Ep. 35: Christian Hahn, CEO von Hubject – Interoperabilität, Regulierung und die Zukunft der Elektromobilität
Transcript
Opgeschoond op basis van een automatisch transcript. Vertalingen zijn automatisch gegenereerd en kunnen fouten bevatten.
Welkom bij de Smart Charge by RiDERgy Podcast. Dit is Claudio Geyken, oprichter en CEO van RiDERgy. Dit is uw show om alles te leren over energiebeheer en smart charging-innovatie voor elektrische voertuigen en vloten.
Vandaag te gast: Christian Hahn, directeur van Hubject. Hubject verbindt als centrale marktplaats laadaanbieders en stroomleveranciers wereldwijd – met één doel: één contract, overal laden. Daartoe behoort ook Direct Payment per creditcard aan openbare laadpalen, een bouwsteen voor eenvoudige toegang en betere klantervaringen. Hubject werkt wereldwijd vanuit Europa, de VS, China en recentelijk Singapore, en verbindt zijn uiteenlopende gebruikersgroepen van de particuliere rijder tot de vloot. Het gaat over schaalvergroting in 70 landen, meer dan 2.500 aangesloten exploitanten en de vraag hoe tests en standaarden storingen voorkomen. En uiteraard spreken we ook uitgebreid over
intelligent en bidirectioneel laden. Laten we beginnen. Hallo, Christian. Fijn dat u er vandaag bij bent. Hoe gaat het met u? Goed, voor zover. Hartelijk dank voor de uitnodiging. Dank u. Ja, voordat we echt de Hubject-onderwerpen induiken, stel uzelf gerust even voor. U mag gerust wat uitweiden. Ja, heel graag, Claudio. Hartelijk dank voor de uitnodiging. Mijn naam is Christian Hahn. Ik ben momenteel directeur bij Hubject en werk met veel plezier in deze industrie – dat doe ik nu ook al relatief lang. Ik heb het genoegen sinds 2006 in
de energiesector actief te zijn. Ik ben begonnen, zoals velen, als consultant, en heb mij destijds veel beziggehouden met de liberalisering van de energiemarkt – dus de ontvlechting van netwerken en stroomleveranciers – en wel bij een adviesbureau, bij PricewaterhouseCoopers. Heel, heel interessant. Ik herinner me nog dat er destijds zo'n gevleugeld gezegde was, dat de liberalisering van de energiemarkt twaalf generaties van schoolverlaters aan werk had geholpen, omdat er zoveel regelgevingsdruk was en in korte tijd veel EVU's, veel energieleveranciers zich moesten
ontvlechten. En – we komen daar zo ook nog even op terug – uiteraard zien we vandaag ook in de elektromobiliteit het thema regelgeving als een belangrijke functie, maar soms ook met de vraag in het achterhoofd: Is dit de juiste aanpak? Is het te veel? Is het te weinig? Dus dat kunnen we zo meteen wat verder uitdiepen. Precies. Ik had roundabout 2009 mijn eerste aanrakingspunten met het thema elektromobiliteit gehad. Waarom al in 2009? Een groep van Duitse energieleveranciers wilde hun eerste laadstations kopen en exploiteren. En
bij PWC hadden we daarvoor het concept ontwikkeld en een leveranciersselectie uitgevoerd. Het ging destijds om 22-kW-laadstations. U merkt dus ook: dat was nog heel, heel erg in de beginfase. AC, uiteraard, precies. En er waren op dat moment exact drie leveranciers in Duitsland. Welke, uit nieuwsgierigheid, als u het zich nog herinnert? Dat is een goede vraag. In ieder geval destijds RWE, Eni was erbij betrokken, Smart Lab en de derde leverancier – ik meen dat het Mennekes moet zijn geweest. Dus RWE en Eni,
sorry, Eni en Smart. Ik geloof dat Smart destijds laadpalen van andere fabrikanten verkocht en Eni destijds zelf laadpalen had gebouwd. Maar dit laat ook zien hoe sterk de markt zich in de tussentijd gelukkig verder heeft ontwikkeld, zodat er vandaag een veelheid aan fabrikanten en leveranciers bestaat. Precies, het was ook heel interessant om dat project destijds te begeleiden.
Dus RWE en Smart hadden hun eigen hardware geproduceerd? Precies. Eni had destijds eigen laadstations gebouwd, en ik meen dat Smart destijds laadstations van andere fabrikanten had opgekocht en verder had doorverkocht. Heel interessant project, veel geleerd. En ik had destijds ook al ingezien dat deze combinatie van technologie enerzijds en regelgevende vereisten anderzijds voor mij heel boeiend was. Ik had mij daarna ook veel beziggehouden met Smart Grids en Smart Metering. Dat mooie onderwerp, precies. Misschien ligt het aan mij, ik weet het niet, maar tot nu toe hebben we
in Duitsland niet zo veel voor elkaar gekregen op dat vlak. Maar in veel andere landen is de Smart Meter-uitrol gelukkig afgerond. Ik ben ook optimistisch dat we dat ooit in Duitsland zullen bereiken, omdat het simpelweg een heel belangrijke component is voor een modern energiesysteem. Uiteindelijk ben ik in 2012 bij Hubject ingestapt, kort na de oprichting. Een geweldige situatie – vijf, zes mensen hadden een start-up opgezet rondom het thema roaming. Ik leg zo meteen nog even uit wat dat inhoudt. En dat fascineerde mij enorm, omdat ik
het typische start-up-gevoel kende: een klein kantoor, we zaten op allerlei kratten omdat we nog geen meubels hadden, en bedachten hoe we dit allemaal nu moesten opzetten. Hier in Berlijn? In Berlijn, precies, destijds al op de EUREF-Campus. Dat was ook nog in de vroege jaren van de EUREF-Campus – die had zich net een beetje gevormd. En het was vrij snel duidelijk geworden dat de EUREF-Campus zich wilde ontwikkelen in de richting van duurzame mobiliteit; het is tegenwoordig immers een van de toonaangevende locaties op dit gebied. En precies, maar
een ander kantoor, een heel eenvoudig kantoor, maar het heeft prachtig gefunctioneerd. En ik herinner me nog de eerste dagen, waar ik ook bedacht: dit samenspel tussen de verschillende regulatorische rollen en de vraag hoe sterk we ons kunnen oriënteren op het energiesysteem versus of we misschien nieuwe rollen moesten definiëren? Ik weet nog tot op de dag van vandaag hoe ik dan soms naar huis reed en dacht: Hoe moet je dit allemaal begrijpen? Hoe moet je dit allemaal kunnen samenvoegen? Een werkelijk fascinerende tijd.
Sindsdien ben ik bij Hubject, een geweldige uitdaging, die zich natuurlijk steeds verder heeft ontwikkeld, net zoals de markt zelf zich heeft ontwikkeld. Het begon op het gebied van Business Development, en daarna ben ik samen met Thomas, die ook al bij u te gast was, in 2015 directeur geworden. Vandaag de dag ben ik uiteindelijk verantwoordelijk voor alles rondom strategie, onze dochterondernemingen en vooral ook de buitenperspectief, dus verkoop, marketing enzovoort. En ik vind het nog steeds heel boeiend. De markt heeft zich enorm verder ontwikkeld.
De vraag is natuurlijk ook altijd: hoe snel gaat het nu verder gaan? En ik ben er echt trots op dat ik samen met mijn team een belangrijk onderdeel van het huidige ecosysteem ben. Absoluut, ik geloof dat het team daar echt veel mee heeft bereikt. Ja, mooi. Nog even, voordat we verdergaan richting Hubject: ik had ook op LinkedIn gezien dat u zowel bij Daimler als, naar ik meen, bij Thyssen ervaring heeft opgedaan. Misschien kunt u daar nog even een paar woorden over zeggen. Ja, absoluut. Dus tegen het einde van mijn
studie had ik besloten richting de auto-industrie te gaan. Ik vond dat heel boeiend, ook een beetje de combinatie van techniek en klantvereisten en dat alles op de een of andere manier samenbrengen. En precies: bij ThyssenKrupp, destijds een belangrijke toeleverancier in de automobielindustrie, was ik werkzaam tijdens mijn studie. En bij Mercedes, destijds nog Daimler, was ik actief bij het Mercedes-Benz Classic Center, ook een heel interessante niche als het ware, omdat er voor veel Duitse autofabrikanten daadwerkelijk een groot verband bestaat tussen eigenaren van oldtimers en kopers van nieuwe auto's. Als u een Mercedes-oldtimer
bezit, dan is er een zekere kans dat u ook een Mercedes als nieuwe auto aanschaft, en dat is bij Porsche en andere autofabrikanten heel erg vergelijkbaar. En daarom heeft Mercedes de strategie om zo lang mogelijk reserveonderdelen voor deze oldtimers aan te bieden. Dat vind ik totaal fascinerend, omdat het er enerzijds om gaat zeer traditionele productietechnieken toe te passen om gesmede onderdelen of iets dergelijks na te produceren, wat natuurlijk niet eenvoudig is, omdat tegenwoordig nauwelijks nog iemand kan smeden, bijvoorbeeld. Maar ook carrosserieonderdelen of iets dergelijks werden vroeger
met de hand vervaardigd. En dat zou tegenwoordig helemaal niet meer werken, met name omdat men misschien slechts 50 spatborden wil produceren, omdat men weet dat er wereldwijd nog precies 50 voertuigen van bestaan of iets dergelijks. En dat was voor mij echt een zeer, zeer boeiende uitdaging, omdat men daarbij ook sterk nieuwe productietechnieken onderzocht. Ik weet nog dat het in 2002 net het begin was van nieuwe productietechnieken zoals waterstraalsnijden, waarbij plaatdelen met krachtige waterstralen worden gesneden en dergelijke. En dat hebben we vervolgens geprobeerd toe te passen op
kleinere productiehoeveelheden, om precies in die behoefte te voorzien. Dus heel creatief, heel fascinerend. En zoals gezegd, het heeft mij al vroeg gevormd: die neiging naar het technische aspect in mijn werk, dat is voor mij heel belangrijk. En ik denk dat ik daarom ook nog steeds een groot fan ben van elektrisch rijden, omdat het ook voor een groot deel over techniek en technologie gaat, en natuurlijk de toepassing daarvan in klantoplossingen. Daarom denk ik dat dit al
vroeg een belangrijke component in mijn beroepsleven is geweest. Ja, geweldig. Dan: Hubject in eenvoudige woorden voor iemand die, laten we zeggen, niet uit de industrie komt en Hubject niet kent. Hoe beschrijft u dat meestal, bijvoorbeeld aan uw familie? Ja, dat is een goede vraag, en het is helemaal niet zo eenvoudig om dat simpel te beschrijven, omdat we bij Hubject feitelijk helemaal niet direct tegenover de eindklant optreden. Ik denk dat je het het makkelijkst kunt uitleggen door te vergelijken hoe mobiele telefonie vandaag de dag werkt. Tegenwoordig
kan ik overal ter wereld naartoe reizen en toch met mijn telefoon en mijn simkaartcontract ergens bellen. En precies hetzelfde willen we ook voor elektrisch rijden bereiken. Omdat er nu eenmaal heel veel bedrijven zijn die laadstations bouwen en beheren, zou het voor de elektrische automobilist eenvoudigweg zeer ingewikkeld en tijdrovend zijn om met al deze aanbieders op de een of andere manier een contract te sluiten. Daarom hebben we een marktplaats opgezet, een puur B2B-marktplaats. We sluiten al deze laadstationbeheerders aan op onze marktplaats. Dat zorgt ervoor dat zij eenvoudiger met elkaar
zaken kunnen doen, eenvoudiger kunnen opschalen. Gegevensuitwisseling wordt vereenvoudigd, interoperabiliteit verhoogd. En dat betekent simpelweg voor u als elektrische automobilist: u kunt naar elk laadpunt rijden en het werkt. U hoeft zich geen zorgen te maken over welke beheerder erachter zit en hoe het allemaal werkt. Uiteindelijk komt het bij u terecht op uw rekening, op uw laadstroomafrekening. En u ziet dan via uw gekozen laadstromaanbieder welk laadstation u heeft gebruikt en welke prijs u heeft betaald. Ja, het is in ieder geval geweldig dat men die analogie met de telecommunicatie
kan maken. Misschien nog even om een analogie te trekken. De analogie met de telecommunicatiesector is, ja, ik denk, zeer geslaagd. Dat maakt het al heel tastbaar. Misschien nog even om het vanuit een andere invalshoek nog tastbaarder te maken. Als ik iets wil kopen, betaal ik meestal met de creditcard – tegenwoordig in ieder geval – of met contant geld. Met contant geld kan men aan het laadstation waarschijnlijk niet betalen. Men zou zich kunnen voorstellen om met een creditcard te betalen. In hoeverre is dit scenario als het ware niet haalbaar, of in hoeverre hebben jullie als het ware
zich dan gevestigd heeft dat men niet met een creditcard betaalt – of welke rol speelt u daarin? Precies. Dat kan eigenlijk ook – vandaag de dag is het een regelgevende vereiste in Europa dat men aan elke openbare laadpaal ook daadwerkelijk met een creditcard moet kunnen betalen. En ik geloof dat dit ook echt zinvol is, omdat elektrische mobiliteit uiteraard een onderwerp is waarbij er gewoon zeer, zeer uiteenlopende klantbehoeften zijn. Er zijn natuurlijk de mensen die voornamelijk thuis laden, die misschien een garage hebben of een
parkeerplaats voor hun eigen huis. Daar is een wallbox geïnstalleerd. En waarschijnlijk kunnen ze daar 99% van hun rijstroom vandaan halen. En misschien, als ze een keer op vakantie gaan, één keer per jaar, moeten ze ook bij een andere laadpaal laden. En dan zou het bijvoorbeeld heel eenvoudig zijn: ik pak mijn creditcard en betaal daarmee. Dat is één klantengroep. Dan is er natuurlijk het geheel andere uiterste. Dat zijn de veelrijders. Dat kunnen wagenparkchauffeurs zijn. Dat is de typische buitendienstmedewerker, die met zijn elektrische auto kriskras door Duitsland rijdt,
die bijna uitsluitend publiek laadt, omdat hij misschien zelf geen eigen wallbox heeft of omdat zijn bedrijf hem daar helemaal niet in kan ondersteunen. En we merken al dat het daarbij om meer gaat dan alleen het pure betalen. We spreken altijd over de customer journey, en die omvat natuurlijk de vraag: hoe betaal ik eigenlijk mijn laadsessie? Maar ze begint ook al veel, veel eerder, namelijk bij de vraag: waar is het dichtstbijzijnde laadpunt? Is het beschikbaar? We spreken vandaag de dag veel over betrouwbaarheid. Dat wil zeggen:
het zou natuurlijk ook ideaal zijn als de klant zou kunnen zien dat zijn voertuig bijzonder goed samenwerkt met deze laadpaal, omdat hij ziet dat de laatste 1.000 laadsessies daar ook al goed zijn verlopen – bijvoorbeeld. Prijsinformatie is vandaag de dag zeer belangrijk. Heel typisch voor elke jonge markt is uiteraard dat men altijd een bepaalde tijd nodig heeft om het optimale prijsmodel te vinden. Ik geloof dat we op dit moment precies in die fase zitten, ook binnen de elektrische mobiliteit, waar zeer veel verschillende prijsmodellen worden uitgeprobeerd. En dat leidt natuurlijk niet altijd tot een positieve klantervaring,
omdat het soms ook heel duur kan worden of heel ingewikkeld is – vergelijkbaar overigens met de telecommunicatietijd van 20, 25 jaar geleden, toen we veel werkten met call-by-call- en preselect-tarieven. Vroeger bestond er een oplossing waarbij men een ander telefoonnummer belde en daarna pas het eigenlijke telefoonnummer koos, om het telefoongesprek goedkoper te voeren. Relatief ingewikkeld. En natuurlijk was er ook heel veel kleine lettertjes. Dat wil zeggen dat men dan in de regel toch meer betaalde dan
men eigenlijk wilde, omdat men een of andere uitzonderingssituatie had getriggerd. En ik zou zeggen dat we vandaag de dag precies in zo'n periode zitten binnen de elektrische mobiliteit. Er zijn veel pogingen om nieuwe prijsmodellen te introduceren, die echter allemaal zeer complex zijn. En daar komen we zo meteen op terug: omdat we misschien ook nog niet beschikken over het niveau van een digitale customer journey zoals we dat nodig hebben, leidt dit vaak tot grote problemen vanuit het perspectief van de gebruiker. Want uiteraard zijn ook de gebruikers van elektrische voertuigen geen mensen zoals u en ik,
die thuis zijn in de industrie, maar gewone mensen die ook helemaal niet willen begrijpen hoeveel laadstationexploitanten er zijn en wat roaming is, maar die gewoon willen laden. En ik geloof dat we vandaag de dag nog niet zo goed gepositioneerd zijn dat we kunnen zeggen: precies voor deze klanten hebben we al eenvoudige oplossingen gebouwd die ook transparant en kostenefficiënt zijn. Maar ik geloof ook dat we er relatief snel naartoe zullen komen, omdat, zoals gezegd, dit een zeer typische ontwikkeling is voor nieuwe industrieën, waarbij er dan
altijd een soort stormingfase is, waarbij men nieuwe dingen uitprobeert die dan gedeeltelijk niet altijd alleen maar positief uitpakken. Maar om nogmaals terug te komen op de customer journey: zoeken, vinden, laden – zo hebben we dat vroeger wel eens genoemd. Kernachtig. Precies. En ik geloof dat dit nog steeds valide is, omdat de klant uiteindelijk nu eenmaal veel, veel meer behoeften heeft. Daarbij gaat het uiteraard ook veel om de voertuigintegratie, bijvoorbeeld. Ik geloof ook dat het, ongeacht de voertuigfabrikant, de eenvoudigste manier is om de klant
deze complexiteit te reduceren, door zoveel mogelijk informatie in het voertuig te tonen. Er zijn immers veel HMI- en navigatiesystemen die dat vandaag de dag al gedeeltelijk kunnen. Maar ik geloof dat daar ook nog meer mogelijk is. En daarom geloof ik ook dat het pure betalen nooit alleen de klantbehoefte vervult, maar dat het altijd gaat om een combinatie van de verschillende elementen. Maar ook belangrijk: er zijn gewoon zeer veel verschillende klantengroepen. En ja, er zijn ook klantengroepen die zeggen dat direct payment – zo noemen we dat wanneer men met de creditcard
betaalt – voor hen volledig voldoende is. Oké, met andere woorden: er zijn verschillende gebruikssituaties. Soms wil men alleen met de creditcard betalen, soms wil men meer – zoeken, vinden of direct via het voertuig betalen, enzovoort. En daarin speelt u een rol, doordat u de interactie tussen de verschillende stakeholders als marktplaats orkestreert. Precies, precies – en we bieden daarvoor ook een direct payment oplossing aan. We hebben altijd gezegd dat we absoluut niet dogmatisch willen beslissen wat de juiste weg is
maar we willen onze klanten de mogelijkheid bieden, omdat ook de B2B-klanten allemaal zeer uiteenlopende behoeften hebben. Er zijn natuurlijk laadstationbeheerders die 100% van hun laadnetwerk openbaar exploiteren. Die hebben heel andere eisen dan bijvoorbeeld laadstationbeheerders die veel bedrijfsterreinen bedienen, en die misschien 12 laadstations in het weekend openbaar schakelen, zodat ook andere rijders van elektrische auto's kunnen laden. Daarom proberen wij onze oplossingen zo agnostisch mogelijk aan te bieden, om uiteindelijk ook de schaalbaarheid te bedienen. Dat wil zeggen: een oplossing die
zowel in het openbare laden als in het privéladen op precies dezelfde manier werkt – dat leidt naar onze mening tot een hogere schaalbaarheid, omdat u dan geen twee verschillende processen en systemen hoeft op te bouwen, maar gewoon één systeem dat verschillende gebruiksscenario's bedient. Begrijpelijk. En om een beetje een gevoel te krijgen van waar jullie als bedrijf staan: kunt u een paar kerncijfers geven? Gestart in 2012. En nu: in hoeveel landen, hoeveel CPO's of MSP's – voor de duidelijkheid: een CPO is een laadpaalexploitant, een MSP is een mobiliteitsserviceprovider die de apps en
de kaarten levert – en hoeveel landen precies. Precies. Wij zijn nu 13 jaar actief, bijna 150 medewerkers, en hebben een wereldwijde aanwezigheid opgebouwd. Ik geloof er namelijk in dat de elektrische-mobiliteitsindustrie wereldwijd op een vergelijkbare manier functioneert. Een laadpaal is een laadpaal, of die nu in Californië staat, in Frankrijk of in India. Dat wil zeggen dat ook het ecosysteem voor elektrische mobiliteit zich op zeer vergelijkbare wijze heeft ontwikkeld – met precies die rollen die u zojuist hebt uitgelegd: laadstationbeheerder, aanbieder van rijstroom. Die zijn er tegenwoordig in elke markt wereldwijd te
zien. En uiteindelijk zijn ook de klantbehoeften weer dezelfde, precies zoals we dat net al hebben besproken. En daarom zijn wij tegenwoordig wereldwijd actief. We hebben het hoofdkantoor in Berlijn, hebben in Europa een team opgebouwd, een paar jaar geleden in de VS, in China hebben we een actief team, en dit jaar hebben we een klein team opgezet in Singapore voor de Zuidoost-Aziatische markt. Onze oplossingen draaien vandaag in meer dan 70 landen wereldwijd. Dat is heel interessant. En we hebben tegenwoordig contractuele relaties met meer dan 25.000 laadstationbeheerders en
aanbieders van rijstroom. Het laat ook zien hoeveel bedrijven er tegenwoordig actief zijn en hoe complex de markt is. Ik vind Duitsland altijd een mooi voorbeeld. Daar is er de BDW. De BDW beheert een register voor alle laadstationbeheerders en aanbieders van rijstroom. Daar kan men zich als het ware registreren om vervolgens zijn bedrijfs-ID te ontvangen. En is dat eigenlijk verplicht? Dat is in ieder geval noodzakelijk, want anders werkt de gegevensuitwisseling bijvoorbeeld niet – men moet bedrijven eenduidig kunnen refereren, en daar
voor is de BDW een centraal register. En ik meen zelfs dat het inmiddels een verplichting is geworden om zich daar te registreren. Interessant. Dat helpt in ieder geval. Wij bevelen onze klanten ook altijd aan daarheen te gaan. In andere Europese markten zijn er telkens andere instanties, en het is de bedoeling dat dit op termijn ook op Europees niveau wordt geharmoniseerd. En daarin ziet men ook goed de ontwikkelingen van de afgelopen jaren – in de afgelopen vier tot vijf jaar ziet men een verdubbeling van het aantal bedrijven in de Duitse markt.
En vandaag de dag spreken we van ongeveer 1.400 laadstationbeheerders in Duitsland alleen. Belangrijk is ook dat daarbij natuurlijk ook de kleine zelfstandige ondernemer zit die een laadpaal heeft gebouwd voor zijn bakker – wat ik werkelijk fascinerend vind als dat gebeurt. Maar dat heeft natuurlijk niet de grootste impact, want we hebben vandaag ongeveer 175.000 openbare laadpunten – één daarvan beheren is natuurlijk niet significant. Maar we spreken toch al van ongeveer 30% van die bedrijven die echt relevant zijn, dus die 50 of meer – Pareto-principe, een beetje een
Pareto-principe, inderdaad. En dat betekent dan toch nog dat we 400 tot 500 bedrijven hebben, alleen al in Duitsland. En dat beeld laat zich heel goed op andere markten toepassen. Het VK is momenteel een markt waar we wat dieper in zijn gegaan. En ik vind dat ook begrijpelijk. Het is ook nodig in het VK, voor zover ik weet, dat men het roaming daar nog niet heeft ingevoerd. Dat is nog – precies, dat heeft veel te maken met het verleden en met hoe er ooit een zekere verkeerde allocatie van investeringsmiddelen heeft plaatsgevonden.
Er was namelijk in het VK meer dan tien jaar geleden een subsidieprogramma dat de zogenaamde "Plugged in Places" ondersteunde. Daar waren er negen van, en vrij snel consolideerden deze regio's zich tot drie grote exploitanten. En die waren elkaars aartsvijanden. Men kon de medewerkers van die bedrijven niet eens in dezelfde ruimte zetten, wat voor onze industrie eigenlijk helemaal niet zo gebruikelijk is. Meestal is het een zeer open industrie, zegt iedereen, vergeleken met andere industrieën, waarbij men
Ik denk dat beide voorkomen. Ik denk ook dat men in de industrie – en dat vind ik zeer fascinerend – altijd zeer open over alles spreekt. Wat ik echter wel zie als een grote uitdaging, is om daar ook daadwerkelijk zakelijke samenwerkingen uit te laten ontstaan. En dat is uiteindelijk wat bedrijven natuurlijk ook vooruitbrengt: dat men zegt: oké, we werken samen om gezamenlijk een businessmodel mogelijk te maken. Ik denk dat de industrie daarin nog eerder in een vroeg stadium verkeert, en dat heeft ook veel
te maken heeft met het feit dat er natuurlijk ook bepaalde overlappingen zijn. We spreken immers veel over het ecosysteem. En een ecosysteem heeft onder andere tot gevolg dat er rollen bestaan, maar dat bedrijven verschillende rollen kunnen vervullen, en tegelijkertijd is de markt natuurlijk ook nog zeer dynamisch. Dat wil zeggen: we weten nog helemaal niet voor honderd procent welke rollen succesvol zullen worden. We leren nog enorm veel. Er zijn bepaalde onderwerpen die we nu, denk ik, relatief goed hebben begrepen. Dus, wat is er nodig om
succesvol openbare laadstations op te bouwen en te exploiteren? Ik denk dat daar inmiddels aanzienlijk meer duidelijkheid over bestaat dan in het verleden. Maar dat is slechts één rol van heel veel. We hebben het nu veel over de integratie van de energiemarkt – een zeer, zeer belangrijk bouwsteen voor de toekomst. Maar hoe verloopt dat eigenlijk? Welke rollen zijn daarvoor nodig? En zijn er dan – omdat Duitsland verdeeld is in ongeveer 800 netregi o's – 800 rollen, of bedrijven die deze rollen vervullen, of consolideert dat ook? Zijn er dan één
of twee, of welke andere vormen zijn denkbaar? En ik denk dat je daarbij al merkt dat veel bedrijven er eerder nog op hopen om die rol zelf ooit in te nemen, en daarom voorlopig nog wat terughoudend reageren wat samenwerking betreft, omdat men zegt: ik heb weliswaar nog niet precies begrepen of dit iets voor mij is, maar omdat het misschien ooit iets voor mij zou kunnen worden, houd ik nu eerst de boot af wat betreft samenwerking. Ja, zoals u zich kunt voorstellen, doordat wij
ons ook in dit thematische veld bewegen, kan ik zeker ook zien dat er een zekere terughoudendheid bestaat. Ook het thema timing van de markt – ik weet niet of u dat ook zo zou zien – als we toch al bij het onderwerp energie zijn: in de e-mobiliteit was het zo dat men eerst zei: oké, er zijn verschillende onderwerpen die prioritair aangepakt moesten worden, zoals überhaupt een laadpunt installeren en ervoor zorgen dat de afrekening werkt, dat die onderwerpen geprioriteerd zijn, en dat de timing
nu eigenlijk veel relevanter is voor de energiethema's, en dat het thema energie een beetje gedeprioriteerd was en er nu steeds meer focus op komt – zo zou ik het zien. Ik denk dat het aan de andere kant, Claudio, natuurlijk ook een zeer complex onderwerp is. Dat moet men er ook bij vermelden. En ik denk dat dit ook een van de onderwerpen is die we in Europa op Europees niveau moeten aanpakken. Ik denk dat elke nationale aanpak er uiteindelijk alleen maar toe zal leiden dat het op den duur niet zal werken
zal. Maar dat is natuurlijk ook een nog langere weg – dat is uiteraard duidelijk. We hebben vandaag nog geen uniforme Europese energiemarkt, nog geen uniforme Europese energiemarktregulering. Daar zijn nog zeer veel nationale verschillen, en dat is natuurlijk een grote uitdaging. Dan zien we natuurlijk ook de rol en het belang van hernieuwbare energie – helaas opnieuw ter discussie gesteld, wat ik erg jammer vind, omdat Duitsland daarin al een zeer, zeer sterke leidende positie had opgebouwd. En des te meer zouden
we dan ook opslagcapaciteiten nodig hebben om het thema hernieuwbare energie beter te faciliteren. En dat is dan een persoonlijk perspectief. Ik denk dat het ook belangrijk is dat Europa minder afhankelijk is van grondstofinvoer, met name energiegerelateerde grondstofinvoer, want als men bekijkt hoeveel ruwe olie er jaarlijks nog geïmporteerd wordt in Europa – terwijl we veel daarvan zelf zouden kunnen compenseren door eigen stroomopwekking. Ik denk dat we als Europa daarvoor nog een duidelijk perspectief moeten ontwikkelen. Maar ja, er gebeurt veel. En ik vind ook dat
de Europese regelgeving probeert om daarin, naar mijn mening, zeker ook goede accenten te zetten. Er is nu immers een Europese verordening die laadstations die vanaf 2026 en uiterlijk vanaf 2027 worden gebouwd, verplicht uitrust met de zogenaamde ISO 15118-norm. Wat is ISO 15118? Dat is een wereldwijde standaard – ISO is in principe een wereldwijde standaard – die de communicatie tussen voertuig en laadstation definieert, inclusief smart charging- en V2G-toepassingen. Dat wil zeggen: dankzij deze standaard hebben we nu tenminste een deel van het ecosysteem duidelijk
afgebakend. Hoe willen we daar de communicatie inrichten? En nu gaat het er natuurlijk om daarbij aan te sluiten en vervolgens de andere actoren te betrekken. Moeilijk, maar in elk geval nuttig dat we nu zo'n startpunt hebben. Met de andere actoren – bedoelt u daarmee de energie-actoren, bijvoorbeeld? Precies. Dus bijvoorbeeld ook: wie stuurt het laadproces aan? Is dat de voertuigfabrikant, die dat vandaag technisch gezien eerder doet? Het voertuig bepaalt immers vandaag welke laadbehoefte het eigenlijk heeft. Is het dan eerder de CPO, of is het dan eerder de DSO, die
misschien zelf ook netcongesties heeft en daarmee natuurlijk ook een zekere sturing nodig heeft? Is het misschien de energieleverancier, die zijn eigen inkoopprijs voor energie wil optimaliseren door bepaalde drempelwaarden niet te overschrijden? Zijn het misschien de exploitanten van batterijopslag, die op dit moment veel stroom willen afleveren omdat ze binnenkort goedkoop zullen inkopen, enzovoort en zo verder. Dus precies die complexiteit in dit ecosysteem – ik denk dat het een grote uitdaging zal worden om dat te orkestreren, de actoren samen te brengen en tegelijkertijd voor elk bedrijf
zichzelf nog voldoende speelruimte te bieden, zodat het bedrijf daar ook van kan profiteren – want alleen dan zijn deze concepten uiteraard succesvol, wanneer ze ook economisch succes opleveren. En dat is, denk ik, goed omschreven. Een goed teken voor de complexiteit die nog voor ons ligt, die we samen moeten oplossen – als industrie. Ja, zeer goed omschreven. Een opmerking daarbij: ik denk dat het ene interoperabiliteit is. Dat is al een flinke kluif waar men aan moet beginnen – het is nog geen gegeven dat elke
laadpaal met elk voertuig en elk softwaresysteem van de verschillende actoren die u zojuist noemde überhaupt met elkaar kunnen communiceren. En bepaalde actoren, denk ik, zijn nog geslotener en hebben nog niet begrepen dat ze echt open moeten zijn – zo open als mogelijk – zodat deze nieuwe energiewereld nu eenmaal functioneert en dat het geen gesloten systeem zoals Apple zal worden. En het tweede zijn dan de logica's: wie stuurt? Wie heeft dan ook het recht om deze logica's te ontwikkelen, te bundelen en vervolgens de
sturingsmechanismen te realiseren? Dat is, denk ik, ook nog een open vraag. In het vlootsegment ben ik van mening dat dit bijvoorbeeld geen OEM zal doen, omdat u nu eenmaal te veel verschillende voertuigfabrikanten heeft. Thuis kan het een ander verhaal zijn, maar in het vlootsegment zal het iemand zijn die deze verschillende systemen op een agnostische manier bekijkt. Dat denk ik ook. Er zullen veel actoren zijn, maar uiteindelijk is dit samenspel natuurlijk ook vereist, want in het vlootsegment is – zo hoop ik – de sturing dan
toch via de laadpaal, omdat toegang tot het voertuig nog niet zo eenvoudig is. Dat wordt beter. Er bestaan vandaag de dag fantastische interfaces naar de voertuigen toe. Dan moet men misschien nog eens nadenken over gegevensbescherming en cybersecurity, maar daar functioneert veel. Maar precies zoals u zei: dit thema interoperabiliteit – hoe kan men waarborgen dat voertuig A met laadpaal B via nog 23 softwarelagen die er tussenin zitten toch werkt? En daar moet men eerlijk over zijn: de huidige
situatie is nog eerder ontnuchterend. Een deel van onze activiteiten bestaat er werkelijk in een eigen testing facility te exploiteren. Dat is op het eerste gezicht ongewoon, omdat wij als bedrijf voornamelijk in het digitale ecosysteem actief zijn. We hebben nu daadwerkelijk een grote hal, waar we heel veel laadpalen en heel veel voertuigen hebben, die we – helaas niet op de Euref Campus, maar een stukje buiten de stad in Hennigsdorf – testen. Toch erg gaaf. Inderdaad, precies, omdat het ook helemaal niet zo eenvoudig is. En daarmee zijn we terug bij
een ander fundamenteel probleem van elektrische mobiliteit: voldoende aansluitcapaciteit vinden, dus een hal vinden die ook voldoende aansluitvermogen voor veel laadstations biedt, plus alle verzekeringstechnische randvoorwaarden. We hebben enorm veel geleerd in de samenwerking met de brandweer van Brandenburg over de exploitatie van een e-mobiliteit testing lab – buitengewoon fascinerend. En dit testing lab gebruiken we precies daarvoor: het thema interoperabiliteit ook al in eenvoudige use cases – dus normaal laden, Plug-and-Charge – in kaart te brengen. Daar hebben we veel van geleerd. En dan merken we werkelijk dat er nu een
geheel nieuwe uitdaging opduikt, namelijk het thema: hoe relevant zijn software-updates eigenlijk voor de technische actoren van het ecosysteem? Dat klinkt nu op het eerste gezicht relatief abstract, maar wie zorgt er bijvoorbeeld voor dat een software-update op een laadpaal werkt en dat alle betrokken actoren daar tijdig van op de hoogte zijn? We hebben vandaag de dag werkelijk soms de uitdaging dat de hardwarefabrikant een nieuwe software-update op een laadpaal installeert, mogelijk niet iedereen daarover informeert, en laden niet meer werkt. En tot men in alle operationele processen van een laadstationbeheerder heeft uitgevonden dat
het probleem daar zit, kunnen er gerust uren of misschien zelfs dagen voorbijgaan. De oplossing is uiteraard eenvoudig: men informeert elkaar, men test netjes van tevoren enzovoort. Aan de andere kant kan men natuurlijk ook niet alles testen, omdat het aantal voertuigen alsook het aantal laadpaalfabrikanten plus de softwareleveranciers steeds groter wordt. Dat wil zeggen: hoe wil men eigenlijk waarborgen dat het echt functioneert? Een fascinerende situatie dus. Ja, ik denk dat er ook daar nog veel behoefte is aan harmonisering en standaardisering.
Een vraag die we zojuist hebben aangestipt en die mij ook sterk bezighoudt – ik weet niet of u er genoeg vertrouwd mee bent, omdat het al zeer gedetailleerd is – is: OCPP is eigenlijk een succesverhaal. Dus de open standaard, zogezegd, voor het laden tussen laadpaal en backend. En we hebben de voertuigfabrikanten al vermeld. Er zijn weliswaar steeds meer software-interfaces voor de voertuigfabrikanten, maar er is daarvoor geen standaard die zich heeft gevestigd. En iets wat ik interessant vind, is: wie zal dan, in de zin van deze
laadaansturing waarover we hebben gesproken, de richting bepalen? Er is hier ook de smart meter-context die we hebben aangestipt. Deze bijzonder rigide Duitse streven – bijvoorbeeld dat men deze stuurbox thuis moet installeren – waar ik mij ook tegen uitspreek als zijnde een zinvolle weg. Dat maakt alles alleen maar duurder en ingewikkelder, en de beveiligingsbezwaren zijn naar mijn mening beperkt. Dat wil zeggen, om een lang verhaal kort te maken: weet u waarom de voertuigfabrikanten daar geen standaard hebben gevestigd, en of dat op een of andere manier in the making is
worden? Want dat zou natuurlijk ook veel vereenvoudigen – dat men via de voertuigen rechtstreeks stuurt en niet altijd via de laadpaal, wat tot op heden de betrouwbaardere weg is. Ja, absoluut, precies. Ik denk dat er twee punten zijn die men in aanmerking moet nemen. Het eerste is: OCPP is een geweldige standaard, maar was van meet af aan niet de enige manier waarop laadpalen met back-endsystemen gekoppeld konden worden. Ik herinner me dat toen wij bij Hubject begonnen: een groot deel van de hardwarefabrikanten had zijn eigen proprietaire interfaces. En wat
er vervolgens simpelweg gebeurde: het was gewoonweg een probleem van een groeiende massamarkt – met beperkingen, maar er zijn natuurlijk heel veel softwareleveranciers bijgekomen. En toen zeiden ook exploitanten van laadstations dat ze misschien zelf gegevens uit de laadpaal wilden kunnen ophalen. Dat leidde vervolgens tot deze reguleringsdruk. En vandaag de dag is het uiteindelijk ook zo dat er in veel markten wereldwijd daadwerkelijk de verplichting bestaat om OCPP te gebruiken. Daarom is er, denk ik, veel samengekomen dat uiteindelijk
ook die noodzaak van een uniforme standaard heeft gecreëerd. Belangrijk om daarbij ook in aanmerking te nemen is echter – zoals het nu eenmaal altijd gaat met API's, met deze interfaces – dat er niet dé ene OCPP bestaat. Elke implementatie ziet er iets anders uit. Ook weer vanuit de ervaring in ons Testing Lab – we zijn zelf misschien een beetje naïef ingestapt en hebben gezegd: "Beste hardwarefabrikanten, hebben jullie OCPP geïmplementeerd?" En die zeiden: "Ja, sterker nog, ik heb certificaten die ik kan laten zien." Daarbij merkten we al: enerzijds gaan
deze certificeringen altijd alleen uit van positieve tests. Dat wil zeggen: werkt het laden? En ze beschrijven zelden hoe de laadpaal zich moet gedragen wanneer er edge cases of negatieve scenario's optreden – dus wat moet de laadpaal doen als het laden niet werkt? Daar zit dan eerder de complexiteit. Daarbij komt nog dat er ook verschillende versies en verschillende integraties bestaan. Ik denk dat dit absoluut helpt. Waar wij als industrie ons nog sterker naartoe moeten ontwikkelen, is bij dit begrip: hoe gaan we ook om met nieuwere versies? Concreet nog eens teruggekomen op het voorbeeld van OCPP:
er zijn vandaag de dag, zou ik zeggen, vier versies die een rol spelen in de industrie. Dat zijn OCPP 1.5, 1.6, 2.0.1 en 2.1. De meest gebruikte versies op dit moment zijn 1.5 en 1.6. En dat verhindert ook veel innovatie, omdat nieuwe use cases daar op de een of andere manier in geperst moeten worden. Natuurlijk is alles op een bepaalde manier mogelijk – het is een gegevensuitwisselingsprotocol, men kan er alles mee bereiken. Maar als het gaat om veiligheid, als het gaat om schaalbaarheid, als het gaat om stabiliteit, zijn
de nieuwere versies aanzienlijk beter. Maar dat brengt natuurlijk ook kosten met zich mee. Dat leidt er soms ook toe dat men nieuwe softwaresystemen moet aanschaffen of bestaande moet updaten. En daar merken we toch al dat we als industrie nog geen goede uniforme weg hebben gevonden om onszelf als industrie in staat te stellen met modernere protocollen en versies te werken, terwijl er tegelijkertijd natuurlijk een hoge economische druk op de bedrijven rust. Dat mag men niet vergeten. Maar het is belangrijk, omdat daar juist het
onderwerp cybersecurity al ter sprake is gekomen. Elektrische mobiliteit wordt onderdeel van het energiesysteem. En we weten dat dat systeem voortdurend wordt aangevallen en dat Europa daarbij heel sterk in het vizier staat van veel regio's die er niet welwillend tegenover staan. En ik denk dat we dat niet moeten onderschatten. Maar zoals u zei: dat moet men met de juiste risicoafweging en het juiste evenwicht beoordelen, want te veel is natuurlijk ook niet nuttig, maar te weinig is eveneens niet de juiste weg. En waarom bestaat er bij
de OEM's geen vergelijkbaar initiatief? Ik denk dat dit ook simpelweg te maken heeft met het feit dat OEM's zich enerzijds heel verschillend ontwikkelen. Men ziet het tegenwoordig ook aan de mate van digitalisering van de voertuigfabrikanten, die zeer, zeer uiteenlopend is uitgevallen. Ik zeg dit – u glimlacht voor de luisteraars die dat niet kunnen zien. Precies. En ik bedoel, men ziet het nog steeds in het nieuws: ik had vorige week gelezen dat een OEM afscheid neemt van Apple CarPlay en Android Auto en nu een eigen digitaal
ecosysteem opbouwt. Ik denk dat dat ook zinvol kan zijn. Dus niet verkeerd begrijpen. Ik denk dat daar veel meerwaarde in kan zitten. We hebben alleen gezien dat veel OEM's het natuurlijk ook moeilijk hebben, omdat ze per definitie geen digitaal bedrijf zijn, maar juist goede, betrouwbare, hardwaregeoriënteerde ondernemingen. Die bouwen nu eenmaal dingen samen, en dat zo schaalbaar en betrouwbaar mogelijk. En dan is een softwaregedreven bedrijfsmodel natuurlijk een heel ander perspectief. Ik ken genoeg voorbeelden waarbij OEM's daar stuk op zijn gelopen. En ik denk daarom
dat het – ik vind het altijd moeilijk als men zegt: ik doe nu alles zelf, terwijl ik die kerncompetenties misschien nog helemaal niet heb ontwikkeld of opgebouwd. Maar daar moet de weg natuurlijk naartoe, want ik geloof toch, ook gedreven door elektrische mobiliteit: voertuigen worden vergelijkbaarder. U kent dat zelf ook – de acceleratie, het rijgedrag van elektrische voertuigen. Daar bestaat een zekere vergelijkbaarheid. Dat is allemaal leuk, dat maakt allemaal zin. Maar laat ik zeggen, afgezien misschien van de extremmodellen: een gewone middenklasse elektrische auto – daar is
de acceleratie zeer, zeer vergelijkbaar is tussen alle modellen. Er is ook geen versnellingsbak meer. Dat wil zeggen: wat zijn er dan eigenlijk nog onderscheidende kenmerken tussen voertuigfabrikant A en voertuigfabrikant B? Misschien de prijs – ja, maar dat is altijd een beetje lastig als concurrentiestrategie. En ik geloof dat het thema digitaal serviceaanbod daarin een grote rol speelt. Precies, als het gaat om de integratie van voertuigen in smart-home-oplossingen. Natuurlijk zou ik het ook mooi vinden als ik via een app aan mijn auto kan zeggen: laad nu meer, omdat er op dit moment heel veel
zon schijnt; laad binnenkort minder, omdat de zon minder schijnt. Dat is vandaag de dag nog steeds erg ingewikkeld. Ik moet binnen het ecosysteem van de voertuigfabrikant blijven. Dus ik moet de ene wallbox kopen die de voertuigfabrikant aanbiedt en die dat kan. Ik moet precies dat ene voertuig kopen. Ik moet zelfs – ik heb het onlangs weer ergens gelezen – precies die ene omvormer kopen voor mijn zonne-installatie thuis, die dat ook ondersteunt. En dat beantwoordt natuurlijk niet aan de behoeften van de klant, want ik wil mijn omvormer niet vervangen omdat ik nu een nieuw
voertuig heb aangeschaft. Interoperabiliteit, dat bedoelde ik eerder. Precies, dat thema interoperabiliteit. Daarom denk ik dat er nog een lange weg te gaan is. En ik vermoed ook dat de regulatoire druk op dat punt enigszins ontbreekt. Ik zie op dit moment nog niet zoveel discussies in Europa die zich precies om deze interface bekommeren. Aan de andere kant moet men ook zeggen: wereldwijd hebben we vandaag, afhankelijk van hoe je telt, 60 tot 80 autofabrikanten tegenover meer dan 1.000 hardwarefabrikanten, dus laadpalen. Ik denk dat we misschien ook een
ander kwaliteitsprobleem hebben. En wat daar nog bijkomt: de meeste OEM's hebben hun interfaces tegenwoordig ook opengesteld. U kunt zich vandaag de dag al bij heel, heel veel voertuigen integreren. U moet zich natuurlijk als leverancier registreren. Maar u kunt vandaag aanzienlijk meer voertuigen benaderen dan in de afgelopen vijf jaar. En ik denk dat er al veel gebeurt. Maar u heeft natuurlijk, precies zoals u zei, ook daar een nieuw interoperabiliteitsprobleem, omdat elke interface anders werkt en de data er anders uitziet – wat dan ook weer een businessmodel
zou kunnen zijn voor bedrijven om dat te harmoniseren. Ja, nee, dat is totaal. En een trefwoord: regulatoire vereisten die uit de EU komen of uit andere lidstaten, die vooral smart charging of V2G ook mogelijk maken. Bent u daar een beetje actief in Europa? Welke regulatoire – er is de AFIR, er zijn allerlei regulatoren die de e-mobiliteit en deze richting ook beïnvloeden. Wat is de laatste stand van uw kennis over wat nu relevant is? Precies. Er is natuurlijk de AFIR – de Alternative
Fuel Infrastructure Regulation. Dat is de Europese overkoepelende richtlijn voor alles rond het thema duurzame infrastructuur – dus waterstof is daar ook bij inbegrepen en dergelijke, maar ook elektrische mobiliteit. En daarin zijn er enerzijds de zogenaamde Delegated Acts, dus precies die verplichting tot ISO 15118 die we al hebben besproken, die vanaf 2026 en 2027 van kracht wordt. En ISO 15118-20 is belangrijk om ook te vermelden in die zin. Precies, daar zijn we bij de versies – precies, de verschillende versies. Er zijn namelijk ISO 15118-2 en ISO 15118-
20. Dat is ook wel verwarrend, denk ik, en ze zijn uiteraard ook maar beperkt compatibel met elkaar. Dat komt er nog bij. Dat heeft veel te maken met de beveiligingsmechanismen. Een heel bekend use-case uit de ISO 15118-2 en uit de ISO 15118-20 is namelijk het thema Plug & Charge, dus insteken en beginnen met laden. Ik leg het altijd zo uit: de Tesla-laadervaring, maar dan overal en ook met niet-Tesla-voertuigen – wat uiteraard vanwege het grote aantal actoren aanzienlijk gecompliceerder is dan wanneer ik dat zoals Tesla alleen binnen het eigen netwerk
hoef te doen, zonder interoperabiliteit. En daar gaat het dus om Plug and Charge, en Plug and Charge brengt een vernieuwing met zich mee. Het gaat om versleutelde communicatie. En die versleutelde communicatie is uiteraard beveiligingsrelevant. Daarvoor gebruiken we certificaten, en certificaten kunnen onder bepaalde voorwaarden ook door kwantumcomputers worden gehackt. Dat weten we al vandaag. Dat wil zeggen: als er ooit overal kwantumcomputers beschikbaar zouden zijn, dan zal er waarschijnlijk ook op dat gebied een beveiligingsprobleem ontstaan. Totdat kwantumcomputers overal beschikbaar zijn, duurt het ook nog wel even. En of men
dan als eerste Plug-and-Charge-certificaten aanpakt of liever andere zaken oppakt, dat moet ook nog worden besproken. Maar vanuit een zuivere risicobeoordeling bestaat er dan een risico. Daarom zien we dat de -20 als nieuwe versie een hogere versleutelingsgraad heeft en zelfs zogenaamde post-quantum-computing-beveiligingsmechanismen biedt, die nog complexer zijn. Maar het grote nadeel is dat er een gebrek aan neerwaartse compatibiliteit bestaat, waardoor wij als Subject menen – omdat wij Plug and Charge ook als een relevante service aanbieden –, dat waarschijnlijk de meerderheid van de voertuigen in de komende jaren
in ieder geval de personenwagens Plug and Charge in de -2-versie zullen blijven gebruiken. Waarom? Omdat zowel het voertuig als het laadstation dat ook precies moet kunnen ondersteunen. En dat we -20 ook zullen zien, maar dan eerder bij bedrijfsvoertuigen, elektrische bedrijfsvoertuigen, omdat die elektrische bedrijfsvoertuigen nu pas de markt betreden. Dat wil zeggen: die hebben Plug and Charge in de -2-versie eigenlijk nog niet geïmplementeerd, en die gaan direct naar de volgende versie, namelijk deze -20-versie. En ik denk dat dit veel duidelijkheid brengt. Nu
Daar valt veel over te discussiëren: gaat dat allemaal te snel? Is dat allemaal te veeleisend? En ik denk dat er ook goede argumenten zijn die stellen dat men dat misschien wat langzamer zou kunnen aanpakken. Aan de andere kant mag men echter niet vergeten dat Europese regelgeving iets anders werkt dan nationale regelgeving. Als u nationale regelgeving heeft, dan moet u die naleven. En als u die overtreedt, volgt er doorgaans een boete. Europese regelgeving werkt iets anders: Directives en Regulations. Precies. Er zijn
de Directives en Regulations. De Regulations zijn: zodra ze gepubliceerd zijn, zijn ze ook geldig in het nationale recht. Maar de boetes bestaan niet. Dat wil zeggen – ik formuleer dit nu wat overdreven –: men moet eerst door het Europees Hof van Justitie worden aangeklaagd, voordat daaruit als het ware de noodzaak tot een boete voortvloeit. En ik geloof niet dat er veel bedrijven zullen zijn die iemand aanklagen omdat men de -20 misschien niet op 01.01.2027 heeft geïmplementeerd. We zullen zien. Maar, en dat vind ik het belangrijke: de EU heeft
daarmee al iets heel belangrijks bereikt. Ze heeft namelijk investeringszekerheid bereikt. Want voordat deze regulatorische verplichting er was, waren er natuurlijk veel discussies: is het Plug and Charge? Is het Auto-Charge? Er zijn immers heel veel concepten. En nu heeft de EU gezegd: ISO 15118 is de weg vooruit – implementeer dat alstublieft, u heeft daar nu een bepaalde periode voor. Mijn persoonlijke mening is dat er waarschijnlijk niemand zal zijn die, zoals gezegd, op 02.01.2027 zegt: u heeft dit nu niet geïmplementeerd, daarom krijgt u nu een boete. Maar
men heeft uiteraard bewust ook een implementatieperiode gekozen die enige speelruimte biedt. Maar er is een duidelijke verplichting. Dat betekent dat alle aanbestedingen die momenteel plaatsvinden, uiteraard deze vereisten moeten bevatten. En daarmee zal de markt zich natuurlijk al in die richting ontwikkelen. En ik denk dat dat belangrijk is. Ik ben werkelijk ook positief verrast dat de EU zulke sterke vereisten heeft gesteld. En ik geloof dat dit ons als industrie zal helpen, want anders – u kent dat zelf ook – verliezen we ons immers vaak in deze discussies
over welke standaard nu eigenlijk de betere is. En de realiteit zegt eigenlijk: er is niet één standaard, maar er zijn heel veel standaarden die op een of andere manier parallel aan elkaar bestaan. Dat is eigenlijk ook de oorzaak van deze complexiteit – te veel discussie over verschillende oplossingen, zonder dat we als industrie tot overeenstemming kunnen komen over één richting. En is dat dan ook niet alleen smart charging, maar ook bidirectionaliteit? Zodat ook de -20: deze versie maakt ook V2G of bidirectioneel laden mogelijk. Het zou ook onder de -
twee kunnen, maar dan moet men zich toch enigszins van de standaard verwijderen. En dan is men weer terug bij het onderwerp: in hoeverre vertrouwt men op standaarden? Maar de -20 geeft dat al heel goed aan. En daarom geloven we ook dat er vanaf die periode meer voertuigen zullen komen die de -20 standaardconform implementeren. Belangrijk om mee te nemen is dat vandaag sommige voertuigen de -20 al ondersteunen, maar dan in een propriëtaire context. Dat wil zeggen, ik kan daarmee niet bij elke wallbox laden, maar ik kan
daarmee alleen bidirectioneel laden bij de door de voertuigfabrikant goedgekeurde wallboxen. En ik geloof dat dit zal veranderen, zodat dan elke bidirectionele wallbox gebruikt kan worden, want dat is immers de grote stap. Ik wil namelijk niet een nieuwe wallbox kopen alleen omdat ik een nieuw voertuig heb gekocht, maar ik wil eigenlijk mijn bestaande apparatuur behouden. En als mijn nieuwe voertuig dat kan, geweldig. Maar dan wil ik dat relatief eenvoudig kunnen bewaren. En ik geloof dat we die weg nu langzaam zullen inslaan.
kunnen als industrie dankzij deze regulatorische vereisten. En wat is uw mening over DC versus AC bidirectioneel laden? Heeft u daar enige voorkeur? Of denkt u, voor- en nadelen, wat zich daar zal ontwikkelen? Nou, ik geloof – ik ben persoonlijk een voorstander van het zoveel mogelijk oplossen via technische argumenten. En voor beide varianten zijn er goede technische argumenten. Maar ik denk dat de vraag ook gekoppeld is aan: waar vindt bidirectioneel laden eigenlijk eerder plaats? Is het eerder
thuis laden of laden voor vloten? Dat had u al eerder aangehaald. Vindt bidirectioneel laden überhaupt in de openbare ruimte plaats? Is dat eigenlijk zinvol? Ik denk van wel, eerlijk gezegd. Maar onder andere randvoorwaarden dan thuis. Ik zou me daar eerlijk gezegd nog niet zo vroeg op willen vastleggen, want het voordeel van AC is uiteraard dat het aanzienlijk goedkoper is. Het voordeel van DC is uiteraard dat het aanzienlijk efficiënter is, omdat ik niet voortdurend hoef om te zetten en daardoor geen omzettingsverliezen heb. Maar uiteraard,
ik heb al langer overwogen om een 11-kW-DC-box thuis aan de muur te monteren, omdat ik dat technisch gewoon interessant vind. Maar nu heel zwart-wit gezegd: 250 € versus 2.500 € is toch een aanzienlijk verschil, plus nog de installatiekosten. Ik herinner me nog het proces totdat ik mijn AC-box een aantal jaren geleden aan de muur gemonteerd had gekregen. Dat is nog steeds niet volledig gestandaardiseerd. En daarom geloof ik dat ik me daar
persoonlijk wat opener tonen en ik zou ervan uitgaan dat er beide zullen zijn. En dan zal ook de klant voor een deel beslissen wat hij meer gebruikt. Is het AC – doorgaans lagere kosten, hogere vermogensverliezen – of is het DC – hogere kosten, maar minder verliezen. En ja, nu hebben we veel gesproken over interoperabiliteit en alle bijbehorende uitdagingen. Laten we aannemen dat we in de toekomst zijn en dat dit allemaal opgelost is, en dat het er nu om gaat te zeggen: we hebben het ideale systeem opgebouwd, met
elektrische voertuigen die volledig een dragende pijler van het energiesysteem zijn. U heeft al een paar toepassingsgevallen aangestipt: openbaar laden, thuisladen. Als u daar eens een schets, een visie van zou kunnen geven, hoe dat er dan uitziet. Ja, en daarom – ik ben er ook een groot voorstander van om te zeggen dat de regulatorische vereisten niet snel genoeg en niet goed genoeg zijn. Wat ik echter echt moet zeggen, nu in de context van smart- en bidirectioneel laden: ik zie daarin heel veel positieve hoogtepunten, dus ook
voorbeelden.
Het ontwerp van de Bundesnetzagentur vond ik persoonlijk zeer boeiend, omdat men daarin al heel verstrekkend heeft nagedacht. Daarin vond ik één kengetal zeer, zeer veelzeggend, waar men over de capaciteiten sprak. Ik hoop dat ik de eenheden nu goed heb. Wat was dat ook alweer? 17 GWh capaciteit bestaat er vandaag al thuis, versus 3 GWh die bestaan uit industriële batterijopslag. Ik geloof dat dat de verhouding was. 17 GWh – ja, dat klopt ergens wel. En als men
dat dan bekijkt, toont het ook het potentieel aan dat we deze energietransitie, die nog voor ons ligt, eigenlijk alleen kunnen realiseren als we een goede manier vinden om de thuisopslagcapaciteit – namelijk de voertuigen – daarin te integreren. Zeker ook omdat we merken dat de slijtage van de batterijen door bidirectioneel laden waarschijnlijk toch niet zo sterk uitvalt als altijd werd aangenomen. We leren ook steeds meer door de desbetreffende proeven dat de batterijen waarschijnlijk aanzienlijk meer aankunnen dan gedacht. En
ik geloof daarom dat het precies zo zal zijn: ik kom in de toekomst thuis, ik sluit mijn auto aan, mijn voertuig wordt beschikbaar gesteld aan de energiemarkt. De volgende ochtend rijd ik weg, ik heb nog steeds 70% batterijcapaciteit en kom prima aan op kantoor of waar ik ook naartoe rijd. En ik geloof dat het grote verschil met de huidige situatie zal zijn dat ik er ook in geloof dat het overal-laden dan ook werkelijkheid zal zijn. Want dat is vandaag nog een beetje de beperking, dat ik vandaag in de
regel gericht naar laadpunten rijd om te laden. En ik geloof persoonlijk dat dit toekomstige energiesysteem er sterk door gekenmerkt zal worden dat ik eigenlijk overal waar ik naartoe ga kan laden. Dat wil zeggen: als ik nu bij u voor de podcast aankom, zijn er overal heel veel laadstations waaraan ik me kan aansluiten. Als ik naar kantoor rijd, zijn er overal laadstations. Als ik ergens ga winkelen. Dat is vandaag nog niet het geval. Het wordt beter. Maar ik geloof dat dit overal-
laden een heel belangrijke component zal zijn voor dit toekomstige systeem. Er zullen veel meer laadstations zijn, nog aanzienlijk meer. Denkt u ook – iets wat mij bezighield toen ik mij voor het eerst in het hele onderwerp begon te verdiepen – dat er laadstations zullen zijn op elke parkeerplaats in de stad? Is dat realistisch, of denkt u dat het eerder minder aan de straatkant zal zijn? Ja, dus de uitdaging is altijd: overal laadstations bouwen is relatief complex, omdat men dan
weer heel veel actoren en stakeholders in aanmerking moet nemen. Zeker in de grond genomen een ruimte – de voorbeelden kennen we allemaal. Ik geloof echter dat dit daadwerkelijk de meest zinvolle weg is, omdat we aan de andere kant natuurlijk ook al ver gevorderd zijn met snellaadhubs, maar dan gericht aan mobiliteitscorridors, snelwegen en verkeersknooppunten. En dat we voor alle andere laadhandelingen gewoon relatief eenvoudige, misschien zelfs AC-laadinfrastructuur hebben, want als ik nu hier twee uur parkeer, heb ik geen DC-station nodig, omdat mijn accu toch al
na 30 minuten voorgeladen is. Maar met een langzaam ladend AC-laadpunt kan ik mijzelf natuurlijk al opladen, maar tegelijkertijd bij behoefte ook energie teruggeven aan het elektriciteitsnet, als er ergens een knelpunt is of wat dan ook. En daarom geloof ik zeker dat dit een belangrijke component zal zijn, want als we uitsluitend gebruik blijven maken van punctuele laadinfrastructuur, dan zal precies dit integratieeffect in het energiesysteem niet kunnen plaatsvinden. We zijn bijna aan het einde. Dat ging razendsnel. En ik merk dat we een tweede aflevering
zullen moeten opnemen, omdat ik zoveel onderwerpen niet heb kunnen behandelen. Voordat we uit elkaar gaan: nogmaals, wat drijft u nu? Dan kunnen we over een jaar of zo nog eens een tweede aflevering maken. Wat zijn de onderwerpen die voor u op dit moment het meest relevant zijn? Ja, precies. We hebben nu oktober 2025. De grote vraag is natuurlijk: hoe ziet 2026 eruit met betrekking tot elektromobiliteit? Ik ben daar positief over. En men moet ook heel duidelijk zeggen: als men naar de
groei van dit jaar kijkt – in Europa ruwweg 17% groei in elektrische voertuigen tot op heden – is dat een geweldige score. Welke industrie groeit er nog zo sterk? Aan de andere kant weten we natuurlijk ook dat de algemene perceptie eerder enigszins terughoudend is wat de groei van de industrie betreft, omdat we juist rondom het thema Green Deal-doelstellingen vanuit Brussel de afgelopen weken natuurlijk niet alleen positief nieuws hebben gekregen. Ja, helaas. Want er waren de doelstellingen voor 2035: alle nieuw verkochte voertuigen
emissievrij moeten zijn. En dat wordt nu opnieuw bediscussieerd. Daarmee zijn we terug bij het onderwerp investeringszekerheid en toekomstgerichtheid, waarover we het zojuist al hadden. Ik had natuurlijk ook gewenst dat we aan de doelstellingen hadden vastgehouden, omdat ik geloof dat de uitdagingen waarmee met name veel autofabrikanten en toeleveranciers te maken hebben er niet kleiner op worden als men zich nu verder vertakt en versnippert – ook omdat verdere grote investeringen in elektromobiliteit noodzakelijk blijven om de massamarkt te bereiken. En als men nu het
signaal geeft met betrekking tot technologische openheid, dan kan dat er eerder toe leiden dat men de benodigde investeringen niet in de vereiste omvang doorvoert, maar in plaats daarvan probeert zo veel mogelijk investeringen over zo veel mogelijk thema's te verdelen – en daarbij de focus verliest. Precies. En daarom: we kijken wat er eind van het jaar uiteindelijk door de Europese Commissie wordt voorgesteld. Maar ik had wel gewenst dat we daar aan de doelstellingen hadden vastgehouden, omdat er nu natuurlijk een zekere onrust, misschien ook een zekere bezorgdheid
ontstaat, ook in de industrie: hoe gaat het nu eigenlijk verder? We weten dat veel bedrijven nog sterk afhankelijk zijn van investeerders. En investeerders zijn nu natuurlijk ook wat terughoudender geworden, omdat ze – ongeacht wat er nu uit Brussel komt – al weten dat de opschaling van elektrische voertuigen waarschijnlijk niet meer zo snel zal verlopen. En daarom moet men, denk ik, een beetje afwachten. We zijn ook aan het overwegen wat dit voor ons betekent en hoe het komende jaar zich zal ontwikkelen.
Uiteindelijk moet men ook zeggen: het doel blijft hetzelfde, namelijk zo veel mogelijk emissievrije mobiliteit realiseren. Daarom ben ik ook hoopvol dat dit zal blijven gebeuren. Alleen is de vraag vanuit een ondernemersperspectief: hoe snel gaat dat nu? Omdat we natuurlijk allemaal steeds weer wachten op die hockeystick, die echter telkens een jaar of twee jaar verschuift. En nu verschuift hij waarschijnlijk weer een stukje. En dat is natuurlijk met name in de
context van businessmodellen, businessplannen en dergelijke al een zekere uitdaging, omdat alles wat we zojuist besproken hebben – standaardisering, harmonisering, interoperabiliteit – ook investeringen vereist. En die moeten door de industrie gedragen worden. Daarbij moet men natuurlijk gewoon kijken hoe dat uitpakt. Verder kijken we natuurlijk uit naar veel vernieuwingen. Er zijn weer ongelofelijk veel spannende voertuigen aangekondigd voor het komende jaar. We zien dat veel laadpaalproducenten grote projecten vooruit helpen. En daarom ben ik in principe positief, maar zie toch wel een beetje
vraagtekens, net zoals andere marktdeelnemers dat waarschijnlijk ook zullen doen. Ik hoop echter dat we dit groeipad kunnen voortzetten. Ja, alleen even een korte persoonlijke noot: zo'n acht jaar geleden, toen ik voor het eerst prognoses zag over hoeveel elektrische voertuigmodellen er zouden komen – er was toen alleen de Nissan Leaf, de Tesla Model S enzovoort –, was het ondenkbaar dat er honderden voertuigen zouden zijn in 2025. Dat was een doelstelling, ik meen 500 modellen tegen 2025. Ik dacht
bij mezelf: als we dat bereiken. Ik denk dat men gerust positief kan stellen dat we de afgelopen jaren een werkelijk indrukwekkende weg hebben afgelegd. En ik denk dat wat er nog ontbreekt om die S-curve en dat exponentiële effect te laten plaatsvinden, is dat we heel betaalbare modellen hebben. En daar zijn we nu eigenlijk ook bijna. Dus dienovereenkomstig ben ik ook optimistisch. En tot slot: heeft u een laatste boodschap voor de luisteraars, en hoe kan men u het
beste bereiken? Zeker, altijd via LinkedIn. Daar zijn we altijd goed bereikbaar. Ook mijn collega's zijn daar allemaal actief. Dus als er nog vragen zijn over details van wat we vandaag besproken hebben, heel graag. En verder bereiden we natuurlijk ook onze Intercharge Network-conferentie weer voor. U was er ook bij geweest. Wat is dat eigenlijk kort gezegd? Dat is een evenement waar we bewust proberen een groot deel van de industrie – het liefst de gehele industrie – samen te brengen, om precies over deze onderwerpen ook gezamenlijk te discussiëren. Maar
ik geloof dat we de uitdagingen alleen samen kunnen oplossen. En ik denk dat dit jaar dat heel, heel positief werd ontvangen. We hadden over drie dagen meer dan 8.000 deelnemers, dus ook beduidend meer dan verwacht. En er was heel veel positieve energie en veranderingsbereidheid voelbaar. Dat was mijn take-away van het evenement, dat er heel veel positieve energie was. Heel veel goede ideeën. Hoeveel start-ups nu ook langzaam weer de markt betreden – dat is ook een belangrijke indicator, vind
ik. Hoeveel interesse er is van start-ups. En we bereiden nu al de editie van 2026 voor. Dus wie ideeën heeft over welke onderwerpen we daar moeten bespreken, mag ons daar gerust op aanspreken, zodat we dat in onze planning kunnen meenemen. Prima. Dan hartelijk dank voor het gesprek. Dank u ook. Heel erg bedankt. De belangrijkste inzichten uit mijn gesprek met Christian: standaardisering wordt de maatstaf – ISO 15118 brengt Plug and Charge tegen 2027 op grote schaal, terwijl interoperabiliteit tussen voertuigen, laadpalen en backends de centrale uitdaging blijft – van OCPP-versies tot
tot stabiele updateprocessen. Waardevol is de testomgeving van Hubject, die compatibiliteit en nieuwe use cases test. Interessant voor het energiesysteem: in elektrische auto's zit al een opslagcapaciteit van meerdere tientallen gigawattuur – een echte hefboom voor load management en toekomstig bidirectioneel laden. De Europese markt groeit gestaag, mede dankzij gunstige regelgevende ontwikkelingen zoals de AFIR, ook al kunnen politieke onzekerheden de opschaling vertragen. Wie meer wil weten over Hubject en de sector, doet er goed aan om naar de door Hubject georganiseerde ICC te komen. Als deze aflevering u heeft geholpen: abonneer u, geef een beoordeling en beveel ons aan – tot de volgende aflevering.
Welcome to the Smart Charge by RiDERgy Podcast. This is Claudio Geyken, Founder and CEO of RiDERgy. This is your show to learn about all things energy management and smart charging innovation for electric vehicles and fleets.
Heute zu Gast: Christian Hahn, Geschäftsführer von Hubject. Hubject vernetzt als zentraler Marktplatz Ladeanbieter und Fahrstromanbieter weltweit – mit einem Ziel: ein Vertrag, überall laden. Dazu gehört auch Direct Payment per Kreditkarte an öffentlichen Säulen, ein Baustein für einfachen Zugang und bessere Kundenerlebnisse. Hubject arbeitet global aus Europa, den USA, China und neuerdings Singapur und verbindet seine unterschiedlichen Nutzergruppen vom Privatfahrer bis zur Flotte. Es geht um Skalierung in 70 Ländern, 2.500 plus angebundene Betreiber und die Frage, wie Tests und Standards Ausfälle verhindern. Und natürlich sprechen wir auch ausgiebig über
intelligentes und bidirektionales Laden. Los geht's. Hallo, Christian. Schön, dass du heute hier dabei bist. Wie geht es dir? Gut, soweit. Vielen Dank für die Einladung. Danke. Ja, bevor wir einsteigen in wirklich Hubject-Themen, stell dich doch bitte gerne vor. Kannst gerne ein bisschen ausholen. Ja, sehr gerne, Claudio. Vielen Dank für die Einladung. Mein Name ist Christian Hahn. Ich bin aktuell Geschäftsführer bei Hubject und bin wirklich mit Freude in dieser Industrie – das macht jetzt auch schon relativ lange. Ich habe das Vergnügen, seit 2006 in
der Energiewirtschaft tätig zu sein. Ich hatte angefangen, wie viele auch, als Berater, hatte mich viel mit der Energiemarktliberalisierung damals auseinandergesetzt – also die Auftrennung von Netzen und Stromlieferanten – und zwar bei einer Beratungsfirma, genau, bei PricewaterhouseCoopers. Sehr, sehr spannend. Ich erinnere mich noch, dass es damals so dieses geflügelte Wort gab, dass die Energiemarktliberalisierung zwölf Berufsanfängergenerationen in Lohn und Brot gebracht hat, weil es eben so viel regulatorischen Druck gegeben hat und in kurzer Zeit viele EVUs, viele Energieversorger sich dann
entflechten mussten. Und – wir sprechen ja auch gleich noch mal dazu – natürlich sehen wir heute auch in der Elektromobilität das Thema Regulierung als eine wichtige Funktion, aber natürlich auch manchmal immer mit der Frage im Hinterkopf: Ist das richtig? Ist es zu viel? Ist es zu wenig? Von daher können wir das gleich mal vertiefen. Genau. Ich hatte roundabout 2009 dann so meine ersten Berührungspunkte mit dem Thema Elektromobilität gehabt. Warum? 2009? Schon genau – eine Gruppe von deutschen Energieversorgern wollte ihre ersten Ladestationen kaufen und betreiben. Und da
hatten wir dann eben bei PWC das Konzept dafür aufgebaut, hatten Lieferantenauswahl durchgeführt. Da ging es damals um 22-kW-Ladestationen. Man merkt also auch, das war noch sehr, sehr am Anfang gewesen. AC, natürlich, genau. Und es gab genau drei Lieferanten zu dem Zeitpunkt in Deutschland. Welche, aus Neugierde, wenn du dich erinnerst? Das ist eine gute Frage. Auf jeden Fall damals RWE, Eni war mit dabei gewesen, Smart Lab und der dritte Lieferant – ich meine, es müsste Mennekes gewesen sein. Also RWE und Eni,
sorry, Eni und Smart. Ich glaube, Smart hatte damals Ladesäulen von anderen Herstellern verkauft und Eni hatte damals selber Ladesäulen gebaut. Aber das zeigt auch, wie sehr sich der Markt in der Zwischenzeit zum Glück weiterentwickelt hat, dass es heute eine Vielzahl von Herstellern und Lieferanten gibt. Genau, dieses Projekt damals zu begleiten war auch sehr spannend gewesen.
Also RWE und Smart hatten ihre eigene Hardware hergestellt? Genau. Eni hatte damals eigene Ladestationen gebaut, und ich meine, Smart hatte damals Ladestationen von anderen Herstellern aufgekauft und weiter vertrieben. Sehr spannendes Projekt, sehr viel gelernt. Und damals für mich auch schon erkannt, dass diese Kombination aus Technologie einerseits und regulatorischen Anforderungen andererseits für mich sehr spannend war. Ich hatte mich dann viel auch mit Smart Grids und Smart Metering beschäftigt. Das schöne Thema, genau. Vielleicht liegt es ja an mir, ich weiß es nicht, aber bisher haben
wir nicht so viel geschafft in Deutschland. Aber in vielen anderen Ländern ist der Smart-Meter-Rollout zum Glück abgeschlossen. Ich bin auch zuversichtlich, dass wir das irgendwann in Deutschland schaffen werden, weil es einfach eine sehr wichtige Komponente ist für ein modernes Energiesystem. Ich bin dann letztendlich 2012 bei Hubject eingestiegen, kurz nach der Gründung. Super spannende Situation – fünf, sechs Leute hatten ein Start-up aufgesetzt rund um das Thema Roaming. Ich erkläre gleich noch mal, was das ist. Und das hat mich total fasziniert, weil ich
so das typische Start-up-Feeling kannte: kleines Büro, wir saßen auf irgendwelchen Kisten, weil wir noch keine Möbel hatten, und hatten überlegt, wie wir das Ganze jetzt irgendwie aufsetzen. Hier in Berlin? In Berlin, genau, schon damals auf dem EUREF-Campus. Das war auch noch in den frühen Jahren des EUREF-Campus – der hatte sich gerade so ein bisschen gebildet. Und es war relativ schnell klar gewesen, dass der EUREF-Campus sich Richtung nachhaltige Mobilität entwickeln möchte; er ist ja heute eine der führenden Locations in diesem Bereich. Und genau, aber
Ein anderes Büro, sehr einfaches Büro, aber hat wunderbar funktioniert. Und ich erinnere mich noch an die ersten Tage, wo ich auch überlegt habe: dieses Zusammenspiel zwischen den verschiedenen regulatorischen Rollen und die Frage, wie stark können wir uns an dem Energiewirtschaftssystem orientieren versus müssen wir vielleicht neue Rollen definieren? Da weiß ich noch bis heute, wie ich dann teilweise nach Hause gefahren bin und überlegt habe: Wie soll man das alles verstehen? Wie soll man das alles zusammenführen können? Also wirklich spannende Zeit.
Bin seitdem bei der Hubject, super spannende Aufgabe, hat sich natürlich immer weiterentwickelt, so wie sich das im Nebel auch entwickelt hat. Es hat angefangen im Bereich Business Development und ich bin dann zusammen mit dem Thomas, der ja auch schon bei dir zu Gast war, Geschäftsführer geworden, 2015, und bin heute letztendlich verantwortlich für alles rund um das Thema Strategie, unsere Gesellschaften und letztendlich sehr stark die Außenperspektive, also Vertrieb, Marketing etc. Und ich finde es immer noch sehr spannend. Der Markt hat sich sehr stark weiterentwickelt.
Die Frage ist natürlich auch immer: wie schnell wird es jetzt weitergehen? Und ich bin wirklich stolz darauf, mit meinem Team gemeinsam auch ein wichtiger Bestandteil des aktuellen Ökosystems zu sein. Auf jeden Fall, ich glaube, da hat das Team wirklich viel erreicht. Ja, cool. Noch mal, bevor wir weitermachen in Richtung Hubject: ich hatte auch auf LinkedIn gesehen, dass du sowohl bei Daimler als auch, glaube ich, bei Thyssen noch Erfahrungen gesammelt hast. Vielleicht kannst du da noch mal zwei Worte zu sagen. Ja, absolut. Also gegen Ende meines
Studiums hatte ich mich entschieden, Richtung Automobilindustrie zu gehen. Fand ich super spannend, eben auch so ein bisschen die Kombination aus Technik und Kundenanforderungen und das alles irgendwie zusammenführen. Und genau: bei ThyssenKrupp, damals ein wichtiger Zulieferer im Bereich Automobilbau, war ich tätig während meines Studiums. Und bei Mercedes, damals noch Daimler, war ich im Mercedes-Benz Classic Center, auch eine ganz spannende Nische sozusagen, weil es für viele deutsche Automobilhersteller tatsächlich einen großen Zusammenhang zwischen Besitzern von Oldtimern und Neuwagenkäufern gibt. Wenn du ein Mercedes-Oldtimerfahrzeug
hast, dann gibt es eine gewisse Wahrscheinlichkeit auch, dass du dir ein Mercedes als Neufahrzeug zulegst, und das ist bei Porsche und anderen Fahrzeugherstellern sehr, sehr ähnlich. Und deswegen gibt es bei Mercedes da eine Strategie, einfach möglichst lange Ersatzteile für diese Oldtimerfahrzeuge anzubieten. Das finde ich total faszinierend, weil es da darum geht, einerseits sehr traditionelle Fertigungsverfahren anzuwenden, um geschmiedete Teile oder Ähnliches nachzuproduzieren, was natürlich nicht ganz einfach ist, weil heute kaum noch jemand schmieden kann, zum Beispiel. Aber auch Karosserieteile oder Ähnliches wurden ja früher
von Hand hergestellt. Und das würde heutzutage gar nicht mehr funktionieren, insbesondere weil man eben vielleicht nur 50 Kotflügel bauen möchte, weil man weiß, weltweit gibt es noch genau 50 Fahrzeuge oder Ähnliches. Und das war für mich wirklich eine sehr, sehr spannende Aufgabe, weil man dann sehr stark auch neue Fertigungsverfahren erkundet hat. Also ich weiß noch 2002, das war gerade so der Beginn von neuen Fertigungsverfahren wie Wasserstrahlschneiden, dass man Blechteile mit starken Wasserstrahlen geschnitten hat und Ähnliches. Und das haben wir dann versucht, auf
kleinere Fertigungszahlen zu übertragen, um genau diesen Bedarf zu decken. Also sehr kreativ, sehr faszinierend. Und wie gesagt, es war schon für mich eine Prägung gewesen: diese Neigung zu dem technischen Anteil in meinem Job, dass das für mich sehr wichtig ist. Und ich glaube, deswegen bin ich auch immer noch ein großer Fan der Elektromobilität, weil es da auch sehr viel um Technik und Technologie geht, und natürlich die Anwendung in Kundenlösungen. Deswegen glaube ich, das war schon
früh eine wichtige Komponente in meinem Berufsleben. Ja, super. Dann: Hubject in einfachen Worten für jemanden, der sagen wir mal nicht aus der Industrie kommt und Hubject nicht kennt. Wie beschreibst du das meistens, beispielsweise deiner Familie? Ja, ist eine gute Frage, und es ist gar nicht so einfach, das einfach zu beschreiben, weil wir bei Hubject tatsächlich gar nicht gegenüber dem Endkunden auftreten. Ich glaube, am einfachsten kann man das erklären, wenn man vergleicht, wie heute Mobilfunk funktioniert. Heute
kann ich weltweit irgendwo hinreisen und trotzdem mit meinem Telefon und meinem SIM-Vertrag irgendwo telefonieren. Und genau das Gleiche wollen wir auch für die Elektromobilität erreichen. Weil es eben sehr viele Unternehmen gibt, die Ladestationen aufbauen und betreiben, wäre es für den Elektroautofahrer einfach sehr kompliziert und aufwendig, mit jedem dieser Anbieter irgendwie einen Vertrag zu schließen. Und daher haben wir einen Marktplatz aufgebaut, einen rein B2B-Marktplatz. Wir binden alle diese Ladestationsbetreiber an unserem Marktplatz an. Das führt dazu, dass sie einfach einfacher miteinander
Geschäfte realisieren können, einfacher skalieren können. Datenaustausch wird vereinfacht, Sicherheitsgelehrbarkeit erhöht. Und das bedeutet einfach für dich als Elektroautofahrer: Du kannst an jede Ladesäule fahren und es funktioniert. Und du musst dir keine Gedanken machen, welcher Betreiber dahinter ist und wie das Ganze funktioniert. Am Ende landet es bei dir auf deiner Abrechnung, auf deiner Fahrstromabrechnung. Und du siehst dann über deinen gewählten Fahrstroманbieter, welche Ladestation du genutzt hast und welchen Preis du bezahlt hast. Ja, das ist auf jeden Fall super, dass man diese Analogie zur Telekommunikation
herstellen kann. Vielleicht noch mal, um eine Analogie zu treffen. Die Analogie zur Telekommunikationsbranche ist, ja, ich denke, sehr gelungen. Das macht es schon sehr greifbar. Vielleicht noch mal, um das noch greifbarer aus einem anderen Blickwinkel zu machen. Wenn ich mir etwas kaufen möchte, gehe ich meistens mit der Kreditkarte – heutzutage zumindest – oder mit Bargeld. Mit Bargeld kann man an der Ladestation wahrscheinlich nicht zahlen. Man könnte sich ja vorstellen, mit einer Kreditkarte zu zahlen. Inwiefern ist dieses Szenario sozusagen nicht machbar, oder inwiefern habt ihr sozusagen
euch dann etabliert, dass man nicht mit einer Kreditkarte zahlt – oder wie spielt ihr da eine Rolle? Genau. Also das geht tatsächlich auch – heute ist es eine regulatorische Vorgabe in Europa, dass man an jeder öffentlichen Ladesäule auch tatsächlich mit einer Kreditkarte bezahlen können muss. Und ich glaube, das macht tatsächlich auch Sinn, weil natürlich Elektromobilität ein Thema ist, wo es einfach sehr, sehr unterschiedliche Kundenbedürfnisse gibt. Es gibt natürlich die Leute, die im Wesentlichen zu Hause laden, die vielleicht eine Garage haben oder einen
Stellplatz vor ihrem eigenen Haus. Da ist eine Wallbox installiert. Und wahrscheinlich werden sie da 99 % ihres Fahrstroms beziehen können. Und vielleicht, wenn sie mal in den Urlaub fahren, einmal im Jahr, dann müssen sie auch an einer anderen Ladesäule laden. Und da wäre das zum Beispiel sehr einfach: Ich nehme meine Kreditkarte und bezahle darüber. Das ist eine Kundengruppe. Dann gibt es natürlich das ganz andere Extrem. Das sind die Vielfahrer. Das können Flottenfahrer sein. Das ist der typische Außendienstler, der mit seinem Elektroauto quer durch Deutschland fährt,
der fast nur öffentlich lädt, weil er vielleicht auch selbst keine eigene Wallbox hat oder seine Firma ihn gar nicht unterstützen kann. Und da merken wir schon, dass es da dann auch um mehr geht als nur das reine Bezahlen. Wir sprechen immer über die Customer Journey, und die Customer Journey beinhaltet natürlich die Frage: Wie bezahle ich eigentlich meinen Ladevorgang? Sie beginnt aber auch schon viel, viel früher, nämlich bei der Frage: Wo ist der nächste Ladepunkt? Ist der verfügbar? Wir sprechen heute viel über Zuverlässigkeit. Das heißt,
natürlich wäre es auch ideal, wenn der Kunde sehen würde, dass sein Fahrzeug mit dieser Ladesäule besonders gut funktioniert, weil er sieht, dass die letzten 1.000 Ladevorgänge dort auch schon gut funktioniert haben – zum Beispiel. Preisinformationen sind heute sehr wichtig. Ganz typisch für jeden jungen Markt ist natürlich, dass man immer eine gewisse Zeit braucht, um das optimale Preismodell zu finden. Ich glaube, wir sind genau in dieser Phase auch in der Elektromobilität, wo sehr viele unterschiedliche Preismodelle ausprobiert werden. Und das führt natürlich nicht immer nur zu einem positiven Kundenerlebnis,
weil es eben manchmal auch sehr teuer dadurch werden kann oder sehr kompliziert ist – ähnlich übrigens wie auch in der Telekommunikationszeit vor 20, 25 Jahren, wo wir viel mit Call-by-Call- und Preselect-Tarifen gearbeitet hatten. Also früher gab es eine Lösung, dass man eine andere Telefonnummer angerufen hat und danach die eigentliche Telefonnummer gewählt hat, um seinen Telefonanruf günstiger durchzuführen. Relativ kompliziert. Und natürlich gab es da auch ganz viel Kleingedrucktes. Das heißt, in der Regel hat man dann vielleicht doch mehr bezahlt, als man
eigentlich wollte, weil man irgendwelche Sonderfälle ausgelöst hatte. Und ich würde sagen, das ist genau die Zeit, in der wir heute auch in der Elektromobilität sind. Es gibt viele Versuche, neue Preismodelle zu etablieren, die aber alle sehr komplex sind. Und da kommen wir gleich dazu: weil wir vielleicht auch noch nicht das Maß einer digitalen Customer Journey haben, wie wir es benötigen, führt das häufig zu großen Problemen aus einer Nutzerperspektive. Denn natürlich sind auch die Nutzer von Elektrofahrzeugen nicht Leute wie du und ich,
die in der Industrie zu Hause sind, sondern ganz normale Leute, die auch gar nicht verstehen wollen, wie viele Ladestationsbetreiber es gibt und was Roaming ist, sondern die wollen einfach nur laden. Und ich glaube, da sind wir heute noch nicht so gut aufgestellt, dass wir sagen können: Genau für diese Kunden haben wir schon einfache Lösungen aufgebaut, die auch transparent und kostengünstig sind. Ich glaube aber auch, dass wir relativ schnell dahinkommen werden, weil, wie gesagt, das eine sehr typische Entwicklung ist für neue Industrien, dass es dann
immer so eine Storming-Phase gibt, wo man neue Dinge ausprobiert, die dann halt teilweise nicht immer nur zum Positiven führen. Aber nochmal zurückzukommen auf die Customer Journey: suchen, finden, laden – haben wir das früher mal genannt. Prägnant. Genau. Und ich glaube, das ist immer noch valide, weil am Ende des Tages der Kunde eben viel, viel mehr Bedürfnisse hat. Da geht es natürlich auch viel um die Fahrzeugintegration zum Beispiel. Ich glaube auch, unabhängig vom Fahrzeughersteller ist es der einfachste Weg, den Kunden
Diese Komplexität zu reduzieren, indem ich möglichst viele Informationen im Fahrzeug darstelle. Es gibt ja viele HMI- und Navigationssysteme, die das heute schon teilweise können. Aber ich glaube, da geht auch noch etwas mehr. Und deswegen glaube ich eben auch, dass das reine Bezahlen nie allein das Kundenbedürfnis erfüllt, sondern es geht immer um eine Kombination der verschiedenen Sachen. Aber wichtig auch: Es gibt einfach sehr viele verschiedene Kundengruppen. Und ja, es gibt auch Kundengruppen, die sagen, Direct Payment – so nennen wir das, wenn man mit der Kreditkarte
bezahlt – reicht mir vollkommen aus. Okay, also in anderen Worten: Es gibt da verschiedene Anwendungsfälle. Manchmal will man nur mit der Kreditkarte zahlen, manchmal will man halt mehr – suchen, finden oder direkt mit dem Fahrzeug zahlen und so weiter. Und da spielt ihr eine Rolle, dass ihr diese Interaktion zwischen den verschiedenen Stakeholdern orchestriert, als Marktplatz. Ganz genau, ganz genau – und bieten da zum Beispiel aber auch eine Direct Payment Lösung an. Also wir haben immer gesagt, wir wollen gar nicht dogmatisch entscheiden, was der richtigste Weg
ist, sondern wir wollen unseren Kunden die Möglichkeit geben, weil auch die B2B-Kunden alle sehr unterschiedliche Bedürfnisse haben. Es gibt natürlich Ladestationsbetreiber, die 100 % ihres Ladenetzwerkes öffentlich betreiben. Die haben ganz andere Anforderungen als vielleicht Ladestationsbetreiber, die viel auch Firmengelände bedienen, zum Beispiel, und dann vielleicht mal 12 Ladestationen am Wochenende öffentlich schalten, weil dann auch andere Elektroautofahrer laden können. Deswegen versuchen wir da auch möglichst agnostisch unsere Lösungen anzubieten, um dann eben auch am Ende wieder die Skalierbarkeit zu bedienen. Das heißt, eine Lösung, die
im öffentlichen Laden als auch im privaten Laden genau gleich funktioniert – das glauben wir, führt zu einer höheren Skalierbarkeit, weil man dann keine zwei verschiedenen Prozesse und Systeme aufbauen muss, sondern einfach ein System, das unterschiedliche Anwendungsfälle bedient. Verstehe. Und um ein bisschen so ein Gefühl zu kriegen, wo ihr so steht als Unternehmen: Kannst du ein paar Eckdaten geben? Seit 2012 war das gestartet. Und jetzt: in wie vielen Ländern, wie viele CPOs oder MSPs – das nochmal: CPO ist Ladesäulenbetreiber, MSP ist Mobilitätsserviceprovider, die die Apps und so weiter und
die Karten liefern – und wie viele Länder genau. Genau. Wir sind seit 13 Jahren jetzt aktiv, knapp 150 Mitarbeiter, haben heute einen weltweiten Footprint aufgebaut. Also ich glaube daran, dass die Elektromobilitätsindustrie weltweit sehr ähnlich funktioniert. Eine Ladesäule ist eine Ladesäule, egal ob sie in Kalifornien steht oder in Frankreich steht oder in Indien steht. Das heißt, auch das Elektromobilitäts-Ökosystem hat sich sehr ähnlich entwickelt – eben genau diese Rollen, die du eben noch mal erklärt hast: Ladestationsbetreiber, Fahrstromanbieter. Die gibt es heute in jedem Markt weltweit zu
sehen. Und am Ende sind auch die Kundenbedürfnisse wieder die gleichen, genau wie wir es eben schon besprochen haben. Und deswegen sind wir heute weltweit aktiv. Wir haben das Hauptquartier in Berlin, haben in Europa ein Team aufgebaut, in den USA vor einigen Jahren, in China haben wir ein Team aktiv, haben jetzt dieses Jahr ein kleines Team aufgebaut in Singapur für den südostasiatischen Markt. Und unsere Lösungen laufen heute in mehr als 70 Ländern weltweit. Das ist ganz spannend. Und wir haben heute vertragliche Beziehungen mit über 25.000 Ladestationsbetreibern und
Fahrstromanbietern. Also es zeigt auch, wie viele Unternehmen heute aktiv sind, wie komplex auch der Markt ist. Ich finde immer Deutschland ein schönes Beispiel. Da gibt es ja den BDW. Der BDW führt eben auch ein Register für alle Ladestationsbetreiber und Fahrstromanbieter. Da kann man sich quasi registrieren, um dann eben auch seine Unternehmens-ID zu bekommen. Und ist das quasi eine Pflicht? Das ist auf jeden Fall notwendig, weil ansonsten der Datenaustausch zum Beispiel nicht funktioniert – man muss Unternehmen eindeutig referenzieren können, und da
für ist der BDW ein zentrales Register. Und ich meine sogar inzwischen, dass das eine Verpflichtung geworden ist, sich da zu registrieren. Interessant. Das hilft aber auf jeden Fall. Also wir empfehlen auch unseren Kunden immer, dahin zu gehen. Und in anderen europäischen Märkten gibt es dann jeweils andere Agenturen, und das soll perspektivisch auch mal europaweit vereinheitlicht werden. Und da sieht man eben ganz gut auch die Entwicklungen in den letzten Jahren – in den letzten vier bis fünf Jahren sieht man eine Verdopplung der Anzahl der Unternehmen im deutschen Markt.
Und heute sprechen wir von roundabout 1.400 Ladestationsbetreibern nur in Deutschland. Wichtig ist auch, dass natürlich da auch der kleine Einzelunternehmer dabei ist, der eine Ladesäule für seinen Bäcker aufgebaut hat – was ich total faszinierend finde, wenn das passiert. Aber das ist natürlich nicht der riesige Impact, weil wir haben heute ungefähr 175.000 öffentliche Ladepunkte – davon einen zu betreiben ist natürlich jetzt nicht signifikant. Aber wir sprechen schon von ungefähr 30 % dieser Unternehmen, die wirklich eine Relevanz haben, also die 50 oder mehr – Pareto-Prinzip, ein bisschen ein
Pareto-Prinzip, genau. Und das heißt dann aber immer noch, dass wir 400–500 Unternehmen haben, nur in Deutschland. Und das Bild kann man sehr gut auf andere Märkte übertragen. UK ist gerade ein Markt, wo wir etwas tiefer reingegangen sind. Und ich finde das auch ganz gut. Es ist auch nötig in UK, soweit ich weiß, dass die das Roaming noch nicht betreiben. Das ist noch – genau, das hat viel mit der Vergangenheit zu tun und wie eben auch mal eine gewisse Fehlallokation von Investitionsmitteln passiert ist.
Also, es gab in UK ein Förderprogramm vor über zehn Jahren, das sogenannte "Plugged in Places" supported hat. Da gab es dann neun Stück davon, und relativ schnell haben sich diese Regionen dann konsolidiert zu drei großen Betreibern. Und die waren sich spinnefeind gewesen. Da konnte man selbst die Mitarbeiter der Unternehmen nicht in den gleichen Raum setzen, was für unsere Industrie eigentlich gar nicht so üblich ist. Meistens ist es eine sehr offene Industrie, sagen alle, im Vergleich zu anderen Industrien, dass man sich
Ich glaube, man hat beides. Ich glaube auch, dass man in der Industrie – und das finde ich sehr faszinierend – immer sehr offen über alles spricht. Was ich aber schon sehe, was eine große Herausforderung ist, daraus auch Geschäftskooperationen entstehen zu lassen. Und das ist ja am Ende des Tages das, was Unternehmen natürlich auch nach vorne bringt, dass man sagt: Okay, man arbeitet zusammen, um gemeinsam ein Geschäft zu ermöglichen. Ich glaube, dass die Industrie da noch eher in einer frühen Phase ist, und es hat auch viel
damit zu tun, dass es natürlich auch gewisse Überlappungen gibt. Also, wir sprechen ja viel von dem Ökosystem. Und ein Ökosystem hat ja unter anderem zur Folge, dass es Rollen gibt, aber dass eben Unternehmen verschiedene Rollen wahrnehmen können, und gleichzeitig natürlich auch der Markt noch sehr dynamisch ist. Das heißt, wir wissen ja noch gar nicht zu 100%, welche Rollen denn erfolgreich werden. Wir lernen ja noch wahnsinnig viel. Es gibt gewisse Themen, die haben wir jetzt, glaube ich, relativ gut verstanden. Also, was gehört dazu, um
erfolgreich öffentliche Ladestationen aufzubauen und zu betreiben? Ich glaube, da gibt es deutlich mehr Klarheit als in der Vergangenheit. Aber das ist ja nur eine Rolle von ganz vielen. Wir sprechen jetzt gerade viel über die Energiemarktintegration – ganz, ganz wichtiger Baustein für die Zukunft. Aber wie passiert das eigentlich? Welche Rollen braucht es dafür? Und gibt es dann – weil Deutschland ja in rund 800 Netzgebiete aufgeteilt ist – dann 800 Rollen, die irgendwie, oder Unternehmen, die dann diese Rollen ausüben, oder konsolidiert sich das auch? Gibt es dann ein
oder zwei, oder welche anderen Formen kann man sich vorstellen? Und ich glaube, da merkt man schon, dass sich viele Unternehmen eher noch versprechen, vielleicht selbst einmal diese Rolle einzunehmen, und deswegen gleich noch etwas zurückhaltend reagieren, was Kooperation betrifft, weil man ja sagt: Ich habe zwar noch nicht genau verstanden, ob das was für mich ist, aber weil es vielleicht mal was für mich sein könnte, halte ich jetzt erst mal zurück, was Kooperation betrifft. Ja, wie du dir vorstellen kannst, dadurch, dass wir
uns auch in dem Themenumfeld bewegen, kann ich das auf jeden Fall auch so sehen, dass es eine gewisse Zurückhaltung gibt. Auch das Thema Timing des Marktes – ich weiß nicht, ob du das auch so sehen würdest – wenn wir da schon am Thema Energie sind, dass es in der E-Mobilität so war, dass man erst mal sagte: Okay, man hat die verschiedenen Themen, die priorisiert abgearbeitet werden mussten, wie überhaupt einen Ladepunkt aufstellen und dass die Abrechnung funktioniert, dass diese Themen priorisiert worden sind, und dann das Timing
jetzt eigentlich viel relevanter ist für die Energiethemen, und dass man das Thema Energie ein bisschen depriorisiert hatte und jetzt eher schon mehr der Fokus drauf ist – würde ich es so sehen. Ich glaube, auf der anderen Seite, Claudio, es ist natürlich auch ein sehr komplexes Thema. Das muss man ja auch dazu sagen. Und ich glaube, das ist auch eines der Themen, die wir in Europa europäisch angehen müssen. Ich glaube, jeder nationale Ansatz wird einfach nur dazu führen, dass es dann auf Dauer nicht funktionieren
wird. Aber das ist natürlich auch ein noch längerer Weg – das ist natürlich auch klar. Wir haben heute noch keinen einheitlichen europäischen Energiemarkt, noch keine einheitliche europäische Energiemarktregulierung. Da gibt es noch sehr viele nationale Unterschiede, und das ist natürlich eine große Herausforderung. Dann sehen wir natürlich auch die Rolle und Bedeutung der erneuerbaren Energien – leider wieder, dass das gerade noch mal neu diskutiert wird, was ich schon sehr schade finde, weil Deutschland hatte da schon eine sehr, sehr starke führende Position aufgebaut. Und umso mehr würden
wir dann ja auch Speicherkapazitäten benötigen, um das Thema erneuerbare Energien besser abzubilden. Und das ist dann so eine persönliche Perspektive. Ich glaube, dass es auch wichtig ist, dass wir als Europa weniger abhängig sind von Rohstoffimporten, gerade energierelevanten Rohstoffimporten, weil wenn man sich anschaut, wie viel Rohöl jedes Jahr noch importiert wird in Europa – obwohl wir viel davon selbst durch eigene Stromerzeugung kompensieren könnten. Ich glaube, da müssen wir als Europa noch mal eine klare Perspektive entwickeln. Aber ja, es passiert viel. Und ich finde auch, dass
die europäische Regulierung da versucht, aus meiner Sicht durchaus auch gute Akzente zu setzen. Also, es gibt jetzt ja eine europäische Verordnung, die Ladestationen, die ab 2026 und spätestens ab 2027 aufgebaut werden, mit der sogenannten ISO 15118-Norm auszustatten. Was ist ISO 15118? Das ist ein weltweiter Standard – ISO ist ja grundsätzlich ein weltweiter Standard –, der die Kommunikation zwischen Fahrzeug und Ladestation definiert, inklusive auch Smart Charging und V2G Use Cases. Das heißt, durch diesen Standard haben wir zumindest mal einen Teil des Ökosystems jetzt klar
umrissen. Wie wollen wir da die Kommunikation betreiben? Und jetzt geht es natürlich darum, daran anzudocken und dann die anderen Akteure einzubinden. Schwierig, aber zumindest hilfreich, dass wir jetzt so einen Startpunkt haben. Mit den anderen Akteuren – meinst du jetzt die Energieakteure, beispielsweise? Genau. Also zum Beispiel auch: Wer steuert den Ladevorgang? Ist das jetzt der Fahrzeughersteller, der das heute technisch bedingt eher tut? Also das Fahrzeug definiert heute, welchen Ladebedarf es eigentlich hat. Ist es dann eher der CPO, oder ist es dann eher der DSO, der
dann vielleicht selbst auch Netzengpässe hat und damit natürlich auch einen gewissen Steuerungsbedarf hat? Ist es vielleicht der Energielieferant, der seinen eigenen Energieeinkaufspreis optimieren möchte, indem er gewisse Schwellwerte nicht überschreitet? Sind es dann vielleicht die Betreiber von Batteriespeichern, die gerade ganz viel Strom abgeben wollen, weil sie demnächst günstig einkaufen werden, und so weiter und so fort. Also genau diese Komplexität in diesem Ökosystem – ich glaube, das wird eine große Herausforderung werden, das zu orchestrieren, die Akteure zusammenzubringen und gleichzeitig natürlich für jedes Unternehmen
selbst noch genügend Spielraum zu ermöglichen, damit das Unternehmen davon auch partizipieren kann, weil nur dann sind natürlich diese Konzepte auch erfolgreich, wenn sie eben auch wirtschaftlichen Erfolg bringen. Und das ist, glaube ich, gut umrissen. Ein gutes Zeichen für diese Komplexität, die noch vor uns liegt, die wir gemeinsam lösen müssen – als Industrie. Ja, sehr gut umrissen. Dazu ein Kommentar: Ich glaube, das eine ist diese Interoperabilität. Das ist schon mal ein dickes Brett, das man angehen muss, was noch nicht gegeben ist, dass jede
Ladesäule mit jedem Fahrzeug und jedem Softwaresystem der verschiedenen Akteure, die du auch gerade genannt hast, überhaupt miteinander kommunizieren können. Und bestimmte Akteure, glaube ich, sind noch verschlossener und haben es noch nicht verstanden, dass sie wirklich offen sein müssen – so offen, wie es geht – damit eben diese neue Energiewelt funktioniert und dass es kein geschlossenes System wie Apple sein wird. Und das Zweite ist dann eben die Logiken: Wer steuert? Wer hat dann auch das Anrecht, diese Logiken zu entwickeln, zu bündeln und dann die
Steuerungsmechanismen zu machen? Das ist, glaube ich, auch noch eine offene Frage. Im Flottensegment bin ich der Meinung, das wird beispielsweise kein OEM machen, weil du halt auch zu viele verschiedene Fahrzeughersteller hast. Daheim kann es noch eine andere Geschichte sein, aber im Flottensegment wird es jemand sein, der diese verschiedenen Systeme quasi agnostisch betrachtet. Das glaube ich auch. Es wird da sehr viele Akteure geben, aber am Ende des Tages ist dieses Zusammenspiel natürlich auch erforderlich, weil im Flottensegment ist – so hoffe ich – die Steuerung dann
doch über die Ladesäule, weil eben auf das Fahrzeug noch nicht so einfach zugegriffen werden kann. Das wird besser. Es gibt heute wahnsinnig tolle Schnittstellen in die Fahrzeuge hinein. Da muss man sich dann vielleicht noch mal über Datenschutz und Cybersecurity Gedanken machen, aber da funktioniert viel. Aber genau wie du sagtest: dieses Thema Interoperabilität – wie kann man sicherstellen, dass Fahrzeug A mit Ladesäule B über noch 23 Software-Layer, die dazwischen geschaltet sind, trotzdem funktioniert? Und da muss man schon ehrlich sein: Der Status
quo ist da noch eher ernüchternd. Ein Teil unserer Aktivitäten ist es tatsächlich, eine eigene Testing Facility zu betreiben. Das ist erst mal ungewöhnlich, weil wir als Hauptstadt eher im digitalen Ökosystem unterwegs sind. Wir haben jetzt tatsächlich eine große Halle, wo wir ganz viele Ladesäulen und ganz viele Fahrzeuge haben, die wir – leider nicht am Euref Campus, sondern ein bisschen außerhalb in Hennigsdorf – testen. Trotzdem sehr cool. Tatsächlich, genau, weil es auch gar nicht so einfach ist. Da sind wir wieder bei
einem weiteren Grundproblem der Elektromobilität: genügend Anschlussleistung zu finden, also eine Halle zu finden, die auch genügend Anschlussleistung für viele Ladestationen mitbringt, plus dann die ganzen versicherungstechnischen Rahmenbedingungen. Wir haben sehr viel gelernt in der Zusammenarbeit mit der Brandenburger Feuerwehr, was den Betrieb eines Elektromobilitäts-Testing-Labs anbelangt – super faszinierend. Und dieses Testing Lab nutzen wir genau dafür, das Thema Interoperabilität auch schon in einfachen Use Cases – also normales Laden, Plug-and-Charge – abzubilden. Da haben wir viel gelernt. Und dann merken wir tatsächlich, dass jetzt eine
ganz neue Herausforderung reinkommt, nämlich das Thema: Wie relevant sind eigentlich Software-Updates für die technischen Akteure des Ökosystems? Das hört sich jetzt erst mal relativ abstrakt an, aber wer stellt zum Beispiel sicher, dass ein Software-Update auf einer Ladesäule funktioniert und wann alle beteiligten Akteure darüber Bescheid wissen? Wir haben wirklich heute teilweise die Herausforderung, dass der Hardwarehersteller ein neues Software-Update auf eine Ladesäule bringt, vielleicht nicht jeden darüber informiert, und Laden funktioniert nicht mehr. Und bis man dann in den ganzen Operationsprozessen eines Ladestationsbetreibers herausgefunden hat, dass
Das Problem ist, da können gerne schon mal Stunden oder vielleicht auch Tage vergehen. Die Lösung natürlich wäre einfach: Man informiert sich, man testet sauber vorher und so weiter und so fort. Auf der anderen Seite kann man natürlich auch gar nicht alles testen, weil die Anzahl der Fahrzeuge als auch der Ladesäulenhersteller plus der Softwareanbieter immer mehr wird. Das heißt, wie möchte man eigentlich sicherstellen, dass es wirklich funktioniert? Also faszinierende Situation. Ja, ich glaube, auch da gibt es noch viel Bedarf für Harmonisierung und Standardisierung.
Eine Frage, die wir gerade angerissen haben und die mich auch sehr umtreibt – ich weiß nicht, ob du dich gut genug damit auskennst, weil es ja schon sehr detailliert ist – ist: OCPP ist ja eigentlich eine Erfolgsgeschichte. Also der offene Standard sozusagen für das Laden zwischen Ladesäule und Backend. Und wir haben die Fahrzeughersteller schon erwähnt. Es gibt zwar immer mehr Software-Schnittstellen für die Fahrzeughersteller, allerdings gibt es da keinen Standard, der sich etabliert hat. Und eine Sache, die ich spannend finde, ist: Wer wird dann, im Sinne dieser
Ladesteuerung, die wir besprochen haben, den Weg vorgeben? Es gibt hier auch den Smart-Meter-Kontext, den wir angerissen haben. Diese deutsche sehr starre Bestrebung – beispielsweise dass man diese Steuerbox daheim installieren muss – wo ich mich auch dagegen ausspreche, dass das ein sinnvoller Weg ist. Das macht alles nur teurer und komplizierter, und die Sicherheitsbedenken sind meines Erachtens überschaubar. Das heißt, lange Rede, kurzer Sinn: Weißt du, warum die Fahrzeughersteller da nicht so einen Standard etabliert haben, und ob das irgendwie in the making sein
wird? Weil das würde ja natürlich auch vieles vereinfachen – dass man über die Fahrzeuge direkt steuert und nicht immer über die Ladesäule, was stand heute der zuverlässigere Weg ist. Ja, absolut, genau. Ich glaube, da gibt es zwei Punkte, die man berücksichtigen muss. Das eine ist: OCPP ist ein toller Standard, aber war nicht von Anfang an der einzige Weg, wie man Ladesäulen mit Backend-Systemen verknüpfen konnte. Ich erinnere mich, als wir angefangen haben mit Hubject: Da hatte ein Großteil der Hardware-Hersteller ihre eigenen proprietären Schnittstellen. Und was
dann aber einfach passiert ist: Es war einfach ein Problem eines zunehmenden Massenmarktes – mit Einschränkungen, aber es sind natürlich sehr viele Softwareanbieter dazugekommen. Und dann haben auch Ladestationsbetreiber gesagt, sie möchten vielleicht Daten aus der Ladesäule selbst erfassen können. Das hat dann zu diesem Regulierungsdruck geführt. Und heute ist es ja letztendlich auch so, dass es in vielen weltweiten Märkten tatsächlich auch die Vorgaben gibt, dass man OCPP benutzen muss. Deswegen ist da, glaube ich, viel zusammengekommen, was am Ende
auch diese Notwendigkeit eines einheitlichen Standards notwendig gemacht hat. Wichtig ist aber auch dabei zu berücksichtigen, wie es halt immer auch so ist mit APIs, mit diesen Schnittstellen: Es gibt nicht das eine OCPP. Jede Implementierung sieht leicht anders aus. Auch wieder aus Erfahrung aus unserem Testing Lab – wir sind selbst auch so ein bisschen vielleicht blauäugig reingegangen und haben gesagt: „Liebe Hardware-Hersteller, habt ihr OCPP implementiert?" Und die haben gesagt: „Ja, hier, ich habe sogar Zertifikate, die ich vorweisen kann." Da haben wir schon festgestellt: Einerseits gehen
diese Zertifizierungen dann immer nur von Positivtests aus. Also: Funktioniert das Laden? Und sie beschreiben selten, wie sich die Ladesäule verhalten muss, wenn Edge Cases oder Negativfälle entstehen – also was müsste die Ladesäule tun, wenn das Laden nicht funktioniert? Da liegt dann eher die Komplexität. Dazu kommt, dass es halt auch verschiedene Versionen und verschiedene Integrationen gibt. Ich glaube, das hilft absolut. Wo wir uns als Industrie noch stärker hinentwickeln müssen, ist bei diesem Verständnis: Wie gehen wir auch mit neueren Versionen um? Also konkret auf das Beispiel OCPP nochmals
eingegangen: Es gibt heute, ich würde mal sagen, vier Versionen, die in der Industrie eine Rolle spielen. Das ist OCPP 1.5, 1.6, 2.0.1 und 2.1. Die häufigsten Versionen, die heute genutzt werden, sind 1.5 und 1.6. Und das verhindert auch viel Innovation, weil neue Use Cases da irgendwie hineingepresst werden müssen. Natürlich geht alles irgendwie – es ist ein Datenaustauschprotokoll, man kann damit alles erreichen. Aber wenn es um Sicherheit geht, wenn es um Skalierbarkeit geht, wenn es um Stabilität geht, sind
die neueren Versionen deutlich besser. Aber das führt natürlich auch zu Kosten. Das führt teilweise auch dazu, dass man neue Software-Systeme sich anschaffen muss oder bestehende updaten muss. Und da merken wir schon, dass wir in der Industrie noch keinen guten einheitlichen Weg gefunden haben, wie wir uns als Industrie befähigen, mit moderneren Protokollen und Versionen zu arbeiten, obwohl gleichzeitig natürlich ein hoher Wirtschaftlichkeitsdruck auf die Unternehmen herrscht. Das darf man ja nicht vergessen. Aber es ist wichtig, weil da ist eben das
Thema Cybersecurity schon angesprochen worden. Die Elektromobilität wird Teil des energiewirtschaftlichen Systems. Und da wissen wir, dass das System ständig angegriffen wird und gerade Europa dabei sehr stark im Fokus steht von vielen nicht positiv gestimmten anderen Regionen. Und ich glaube, das sollten wir nicht unterschätzen. Wie du aber sagtest: Das muss man mit dem richtigen Risikomaß und Mitte abwägen, weil zu viel natürlich auch nicht hilfreich ist, aber zu wenig anlässlich auch nicht der richtige Weg ist. Und warum gibt es bei
den OEMs nicht eine ähnliche Initiative? Ich glaube, das hat einfach auch damit zu tun, dass sich OEMs einerseits sehr unterschiedlich entwickeln. Man sieht es ja heute auch an dem Digitalisierungsgrad von den Fahrzeugherstellern, die sehr, sehr unterschiedlich ausgefallen sind. Ich sage das – da schmunzelst du für die Zuhörenden, die das nicht sehen. Genau. Und ich meine, man sieht's ja immer noch in den Nachrichten: ich hatte letzte Woche gelesen, dass ein OEM sich von Apple CarPlay und Android Auto verabschiedet und jetzt ein eigenes digitales
Ökosystem wieder aufbaut. Ich glaube, das kann auch Sinn machen. Also nicht falsch verstehen. Ich glaube, da kann viel Mehrwert drin liegen. Wir haben halt nur gesehen: viele OEMs struggeln natürlich auch, weil sie ja eben per se kein digitales Unternehmen sind, sondern es sind eben gute, zuverlässige, hardwareorientierte Unternehmen. Die bauen halt Dinge zusammen, und das möglichst skalierbar und zuverlässig. Und da ist natürlich ein softwaregetriebenes Geschäftsmodell eine ganz andere Perspektive. Ich kenne ja genügend Beispiele, wo eben OEMs daran gescheitert sind. Und ich glaube, deswegen
ist es – finde ich es immer schwierig, wenn man sagt, ich mache das jetzt alles selbst, obwohl ich vielleicht diese Kernkompetenzen noch gar nicht entwickelt oder aufgebaut habe. Aber da muss der Weg natürlich hingehen, weil ich glaube schon, auch getrieben durch Elektromobilität: Fahrzeuge werden vergleichbarer. Du kennst das ja selbst auch – die Beschleunigung, das Fahrverhalten von Elektrofahrzeugen. Da gibt es eine gewisse Vergleichbarkeit. Das macht alles Spaß, das macht alles Sinn. Aber ich sage mal, abgesehen vielleicht von den Extremmodellen: ein normaler Mittelklasse-Elektrowagen – da ist
die Beschleunigung sehr, sehr ähnlich zwischen all den Modellen. Da gibt's auch keine Gangschaltung mehr. Das heißt, was sind denn eigentlich dann noch die Unterscheidungsmerkmale zwischen Fahrzeughersteller A und Fahrzeughersteller B? Vielleicht Preis – ja, aber das ist immer ein bisschen schwierig als Wettbewerbsstrategie. Und ich glaube, da spielt das Thema digitales Serviceangebot eine große Rolle. Genau, wenn es darum geht, auch die Fahrzeugintegration von Smart-Home-Lösungen. Natürlich fände ich es auch cool, wenn ich irgendwie über eine App meinem Auto sagen kann: bitte jetzt mehr laden, weil gerade ganz viel
Sonne scheint; bitte demnächst weniger laden, weil die Sonne nicht so scheint. Das ist heute immer noch sehr kompliziert. Ich muss in dem Fahrzeug-Ökosystem bleiben. Also ich muss die eine Wallbox kaufen, die der Fahrzeughersteller anbietet und die das kann. Ich muss genau dieses eine Fahrzeug kaufen. Ich muss sogar – habe ich letztens wieder gelesen – genau den einen Wechselrichter kaufen für meine Solaranlage zu Hause, der das kann. Und das entspricht natürlich nicht den Kundenbedürfnissen, weil ich möchte ja nicht meinen Wechselrichter austauschen, weil ich jetzt ein neues
Fahrzeug zugekauft habe. Interoperabilität, was ich vorhin meinte. Genau, dieses Thema Interoperabilität. Deswegen glaube ich, da ist noch ein längerer Weg. Und ich vermute mal auch, dass da der regulatorische Druck ein Stück weit fehlt. Also da sehe ich jetzt noch nicht so viele Diskussionen in Europa, die sich genau um diese Schnittstelle kümmern. Auf der anderen Seite muss man auch sagen: wir haben heute weltweit, je nachdem wie man zählt, 60 bis 80 Automobilhersteller versus mehr als 1.000 Hardware-Hersteller, also Ladesäulen. Also ich glaube, wir haben vielleicht auch ein
anderes Qualitätsproblem. Und was noch dazukommt: die meisten OEMs haben heute ihre Schnittstellen auch freigegeben. Du kannst dich heute bei ganz, ganz vielen Fahrzeugen schon integrieren. Du musst dich natürlich als Lieferant quasi registrieren. Aber du kannst heute deutlich, deutlich mehr auf Fahrzeuge zugreifen als in den letzten fünf Jahren. Und ich glaube schon, dass da sehr viel passiert. Aber du hast natürlich, genau wie du sagtest, auch da ein neues Interoperabilitätsproblem, weil jede Schnittstelle anders funktioniert, die Daten anders aussehen – was ja dann wiederum auch ein Geschäftsmodell
für Unternehmen sein könnte, das zu harmonisieren. Ja, nein, das ist total. Und ein Stichwort: regulatorische Anforderungen, die aus der EU kommen oder aus anderen Mitgliedstaaten, die vor allem dieses intelligente Laden oder V2G auch enablen. Bist du da ein bisschen unterwegs in Europa? Welche regulatorischen – es gibt ja die AFIR, es gibt so verschiedenste Regulatoren, die die E-Mobilität und diese Richtung auch beeinflussen. Was gibt es da als letzten Stand deines Wissens, was jetzt relevant ist? Genau. Es gibt die AFIR natürlich – die Alternative
Fuel Infrastructure Regulation. Das ist quasi die europäische übergreifende Richtlinie für alles rund um das Thema nachhaltige Infrastruktur – also da ist auch Wasserstoff mit dabei und ähnliches, aber eben auch Elektromobilität. Und da gibt es eben einerseits die sogenannten Delegated Acts, also genau diese Verpflichtung zur ISO 15118, die wir eben schon angesprochen haben, die ab 2026 und 2027 greift. Und ISO 15118-20 ist wichtig, das auch zu erwähnen in dem Sinne. Genau, da sind wir bei den Versionen – genau, unterschiedlichen Versionen. Es gibt tatsächlich ISO 15118-2 und ISO 15118-
20. Das ist auch mal verwirrend, denke ich, und die sind natürlich auch nur bedingt kompatibel zueinander. Das kommt noch dazu. Das hat viel mit den Sicherheitsmechanismen zu tun. Also ein ganz bekannter Use-Case aus der ISO 15118-2 und aus der ISO 15118-20 ist ja das Thema Plug & Charge, also einstecken und losladen. Ich erkläre es immer so: das Tesla-Ladeerlebnis, nur halt überall und auch mit Nicht-Tesla-Fahrzeugen – was natürlich eben aufgrund der Vielzahl der Akteure deutlich komplizierter ist, als wenn ich das so wie Tesla nur im eigenen Netzwerk
machen muss, nicht mehr interoperabel. Und da geht es eben um Plug and Charge, und Plug and Charge hat eine Neuerung mit dabei. Da geht es um verschlüsselte Kommunikation. Und diese verschlüsselte Kommunikation ist natürlich sicherheitsrelevant. Dafür nutzen wir Zertifikate, und Zertifikate können natürlich auch unter gewissen Voraussetzungen durch Quantencomputer gehackt werden. Das wissen wir heute schon. Das heißt, wenn es mal flächendeckend Quantencomputer geben sollte, dann wird es wahrscheinlich da auch ein Sicherheitsproblem geben. Bis es flächendeckend Quantencomputer gibt, dauert es ja auch noch eine Weile. Und ob man
dann als erstes auf Plug-and-Charge-Zertifikate geht oder eher andere Themen angeht, auch das muss man nochmal diskutieren. Aber von der reinen Risikobewertung gibt es dann ein Risiko. Deswegen sehen wir, dass eben die -20 als neue Version einen höheren Verschlüsselungsgrad hat und sogar sogenannte Post-Quantum-Computing-Sicherheitsmechanismen anbietet, die noch komplizierter sind. Aber der große Nachteil ist, dass es eine fehlende Abwärtskompatibilität gibt, weswegen wir als Subject glauben – weil wir auch als einen relevanten Service ebenfalls Plug and Charge anbieten –, dass wahrscheinlich die Mehrzahl der Fahrzeuge in den nächsten Jahren
zumindest der PKWs auf Plug and Charge in der -2-Version weiterhin aufsetzen werden. Warum? Weil eben das Fahrzeug als auch die Ladestation genau das auch unterstützen können muss. Und dass wir -20 auch sehen werden, tendenziell aber eher bei Nutzfahrzeugen, elektrischen Nutzfahrzeugen, weil die elektrischen Nutzfahrzeuge jetzt erst in den Markt kommen. Das heißt, die haben eigentlich noch nicht Plug and Charge auf der -2-Version implementiert, und die gehen direkt auf die nächste Version, eben auf diese -20-Version. Und ich glaube, das bringt viel Klarheit. Jetzt
kann man sehr viel darüber diskutieren: Ist das alles zu schnell? Ist das alles zu anspruchsvoll? Und ich glaube, da sind auch gute Argumente dabei, die sagen, dass man das vielleicht ein bisschen langsamer angehen könnte. Auf der anderen Seite darf man aber nicht vergessen, dass europäische Regulierung etwas anders funktioniert als nationale Regulierung. Wenn du eine nationale Regulierung hast, dann musst du das umsetzen. Und wenn du dagegen verstößt, dann gibt es in der Regel eine Strafzahlung. Europäische Regulierung funktioniert etwas anders: Directives und Regulations. Genau. Es gibt
die Directives und Regulations. Die Regulations sind: sobald sie veröffentlicht sind, sind sie auch gültig im nationalen Recht. Aber es gibt diese Strafen nicht. Das heißt – ich formuliere das jetzt mal ein bisschen überspitzt –: Man muss erst vom Europäischen Gerichtshof verklagt werden, bis sich daraus sozusagen die Strafnotwendigkeit ableitet. Und ich glaube, es wird nicht so viele Unternehmen geben, die jemanden verklagen, weil man vielleicht die -20 nicht zum 01.01.2027 umgesetzt hat. Let's see. Aber, und das finde ich das Wichtige: Die EU hat
damit schon etwas sehr Wichtiges erreicht. Sie hat nämlich Investitionssicherheit erreicht. Weil bevor es diese regulatorische Vorgabe gab, gab es natürlich viele Diskussionen: Ist es Plug and Charge? Ist es Auto-Charge? Da gibt es ja ganz viele Konzepte. Und jetzt hat die EU gesagt: ISO 15118 ist der Weg nach vorne – bitte setzt das um, ihr habt jetzt einen Zeitraum. Meine persönliche Meinung ist, es wird wahrscheinlich keinen geben, der, wie gesagt, zum 02.01.2027 sagt: Du hast das jetzt nicht implementiert, deswegen kriegst du jetzt eine Strafe. Sondern
man hat natürlich bewusst auch einen Umsetzungszeitraum gewählt, der etwas Spielraum ermöglicht. Aber es gibt eine klare Vorgabe. Das heißt, alle Ausschreibungen, die aktuell stattfinden, sollten natürlich diese Vorgaben beinhalten. Und damit wird sich der Markt natürlich schon in diese Richtung entwickeln. Und ich glaube, das ist wichtig. Ich bin wirklich auch positiv überrascht, dass die EU da so starke Vorgaben gemacht hat. Und ich glaube, das wird uns als Industrie helfen, weil ansonsten – du kennst das selbst ja auch – verlieren wir uns ja häufig in diesen Diskussionen,
was jetzt eigentlich der bessere Standard ist. Und die Realität sagt eigentlich: Es gibt ja nicht den einen Standard, sondern es gibt ja ganz viele Standards, die irgendwie parallel zueinander existieren. Das ist ja eigentlich auch der Grund für diese Komplexität – zu viel über verschiedene Lösungen sprechen, ohne dass wir uns als Industrie auf eine Richtung einigen können. Und ist das dann auch nicht nur intelligentes Laden, sondern auch Bidirektionalität? Damit auch die -20: Diese Version ermöglicht auch V2G oder bidirektionales Laden. Es würde auch unter der -
zwei gehen, aber man muss sich ja ein bisschen von dem Standard wiederum entfernen. Und dann ist man wieder beim Thema: Wie stark vertraut man denn auf Standards? Aber die -20 gibt das schon ganz gut vor. Und deswegen glauben wir auch, dass ab diesem Zeitraum mehr Fahrzeuge kommen werden, die die -20 standardkonform umsetzen. Wichtig mitzunehmen ist, dass heute eben auch einige Fahrzeuge schon die -20 können, aber im proprietären Kontext. Das heißt, ich kann damit nicht an jeder Wallbox laden, sondern ich kann
eben damit nur an den vom Fahrzeughersteller zugelassenen Wallboxen bidirektional laden. Und ich glaube, das wird sich verändern, dass dann jede bidirektionale Wallbox genutzt werden kann, weil das ja der große Schritt ist. Ich möchte ja mir nicht eine neue Wallbox kaufen, nur weil ich mir ein neues Fahrzeug gekauft habe, sondern ich möchte eigentlich mein Equipment behalten. Und wenn mein neues Fahrzeug das kann, super. Aber dann will ich das relativ einfach behalten. Und ich glaube, diesen Weg werden wir jetzt langsam beschreiten.
können als Industrie aufgrund dieser regulatorischen Vorgaben. Und was ist deine Meinung zu DC versus AC bidirektionalem Laden? Hast du da irgendwelche Vorlieben? Oder denkst du, Pro und Con, was sich da entwickeln wird? Also, ich glaube, da ich – ich persönlich bin ja ein Freund davon, möglichst viel über technische Argumente zu lösen. Und es gibt für beide Varianten gute technische Argumente. Ich glaube aber, die Frage ist auch gekoppelt daran: Wo findet eigentlich bidirektionales Laden eher statt? Ist es eher
das Zuhause-Laden oder das Flottenladen? Das hattest du ja auch schon angesprochen. Findet überhaupt bidirektionales Laden im öffentlichen Raum statt? Macht das überhaupt Sinn? Ich glaube ja, das macht Sinn, tatsächlich. Aber unter anderen Rahmenbedingungen als zu Hause. Ich würde mich da ehrlich gesagt gar nicht so früh festlegen wollen, weil der Vorteil bei AC natürlich ist, dass es deutlich günstiger ist. Der Vorteil bei DC ist natürlich, dass es deutlich effizienter ist, weil ich nicht ständig umwandeln muss und damit nicht die Umwandlungsverluste habe. Aber natürlich,
ich habe mir auch schon länger überlegt, mir eine 11-kW-DC-Box zu Hause an die Wand zu schrauben, weil ich das einfach technisch spannend finde. Aber jetzt mal sehr schwarz-weiß ausgedrückt: 250 € versus 2.500 € ist halt schon ein Unterschied, plus noch die Installationskosten. Ich erinnere mich noch an den Prozess, bis ich meine AC-Box vor einigen Jahren an die Wand geschraubt bekommen habe. Das ist ja immer noch nicht ganz so hoch standardisiert. Und deswegen glaube ich, ich würde mich da
persönlich etwas offener zeigen und würde davon ausgehen, es wird beides geben. Und dann wird auch der Kunde ein Stück weit entscheiden, was er mehr nutzt. Ist es AC – tendenziell geringere Kosten, höhere Leistungsverluste – oder ist es dann DC – höhere Kosten, aber dafür weniger Verluste. Und ja, jetzt haben wir viel über Interoperabilität und die ganzen Herausforderungen gesprochen. Nehmen wir an, wir sind in der Zukunft und das alles ist gelöst, und es geht jetzt darum zu sagen: Wir haben das ideale System aufgebaut, mit
E-Fahrzeugen, die komplett eine tragende Säule des Energiesystems sind. Du hast schon ein paar Anwendungsfälle angedeutet: öffentliches Laden, Beweisladen. Wenn du da mal einen Umriss, eine Vision skizzieren könntest, wie das dann aussieht. Ja, und deswegen – ich bin auch ein großer Freund davon zu sagen, dass die regulatorischen Vorgaben nicht schnell genug und nicht gut genug sind. Was ich aber wirklich sagen muss, jetzt im Kontext von Smart- und bidirektionalem Laden: Ich sehe da sehr viele positive Highlights, also auch
Beispiele.
Der Entwurf von der Bundesnetzagentur fand ich persönlich sehr spannend, weil sie auch sehr weitreichend schon gedacht haben. Da fand ich eine Kennzahl sehr, sehr sprechend, wo man über die Kapazitäten gesprochen hat. Ich hoffe, ich bekomme jetzt die Einheiten richtig hin. Was war das? 17 GWh Kapazität gibt es heute schon zu Hause, versus 3 GWh, die durch industrielle Batteriespeicher bestehen. Ich glaube, das war das Verhältnis. 17 GWh – ja, das haut irgendwie hin. Und wenn man sich
das dann anschaut, zeigt es ja auch das Potenzial auf, dass wir diese Energiewende, die wir noch vor uns haben, eigentlich nur schaffen können, wenn wir einen guten Weg finden, die Zuhause-Speicher – nämlich die Fahrzeuge – da integrieren können. Gerade weil wir auch merken, dass die Abnutzung der Batterien durch bidirektionales Laden wahrscheinlich doch nicht so stark ausfällt wie immer vermutet. Wir lernen auch mehr und mehr durch die entsprechenden Versuche, dass die Batterien wahrscheinlich deutlich mehr aushalten als gedacht. Und
ich glaube, deswegen wird das genauso sein: Ich komme zukünftig nach Hause, ich schließe mein Auto an, mein Fahrzeug wird dem Energiemarkt zur Verfügung gestellt. Am nächsten Morgen fahre ich los, ich habe immer noch 70 % Batteriekapazität und komme wunderbar im Büro an oder wohin auch immer ich fahre. Und ich glaube, der große Unterschied zum Status quo wird sein, dass ich daran glaube, dass das Überall-Laden dann auch Realität sein wird. Das ist ja heute noch ein bisschen die Einschränkung, dass ich heute in der
Regel dezidiert zu Ladespots fahre, um zu laden. Und ich persönlich glaube, dieses zukünftige Energiesystem wird sehr stark davon geprägt sein, dass ich eigentlich überall da laden kann, wo ich hinfahre. Das heißt, wenn ich jetzt zu dir zum Podcast fahre, gibt es überall ganz viele Ladestationen, an die ich mich anschließen kann. Wenn ich ins Büro fahre, gibt es überall Ladestationen. Wenn ich irgendwo zum Einkaufen fahre. Das ist ja heute noch nicht der Fall. Es wird besser. Aber ich glaube, dieses Überall-
Laden wird eine ganz wichtige Komponente sein für dieses zukünftige System. Es wird viel mehr Ladestationen geben, noch deutlich mehr. Denkst du auch – eine Sache, die mich umgetrieben hat, als ich angefangen habe, mich mit dem ganzen Thema auseinanderzusetzen – dass es Ladestationen geben wird an jedem Parkplatz in der Stadt? Ist das realistisch, oder denkst du, es wird eher weniger am Straßenrand sein? Ja, also die Herausforderung ist ja immer: Überall Ladestationen aufzubauen ist relativ komplex, weil man
dann wieder sehr viele Akteure und Stakeholder berücksichtigen muss. Gerade im Grunde einen Raum – die Beispiele kennen wir ja alle. Ich glaube aber, dass das tatsächlich der sinnvollste Weg ist, weil wir dann andererseits natürlich schon auch weit die Schnellladehubs haben, aber eben gezielt an Mobilitätstrassen, an Autobahnen, an Verkehrsknotenpunkten. Und dass wir aber für alle anderen Ladevorgänge einfach relativ einfache, vielleicht sogar AC-Ladeinfrastruktur haben, weil wenn ich jetzt hier zwei Stunden parke, da brauche ich keine DC-Station, weil mein Akku eh
nach 30 Minuten vorgeladen ist. Aber mit einem langsam ladenden AC-Ladepunkt kann ich mich natürlich schon aufladen, kann aber gleichzeitig natürlich auch bei Bedarf Energie zurückgeben ins Stromnetz, wenn da irgendwo gerade ein Engpass besteht oder was auch immer. Und deswegen glaube ich schon, dass das eine wichtige Komponente sein wird, weil wenn wir weiterhin nur punktuelle Ladeinfrastruktur nutzen werden, dann wird genau dieser Integrationseffekt in das Energiewirtschaftssystem nicht stattfinden können. Wir kommen fast zum Ende. Das ging ja rasend schnell. Und ich merke, wir werden eine zweite Folge
aufnehmen müssen, weil ich so viele Themen nicht durchgehen konnte. Bevor wir auseinandergehen: noch mal, was treibt dich jetzt an? Dann können wir quasi in einem Jahr oder so noch mal eine zweite Folge machen. Was sind Themen, die jetzt für euch am meisten relevant sind? Ja, genau. Also wir haben jetzt Oktober 2025. Die große Frage ist natürlich, wie sieht 2026 aus, bezogen auf die Elektromobilität? Ich bin da positiv. Und man muss ja auch ganz klar sagen: wenn man sich das
diesjährige Wachstum anschaut – in Europa round about 17% zum heutigen Stand Zuwachs an Elektrofahrzeugen – ist das ja eine tolle Quote. Also welche Industrie wächst noch so stark? Auf der anderen Seite wissen wir natürlich auch, dass die Wahrnehmung generell eine eher etwas zurückhaltendere ist, was das Wachstum der Industrie anbelangt, weil wir eben gerade rund um das Thema Green Deal Targets aus Brüssel in den letzten Wochen natürlich nicht nur positive Nachrichten bekommen haben. Ja, leider. Also es gab ja die Ziele 2035: alle neu verkauften Fahrzeuge
müssen emissionsfrei sein. Und das wird jetzt ja noch mal neu diskutiert. Da sind wir wieder bei dem Thema Investitionssicherheit und Zukunftsorientierung, was wir eben schon angesprochen hatten. Ich hätte mir natürlich auch gewünscht, wenn wir an den Zielen festgehalten hätten, weil ich glaube schon auch, dass die Herausforderungen, die insbesondere viele Automobilhersteller und Zulieferer haben, ja nicht weniger werden, wenn man sich jetzt weiter auffächert und zerfasert, weil auch weiterhin viele Investitionen in die Elektromobilität notwendig sind, um den Massenmarkt zu erreichen. Und wenn man jetzt das
Signal gibt bezüglich der Technologieoffenheit, dann kann das eher dazu führen, dass man eben nicht die Investitionen in der notwendigen Höhe durchführt, sondern jetzt versucht, möglichst viele Investitionen auf möglichst viele Themen zu verteilen – den Fokus dabei verliert. Ganz genau. Und deswegen: wir schauen mal, was jetzt von der EU-Kommission letztendlich vorgeschlagen wird Ende des Jahres. Aber ich hätte mir schon gewünscht, dass wir da bei den Zielen festhalten, weil natürlich jetzt eine gewisse Unruhe, vielleicht auch eine gewisse Sorge gerade
auftritt, auch in der Industrie: wie geht denn jetzt eigentlich der Weg weiter? Wir wissen, dass viele Unternehmen auch noch sehr stark abhängig sind von Investoren. Und Investoren sind natürlich jetzt auch etwas zurückhaltender geworden, weil sie eben schon wissen – egal, was jetzt aus Brüssel kommt –, dass es wahrscheinlich nicht mehr ganz so schnell gehen wird mit dem Ramp-up der Elektrofahrzeuge. Und deswegen muss man, glaube ich, so ein bisschen schauen. Da überlegen wir auch gerade, was das für uns bedeutet, wie sich das nächste Jahr entwickelt.
Am Ende des Tages muss man ja auch sagen: das Ziel ist ja weiterhin das Gleiche, möglichst emissionsfreie Mobilität zu betreiben. Deswegen bin ich auch zuversichtlich, dass das weiterhin passiert. Nur die Frage ist aus einer unternehmerischen Perspektive: wie schnell geht das jetzt? Weil wir natürlich alle immer wieder auf diesen Hockey-Stick warten, der sich aber tatsächlich ja immer um ein Jahr oder um zwei Jahre verschiebt. Und jetzt verschiebt er sich wahrscheinlich wieder ein Stück weit. Und das ist natürlich gerade im
Kontext von Geschäftsmodellen, Business-Plänen und ähnlichem schon eine gewisse Herausforderung, weil all das, was wir eben besprochen haben – Standardisierung, Harmonisierung, Interoperabilität –, ja auch Investitionen erfordert. Und die müssen von der Industrie getragen werden. Da muss man natürlich einfach schauen, wie sich das auswirkt. Ansonsten freuen wir uns natürlich auf viele Neuerungen. Es sind wieder wahnsinnig viele spannende Fahrzeuge angekündigt fürs nächste Jahr. Wir sehen, dass viele Ladehersteller große Projekte vorantreiben. Und deswegen bin ich grundsätzlich positiv, sehe aber schon so ein bisschen
das mit Fragezeichen, wie das auch andere Marktteilnehmer sehen werden. Ich hoffe aber, dass wir diesen Wachstumspfad fortsetzen können. Ja, nur so ein kurzes Kommentar auch auf persönlicher Ebene: vor acht Jahren oder so, als ich das erste Mal Prognosen gesehen habe, wie viele Elektrofahrzeugmodelle es geben würde – da gab es ja nur den Nissan Leaf, das Tesla Model S und so weiter –, war es unvorstellbar, dass es Hunderte von Fahrzeugen geben würden in 2025. Das war so eine Zielgröße, ich glaube 500 Modelle bis 2025. Ich dachte
mir, wenn wir das erreichen. Ich glaube, das kann man schon mal positiv sagen, dass wir da einen richtig krassen Weg gegangen sind in den letzten Jahren. Und ich glaube, das, was noch fehlt, damit diese S-Kurve und dieses Exponentielle passiert, ist, dass wir ganz günstige Modelle haben. Und da sind wir jetzt eigentlich auch fast angekommen. Also dementsprechend bin ich auch optimistisch. Und zu guter Letzt, hast du eine letzte Nachricht für die Zuhörenden, und wie man euch am
besten erreicht? Genau, gerne immer über LinkedIn. Da sind wir immer gut erreichbar. Auch meine Kollegen sind da alle vertreten. Also wenn es dann nochmal Fragen gibt zu Details, was wir heute besprochen haben, sehr, sehr gerne. Und ansonsten bereiten wir natürlich auch wieder unsere Intercharge Network-Konferenz vor. Du warst auch dabei gewesen. Was ist das nochmal ganz kurz? Das ist ein Event, wo wir versuchen, bewusst einen Großteil der Industrie – am liebsten die ganze Industrie – zusammenzubringen, um eben genau über diese Themen auch gemeinsam zu diskutieren. Aber
ich glaube, nur gemeinsam können wir auch die Herausforderungen lösen. Und ich glaube, dieses Jahr war das sehr, sehr positiv wahrgenommen. Wir hatten über drei Tage hinweg über 8.000 Teilnehmer, also auch deutlich mehr als erwartet. Und es war sehr viel positive Aufbruchsstimmung zu spüren. Das war so mein Take-away von der Veranstaltung, dass es da sehr viel positive Energie gab. Sehr viele gute Ideen. Wie viele Start-ups jetzt auch langsam wieder in den Markt eintreten – das ist ja auch mal ein wichtiger Indikator, finde
ich. Wie viel Interesse gibt es da für Start-ups. Und wir bereiten jetzt schon die 2026er Variante vor. Also wer Ideen hat, welche Themen wir da diskutieren sollen, kommt da gerne auf uns zu, damit wir das in unseren Planungen berücksichtigen können. Prima. Dann vielen Dank für das Gespräch. Danke auch. Vielen Dank. Die wichtigsten Erkenntnisse von meinem Gespräch mit Christian: Standardisierung wird zum Taktgeber – ISO 15118 bringt Plug and Charge bis 2027 in die Breite, während Interoperabilität zwischen Fahrzeugen, Ladesäulen und Backends die zentrale Baustelle bleibt – von OCPP-Versionen bis
zu stabilen Update-Prozessen. Wertvoll ist Hubjects Testumgebung, die Kompatibilität und neue Use Cases prüft. Spannend fürs Energiesystem: In Elektroautos steckt bereits eine zweistellige Gigawattstunden-Speicherkapazität – ein echter Hebel für Lastmanagement und künftiges bidirektionales Laden. Europas Markt wächst solide, auch dank guter regulatorischer Änderungen wie der AFIR, auch wenn politische Unsicherheiten den Hochlauf bremsen können. Wer mehr über Hubject und die Branche erfahren möchte, sollte unbedingt zur von Hubject organisierten ICC kommen. Wenn die Episode geholfen hat: abonnieren, bewerten, weiterempfehlen – bis zur nächsten Folge.
Notities bij de aflevering
"Ein Vertrag, laden überall" – das ist Hubjects Versprechen: Christian Hahn, Managing Director, hat es in 15 Jahren vom Berliner Start-up zum globalen Marktplatz für 2.500 Betreiber in 70 Ländern gebaut. In dieser Folge spricht Claudio mit ihm über Interoperabilität als Rückgrat der Ladeinfrastruktur, warum AFIR und ISO 15118-20 den Durchbruch für Plug & Charge bringen, und wer am Ende das Laden steuert: OEM, CPO, DSO oder Energieversorger. Er erzählt, wie Hubject 2012 mit einem kleinen Team in Berlin startete und heute über 2.500 Ladeinfrastrukturbetreiber und E-Mobility-Provider in mehr als 70 Ländern verbindet. Gemeinsam sprechen wir darüber, warum Interoperabilität das Herzstück der Ladeinfrastruktur ist – und welche technischen, regulatorischen und wirtschaftlichen Herausforderungen noch zu meistern sind. Themen der Folge: - Von PwC-Berater zur Gründungsgeschichte von Hubject – und wie das Start-up die Branche geprägt hat - Parallelen zwischen Telekommunikation und E-Mobilität: Wie Roaming Laden überall möglich macht - Regulatorische Treiber: AFIR, ISO 15118-20 und Plug & Charge als Basis für Smart & Bidirektionales Laden - Komplexität des Ökosystems: Wer steuert das Laden – OEM, CPO, DSO oder Energieversorger? - Herausforderungen durch Software-Updates, Cyber Security und fehlende Standardisierung - AC vs. DC – warum beide Technologien im bidirektionalen Laden ihren Platz haben - Europas Rolle im globalen Wettbewerb: Regulierung, Investitionssicherheit und gemeinsames Handeln Christian gibt zudem Einblicke in Hubjects eigenes Interoperabilitäts-Testlabor, erklärt, warum ISO 15118-20 ein Meilenstein für die Industrie ist, und teilt seine Vision eines Energiesystems, in dem Fahrzeuge, Netze und Gebäude nahtlos zusammenarbeiten. Zum Schluss spricht er über die Intercharge Network Conference, die Hubject jährlich organisiert, um die Branche zusammenzubringen und die Zukunft der Elektromobilität gemeinsam zu gestalten.