 1,5 Milliarden Euro reingeflossen von Telekom, Deutscher Post und Staat. Und
wir wissen ja, was daraus geworden ist aus E-Mail und E-Postbrief – nämlich gar nichts. Und für mich war es damals unvorstellbar, dass man aus so viel Geld so wenig machen kann. Im Prinzip wurde das Geld in den Sand gesetzt – natürlich aus Sicht der Deutschen Post nur teilweise in den Sand gesetzt, weil dadurch gibt es länger Papierbriefe zum Zustellen. Und der E-Postbrief der Deutschen Post ist eigentlich heute ein Ausdruck-Service geworden, also dass man Briefe digital verschickt als Versender, aber
die Briefe dann trotzdem gedruckt werden und zugestellt werden. Gibt es in Deutschland – jetzt auch rein aus persönlicher Neugierde – gibt es eigentlich die Möglichkeit... Man kann sich doch Briefe digitalisieren lassen? Da gibt es ja diese Dienstleistung. Das ist das, was ihr aufbauen wolltet. Nein, nein, es ging eher darum: Wenn du eine E-Mail schickst, weißt du ja in der Regel nicht, wer am anderen Ende der tatsächliche Inhaber der E-Mail-Adresse ist. Das heißt, die heißt dann f96@gmail.com. Aber du weißt nicht, dass da
der Claudio dahinter sitzt. Ja, und da ist halt die Idee gewesen – oder ist ja auch in verschiedenen Kontexten immer noch –, dass die Identität mit dieser E-Mail verknüpft ist und dass man dort eine Art Ident macht. Das einfachste: Wir haben damals Codes verschickt an deine Adresse. Und dann hast du das eingegeben. Und damit hattest du deine Identität bestätigt. Aber dann kamen auch solche Themen: Videoident kennen wir ja heute – wenn ich mich irgendwie für ein Carsharing registriere, muss ich ja auch so ein Videoident
machen. Oder wenn ich ein Bankkonto eröffne. Ja. Und für unterschiedliche Arten von Sendungen brauchst du unterschiedliche Identitätslevel. Manchmal reicht halt die E-Mail – für Werbepost vielleicht. Für Rechnungen et cetera macht es Sinn, deine Identität per PIN-Code zu bestätigen, den man per Briefpost zugeschickt hat. Und Videoident dann für hochwertige Sendungen oder für Verträge oder dergleichen. Okay. Und dieses Identitätsmanagement hatten wir damals als Thema. Und in der digitalen Welt ist es nicht so wie in der physischen Welt, dass Briefe beziehungsweise Mails einfach
ungefragt zugeschickt werden dürfen. Also Briefsendungen als Werbebriefsendungen kannst du ungefragt bekommen – das nennt sich Listbroking. Werbesendungen als E-Mails darfst du aber nicht verschicken, ohne das Double-Opt-in zu haben. Und dafür hat man auch eine Lösung, dass du quasi ein Opt-in geben konntest für den, der dir die Briefe schicken konnte – digital. Und das hing dann sozusagen noch mit der Datenschutzgrundverordnung zusammen. Aber heute gibt es doch eine Dienstleistung, wo man sich Post digital zustellen lassen kann. Ja, aber das
ist eigentlich nur das. Also da werden deine Briefe an einen Scanpunkt geschickt. Der Brief wird geöffnet, er wird gescannt und dann wird er dir zugestellt. Das ist nach wie vor eine physische Zustellung, keine digitale. Ihr hattet damals digitale. Und da ging es um digitale Untersuchung, das voll Digitale. Man kennt das auch von Notaren, Rechtsanwälten. Ich glaube, beA heißt das, dass Gerichte mit Rechtsanwälten über solche digitalen Wege kommunizieren. In Italien gibt es das System. Ich glaube, das ist viel üblicher als in Deutschland. Okay. Ja, sowas wäre
natürlich auch einfacher, wenn es solche Nummern gäbe. Die Identnummern – in Dänemark haben wir das ja auch, dass jeder über sein elektronisches Postfach verfügt. Also da sind wir in Deutschland immer ein bisschen langsamer in der Digitalisierung. Und das ist uns dann auch auf die Füße gefallen. Okay, spannend. Ja, und ich hatte – du hattest keine 1,5 Milliarden. Wie hast du dich da finanziert? Bei dem zweiten. Ja, das war – wir waren eine Aktiengesellschaft. Habe ich selber gegründet. Mit 50.000 €. Eine AG. Wow, du hast
aber wieso keine GmbH und direkt eine AG? Ja, wir haben da länger darüber nachgedacht. Aber eine AG hat einfach einen anderen Ruf. Und da haben wir gesagt, dann machen wir eine AG. Da muss man vorstellen – man hatte dann schon das nötige Kleingeld. Genau, 50.000 € braucht man für die AG, für die GmbH 25. Genau. Und bei der AG ist auch der Vorteil, dass man schneller Aktionäre an Bord nehmen kann, also zum Thema Kapitalerhöhung oder frisches Kapital. Dafür ist die AG einfach gemacht und schneller
gemacht als eine GmbH. Ja. Und dann gab es einen Aktionär. Und dann ging es um Finanzierung, um Unternehmensbewertung, um Verwässerung. Also die ganze Klaviatur mit dem Aktienrecht haben wir dann durchgehabt. Aber aufgrund eben des erfolglosen De-Mail- und E-Postbrief-Programms musste ich mich neu orientieren. Also es gab eine Abhängigkeit von deren Seite auf euch. Also, wir wären darauf angewiesen gewesen, dass De-Mail und E-Postbrief den Markt richtig in Bewegung bringt.
Die anderthalb Milliarden hatten wir nicht, um dann sozusagen in dieser Dynamik mitzugehen. Aber das ist eben nicht aufgegangen. Ja. Und dann – jetzt sind wir ein bisschen abgeschweift, aber das ist der Bogen zum Verband. Mein erstes Unternehmen damals, die Jonas Post – als ich das verkauft habe, wurde mir der Käufer vom Bundesverband Kurier Express Post vom Vorsitzenden vermittelt. Also ich hatte damals ganz am Anfang den Verband. Seitdem kenne ich den Verband, war auch Mitglied. Und dann habe ich da angerufen und habe gesagt: Hey, ich suche jemanden,
der mein Unternehmen kauft. Hast du eine Idee? Und damals war viel Bewegung im Markt, und er hat den Käufer vermittelt, so dass wir über die ganze Zeit immer Kontakt hatten, weil ich ja auch in der Branche geblieben bin. Teilweise war ich auch schon im Vorstand vom Verband oder in inhaltlich verbundenen Arbeitsgruppen. Und dann hat mich der damalige Vorsitzende gefragt, ob ich nicht den Verband übernehmen möchte. Na ja, spannend. Und um die Hörer abzuholen, kannst du mir vielleicht die Struktur des Marktes ergänzen, weil vielleicht
die meisten, die nur Pakete empfangen, es ja nicht wissen, dass diese Pakete nicht nur sozusagen Hermes und die großen Logos von Amazon, DHL, DPD etc. eine Rolle spielen, sondern eben, wie du schon eingangs erwähnt hast, eine große Zahl an Unternehmen – wie würde man sie nennen, Subunternehmer, oder wie würdest du sie nennen? – quasi da eine Rolle spielen. Und vielleicht kannst du noch mal die Zusammenhänge da erklären. Also der Kurier-, Express-, Paket- und Postmarkt: dort gibt es ungefähr 12.000 Unternehmen, also eine riesige Anzahl, viel größer als man
eigentlich denkt. Allerdings haben 24 von diesen Unternehmen 80 % des Umsatzes. Das heißt, wir haben ein sehr starkes Oligopol, und zwar dahingehend: Die meisten Umsätze in diesem Markt sind halt die Pakete. Und bei den Paketen gibt es eben die großen Paketdienste: Amazon, DHL, Hermes, DPD, GLS – so die größten. Wen habe ich vergessen? UPS noch, FedEx – FedEx, DHL hatte ich schon. Ja. Und hier ist es so: Das sind die ganz großen, die man so kennt. Und dann gibt es da insgesamt 24
quasi, die man weniger kennt. Es gibt noch Knax und vielleicht den Stadtboten, oder? Also es gibt zwei Dutzend dieser Unternehmen, die den Markt mit 80 % bei sich haben. Der größte Player in Deutschland ist die Deutsche Post auf verschiedenen Bereichen, sowohl im Brief- als auch im Paketmarkt. Im Briefmarkt hat die Post je nach Lesart zwischen 85 und 90 % des Marktes, im Paketmarkt ist es eher so bei 35, 40 %.
und die.
Also jetzt gibt es die Struktur, dass viele der Paketdienste die Abholung und Zustellung der Sendungen nicht selber machen, sondern mit Nachunternehmen – manchmal auch Subunternehmen genannt. Ich spreche lieber von Nachunternehmen. Nachunternehmen – okay, das ist sozusagen der politisch korrektere Begriff. Und diese Nachunternehmen arbeiten eben bei Hermes, GLS, DPD, zum Beispiel Amazon, und machen dort nahezu 100 % aller Abholungen und Zustellungen.
Bei UPS ist es so, dass die ungefähr die Hälfte selber machen mit eigenem Personal und die andere Hälfte über Nachunternehmen. Und die DHL in der Zustellung von Paketen, aber auch Briefen, arbeitet zu 95 % plusminus mit eigenen Angestellten und nicht mit Nachunternehmen. Das ist sozusagen diese Paketstruktur. Die DHL selbst, die Deutsche Post, ist ja eine ganze Unternehmensgruppe und arbeitet auch oft mit Nachunternehmen. Das ist aber eher bei der Abholung von Sendungen aus Briefkästen, bei der Abholung von Paketen, bei der Versorgung und Entsorgung von
Paketjobs – also alles außerhalb der Zustellung wird häufig auch mit Nachunternehmen gemacht, auch wenn nachts sortiert wird und noch ein Auto von Frankfurt nach Hamburg fahren muss. Dann nehmen sie dort auch Nachunternehmen. Die sogenannten Hauptläufe gehen auch alle über Nachunternehmen. Da gehören sie auch zu den größten Nachfragern. Und ja, dann kann man davon ausgehen, dass je nach Lesart zwischen 3.000 und 4.000 Unternehmen für diese Paketdienste arbeiten. Und dann gibt es aber noch – 12.000 minus 4.000 sind 8.000 – andere. Da
gibt es dann Möbelkuriere. Man kennt die von Möbelhäusern, wenn dort ausgeliefert wird. Ikea zum Beispiel hat dann einen Partner. Es gibt Arzneimittelkuriere. Es gibt Ersatzteilkuriere. Es gibt Probenkuriere. Es gibt Stadtkuriere. Es gibt Briefzustellunternehmen. Es gibt Direktkuriere. Und wenn man noch ein bisschen nachdenken würde, dann gibt es noch mehr Nischen, wo es überall Kuriere gibt. Und so kommt diese hohe Anzahl zustande. Und viele sind dann auf verschiedenen Bereichen unterwegs. Es gibt dann auch Spezialkuriere – die Frage: Wo gehört der Geldkurier hin? Also die Werttransporte sind eigentlich eine
andere Branche. Aber jetzt geht das Thema Bargeldversorgung im Einzelhandel los. Da ist die Frage, ob man immer ein gepanzertes Auto hinschickt oder ob man nicht doch auch einen Fahrradkurier nehmen könnte. Also so sind die Grenzen dann auch fließend. Interessant. Und die Branche befindet sich im Umbruch. Es gibt E-Mobilität, Digitalisierung, weitere regulatorische Änderungen und technologische Änderungen. Was sind so die Themen, die du am meisten wahrnimmst? Ja, im Moment haben wir natürlich am meisten die regulatorischen Themen. Wir haben im vorletzten Jahr endlich ein neues
Postgesetz bekommen, nach gefühlt 25 Jahren. Und das alte Postgesetz hatte quasi noch den Stand von 1995. Da gab es viele der Digitalisierungsthemen noch nicht, und auch die Globalisierung war noch nicht so weit. Und dieses neue Postgesetz hat verschiedene neue Pflichten. Das eine ist, dass es jetzt ein sogenanntes Anbieterverzeichnis gibt. Dort müssen sich alle diese 12.000 Unternehmen eintragen lassen, und zur Eintragung müssen sie bestimmte Unterlagen nachweisen. Bis August nächsten Jahres müssen alle einmal eingetragen sein. Und wir haben in diesem Gesetz auch sehr starke
Kontrollpflichten, wenn man Nachunternehmen einsetzt. Wir haben ja immer wieder Situationen, dass Nachunternehmer unredlich arbeiten – das ist ja hinlänglich aus Funk und Presse bekannt. Und das will man darüber eindämmen, dass der Auftraggeber auch Verantwortung für seinen Nachunternehmer übernimmt und sagt: Ich bin dafür verantwortlich, dass dort jemand arbeitet, der auch die Arbeitsbedingungen einhält. Und das ist ein großes Thema, das uns von der regulatorischen Seite ereilt hat. Das ist also regulatorisch spannend. Der größere Rahmen darüber ist dann die EU. In der EU
hat man begonnen, einen EU Delivery Act aufzusetzen. Es gibt also für diesen Postmarkt – Kurier-Express-Post-Markt bis 31,5 kg – auch ein EU-Regelwerk. Das ist auch schon 25 Jahre alt, und das möchte man jetzt überarbeiten. Und da sind dann solche Themen spannend. Es kommen ja sehr viele Sendungen aus Asien, speziell aus China – solche Themen in einer hohen Menge mit entsprechenden Produkten darin. Und wie man dieses Thema regelt, das sind für die EU ganz aktuelle Fragen. Und bisher bezog sich diese Postregulierung
immer auf den sogenannten Universaldienst. Das ist eigentlich eine ganz alte Bezeichnung. Da steht dann drin, wie viele Briefkästen es geben muss und in welchem Abstand zur Bevölkerung. Da steht drin, welche Laufzeiten Briefe haben, wo man sich beschweren kann, wie oft man pro Woche zustellen muss. Und das sind aber alles Fragen, die heute im Paketsegment keine Rolle mehr spielen. Hier ist eher die Frage: Wie gehe ich damit um, dass von außen immer mehr Sendungen reinkommen zu
auch sehr niedrigen Erlösen? Was macht das mit der Refinanzierbarkeit der Zustellsysteme in Europa? Und wir haben ja gerade ein spannendes Beispiel in den Niederlanden, wo der Chiphersteller – ich meine, der ist verstaatlicht worden – Experia. Genau. Genau, daraufhin hat China erst mal die Chip-Lieferung gedrosselt oder eingestellt. Ich weiß es nicht genau, aber wir haben hier gemerkt, dass eine Struktur, die europäisch nicht mehr kontrollierbar ist, wenn man die dann verstaatlicht oder wenn man dort Druck ausübt, plötzlich anderen Ländern ermöglicht, Druck
auf die EU auszuüben – und nicht unerheblich. Man stelle sich jetzt vor, dass mit den riesigen Sendungsmengen, die aus China kommen, Zustellnetze aufgebaut werden, worüber dann die Zustellung funktioniert. Und dann gibt es einen Handelskrieg und der Import chinesischer Waren ist quasi nicht mehr möglich. Dann brechen in Europa die Zustellsysteme zusammen, und wir können gar keine Sendung mehr auf der letzten Meile transportieren, weil asiatisch dominierte oder auch amerikanisch dominierte Unternehmen die letzte Meile bedienen. Und dann sagen die halt – oder können nicht
mehr zustellen. Und dann haben wir keine europäisch gesteuerten Zustellnetzwerke mehr und müssen gucken, wie wir die letzte Meile organisieren. Und gerade dieser Transport auf der letzten Meile ist – sagen wir mal – wenn es Probleme gibt, Katastrophen, kriegerische Auseinandersetzungen, was auch immer, gerade dann ist die Versorgung der Bevölkerung wichtig, sowohl mit Informationen als auch mit Waren. Da hat Corona auch gezeigt, wie wichtig die Kuriere da sind. Und darum geht es im EU Delivery Act: wie man solche Entwicklungen abbildet. Interessant. Das
ist also der größere regulatorische Rahmen, der jetzt nicht den CAP-Dienst, den Stadtkurierdienst aus Berlin erst mal betrifft, aber natürlich in Zukunft betreffen wird. Und wie ist es bei euch im Alltag? Wie kann man sich das vorstellen? Auch deine Rolle – du musst ja mit verschiedensten Stakeholdern interagieren, sei es Regierungsverantwortliche oder eure Mitglieder oder Technologieprovider. Wie kann man sich das vorstellen? Wie geht dir das an? Ja, also mit der Politik ist es letztendlich nach wie vor People Business. Man muss da präsent sein und hingehen oder auch
digital präsent sein. Dort ist es wichtig, dass man einfach Kontakt hält. Zu den Behörden gibt es die Bundesnetzagentur, das Wirtschaftsministerium, das Finanzministerium, teilweise auch das Umweltministerium – dass man dort Kontakt hält, dass man auf den Verteilern ist, wenn neue Gesetze kommen oder andere Regelwerke, Rechtsverordnungen, dass man die dann auch zur Kommentierung bekommt, dass man auf den Verteilern ist. Jetzt zum EU Delivery Act zum Beispiel gibt es die Möglichkeit, bei der EU direkt Impulse zu geben und seine Ideen einzusteuern. Es gibt ein Portal, wo man das
dann hinterlegt. Und da werden wir dann auch hingehen. Und wenn wir das bei der EU hinterlegt haben, das auch genau den Ansprechpartnern in Deutschland zu geben und zu sagen: Wir sind der Meinung, dass es jetzt nicht um Beschwerdezugang in erster Linie geht, sondern darum, wie wir resiliente, europäisch gesteuerte Netze kriegen. Und dann übermittelt man halt solche Positionspapiere auch an die Kontaktpersonen. Dann gibt es immer wieder Webinare – da ist es auch wichtig, teilzunehmen und was zu sagen. Es gibt Veranstaltungen, die in persona sind, wo man halt
teilnimmt, mit den Ansprechpartnern sprechen kann oder auch sogar Redebeiträge einsteuern kann, entweder Diskussionsbeiträge oder sogar auf der Bühne. Und so ist es halt in der Politik wichtig, präsent zu sein. Das ist für uns als kleiner – also wir sind personalmäßig ein sehr kleiner Verband – recht aufwendig. Da hilft uns die Digitalisierung, weil doch viele Sitzungen auch digital gehen. Das spart Kosten und natürlich auch Zeit. Ja, mit den Mitgliedern
sind wir hauptsächlich digital im Kontakt über Newsletter. Und wir machen dort verschiedene Angebote, Webinare. Wir haben pro Jahr auch in etwa eine physische Veranstaltung, manchmal auch zwei, und da laden wir sie ein. Und dann bildet sich aus diesen Mitgliedern so eine Gruppe von vielleicht 30, 40 Mitgliedern, die auch aktiver ist und sagt: Wo können wir unterstützen? Ich würde gerne ein Thema voranbringen. Da gibt es – seit Corona haben wir ein Lagezentrum eingerichtet. Als Corona kam, dachten wir: Was machen wir denn jetzt für die Mitglieder? Und
dann haben wir jeden Dienstag ein CAP-Lagezentrum digital. Da können sich alle dazuschalten, die möchten, und dort diskutieren wir die neuesten Entwicklungen. Man erreicht eben nicht alle 5.500, aber man erreicht die Multiplikatoren, die das dann auch weitertragen. Und dann von der Technologieseite: Wir haben ja eine gewisse Sichtbarkeit. Das heißt, Technologieanbieter finden uns, oder wenn ich auf Veranstaltungen bin, finde ich Technologieanbieter. Was für uns dann spannend ist: Entweder komme ich in Kontakt oder die kommen
auf mich zu. Und dann kann man das sehr schön eigentlich abwickeln. Super. Und lass uns jetzt zum Thema E-Mobilität mehr einsteigen. Was sind denn in deinen Augen die Meilensteine gewesen bis jetzt in der CAP-Branche, was die E-Mobilität anging? Und wo steht die CAP-Branche? Was sind so die Herausforderungen in dieser Umstellung? Ja, so richtige Meilensteine – jetzt branchenspezifisch würde ich gar nicht sehen. Das ist alles so ein bisschen fluide, und man kann jetzt nicht so
wie Treppenstufen entlanggehen. Natürlich sind die EU-Regelwerke wichtige Meilensteine, die für uns auch gelten, aber eben nicht Kurier-Express-Post-spezifisch sind. Fit for 55, natürlich der Verbrennerausstieg 2035, die Flottengrenzwerte, die bis dahin anziehen. Wir haben jetzt das ganze CO2-System des ETS2. Das sind alles so Etappen. Ich würde sie gar nicht so stark als Meilensteine bezeichnen. Warum ist das so? Die Elektromobilität hat es durchaus schwer bei vielen Marktteilnehmern, nicht bei allen. Die Deutsche Post hat aufgrund ihrer überragenden Größe geringere
Stückkosten und im Vergleich zum Restmarkt fantastische Gewinnsituationen oder Deckungsbeitragssituationen – ganz andere Möglichkeiten als der einzelne Mittelständler. Und so ist ja die Deutsche Post vor zehn Jahren ungefähr mit dem StreetScooter vorgeprescht, hat sich da dann ja auch als Autohersteller sozusagen betätigt – eine Zeit lang – und ist da letztendlich der Platzhirsch in den Themen. Das hängt natürlich mit der Größe zusammen, und es war ja zum Teil auch so, dass in einigen Jahren ein hoher Anteil der Elektroautoförderung an die Deutsche Post ging, weil die damit ihre Nutzfahrzeuge angeschafft haben
und die haben einfach den Markt geschickt bespielt und abgeschöpft, weil sie die Ressourcen haben und das vorangetrieben haben. Also ist eine gute Sache, tolle Sache, was sie da gemacht haben. Haben sie dadurch jetzt auch einen Wettbewerbsvorteil? Wenn ich in unsere KMUs gehe – kleine mittelständische Unternehmen mit 20, 30, 40, 60 Fahrzeugen – und gerade am Anfang die Elektrofahrzeuge eher doppelt so teuer waren als die Verbrennerfahrzeuge oder sogar dreifach so teuer, kriegen die von den Banken gar nicht den Kredit oder gar keine Zusage für Leasingangebote über die dreifache
Fahrzeugwert über den dreifachen Fahrzeugwert. Und das war am Anfang ein – oder ist nach wie vor – ein großes Problem: die Nachunternehmen werden quasi zu Grenzkosten entlohnt. Da bleibt nichts übrig. Wenn Auftraggeber im Paketdienst Aufträge geben, ist es nicht so, dass man davon reich wird. Die Marge ist 1 %, 2 % – geringst, wenn überhaupt. Und darüber dann jetzt neue Fahrzeuge zu finanzieren, ist schwierig.
Wir haben viele Direktkuriere, die große Strecken pro Tag fahren. Also so 500 Kilometer ist dann keine Seltenheit. Die fallen auch erst mal aus, so dass wir da außerhalb der Deutschen Post einen sehr zögerlichen Einstieg hatten. Es gibt einen großen Paketdienst, der global aktiv ist und der sich selbst auch an Autoherstellern beteiligt hat. Die sind zunächst auch stark nach Deutschland gegangen, weil Deutschland schon auch so ein Leitmarkt ist. Aber wir haben ja die Herausforderung, dass Deutschland sehr – sagen wir mal – im Zickzackkurs, oder einen Schritt vor
einen Schritt zurück. Deutschland also einen sehr, sagen wir mal, ambivalenten Kurs zum Thema Elektromobilität fährt und andere Länder das viel stringenter machen. Und deshalb sagen auch global agierende Paketdienste: dann machen wir doch erst mal in Spanien zum Beispiel Elektromobilität. Da wird das ganz anders goutiert und gefordert als in Deutschland. In Deutschland können wir eigentlich weiter mit Diesel fahren, weil die Politik da nicht wirklich Druck macht oder eher Unsicherheit streut. Und nachdem sozusagen nach der ersten – ja, ich will vielleicht doch – Welle dann der Rückzug, oder?
Sagen wir mal, der Stillstand eingetreten ist zu dem Thema mit dem Stopp der Elektroautoförderung. Ist eigentlich die Luft so ein bisschen raus. Und wir haben schon auch die Situation, dass diejenigen Marktteilnehmer, die gesagt haben: "Ach, ich kümmere mich gar nicht drum, ich mach da gar nichts", die jetzt sagen können: "Da habe ich doch gesagt, du hättest gar nichts machen müssen. Und ich habe es doch viel einfacher, wenn ich nichts mache." Und das ist halt schon auf der einen Seite eine Situation, was wir aber durchaus
erfreut feststellen. Wir haben ja eine Vorteilswelt, wo wir Fahrzeugkonditionen vermitteln. Und dort wächst der Anteil an verkauften Verbrennernutzfahrzeugen stetig. Und der ist jetzt auch durchaus bei 20 bis 25 Prozent der Neufahrzeuge, die quasi über unsere Verbandskonditionen gehen, im Elektrobereich. Das heißt, wir merken, dass die Branche jetzt inzwischen losläuft. Das wird natürlich getrieben durch das Engagement einzelner Unternehmer, die sagen: "Ich will das jetzt, ich möchte meinen Teil dazugeben." Oder aber, dass die Paketdienste mit ihren Nachunternehmern vereinbaren oder dort diese animieren, Elektrofahrzeuge einzusetzen. Wir haben die
große Initiative von Hermes, die sagen, sie wollen, glaube ich, über 70 Städte elektrifizieren. Und dann brauchen die natürlich Nachunternehmer, die das machen. Und die gehen nach und nach immer in neue Gebiete rein und machen das elektrisch. Und dadurch gibt es jetzt schon eine Bewegung nach vorn. Insofern gibt es nicht diesen einen Meilenstein, sondern es gibt viele kleine Bewegungen, die sich aber nach der Delle nach dem Ende der Förderung nun doch wieder zu einer gewissen Dynamik verdichten. Die Besonderheit bei uns ist, dass das
Elektroauto nicht nur ein Hilfsmittel ist, wie zum Beispiel beim Schornsteinfeger oder beim Handwerker. Der braucht das Elektroauto, um zur Baustelle oder zum Schornstein zu kommen, und das Geld wird aber mit dem Einbau eines Ofens oder dem Schornsteinbau verdient. Bei uns wird das Geld mit dem Fahrzeug verdient. Und wenn das Fahrzeug nicht läuft, ist die Haupteinnahmequelle weg, so dass wir lange Zeit auch das Thema der Ausfallsicherheit der Fahrzeuge hatten, der Reichweiten. Das ist aber eigentlich alles gelöst. Ja, Stichwort: du hast ein paar Stichworte jetzt genannt
Vielleicht lassen Sie sich einsteigen beim Thema Kauf eines E-Fahrzeugs. Wie ist denn jetzt der Stand? Anfangs waren die Preise deutlich höher. Wie ist denn da jetzt der letzte Stand? Beispielsweise Stand heute – hast du da irgendwie Einblicke, wie viel teurer so ein E-Van ist im Vergleich zu einem? Also, man kann davon ausgehen, dass er ungefähr ein Drittel teurer ist. Das ist also schon deutlich zurückgegangen. Das ist ein relativ komplexes System, man kann gar nicht so einfach sagen, ist das jetzt teurer oder billiger. Also, wir haben
für gleichwertige Fahrzeuge inzwischen, wenn man auf 48 Monate geht, 30.000 Kilometer pro Jahr – wenn man dort die Leasingraten vergleicht, schwanken die zwischen 300 und 700 € für die gleiche Fahrzeugklasse. Und jetzt, in der Mitte ist irgendwie 500 €, das heißt durchschnittlich Leasingrate 500 €. Dadurch, dass aber die Abstände, also Minimum und Maximum, so weit auseinander liegen, hilft das nicht viel. Das heißt, wir finden heute Elektrotransporter bis dreieinhalb Tonnen zu Leasingraten um die 300 €. Das sind natürlich auch Leasingraten, wo die
die Fahrzeuge in den Markt haben wollen – dann kommen die Flottengrenzwerte rein – und das ist durchaus vergleichbar. Das ist teilweise günstiger als die Leasingrate für ein Verbrennerfahrzeug, wenn ich ein günstiges Elektrofahrzeug mit einem eher Premium-Angebot von Verbrenner-Transportern vergleiche. Das heißt, ich muss ganz genau gucken: welches Fahrzeug möchte ich? Was bin ich? Wie markentreu bin ich? Bin ich bereit, von Marke A auf Marke B umzusteigen und vielleicht die Leasingrate von 600 € auf 300 € zu drücken? Und wir haben da also sehr
viel Dynamik und sehr viel Bewegung. Was uns hier auch wieder nicht unbedingt hilft, ist die Unsicherheit durch die Regierung. Da geht halt immer die Frage: Bleibt der Verbrennerausstieg? Was passiert damit? Das macht es schwieriger, die Restwerte für die Fahrzeuge zu kalkulieren. Dadurch sind die Leasingraten hoch. Das ist extremes Gift für diese ganze Transformation. Die Fahrzeuge werden größtenteils geleast, also nicht im Abo oder gekauft. Wir haben meistens Leasing. Aber auch hier muss man gucken: Wenn die Restwerte nicht klar sind und deshalb
die Leasingraten hoch sind, ist natürlich der Kauf wieder ein Thema. Und dann kann es günstiger sein, das Fahrzeug zu kaufen oder zu finanzieren, als zu leasen, weil nach der Finanzierung gehört es mir. Dann habe ich aber das Risiko, das gebrauchte Fahrzeug zu haben. Genau. Und das ist ja nicht nur im Nutzfahrzeugbereich gerade ein Thema, sondern auch im Pkw-Bereich. Was passiert mit dem Gebrauchten, mit dem Restwert? Und wie sieht es aus beim Laden? Da gibt es ja verschiedenste Depots, wo die Pakete
ja, sortiert werden an den Städten in der letzten Meile. Und da gibt es ja verschiedenste Ansätze. Vielleicht kannst du ja da noch mal deinen Einblick geben, wie dein Blick ist auf wo geladen wird. Es gibt da ein paar Probleme und Herausforderungen, die ich auch kenne: das Thema, dass die Fahrer gerne auch mit dem Van sowohl die Pakete liefern als auch nach Hause zurückfahren dürfen, dass das dieser Prozess disruptiert würde mit der E-Mobilität beim Laden, und vor allem, ob jetzt genügend
Stellplätze, dass die Fahrzeuge überhaupt am Depot immer laden können. Was gibt es denn da noch an Themen, die dir auch noch mal auffallen? Und wie denkst du, wird man das lösen? Also auch die Situation ist außerordentlich mannigfaltig. Die Depots, wo die Pakete an die Nachunternehmer ausgegeben werden, sind in der Regel ja nicht innerhalb der Stadt, sondern außerhalb oder an den Stadträndern. Dort ist immer die große Frage: Gibt es da genug Strom? Wobei ja schon die Frage, ob genug Strom da ist, differenziert zu betrachten ist. Ich
kann es als Abwehrargument: "Hier kriege ich ja keine große Leitung her" behandeln. Ich kann aber auch gucken: Bekomme ich so viel Strom, den ich für das intelligente Laden brauche? Wenn ich kein intelligentes Laden aufbaue, dann lade ich im Zweifel Fahrzeuge zu Zeiten, wo es nicht sein muss. Und ich brauche Strom zu Zeiten, wo ich ihn nicht brauche, wo es nicht sein muss. Und ich brauche vor allen Dingen Leistungen vor Ort, die ich eigentlich nicht brauche, wenn ich intelligenter lade. Und jetzt ist
die Frage, wenn es da eben einen Unternehmer gibt,
der eher einen Grund sucht, nicht Elektromobilität zu machen. Kann man das Ladethema als Abwehrargument bewerten? Oder aber man prüft: Was kann ich mit der bestehenden Infrastruktur umsetzen? Ich klammere jetzt mal die aus, die irgendwie wirklich nur eine ganz schwache Leitung haben. Aber es ist nicht immer notwendig, gleich einen eigenen Trafo sich dort hinzubauen, sondern man kann – also was wir feststellen ist: Wo ein Wille ist, ist oft auch ein Weg, und man kann auch mit geringeren Leistungen
und intelligenten Ladekonzepten – zeitabhängiges Laden, tourenabhängiges Laden – arbeiten. Welches Fahrzeug ist welcher Tour zugeplant? Wie stark muss ich das aufladen? Also mit diesen beiden Sachen kann man sehr viel machen. Und insofern ist die Problematik für jeden Standort einzeln zu bewerten. Es gibt keinen generellen Punkt mehr, der uns generell nicht weiterhilft. Natürlich, der Punkt, der alle trifft, ist das Thema Finanzierung. Ladeinfrastruktur muss ich finanzieren. Ich muss also nicht nur das Fahrzeug finanzieren, sondern auch diese Infrastruktur. Und da ist die Frage, ob ich sie
selber einkaufe, ob ich das irgendwie über den Verpächter oder Vermieter der Fläche mache. Und es gibt inzwischen auch erste Anbieter, die sagen: Ich stelle dir die Ladeinfrastruktur hin und du bezahlst dann pro kWh. Und das ist natürlich noch mal ein Komplexitätsschritt mehr. Also nicht nur die Fahrzeuge, sondern auch die Ladeinfrastruktur. Aber es gibt da viele findige Unternehmer, die das auch schon gut machen. Es ist ja auch so, dass die Großen, die du vertrittst – die kleineren, sagen wir mal KMU-Unternehmen – die haben
zwar wenig Finanzierungsmöglichkeiten, aber die Größeren finanzieren ja meistens eher die Ladeinfrastruktur an den Depots. Sie sind ja auch diejenigen, die diese Depots mieten, oder? Ja, das ist – also wir sprechen jetzt von den Depots, wo die Nachunternehmen dann die Pakete abholen. In der Regel parken da aber nicht alle Fahrzeuge der Nachunternehmen. Das ist vom Dienstleister abhängig. Es gibt Dienstleister, die sagen, alle Fahrzeuge der Nachunternehmer müssen nachts am Depot stehen. Dann müssen alle noch mal zum Depot fahren, das Fahrzeug abstellen und dann
nach Hause. Andere Dienstleister haben die Fahrzeuge vielleicht am eigenen Standort stehen, wenn sie noch so eine Art Betriebshof haben. Andere wiederum fahren die Mitarbeiter nach Hause. Das ist auch sehr, sehr individuell, man kann da keinen generellen Punkt machen. Oft ist es aber so, dass die Depots ja nicht alle neu gebaut sind. Und als die vor 15, 10 oder 20 Jahren gebaut wurden, war ja noch gar nicht die Anforderung da, dort auch noch 500 Fahrzeuge parken zu lassen. Stellplätze
und so, dass dann die Stellplätze dort auch fehlen. Also das ist auch wieder sehr individuell pro Standort. Wie eng ist es an dem Standort? Können die wachsen? Und je attraktiver die Flächen sind vor Ort, desto teurer wären sie. Und dann ist die Frage, ob es bezahlbar ist, eine Fläche als Parkplatz zum Laden zu nutzen. Oder stelle ich da noch eine Logistikhalle drauf, die einen anderen Deckungsbeitrag hat? Das kommt dann auch noch dazu. Dann kommen so Themen hoch: Baue ich ein Parkhaus? Das heißt, ich brauche dann eine
kleinere Grundfläche und habe eben fünf Etagen, wo überall Ladesäulen sind, was auch wiederum natürlichen Impact auf die Kosten hat. Also da wird mit sehr viel Kreativität gearbeitet, und oft gibt es halt dann auch eine Lösung, wenn man will – und wenn es bezahlbar ist. Wie lange ist so ein Depot betrieben? Ich weiß nicht, wie lange so eine Lebensdauer eines Depots ist – sind das 25 Jahre, 30 Jahre? Ja, das ist auch wieder ganz individuell. Diese Betriebshöfe, wie lange die Mietverträge laufen und ob die Vermieter dann interessiert
sind, eine Elektroladeinfrastruktur dort zuzulassen oder sie sogar selbst mit anzubieten. Manche Vermieter sagen: Dann habe ich ja danach, wenn der Mietvertrag – was weiß ich – zehn Jahre läuft, danach das Gebäude besser an den Mann bringen können, weil ich eine Elektroinfrastruktur da habe. Oder danach kann ich das Gebäude nicht so gut vermarkten, weil ich immer jemanden finden muss, der eine Elektroinfrastruktur braucht. Also das hängt auch wieder von der Strategie der Vermieter ab. Die Mietverträge für solche Depots oder Betriebshöfe – die Paketdienste sind natürlich langfristig da drin.
So ein Depot kann auch mal 10, 20, 30 Jahre betrieben werden, je nachdem, wie die Mietverträge sind, ob das vielleicht sogar Eigentum ist. Also die größeren Depots mit Sortieranlagen sind eher fix, die gehören den Unternehmen. Und da gibt es dann Leaseback oder so – also unterschiedliche Szenarien. Aber wenn die Paketdienste dort eine Sortieranlage drin haben, ist das eher langfristig dort. Das steht auch mal 20, 30 Jahre. Wenn der Paketdienst vor Ort sich einen Betriebshof mietet, dann gibt es Beispiele, die dann einfach in
eine Restnutzung gehen. Da ist klar: In fünf Jahren wird hier die Halle abgerissen und danach kommt hier was anderes hin. Und dann mietet der da halt für fünf Jahre sich ein und pachtet. Es gibt andere, die das noch kürzer machen. Wenn sie jetzt für einen Anbieter arbeiten und nicht wissen, ob sie nächstes Jahr ihren Auftrag noch haben, sind sie da natürlich auch vorsichtiger. Andere mieten halt für 10 oder 15 Jahre. Alteingesessene Kurierdienste wissen: Wir sitzen immer hier. Die sitzen auch mal 20 Jahre an
so einem Standort. Also das ist halt schwierig, eine generelle Aussage für alle zu treffen. Und gibt es dann ein großes Problem oder eine Herausforderung, die Ladeinfrastruktur überhaupt installieren zu dürfen, weil die Vermieter das vielleicht nicht wollen? Oder ist das auch ganz individuell? Manche Vermieter sind offen: Ja, gerne, ihr könnt das machen. Manche lehnen das ab. Bei manchen – wenn man jetzt vielleicht auch an Solar denkt, das ist eher bei Speditionen, weniger beim Paketdienst – sagen manche Vermieter: Ja, ihr könnt Solar aufs Dach
machen. Manche Dächer halten das nicht, da darf es nicht drauf. Und so muss man jedes Mal individuell gucken, wie die Situation vor Ort ist. Und wie realistisch siehst du es, dass man letztendlich öffentlich lädt, dass die Fahrer dann vielleicht zu einem Schnelllader gehen oder einen AC-Lader bei sich zu Hause in der Nähe nutzen? Die meisten sind ja eher Mietende in größeren Wohnhäusern, wo es weniger Ladepunkte gibt, kein großes Haus haben, wo sie dann eine eigene
Ladesäule haben. Also: Es geht erst mal um die Nutzung von öffentlicher Ladeinfrastruktur, wie an Supermärkten oder die Säulen an der Straße, im Rahmen des normalen Arbeitsablaufes. Also nicht nach der Logik, dass ich damit nach Hause fahre, sondern die Frage ist: Kann ich denn auf dem Supermarkt-Parkplatz laden, wenn mein Auto abends am Depot steht? Solche Themen. Das wird eher kritisch gesehen – ich erlebe das auch nicht an sehr vielen Stellen – weil natürlich die Verlässlichkeit, dass die öffentliche Ladeinfrastruktur dann auch
bereitsteht, wenn ich sie brauche, schwierig ist. Also manche Parkplätze von Supermärkten sind nachts nicht zugänglich. Dann kann ich dort nachts nicht laden. Wie kriege ich das Fahrzeug rechtzeitig vor Beginn der Geschäftstätigkeit dort wieder weg? Was weiß ich, wenn ich um sechs vom Parkplatz müsste und der Mitarbeiter aber erst um acht kommt. Wie ist das dann? Also die Präferenz ist schon, auf eigene Ladeinfrastruktur zu gehen. Je kleiner die Unternehmen sind und wenn die inhabergeführt sind oder fünf Autos haben, davon zwei Elektrofahrzeuge, die fahren auch mal
an den öffentlichen Lader. Aber die großen Strukturen gehen eigentlich auf selbstgesteuerte Infrastruktur. Da gibt es eher die entgegengesetzte Richtung: Kann ich nicht in Zeiten, wo ich die Infrastruktur nicht brauche, die Infrastruktur öffentlich machen und andere laden lassen? Da muss sichergestellt sein – geteilte Ladeinfrastruktur, also zeitlich geteilt. Da ist natürlich dann die wichtige Frage, dass die Dritten, die da laden, zu dem Zeitpunkt, wenn ich wiederkomme und laden muss, auch wechseln, dass die Säule frei ist. Aber das wird noch nicht gemacht in Deutschland.
Doch, das höre ich jetzt schon: Wie kann ich meine Ladeinfrastruktur öffnen? Ich kenne die Überlegungen und die Diskussion dazu. Inwiefern es die Beispiele gibt, kann ich nicht sagen. Und dann gibt es das Thema Zuhause-Laden, wenn die Mitarbeiter das mit nach Hause nehmen. Auch hier ist es ganz individuell, wie der Mitarbeiter wohnt. Da kommt es dann – sagen wir – wird das ja eher so ein langsames Laden sein. Mit wie viel kW? 11, meistens max. 11. Vielleicht auch weniger. Ach so, du meinst jetzt ganz zu
Hause, mit einem Onboard-Charger ohne Wallbox, direkt an der Schuko stecken. Ja, das kann dann 2,4 kW sein. Das bringt nicht so viel. Der Elfer bringt ja schon ein bisschen was. Und dann kommen aber die Fragen der Abrechnung. Also da brauche ich dann Infrastruktur, die das betriebliche Laden, das Laden des betrieblichen Fahrzeugs, entsprechend abrechnet mit geeichten Zählern. Und da brauche ich entsprechende Software. Die Frage ist: Steuert die Software dann der Mitarbeiter oder der Fuhrparkmanager? Das erlebe ich aber auch, dass da
mehr Angebote auf den Markt kommen. Da gibt es Lösungen, wie man das hinbekommt. Und das gibt es ja sogar für die Schuko-Steckdose. Die Frage ist nur: So ein Elektrotransporter braucht ein bisschen mehr als ein Pkw. Und wenn der dann zehn, acht Stunden an der Steckdose hängt – acht mal 2,5 kW – da bin ich bei 20 kWh, die ich laden kann. Da habe ich nicht genug Strom für den nächsten Tag. Genau, das wollte ich dich auch noch fragen, weil im Schnitt fährt man ja
so was wie 100 Kilometer am Tag. Das ist, glaube ich – ja, in der Region, im Regionalverkehr, ist das eine gute Zahl. Dann reden wir von 25 kWh, also Kilowattstunden Verbrauch pro Tag, die man dann wieder reinkriegen müsste. Genau, was du gerade sagst. Aber das ist auch eine Frage, wie sich das einruckelt. Und natürlich geht das, wenn die Fahrenden im fünften Stock im Mehrfamilienhaus wohnen, ist das eine andere Situation, als wenn sie in einem einzeln stehenden Haus im ländlichen Raum wohnen, ob das jetzt ein Eigenheim ist oder nicht.
Und beim Thema Reichweite – du hattest da eingangs erwähnt, dass es da manche gibt, die 500 Kilometer am Stück oder 500-Kilometer-Touren haben. Da ist es ja dann vorstellbar, dass man, wie jetzt in anderen Beispielen der E-Mobilität, sei es der private Mensch, der eine längere Reise vor sich hat, unterwegs mal 20 Minuten Stopp macht. Ja, da ist die Frage, ob die, die 500
600 Kilometer am Tag fahren – das ist jetzt nicht die Masse, das ist ein kleiner Teil des Marktes. Die Masse fährt eben 100 plus minus. Und da sollte man erstmal – also die Energie fließt in die, die 100 Kilometer fahren, und nicht in die, die 500 Kilometer fahren. Bei 500 Kilometern: Wenn der Unternehmer das will, findet sich eine Lösung, die haben wir auch. Aber sagen wir mal, das Potenzial ist eher bei den Fahrzeugen, die regional unterwegs sind, und gerade so im Kontext von 100–200 Kilometern. Ist das Thema
Reichweite gelöst? Da brauchen wir jetzt nicht mehr sagen: Das reicht nicht. Also es gibt Fahrzeuge, die keine 200 Kilometer schaffen. Die haben aber auch eine kleinere Batterie. Und vielleicht brauche ich eben keine 200 Kilometer. Warum muss ich mir eine Batterie ins Fahrzeug bauen, für viel Geld und das Gewicht, die 400 Kilometer schafft, wenn ich dann jeden Tag nur 150 fahre? Dann kann ich auch eine kleinere Batterie nehmen. Aber dann kann ich natürlich mit diesem Fahrzeug keine 500-, 600-Kilometer-Touren fahren oder muss öfters laden.
Das muss ich mir dann überlegen. Was sind die höchsten Reichweiten, die ihr bisher so gesehen habt am Markt? Genau das kann ich dir nicht sagen. Aber ich glaube, meines Wissens gibt es da schon mehr als 100 kWh oder bis zu 100 kWh Batterien. Ja, da wäre ich ja so bei 400 Kilometern. Das hätte ich jetzt auch gesagt. Wobei ja immer die Frage ist: Wie viel brauche ich für 100 Kilometer? Und wo stehen wir bei der Elektrifizierungsrate? Ungefähr stand heute – ehrlich gesagt haben wir
da keine validen Daten. Aber das ist eher ein unterer einstelliger Prozentbereich, mal außerhalb der Deutschen Post. Und jetzt haben wir viel über die E-Mobilität gesprochen. In dieser E-Mobilitätswende gibt es ja auch viel Energiewende. Nur eine Frage dazu: Inwiefern siehst du das ganze Thema intelligentes Laden und bidirektionales Laden, wie die E-Mobilität da unterstützen kann, indem man dann lädt, wenn gerade der Börsenstrompreis niedrig ist, wenn es gerade viel Wind beispielsweise gibt beziehungsweise Sonne, und dann die Batteriespeicher in diesen Fahrzeugen auch noch mal als
extra Umsatzmöglichkeit sieht? Ich halte das für einen ausgesprochen wichtigen und spannenden Gedanken. Man stelle sich mal 50.000 Fahrzeuge vor mit 100 kWh Batterie. Das sind dann 5 Millionen kWh. Wie viel Gigawattstunden sind das? Genau – 5 Millionen kWh wären das. Das sind ja – dann macht man mal durch tausend, um die Gigawattstunden zu haben – das sind 5.000 GWh? Das wären – warte mal – 5.000 MWh, 5 GWh, glaube ich. Und das ist ja schon mal
was. Mir als Verbandsfunktionär fällt es leichter, darüber nachzudenken, als natürlich jemandem, der 20 Fahrzeuge hat. Aber wir haben ja eine riesige Batterie. Wenn man vom Smart Grid spricht, denkt man immer an Batteriespeicher, die irgendwo fix stehen. Wir haben eine riesige rollende Batterie. Und das ist natürlich spannend, ob es nicht Konzepte gibt, die diese Fahrzeuge in ein Energiemanagementsystem einbinden. Und das ist ja dann eine Mischung aus Laden, wann der Strom günstig ist, aus Smart Grid und bidirektionalem Laden – allerdings extrem technisch
komplex. Und auch hier sind wir ja offensichtlich in Deutschland ein bisschen zurück mit den ganzen Smart Metern und Co. Da sind andere Länder schon weiter. Aber ich halte diese virtuelle riesige Batterie, die auch noch mobil ist, für einen Wirtschaftszweig der Zukunft, wo man sagen kann, den setzt man auch ein. Und wenn man das mal in neuen Geschäftsmodellen formuliert: Das ist dann ein Batteriespeicher, mit dem auch Pakete zugestellt werden können. So wie Stadtpläne nur noch nicht dazu da sind, Datenbanken
und Suchalgorithmen zu befüttern bei den digitalen Kartenanbietern, so ist eben das Paketzustellen eine Nebendienstleistung der Energiespeicherung. Wenn man mal in dieser Logik denkt, dann kommen da ganz neue Ideen hoch. Natürlich fällt einem dann immer ein: Die Fahrzeuge stehen immer nachts, da kann man laden, da ist die Energie auch eventuell billiger – scheint aber keine Sonne, wieder teurer. Also sind wir wirklich in den Zeiten so flexibel, das zu machen? Ich kann auch die Energie nicht rausholen, wenn ich auf meiner Pakettour bin. Das sind alles
noch Themen. Aber ich halte diese riesige Flotte mit Energiespeicher, die relativ planbar unterwegs ist, für einen großen Asset, den wir als Branche haben. Ja, super. Und bevor wir dann auseinander gehen, hast du noch eine Nachricht oder eine Nachricht, wie man dich erreichen kann, die du an die Zuhörenden noch mal hinterlassen willst? Ja. Beschäftigt euch mit Digitalisierung. Beschäftigt euch mit Elektromobilität, auch mit den Regulierungsthemen. Und das Wichtige sind die kleinen Schritte. Geht einfach los. Man muss das erste Fahrzeug umstellen, man braucht
einen Ladepunkt. Die Annahme, dann auf einen fahrenden Zug in fünf Jahren aufspringen zu können oder in zehn Jahren, ist aus meiner Sicht falsch. Wenn der Zug dann schon zu schnell unterwegs ist, kann man nicht mehr reinspringen und muss doch wieder von vorne anfangen. Also: die kleinen Schritte sind die Lösung für den Mittelstand, und die muss man nacheinander geplant gehen – und gerne zusammen mit dem Verband. Im Internet sind unsere Kontaktdaten natürlich drin. Und in der Gemeinschaft des Verbandes haben wir günstige Einkaufskonditionen. Und
in der Gemeinschaft fällt das auch leichter. Also: ihr seid nicht allein. Viele haben das Thema und wir schließen uns zusammen. Kommt dazu und profitiert von der Gemeinschaft. Das klingt super. Vielen Dank für das Gespräch, Andreas. Danke auch. Hier sind meine Haupterkenntnisse des Gesprächs. 24 Unternehmen machen rund 80 % des Umsatzes. Die Deutsche Post DHL hält davon 85 bis 90 % im Brief- und 35 bis 40 % im Paketmarkt. Die Zustellung läuft oft über Nachunternehmen, und das variiert je nach Unternehmensart. Bei Neufahrzeugen liegt der E-Anteil
im Verband bei 20 bis 25 %, und Hermes elektrifiziert schnell in 70 Städten. Typische Touren von ungefähr 100 Kilometern am Tag sind mit bis zu 100 kWh Akkus locker erreichbar, und bis zu 400 Kilometer Reichweite sogar abgedeckt. Die Ausfallsicherheit und Reichweite der Fahrzeuge waren lange ein Hemmnis, sind aber inzwischen weitgehend gelöst. Viele Depots sind am Stadtrand und verfügen nicht über ausreichende Stromkapazitäten. Allerdings kann intelligente Ladeplanung Engpässe mildern. Wo ein Wille, da ein Weg – davon ist Andreas überzeugt. Perspektivisch bieten E-Flotten mehrere Gigawatt an Flexibilität durch intelligentes
bidirektionales Laden. Der nächste Schritt für alle mit einem E-Fahrzeug und einem Ladepunkt: einfach starten. Danke fürs Zuhören und bis zum nächsten Mal – verpasst den Zug nicht.
Notities bij de aflevering
In dieser Folge von Smart Charge by RiDERgy spricht Claudio mit Andreas Schumann, dem Vorsitzenden des Bundesverbands Kurier-Express-Postdienste (BdKEP), über die Transformation einer Branche, die täglich Millionen Sendungen auf der letzten Meile bewegt. Von der Liberalisierung des Briefmarkts in den 1990ern bis zur heutigen Diskussion über intelligente Ladeinfrastruktur und europäische Regulierung spannt sich ein weiter Bogen. Themen der Folge: - Die Entwicklung des Kurier-, Express- und Paketmarkts in Deutschland – zwischen Mittelstand und Großkonzernen - Regulatorische Veränderungen: neues Postgesetz, Nachunternehmer-Kontrollen und EU Delivery Act - Herausforderungen für kleine und mittlere Unternehmen bei Finanzierung, Leasing und Ladeinfrastruktur - Warum die Postbranche bei der Elektromobilität zweigeteilt ist – von Streetscooter bis Nachunternehmer - Reale Hürden beim Depotladen, zu Hause und im öffentlichen Raum - Chancen durch intelligentes und bidirektionales Laden – die rollende Batterie als Teil des Energiesystems Andreas betont: Die Zukunft der Elektromobilität in der KEP-Branche entscheidet sich nicht durch große Sprünge, sondern durch viele kleine, konsequente Schritte. „Wer jetzt anfängt, kann gestalten – wer wartet, wird vom fahrenden Zug überholt.“