Ep. 25: Johannes Pallasch von der NOW über Ladeinfrastruktur, Flotten und die Zukunft der Elektromobilität
Transcript
Opgeschoond op basis van een automatisch transcript. Vertalingen zijn automatisch gegenereerd en kunnen fouten bevatten.
Welkom bij de Smart Charge by RiDERgy Podcast. Dit is Claudio Geyken, oprichter en CEO van RiDERgy. Dit is uw show om alles te leren over energiemanagement en smart charging innovatie voor elektrische voertuigen en vloten.
Welkom bij Smart Charge. Vandaag te gast: Johannes Pallasch, woordvoerder en hoofd van de Nationale Leitstelle Ladeinfrastruktur onder het dak van de NOW GmbH – een van de centrale stemmen voor een betrouwbare, gebruikersvriendelijke laadinfrastructuur in Duitsland. Met Johannes kijken we naar zijn weg vanaf zijn entree in de mobiliteitssector tot de leitstelle, inclusief stations en inordeningen, onder andere Stuttgart, en de rol van NOW en Nationale Leitstelle in de Europese context. Welke internationale tegenhangers zijn er en wat kunnen we van elkaar leren? Inhoudelijk spannen we de boog van historische mijlpalen van de e-mobiliteit en zijn
visie op een duurzaam mobiliteitssysteem via vloottensperspectieven, logistiek, vakmannen etc. tot bereiken, laden, netaansluitingen, regelgeving en prijstransparantie. We spreken over reallaboratoria als innovatiemotor, het debat over het verbod op verbrandingsmotoren en de toekomst van autonoom rijden. Bovendien tools van de Nationale Leitstelle, kansen en werkpunten in het Duitse net, de rol van subsidies en smart grids, dynamische tarieven, intelligent laden en bidirectionele oplossingen – met een blik over de horizon: Duitsland versus andere landen en stadvergelijking. Koptelefoon op, laadtoestand controleren en we beginnen met Johannes Pallasch bij Smart Charge. Hallo, Johannes, fijn dat je
vandaag hier bent. Hoe gaat het met je? Uitstekend, dank je wel. Hoe was de reis? Je zei net dat je voor het eerst hier in de Königliche Porzellan-Manufaktur bent. Wat is je indruk? Ik ben echt onder de indruk. Deze hoek kende ik nog niet. Maar in Berlijn gebeurt dat regelmatig, dat je ergens naartoe gaat en denkt: Wow, dat bestaat ook nog in de stad. Coole locatie. Ja. Voordat we het onderwerp e-mobiliteit aansnijden – kun je de luisteraars meenemen? Hoe
ben je eigenlijk aan het onderwerp, NOW, Nationale Leitstelle, e-mobiliteit gekomen? Wat heb je tot nu toe gedaan en hoe was jouw verhaal? Nou, je zou bijna kunnen zeggen dat het me in de wieg is meegegeven. De bussen reden daar altijd al elektrisch, namelijk met bovenleidingen. Dat wil zeggen, ik zat altijd in de elektrische schoolbus – en dat al 30 jaar geleden. Maar later, toen ik klaar was met mijn studie, was de weg naar elektrische mobiliteit via Stuttgart 21.
Ik werkte bij de economische promotie in Stuttgart en had toen het idee: laten we Stuttgart 21 tot een demonstratiewerf voor elektrische toepassingen maken – elektrische graafmachines, elektrische kiepwagens etc., vooral destijds nog met brandstofcel. Het idee werd erg goed ontvangen, maar faalde omdat Stuttgart 21 geen euro duurder mocht worden. Maar ik zat in het onderwerp erin en had daardoor ook contact met NOW. NOW was toen kort daarna verantwoordelijk voor het programma Modelregio's voor het verkersministerium, en in de
modelregio's bedacht men destijds voor het eerst überhaupt elektrische auto's, zette ergens wat laadpalen neer en begon eigenlijk voor het eerst met het onderwerp. Daar was ik dan met het projectleidingsbureau verbonden en heb ook destijds de kandidatuurstelling ingediend. Dat was het tweede grote programma van de federale regering. En toen ben ik in 2012 van partij veranderd, weg uit de regio naar de federale regering, en ben bij NOW begonnen – destijds nog in een erg interessante positie die voor 50% met laadinfrastructuur bezig was en voor
50% met waterstoftankstations. En sindsdien ben ik hier in Berlijn en drijf het onderwerp laadinfrastructuur voort. En dieper in dit busverhaaltje – je zou kunnen zeggen dat je relatief vroeg in aanraking bent gekomen met e-mobiliteit. Wanneer was jouw eerste e-bustelevisie-ervaring? Mijn eerste e-buservaring ligt, zou ik zeggen, in 1984. Wow. Sinds 1984 rij ik e-bus. En wij Röhlingers werden altijd een beetje raar aangekeken, naar het motto: die met hun staafbus daar
– maar het had altijd al het voordeel dat het emissivrij is. Dat wil zeggen, de lucht was beter. En men heeft het onderwerp destijds zelfs uitgebreid. Dus in mijn jeugd was er nog een nieuwe lijn. En interessanterwijze kwam het onderwerp toen nog naar ons hier in NOW en het verkersministerium, omdat men een project had met de mooie naam BOB, vijf jaar geleden, waarin men dan ook de resterende trajecten op basis van batterijbussen heeft geëlektrificeerd. Dat
wil zeggen, men laadde daar waar de bovenleiding is en stapte dan quasi voor de zijlijnen over op batterij. En ik vind dat best cool: wanneer ik thuis ben en vaak de bus van het station naar mijn ouders neem, zit ik in zo'n bus en denk: dat was eens een subsidieprojekt – en nu rijdt die in de werkelijkheid, namelijk elke dag. En 1984 – was dat een subsidieprojekt? Nee, in 1984 was er geen subsidie. Het BOB-project, dat was een subsidieproject. Dat
is ongeveer vijf jaar geleden. 1984 – hoe is dat ontstaan? Dat was nog geen project. Dus de Solingers hadden toen een tram die elektrisch was, en zijn toen overgestapt. En ik weet niet waarom – of het kostenredenen waren. Ecologie kan het niet zijn geweest. Men heeft, geloof ik, gewoon op basis van de infrastructuur die voor de tram bestond, dan deze lijnen ingezet. En de bedrijfskosten waren, geloof ik, altijd al goedkoper. Interessant. En toen? Hoe
Bent u dan naar deze Stuttgartse ervaring gegaan? Hoe – voordat we zogezegd – dat was dan het eerste contactpunt, ook professioneel met e-mobiliteit. Wat was de beweegreden voor het project? Ja, ik had eigenlijk nooit met auto's te maken, behalve dan in mijn afstudeerwerk aan de universiteit. Ik heb over het automobielcluster in de noordelijke regio Leipzig geschreven, waar BMW en Porsche zitten, heb dat onderzocht en heb daar de clustereffecten geanalyseerd. En daardoor had ik dan de ingang in het autoonderwerp en ben ik natuurlijk naar Stuttgart gegaan
gekomen, waar het autoonderwerp zeer groot is. En dan vijf jaar in Stuttgart, maar dan naar de bondersregering. En dat was altijd mijn droom. Ik heb op een gegeven moment een stage in de Bondestag gedaan en zei: hier wil ik weer heen, hier wil ik terug. En dat is me gelukt. Ah ja. En Stuttgart 21 nog kort verdiept: hoe kijkt u naar dat onderwerp? Daar zijn veel emoties. Ja. Dus ik was toen ook live aanwezig, ook daar beneden in het park, toen er
daar een confrontatie was. Daar merkte je al hoe emotioneel het onderwerp is, maar ook hoe moeilijk het is om in Duitsland infrastructuur uit te voeren die inderdaad mogelijk een rechtvaardiging heeft. Dus ik zeg het zo: dat zijn projecten die een uitstraling hebben voor de komende 100 jaar, omdat je daar werkelijk structuren schept. Maar hoe sterk deze traagheid in Duitsland is, dingen zo te laten als ze zijn, niets meer te veranderen – dat vond ik al behoorlijk krass. Ja, dat is in ieder
geval een onderwerp. Misschien gaan we daar nog dieper op in. Voordat we naar de NOW gaan: u hebt in het voorgesprek ook kort vermeld dat u persoonlijk elektrisch rijdt en ook laadinfrastructuur exploiteert. Misschien kunt u dat voor de luisteraars nog aanvullen. Dat is eigenlijk ook een interessant gegeven. Ik heb altijd gezegd: wie zich bezighoudt met e-mobiliteit, moet ook elektrisch rijden. En logischerwijs bezit ik ook een e-auto van een grote Duitse fabrikant, maar met kleine batterij. Dit leidt ertoe dat je veel moet laden. Maar daarmee rijdt
men ook goed door Europa. Dus ik rij dit jaar ook weer op vakantie aan gene zijde van de Alpen, naar Italië, ben daar ook al mee geweest in Kroatië, Engeland en Denemarken. Dat werkt heel prima. En ik woon op zo'n grote boerderij met heel veel andere families en buren. En ik heb een laadpark met in totaal 17 laadpunten. Dat is mijn taak daar. Dus iedereen heeft daar zo zijn taak, en mijn taak is laden en parkeren – maar ook met het doel zoveel mogelijk mensen voor de e-auto
naar toe te brengen. En ik zou zeggen dat ik daar een goed percentage heb. We zijn nu al bij 6, 7 elektrische auto's en één elektrische buggy gekomen. Als dat zo doorgaat, zou ik zeggen dat we de vloot over 5 jaar hebben omgesteld. En bestuur je dat dan helemaal alleen? Ja. Is dat eigenlijk bijna een fulltime baan of een bijbaan? Nee, ik stoot op mijn grenzen wanneer er steeds meer voertuigen bijkomen en je dan geen goed backend hebt. Dus ik moet me daar binnenkort echt goed over nadenken
hoe ik dat werkelijk in grote schaal kan aanpakken. En de grootste uitdaging is eigenlijk altijd het aanlernen van deze chips. Dus ik heb zo'n systeem waarbij je elke chip aan elke laadpaal moet aanlernen. Dat is een beetje ingewikkeld. Goed, goed. En dan naar de NOW – voor degenen die misschien niet zo in de industrie zitten: Hoe is de NOW ontstaan, waar staat de NOW voor, en dan ook in relatie tot de Nationale Leitstelle? De NOW is destijds in het leven geroepen om het thema
waterstofcel in Duitsland vooruit te helpen, had als basis ook een subsidieprogramma dat ze begeleidt heeft en voor het ministerie coördineerde. En toen werd op zeker moment het thema elektrische mobiliteit daar ook bijgevoegd, dus zeg maar de coördinering van de modelregio's. In de NOW waren eigenlijk altijd al beide thema's thuis – dat heeft men alleen niet zo opgemerkt. En inmiddels is het werkelijk zo dat het batterij-elektrische thema ook het grotere is. Ik realiseerde me op zeker moment dat bij het thema laadinfrastructuur extreem veel werk aanvalt en dat je daar ook een instituut
binnen de federale regering nodig hebt waar heel veel deskundigheid is gehuisvest – eigenlijk waar die kennis dan voor alle afdelingen beschikbaar wordt gesteld, vooral maar ook voor het Bondsverkeersministerium, onze opdrachtgever – en dat daar een bepaalde noodzaak voor bestaat. En toen hebben we destijds – daarachter zat iemand van minister Scheuer – die hadden we benaderd, met diegene hebben we het idee gepresenteerd, en het sloeg aan als een bom. Die zeiden: Prima, dat willen we. En daarmee was het idee geboren dat er een Nationale Leitstelle Laadinfrastructuur is. Die is ondergebracht onder
het dak van de NOW. En ja, sinds die tijd zijn we nu vijfenhalf jaar onderweg. Ik zou zeggen dat we heel behoorlijk werk verrichten. We hebben altijd het standpunt gehad dat we absoluut werkzaamheid willen bereiken met wat we doen. Dus ofwel maken we tools die de mensen daarbuiten helpen – zeg maar de gemeenten – of we ondersteunen de Bondsrepubliek bij aanbestedingen. Maar we helpen ook met andere regelgevingsvragen. We helpen vooral ook altijd de Bondsrepubliek om te begrijpen: Wat is eigenlijk nu een fase, zoals een elektricien zou zeggen. Waar staan we nu? Waar hebben we problemen? Waar gaan we goed vooruit? En voor deze inschaling heeft het zin om ook eigen deskundigheid te hebben, want anders ben je altijd afhankelijk van anderen, dus ook van lobbyisten. En dan kunnen besluiten mogelijk ook anders uitvallen. Dat geeft zin.
En je hebt nu ook genoemd dat de NOW zich steeds meer naar elektrisch toe beweegt. Kun je dat ook nog eens uitleggen, hoe dat nu precies zit, hoeveel waterstof, hoeveel elektrische mobiliteit dan
in de constructen? In feite was het vanaf het begin eigenlijk al vijftig-vijftig, dat de helft van de mensen aan het batterij-elektrische onderwerp werkte. Maar er was natuurlijk intern altijd de houding: batterij is niche. Dat had toen zijn berechtigung, omdat batterijen nog niet zo ver waren en waterstof zeker een grotere reichwijdte kon aantonen. Maar dat is nu dramatisch veranderd, en we zien dat vooral het onderwerp batterij enorme sprongen heeft gemaakt. Dus de batterij-technologie, de laadcapaciteit – we bevinden ons in bereiken,
die we ons waarschijnlijk tien jaar geleden helemaal niet hadden kunnen voorstellen. En daarom ben ik ook nog steeds optimistisch dat we, als we nog eens tien jaar vooruit kijken, nog meer kunnen bereiken. Ja, en zijn er vergelijkbare organisaties zoals de NOW of de Nationale Leitstelle internationaal? Ja, we hebben een zuster, namelijk in Oostenrijk. Daar is ook een leitstelle, waarmee we regelmatig contact hebben. Verder zijn er vergelijkbare organisaties in China en Japan. Maar – en dat verblijdt ons altijd heel erg – dat zien we
als erkenning van ons werk. Het principe leitstelle wordt ook op Europees niveau geëist. Er zijn eigenlijk vorderingen die zeggen dat eigenlijk elk lidland zo'n soort leitstelle zou moeten hebben om het onderwerp laadinfrastructuur te coördineren. Waarom zou dat zin hebben? We leven in een gigantische transformatie, die in belangrijke mate wordt gekenmerkt door het feit dat we van de verbrandingsmotor naar de elektromotor gaan. En de daarvoor noodzakelijke infrastructuur moet natuurlijk ook op alle plaatsen dienovereenkomstig worden opgebouwd. En dat gebeurt niet vanzelf. We spreken van een ecosysteem
op dat moment, en daar een sterke partner bij hebben die verstand van zaken heeft, aan overheids kant, dat heeft eigenlijk altijd zin. En voordat we nu in de toekomst kijken, nog een stap terug in het verleden. Je hebt eigenlijk ook een neutraal blik op de marktomstandigheden en ontwikkelingen. Wat waren voor jou de mijlpalen in de geschiedenis van de e-mobiliteit, die nog heel jong is – of je kunt ook helemaal terugaan naar de negentiende eeuw. Waar wil je beginnen? De interessante vraag is eigenlijk,
hoe is dit allemaal eigenlijk begonnen met elektrische mobiliteit? Er was destijds het Konjunkturprogramm 2. En als ik het goed begrijp, heeft men destijds ongelooflijk veel geld gestoken in het afbreken van voertuigen. Er was de afwrakingspremie. En ergens had men, geloof ik, al een schuldgevoel, zou ik bijna zeggen. En het idee dat men daar ook iets innovatiefs tegenover moest stellen – zeg maar, dat je nu ook een weg moet aanleggen voor alternatieve aandrijvingen, die emissievrij of emissiearme zijn. En voor brandstofceltechnologie was er eigenlijk
al een programma, het zogenaamde NIP, en de NOW. En voor het thema batterij-auto's was er nog niets. En daarom heeft men de modelregio's uitgevonden. En dat was een goed subsidieprogramma, omdat men dan echt eerst de demonstratie heeft uitgeprobeerd en gekeken heeft: kan dit überhaupt functioneren? Zo'n living lab, een soort living lab. Precies. En daarna was er nog een programma. Dat waren de vitrines. En daardoor hebben we eigenlijk pas begrepen waar de uitdagingen liggen en dat dit functioneert. Maar men heeft dat
onderwerp eigenlijk heel vroeg iedereen bewust gemaakt. Daarom wrijf ik me een beetje in de ogen als er mensen zijn die nu zeggen dat ze voor het eerst in de industrie van elektrische mobiliteit horen, en dat dit een rottige transformatie is die op hen wacht. Ik zeg: mensen, dat weet eigenlijk iedereen die met open ogen door het land heeft gelopen – al tien jaar. De vraag is: wilde men het geloven of niet? En dat waren de grote stappen. En ik denk dat voor ons natuurlijk nog een erg groot
stap was dat er toen een masterplan van de Bondsregering was, waarbij men zich echt heel geconcentreerd heeft neergezet en heeft aangetoond wat eigenlijk moet worden afgewerkt, en waar ook de samenwerking van de departementen beter is geworden. En natuurlijk, duidelijk – de oprichting van de leitstelle was natuurlijk ook een booster, om nog heel andere activiteiten mogelijk te maken. Op bondsseaus en voor ons natuurlijk dan altijd de hoogtepunten, als we voor de staat subsidieprogramma's mogen ondersteunen, maar ook deze grote aanbestedingen, zoals bijvoorbeeld Deutschlandnetz, personenauto's in de regio en
op de snelweg, maar nu vooral ook de aanbesteding rond het thema vrachtwagen, omdat je daarmee eigenlijk al substantieel bepaalt hoe zo'n systeem aan het einde eruit ziet. Je houdt je natuurlijk aan alles wat ook op de markt is getest, maar je kunt op dat moment ook dingen voortbrengen. Eenvoudig voorbeeld: toen we destijds de subsidie voor openbare laadinfrastructuur hadden, hebben wij geëist dat ook roaming-mogelijkheid aanwezig moest zijn. Vond niet iedereen super – is vandaag de dag standaard.
En dat is al zo dat ook de Bondsoverheid in staat is door gerichte maatregelen innovatievelden te openen. En hoe begrijpen jullie jezelf qua taakomschrijving? Gaat het ook in de richting van mobiliteit, in de richting van schepen, in de richting van vliegtuigen? En wat is jouw visie? Krijgen we het voor elkaar? Dus e-vrachtwagens hebben we nu al aangepakt, dat het verrassend was dat ook dat nu met batterij-elektriciteit zal zijn – zeer waarschijnlijk. Hoe ziet het eruit met de anderen? Zijn er use cases waarbij
je ziet: oh, dan wordt het moeilijk? Of wordt het. Ja. Wat is jouw oplossing daarvoor? Het vervoerscentrum dekt in principe alles af wat op vier wielen of drie of twee rijdt en op een of andere manier in de openbare ruimte of ergens privé geladen moet worden. Maar natuurlijk zijn er toepassingen – spoorwegen, schepen, lucht – waarin we nu niet zitten. Maar daar zijn collega's die dat doen bij de NOW. En die hebben ook interessante banen. Ik heb een fantastische collega die het hele onderwerp scheepvaart aanpakt en daar ook
echt geweldige dingen doet. Daarom bieden wij in principe het hele scala aan ondersteuning. En inderdaad zijn er natuurlijk grote hefbomen om emissies te besparen als ik aan scheepvaart en luchtvaart denk. En die onderwerpen bestaan ook. Ja, interessant. En de e-vrachtwagens – dat is waarschijnlijk nu ook een van de onderwerpen die het meeste tijd of aandacht kost. Wat zijn er nog meer onderwerpen? Je hebt er al een paar genoemd. Als je het hele spectrum wilt hebben: wat houdt jou op dit moment het meest bezig,
of jullie? Nou, er zijn onderwerpen waar ik zou zeggen: dat loopt. De markt loopt. Er wordt geleverd. Er wordt opgebouwd. Daar hoeven we ons eigenlijk niet al te veel zorgen over te maken. Dat is vooral het onderwerp laden langs de routes. Daar zie ik een geweldig aanbod. Daarom ben ik totaal ontspannen als ik volgende week op vakantie ga. Ik heb me nog helemaal geen gedachten gemaakt waar ik laad, want ik weet: oké, dat kan ik een half uur van tevoren even checken. Dat werkt.
Vijf jaar geleden zou ik dat anders hebben gedaan. Waar we nog een uitdaging hebben is als ik in een appartementencomplex woon en daar laadinfrastructuur nodig heb. Daar heb je nu nog veel moeite mee als ik coördineren moet, juist ook met mijn buren, om daar op één lijn uit te komen. We hebben nu laadinfrastructuur nodig – dat is soms ook een kostenkwestie. En de grote uitdaging is dat we voor de mensen die op straat staan en daar moeten laden eigenlijk geen goed aanbod hebben. Dat betekent omgekeerd: het is ons nog niet
gelukt alle koopgroepen eigenlijk te activeren. Als we het over verkoopcijfers van elektrische mobiliteit hebben, die ik persoonlijk helemaal niet slecht vind – maar ik zeg ook: die kunnen nog beter. En wel als we dit use case straatlaadpunt consistenter zouden hebben aangepakt, want daar laten we ongeveer een derde tot een kwart van de potentiële kopers gewoon liggen. En die moeten we nu in de volgende stap aanzetten. Ja. Laten we dit onderwerp dan verdiepen. Ik ben ook erg benieuwd en maak me veel gedachten,
hoe we het probleem oplossen met de bevolking die geen eigen huis heeft of ook niet bij de werkgever kan laden – wat bij velen het geval is. Ik weet niet of je daar cijfers in je hoofd hebt, hoeveel we spreken van mensen die eigenlijk niet bij de werkgever en thuis kunnen laden. Hoeveel laadpunten hebben we eigenlijk nodig? Want er is altijd dit vraagstuk over bezettingsgraad. Er is al, geloof ik, 15 % – dat zegt men namelijk, dat de laadpunten gemiddeld – je had dat, ja, geloof ik zelfs
goed gepresenteerd – een bezetting van 15 %, eigenlijk niet zo veel per laadpunt. Dat betekent dat je eigenlijk zou zeggen dat er genoeg laadpunten zijn. Maar tegelijkertijd is er wel wat aan: als het laadpunt te ver weg is, is het ook niet realistisch dat je dat in het dagelijks leven als burger dan gebruikt. Hoe zie jij dat? Dat is inderdaad een zeer spannende vraag. Hoe kan het eigenlijk zijn dat er twee verschillende percepties zijn over het onderwerp laadinfrastructuur? Die ene die zegt: we hebben eigenlijk een totaal ondergebruikte
laadinfrastructuur, en eigenlijk is dat genoeg aanwezig, of eigenlijk zou iedereen tevreden moeten zijn. En dan hebben we daar buiten burgers die rondrijden en zich erover beklagen dat er te weinig is. En daarom moet je dieper graven. Het hangt enerzijds natuurlijk van de locatie af. We hebben laadinfrastructuur die erg goed wordt gevraagd. En we hebben ook laadinfrastructuur die soms helemaal niet wordt gevraagd, die gewoon op de verkeerde plek is gebouwd of die niet functioneert. Daarom moet je voorzichtig zijn met gemiddelden. Bezettingsgraad is
naar mijn mening een giftig getal, want het suggereert dat meer mogelijk is zonder aan te geven waar eigenlijk een grens ligt. Als ik zeg dat ik 15 of 20 % bezetting heb, zou iedereen denken: hoera, daar zijn toch nog 80 % vrij. Maar denk nu eens na: hoe beweegt de mens zich door het leven? De mensen komen niet gelijkmatig gedurende 24 uur naar de laadpaal, maar eigenlijk hebben we allemaal een erg vergelijkbaar profiel. Nachts slapen we,
dan staan we op. Dan gaan we ergens heen. Dan werken we en dan gaan we weer terug. En dan is er eten, goedenacht-verhaaltje en slapen. Dat betekent dat er ook een soort standaard lastprofiel is bij de gebruiker. Die bestaat natuurlijk. Nu zal iedereen nog een voorbeeld hebben waar dat anders is. Maar ik zeg het zo: de grote massa burgers gedraagt zich erg vergelijkbaar. Dat betekent dus dat iedereen in een vergelijkbaar tijdvenster wil laden. Dat betekent dus dat die gedachte dat ik die eigenlijk in heel ander uren kan zetten, die werkt eigenlijk niet.
en daarom zijn die 15 % dus – die moet je dringend in perspectief plaatsen. We weten dat er een glazen plafond is bij ongeveer 25 %, ruwweg gezegd. Dus de best gebruikte laadpalen liggen zo rond de 20 tot 30 %. Als je de top 5 % neemt, dan weten we: oké, daar is eigenlijk helemaal niets meer mogelijk. En dan moeten we eerlijk gezegd zeggen, moeten we 50 % tegenover 30 % zetten. En dan heb je een ordentelijke inordening.
Wat we nu in de volgende stap proberen, samen met de industrie, is te zeggen: wij willen ook een betere benutting. Natuurlijk. Hoe beter de verhouding laadinfrastructuur tot voertuigen, hoe goedkoper het economisch wordt. En we willen natuurlijk zien welk effect het eigenlijk heeft als we ook dynamische prijsstelling aanbieden. Dus als ik zeg: oké, ik probeer mijn benutting te verhogen door goedkopere prijzen – hoeveel procentpunten kun je daar nog uit halen? En dat is naar mijn mening iets wat nog onduidelijk is. Daar moeten we
nu aan gaan werken. Maar ook daar wil ik waarschuwen – ik zeg dat persoonlijk: ik zou 's nachts niet opstaan, alleen maar omdat het bijzonder goedkoop is, want ook ik ben als mens gebonden aan mijn ritmen. Ja, daar was er in Berlijn – wij zitten hier in Berlijn – ook onlangs de aankondiging dat de stad Berlijn die blokkeervergoeding vanaf een bepaald avondtijdstip heeft afgeschaft, wat helemaal zinvol is. Ja, dat is ook interessant. En daarom bijvoorbeeld, dat zou iets zijn waar ik
nu tegen zou zeggen, als ik het ministerie zou adviseren: ja, aardig en aardig. Maar het probleem doet zich eigenlijk voor bij de eindklant, wanneer hij zijn EMP-product gebruikt, dus zijn laadstroomcontract. In het laadstroomcontract worden de strafgeburen opgeroepen. Dat wil zeggen: bij mij worden soms strafgeburen opgeroepen, hoewel de exploitant van de laadinfrastructuur die helemaal niet eist. Dat is gratis meeliftgedrag dat hier is ontstaan – zo wil ik het noemen – wat een enorm probleem is. Dat is 100% marge voor de laadstroomaanbieder. En ik ken persoonlijk geen enkel geval waarbij
dat geld naar de CPO wordt overgemaakt, dus de exploitant van de laadinfrastructuur. Die heeft echter eigenlijk het probleem als iemand te lang staat. Daarom iets waar men dringend aan moet werken. Ik vind de stap van de Berlijnse collega echter wel goed om dat zo duidelijk te stellen, want dan kun je ook tegen je laadstroomaanbieders zeggen: wat is dit, mensen? Dat kan niet. Ja, dat klinkt zeker als truuk. Je kunt natuurlijk beoordelen – en dat vind ik ook een bijzonder interessante vraag – of de prijzen gerechtvaardigd
zijn, die hoge bij de openbare laadpunten, waar veel mensen over klagen dat ze niet zo laag worden als thuis. Je moet natuurlijk rekening houden met de aanschaffingskosten van de laadinfrastructuur en de exploitatie van een laadpuntexploitant – je kunt dan niet meer aannemen dat het dezelfde prijzen zijn als thuis. Maar wat is dan een realistische prijs? Hebben jullie dat ook gemodelleerd, op een bepaalde manier? Natuurlijk denken we erover na, en we hebben een erg goed inzicht in de kosten. En dat is de basis. Dus uiteindelijk, als
ik elk bedrijfseconomisch geval neem, eigenlijk – als ik een bierviltje neem, zou ik zeggen: oké, wat heb ik aan Capex? Wat heb ik aan Opex? Wat heb ik aan marge die ik moet behalen? En wat heb ik voor een afschrijvingsduur? Als ik dat neem en dat tegen een benutting optel, dan kan ik eigenlijk vrij goed berekenen welke opslag nodig is zodat mijn kosten – Capex, Opex, marge – zich amortiseren. Dat is een berekening die iedereen op een bierviltje kan doen. We doen dat ook zo. En
daardoor kom je natuurlijk vrij snel tot het inzicht: oké, wat zou gerechtvaardigd zijn en wat niet? Wat betekent dat er zeker nog ruimte naar beneden is, als je het zo wilt zeggen, grofweg? Of is de kritiek van burgers gerechtvaardigd, waarbij velen zeggen dat we te hoge prijzen betalen bij openbare laadpunten? We hebben een probleem. We hebben dat lang onderschat: dat heel veel mensen vandaag nog met de bedrijfswagen rondrijden en
gewoon een kaart hebben waarmee ze persoonlijk niet worden getroffen als het duur is – er wordt gewoon betaald. Dat wil zeggen dat er aan de klantenkant eigenlijk helemaal geen druk was. Natuurlijk zijn er stemmen op de markt, maar dat verandert nu: we hebben steeds meer mensen die niet uit het flottenwerk komen en een flottenkaart hebben, maar die zelf hun kaart voor zich houden en daarvoor betalen. En is er in jouw visie – nogmaals terug – voor burgers die geen laadpunt thuis hebben, zullen we
dan dus een visie hebben, die ik zou hebben, misschien om jou en de luisteraars ook weer mee te nemen. We praten ook veel over intelligente laadtechnologie. Ik ben energietechnicus en probeer het geheel systematisch te bekijken. Het ene is: ik begrijp de laadpuntexploitanten die hun benutting zo willen maximaliseren als ze kunnen. Er is echter natuurlijk op energiesysteemniveau de prikkel, als je het laadproces vertraagt en deze dynamische elektriciteitsprijzen hebt en dan bidirectioneel laden enzovoort. Voor deze systeemgerichte benadering zou het eigenlijk heel goed uitkomen als
er zoveel mogelijk laadpunten zijn en dat benutting niet de doorslaggevende optimalisatiefactor is, maar dat je dat op systeemniveau bekijkt. Er zijn, zoals je zegt, bepaalde beperkingen. Mensen zullen hun leefgedrag niet zo drastisch veranderen. Dat wil zeggen dat je het ergens kunt maximaliseren, maar tot 25%, zoals je zei. En dan gaat het eigenlijk om: hoe kunnen we het laden zoveel mogelijk uitstellen of bidirectioneel maken en daardoor als laadpuntexploitant geld verdienen? Hoe zie je
het hele onderwerp? Dus dat is iets wat we als branche veel te zelden bespreken: Welke bijdrage zouden we eigenlijk kunnen leveren in de context van het energiesysteem? Als we het over dynamische tarieven hebben, gaat het vooral om een geoptimaliseerde capaciteitsbenutting. Het gaat niet erom dat we ons tegen de energieopwekking optimaliseren. Dat werkt in andere systemen. Dat betekent dus dat waar ik snel laden heb, ik via prijzen de bezoeken zo verdeel dat ze eerder of later komen. Maar we hebben natuurlijk nog al die, zeg ik maar,
straatlaadpalen, maar ook de mensen die thuis staan of bij hun werkgever. Die staan daar erg lang. En die kunnen inderdaad erg flexibel laden en zijn in staat om eigenlijk op prijssignalen te wachten die zeggen: oké, het is nu juist erg goedkoop op de beurs, nu graag laden. Dat ontlast het systeem ook. En ik denk dat we dat nodig hebben – dat we deze prijssignalen uit de elektriciteitsmarkt ook tot de eindklant brengen. En dat is een discussie die we nu net hebben over het
vrachtverkeer met het doorleidingsmodel, waarbij we zeggen: op deze plaats willen we, omdat het gewoon zo grote batterijen zijn, ook op systeembijdrage denken. Wat we in de toekomst – als we nu gewoon tien jaar verder gaan – wat mijn visie zou zijn, als ik in zo'n buurt ben: dus eerst in een buurt zou het zo zijn dat ik te voet – en te voet betekent op voetafstand, laten we zeggen, dat is ongeveer 250 meter van mijn huis – ook een laadmogelijkheid heb. Ik kan deze laadmogelijkheid eigenlijk reserveren, omdat het niet alleen een
laadpunt is, maar altijd als netwerk wordt gedacht, en ik heb een hoge betrouwbaarheid dat ik ook werkelijk bij het laadpunt kan laden. En dan is hier vooral de vraag: hoe lukt het ons eigenlijk om ook aan de burgers die geen eigen zonnepaneleninstallatie op het dak hebben, toegang tot zonnepanelen te organiseren? Dus ik kan me ook voorstellen dat men zegt: oké, in de toekomst is dat mogelijk – ik ben ergens eigenaar van aandelen in een zonnepaneleninstallatie. Die staat maar helemaal niet thuis op het dak, maar die staat ergens
anders. Maar ik kan die stroom in mijn auto brengen. Dat zou een denkbare variant zijn. En ik denk dat we niet alleen het thema snelladen voor de buurtaanbiedingen nodig hebben, maar vooral ook het thema normaal laden, omdat de auto's gewoon lang staan. En zoals je eerder al zei, het heeft ook zin om veel auto's op het net te hebben. En je hebt het sleutelwoord doorleidingsmodel ook al genoemd. Waarom is dat zo belangrijk? Dat is nu juist een erg actueel onderwerp, zeker in de e-mobilitycontext. Maar ik denk
niet alleen. Precies. Dus dat is altijd erg belangrijk om vooraf te stellen: Ik persoonlijk heb helemaal geen voorkeur voor wat beter is of waar je fan van bent. Ik ben fan van één ding – dat is eerlijke concurrentie en level playing field. En wat we in het verleden hebben meegemaakt, is het volgende: dat veel exploitanten niet wilden dat burgers ad hoc laden. Dus kwam iemand naar Berlijn, legde ons uit: "Ad hoc laden, daar heeft niemand behoefte aan, niemand doet dat." Tegen welke prijs
hebt u dat dan ingesteld? U hebt ons een prijs genoemd, en het is twee keer zoveel. Dat is duidelijk, dat doet niemand. En vooral daar moeten we heen: We willen burgers keuzevrijheid geven – of ze nu ad hoc laden of met een rijstroomcontract laden. Dat is de werkplek bij de auto. En dat is erg belangrijk. Ik zie het doorsturen nu helemaal niet bij het onderwerp snelladen auto. Je moet je realiseren: Ik ga niet 's nachts naar de laadpaal rijden omdat er 's nachts veel wind waait,
niet 's nachts naar de laadpaal rijden. Het effect is daar, denk ik, niet aanwezig. Dat is anders – mogelijk bij wijkladen. Bij de vrachtwagen is het zo dat we niet alleen laadpunten voor tussendoor laden opbouwen, waar je driekwartier staat, maar ook voor de lange periodes die een chauffeur pauze moet nemen, dus acht tot tien uur. En daar heeft het zin als ik een vrachtwagen acht tot tien uur aan het net heb, om te kijken wanneer hij op systeemvriendelijke wijze kan laden. En daarvoor
moet ik het prijssignaal van de beurs doorsteken. En belangrijk is ook: We hebben gekeken wanneer vrachtwagens op de locaties staan. En dat is erg flexibel. Dat wil zeggen, daar komen 's ochtends al de eersten binnen die pauze moeten nemen. En daar komen 's middags nog meer en 's avonds nog meer. Dat wil zeggen, dat verspreidt zich ook erg goed over een dag. Dus ik heb daar eigenlijk een gigantische opslagfaciliteit onderweg, waar het dom zou zijn, stom zou zijn, als ik die
niet zou gebruiken. Dat wil zeggen, dat hebben we van plan: We zeggen, oké, er moet een derde toegangsvariante zijn – dit "Bring Your Own Power" of EMP plus. Maar of dat wordt gebruikt, hoe intensief dat wordt gebruikt en of dat nu het wondermiddel is aan het eind en prijzig veel goedkoper is, dat weten we niet. Één ding is wel duidelijk: We hebben eerlijke concurrentie tussen de drie verschillende toegangsvarianten. En is het zo dat het vandaag al mogelijk is – dus als ik nu een transportbedrijf ben
of vrachtwagenparkuitbater van een e-vrachtwagen, zou ik dat inderdaad vandaag al in Duitsland kunnen gebruiken, of moeten we nog wachten? Wat zijn de obstakels die nog op de weg liggen? Dus de toepassingsregel is er al. Er zijn eigenlijk geen. We hoeven niet meer op de Bundesnetzagentur te wachten of op welke wetten dan ook. Dat is eigenlijk allemaal er. Ik denk dat de toepassing, de implementatie hier in deze context nieuw is. Daarom moeten we natuurlijk ook voorzichtig kijken dat het iets is wat we ook moeten invoeren. Dus
Het zal niet allemaal in één keer daar zijn. Maar ik geloof dat dit een competentie zal zijn, ook op de markt, die verder gaat dan het vrachtwagennetwerk. En ik geloof dat het niet verkeerd is om je met dit onderwerp bezig te houden. Maar zoals gezegd, ik ben ook nog steeds een groot voorstander van – als we bij personenauto's blijven – om over ad-hoc laden te spreken. Volgende jaar komen we aan het punt dat alle openbare laadpunten moeten worden verbonden met het zogenaamde nationale toegangspunt. Dat wil zeggen, er zal
een platform zijn waar alle bezettingsstaten beschikbaar zijn. En ik kan dus zien waar een laadpaal is, of deze vrij is of niet – reserveren of niet reserveren. Maar ik kan ook de prijzen voor de ad-hoc-prijs opzoeken. Waarom is dat zo belangrijk? In het verleden heb ik deze informatie eigenlijk alleen via de app van mijn laadstroomaanbieder gekregen. Ze waren niet anders beschikbaar. Dat betekent dat als ik me in de wereld van elektrische mobiliteit wilde begeven, ik deze kaart nodig had. En in de toekomst kan ik deze gegevens in
mijn navigatiesysteem of ook altijd op mijn telefoon krijgen. En ik weet waar een locatie is en kan die ook gebruiken zonder contractbinding. Ik kan me voorstellen dat dit het ad-hoc laden aanzienlijk versterkt. We weten van grote supermarkten dat het percentage ad-hoc laden daar heel anders is. Dus daar is het ad-hoc laden qua prijsstelling zo aantrekkelijk vormgegeven dat mensen dit overwegend doen. En dat vind ik iets interessants: Als de prijsstelling klopt, gaan mensen naar het ad-hoc laden.
hoc-laden. En ad-hoc laden ook nog uit nieuwsgierigheid: Dit wordt via de AFIR-regelgeving Europees geregeld, zodat het ook op elk laadpunt – AC en DC, dus snelladen en langzaam laden – overal beschikbaar moet zijn. En in de AFIR ligt ook besloten dat het niet-discriminerend en eerlijk moet gaan tussen de prijzen. Dat wordt in de praktijk naar mijn mening niet helemaal zo nageleefd. Maar de AFIR heeft al de neiging om ervoor te zorgen dat wordt gezegd: Mensen, eigenlijk moeten jullie je prijzen al op een
zeer vergelijkbaar niveau bewegen. En dan wordt ad-hoc laden natuurlijk opeens interessant. En hoe kijk jij tegen het onderwerp bedrijfsvoertuigflotten aan? Dat is naar mijn mening ook een van de grootste hefbomen voor e-mobiliteit. Twee derde van de nieuwe e-voertuigen gaat naar bedrijfsvoertuigflotten. Zijn we daar op een goed spoor? Zijn er nog obstakels die jij ziet? Wat valt je nog in over het onderwerp bedrijfsvoertuigflotten? Ja, het is inderdaad zo dat er steeds minder mensen zijn die echt zelf een eerste auto kopen en daarvoor geld
neer zetten. Dat wil zeggen dat om elektrische auto's op de markt te brengen, dit natuurlijk een zeer belangrijke weg is via bedrijfsflotten en bedrijfsvoertuigen. En dat moet ons lukken.
Bovendien: De vloten die mij nog meer zorgen geven, zijn de heel grote, de vrachtwagenflotten – hoe we die kunnen elektrificeren. Ik had al gezegd dat we aan het laadnetwerk voor openbare laadinfrastructuur werken. Maar dat is heel belangrijk: We moeten ook overal in het depot laden. En daar hebben we gigantische taken. En dat is op zijn minst bewust opgenomen in de planning die we op de snelweg hebben gemaakt. Dus de behoefteplanning gaat uit van de basisaanname dat vrachtwagenszeggen, eigenlijk altijd voor 100
% geladen vertrekken. Deze basisaanname bereiken – dat zal een zware klus zijn. Hoe bedoel je dat – dat je ze tot 100 % krijgt? De vraag is: We denken in een cascadelogica. Hoeveel laadinfrastructuur moeten we bouwen? En we willen natuurlijk niet te veel bouwen. Dat wil zeggen, je zegt: oké, laadbehoeften die op een ander moment goedkoper op te lossen zijn, die moeten ook daar plaatsvinden. Dus een laadproces in het depot zal waarschijnlijk altijd goedkoper zijn dan op enig openbaar laadpunt.
omdat bepaalde vereisten eenvoudigweg vervallen. En daarom zeggen we in onze logica: OK, we willen dat ze daar ook overeenkomstig laden en idealiter volledig opgeladen vertrekken. Maar zoals gezegd, bij de depots zijn er gigantische taken. Wat mij zorgen baart, is dat de netaansluitingen meestal niet voor iedereen toereikend zijn. En dan heb je zo een bedrijventerrein. Als daar vijf logistieke bedrijven zijn, wordt mogelijk alleen de snelste aan het begin bediend en de rest gaat eraan voorbij. En dat kan niet. Kunnen we daar
wat meer in detail op ingaan, want jij bent thuis in wat typische netaansluitingscapaciteiten in zo'n bedrijventerrein zijn en wat daar realistisch is voor zo'n logistieke bedrijf, wat hij nu heeft en wat hij perspectivisch als netverbetering kan aanvragen bij de distributienetexploitant? Dat is natuurlijk inderdaad erg verschillend, omdat er natuurlijk ook bedrijfstoepassingen zijn die heel veel stroom nodig hebben, en er zijn die heel weinig nodig hebben. Maar als je kijkt wat een depot eigenlijk aan stroom nodig heeft – dus als ik naar
gewoon zo'n goederen-overslag depot kijk: Ik heb stroom nodig voor verlichting, ik heb stroom nodig om het rolluik op en neer te doen. Dat zijn niet de reuzenkasten, dat is geen schroot-pers. Misschien, als het een gekoeld depot is, dan nog wat meer vanwege de koeling. Maar de standaard-depots – laten we zeggen eentje dat gewoon alleen niet-gekoelde pakketten sorteer – daar is de behoefte niet hoog. Maar heb ik mogelijk 100 vrachtwagens aan de
Laadpalen staan. Als ik nu zeg: oké, op elke laadpaal moet een stekker zitten, dan kom ik ineens op aansluitingscapaciteiten uit die een exploitant van zo'n locatie nog nooit heeft gezien en gehoord. En die valt waarschijnlijk eerst even achterover. En dan hangt het natuurlijk ook af van hoe zo'n bedrijf in zijn geheel is aangesloten. En dat kan heel erg verschillend zijn. Dat hangt ook altijd samen met hoe het upstream netwerk is opgebouwd. Soms heb je geluk en zijn daar ook capaciteiten beschikbaar. Hoewel dat
natuurlijk altijd een momentopname is. Het kan ook zijn dat morgen ergens een groot batterijopslagsysteem of een datacentrum komt en de capaciteit weg is. En daarom is het heel erg belangrijk dat we hier vanaf het begin ook tegen de distributienetbeheerders transparant zijn over wat er op hen afkomt. En dat is eigenlijk een wezenlijke taak van ons, die ik geloof het minst bekend is. Als we ons allemaal erover beklagen dat distributienetbeheerders eigenlijk te traag zijn met de aansluitingen – die kunnen daar nu niet veel aan doen, omdat de
regels zijn zoals ze zijn, en de personeelsbezetting is ook vaak zoals die is. En als je dat probleem op wilt lossen, dan moet je de distributienetbeheerders ook de doorlooptijd geven die ze nodig hebben. Dus, als een distributienetbeheerder tegen me zegt dat hij tien jaar nodig heeft om ergens een hoogspanningslijn aan te leggen, dan kan ik niet tien jaar wachten en dan zeggen: ik wil nu een hoogspanning hebben – en dan is die er niet. Maar ik zou vandaag, met voldoende doorlooptijd, tegen hem moeten zeggen: luister, over tien jaar heb ik
daar een netwerkverbinding nodig. Dan krijgt hij dat voor elkaar. En dat is wat we doen: we plannen eigenlijk voor heel Duitsland de behoefte aan laadinfrastructuur en aan de capaciteiten die daarachter liggen, en geven deze gegevens aan de netbeheerders, zodat zij een beeld hebben van wat er op hen afkomt. Weet je, ik heb me ook lang afgevraagd wat de belangrijkste redenen zijn waarom het tot tien jaar kan duren, vooral bij de hoogspanningsaanvragen. Kun je daar nog eens in detail op ingaan? Dus, het is zeker niet dat
de graafmachine van de kipwagen rijdt, het gat graaft en weer dichtmaakt – dat is in een paar dagen klaar. Het is inderdaad deze hele planningsfase, alle afstemming, dat is extreem tijdintensief. En ik bedoel, daar zijn ook goede redenen voor. Je moet natuurlijk de verschillende belangen in het land met elkaar in evenwicht brengen, maar dat is heel tijdintensief. En ja, ik zou natuurlijk ook hopen dat we daar nog eens passende versnellingsmaatregelen krijgen, die dan ook werken voor dit gebied. Trefwoord: overriding public
interest, wat we hebben gedaan bij windkracht. Dat zou helpen om deze tijd met negen jaar of zo in te korten – met het probleem dat inmiddels voelt alles van overriding interest te zijn. Ik bedoel, daar moet je ook eerlijk over zijn. Uit ons oogpunt is natuurlijk het allerbelangrijkste onderwerp laadinfrastructuur. Voor anderen zijn het batterijopslagsystemen. Dan komt de volgende en zegt: ja, maar als we geen eigen datacentra hebben, kijken we uiteindelijk helemaal voor schut te staan. Enzovoort. Dat wil zeggen,
de distributienetbeheerders en transmissienetbeheerders worden natuurlijk geconfronteerd met een golf van aanvragen die ze moeilijk aankunnen. We moeten ze gewoon ondersteunen, zo goed als we kunnen. En dat is eigenlijk ons streven, door te zeggen: luister, mensen, we leggen jullie uit hoe het doelscenario voor 2030, 2035, 2040 eruitziet, zodat jullie vooral in de upstream netten de benodigde upgrades kunnen uitvoeren. Jullie ondersteunen ze vooral in een adviesfunctie. Hebben jullie ook een tool, of hoe kun je je dat precies voorstellen? Precies,
Ons toonaangevende tool aan die plaats is de Locatie-Tool. Daarmee doen we de behoefteplanning en berekenen dat ook. En het is inderdaad in de EnWG vastgelegd dat onze planningen ook moeten worden overgenomen. Dat wil zeggen, het is niet zomaar vrijwillig, maar het is een harde prestatie die we leveren en die dan ook moet worden gebruikt. Dat is natuurlijk, zoals gezegd, den weinigen bewust, maar laat ook zien dat de staat zeker intelligent kan handelen – in de zin van: ja, we hebben modellen en prognoses die helpen om de grote opgaven
die voor ons liggen, het hoofd te bieden. Een trefwoord: staat. Ik vind dat ook erg interessant, en ik geloof dat we op dat punt op elkaar lijken – en misschien eerder controversieel in Duitsland. Dat zou ik ook graag willen verdiepen: in hoeverre de staat gerechtigd is om bepaalde processen in te plannen, en in het bijzonder nu in het geval van infrastructuur, en hoeveel men de markt zijn gang mag laten gaan. Ik hoor eruit, en ik geloof dat ik jouw mening deel, dat de staat in bepaalde
aspecten zeker leidend moet optreden en verantwoordelijkheid moet nemen, in deze coördinerende functie. Hoe kijk jij op dat onderwerp – niet alleen beperkt tot e-mobiliteit, maar dat de staat niet alleen een laissez-faire-mentaliteit heeft, de markt regelt alles wel, maar daar ook leiding in moet nemen? Ik geloof dat er een evenwichtige verhouding nodig is tussen staat en bedrijfsleven aan die plaats. Er zijn – en dat is volledig bewust – veel dingen die het bedrijfsleven beter kan. Maar er zijn ook dingen die de staat beter
kan, of waar je misschien meer in het belang van burgers optreedt. En ik geloof dat je je daar altijd heel eerlijk over moet maken, wat in elk geval de belangenverhouding is. Ik geloof dat de staat vooral bij het onderwerp infrastructuur natuurlijk altijd een sterke bijdrage heeft, maar de staat zou bijvoorbeeld niet beter zijn in het zelf opbouwen en exploiteren van laadinfrastructuur. Ik herinner me een gesprek van tien jaar geleden met een Bondsdaglid, die zei: „Meneer Pallasch, dat moet u toch allemaal doen." Ik zei: „Hemelsnaam,
Hemel, heel eerlijk gezegd, als wij hier iets willen bereiken – wij als staatsinstellingen zouden daar niet toe in staat zijn, omdat wij het tempo niet kunnen opbrengen, want wij hebben heel andere regels om landwijd laadinfrastructuur op te bouwen en te exploiteren." Dit is een industrietaak. Maar bij de vraag hoe de randvoorwaarden zijn en hoe zo'n totaalsysteem moet functioneren, hoe wij ervoor kunnen zorgen dat het voor de burgers eerlijk toegaat, of hoe wij voor eenheid kunnen zorgen – daar hebben wij zeker nog een rol.
En dan zijn er natuurlijk nog speciale onderwerpen, zoals nu bij de aanbesteding voor vrachtwagens. Daar heeft de bond de terreinen, en dan zit men ook weer in een ander soort rol. Als men zelf terreineigenaar is, moet men met deze terreinen verantwoord omgaan, omdat ik niet zomaar iedereen de terreinen kan geven, maar het moet een schoon proces zijn. Bij het onderwerp e-mobiliteitsstrategie, als men zich nu vooral China aanschouwt en dan de Verenigde Staten – om maar heel concrete uitersten te noemen – liggen Duitsland en de EU ergens daar tussenin.
China: vijfjaarsplannen, heel duidelijke strategie pro elektrische mobiliteit. Het plan heeft natuurlijk bepaalde negatieve aspecten als men naar de markt kijkt, maar toch een heel duidelijke lijn pro e-mobiliteit en enorme registratiecijfers wat elektrische mobiliteit betreft. En dan de Verenigde Staten: nu juist een nieuwe regering, en plotseling "Drill, Baby, Drill" – en dan gaat het alleen nog maar om geen e-voertuig-invoer toe te laten. De leidende regering gelooft er niet in. Hier heb ik het gevoel dat wij ergens tussenin rijden. Rijden wij de juiste
weg? Zouden wij iets moeten aanpassen – eerder in de richting van China, of alles zoals tot nu toe? Soms heb je een beetje de indruk dat ons de moed ontbreekt om echt een sprong te maken. Een halve sprong kan behoorlijk pijnlijk worden. Bedrijfspolitiek gezien is naar mijn mening voor iedereen duidelijk die zich met het onderwerp bezighoudt: het geld van morgen wordt niet met de producten van gisteren verdiend. Dat is eigenlijk voor iedereen duidelijk. En daarom is natuurlijk wel de vraag met welke intensiteit en met
welke snelheid men in deze nieuwe markten stapt. Iedere auto die ik in deze nieuwe markt meer verkoop, verkoop ik in een oude markt minder – en dat is natuurlijk nog steeds een uitdaging. Wij betogen heel vaak nog steeds met vlootgrenswaarden, dat wij zeggen: "Ja, daarom moeten wij dat eigenlijk via vlootgrenswaarden afdwingen." Ik wens mij vaak dat wij eigenlijk heel anders denken: "Luister, mensen, wij moeten het iPhone-moment uit de elektrische auto naar buiten halen." In
op dit moment, waar mensen zeggen: "Ik wil dit ding hebben. Mijn buur heeft het, ik wil het hebben, en iedereen anders ook." Dan moeten we daar komen, want dan verkoopt het ding zich vanzelf. Wat is daarvoor nodig? Aan de CapEx-kant mag zo'n e-auto natuurlijk niet veel duurder zijn, en bij de bedrijfskosten – dus laadkosten – mag het ook niet duurder zijn. En ik denk dat ook deze functionaliteit heel belangrijk is. Daarom ben
ik net zo enthousiast als iedereen over het onderwerp bidirectioneel laden. Dat is eigenlijk de eerste functionaliteit die de e-auto van de klassieke verbrandingsmotor onderscheidt, omdat de rest min of meer identiek is. Behalve bij de actieradius hebben we een beetje meer problemen, zou ik zeggen, dus onvoldoende bereik. Ik heb het laadthema. Maar de e-auto kan iets wat de verbrandingsmotor niet kan. En dat is eigenlijk een spaarpot of geldkip, hoe je het ook wilt noemen – dat je hem echt in het energiesysteem aansluit.
En ik denk dat mensen daar echt veel plezier in kunnen hebben. Je ziet al die mensen met hun app, wanneer zij zien hoeveel pv-uren zij hebben geladen, en ik denk dat het economisch aantrekkelijk wordt. Laten we in detail gaan over het onderwerp bidi, want het gaat ook om goedkoop laden. Hoe wij daar naar kijken: bij de verbrandingsmotor kon je misschien hier en daar een paar cent
op een ander moment van de dag besparen, of een tankstation dat goedkoper was. Maar nu bij stroom heb je zoveel meer hefbomen – al bij het laden en dan perspectivisch bij bidirectioneel laden. Er was onlangs deze grote aankondiging van Octopus en BYD, die enorm veel golven heeft geslagen. Met 300 pond in het Verenigd Koninkrijk kun je nu, als je bidi doet en zo voorts en Octopus het toestaat, gratis rijden. Wanneer komt dat in Duitsland, volgens jouw inzicht? Dat is zeker ook voor mij een iPhone-
moment, respectievelijk een Xiaomi-moment, omdat Apple zijn e-auto eigenlijk niet heeft gebracht en Xiaomi, dat is de Apple van China, het al heeft gebracht. Ik zie dat collega's op het ministerie van Economische Zaken daar ook veel activiteit aan besteden. Wij ondersteunen dat ook. We hebben destijds als regelcentrale ook het basisrapport daarvoor opgesteld, om überhaupt in kaart te brengen waar er nog werkplekken zijn en waar niet. Ik heb dat gelezen. Was erg goed, kan ik van harte aanbevelen. Dat heeft destijds onze raad van advies gedaan. De arme collega's, die moesten – ik heb me
bijna een beetje geschaamd, omdat ik in vakantie was en de raad van advies van de regelcentrale zat daar aan het ding te werken. Maar dat hebben zij uitmuntend gedaan. Ik hoop dat iedereen ervan inziet dat wij dit onderwerp volgas moeten aanpakken, omdat we zien dat anderen het nu al doen. En we mogen ons nu niet verspreiden en zeggen, we moeten nog het laatste detail uitklaren. Ik denk dat we ook de moed moeten hebben om hiermee nu snel op de markt te gaan
met een robuuste oplossing, en dat is duidelijk: in de toekomst moet elk voertuig dat kunnen, dus dat is gewoon de stand van de techniek. Elk voertuig kan dit software-matig. Mij ligt nog iets op het hart dat te weinig aan bod komt. We hebben eindeloos veel uren erover gesproken hoe de interfaces eruitzien, hoe de processen verlopen en enzovoort. Maar één ding hebben we niet opgehelderd: hoe moet de mens zich eigenlijk met zijn auto daartoe verhouden? En daar komen we op het volgende
interessante punt: als ik daarvan wil profiteren – dus de arbitrage tussen "ik kan goedkoop mijn PV-stroom gebruiken en dan 's avonds een duur kilowattuur vervangen" – als ik dat potentieel wil benutten, dan moet de auto op het juiste moment aangesloten zijn, dus wanneer PV-stroom goedkoop wordt opgewekt. Maar dat staat niet noodzakelijk thuis. De auto staat meestal ergens anders. En dan is de vraag: hoe komt mijn stroom eigenlijk bij mijn werkgever? Dan ben ik weer
bij het onderwerp doorleiding. En daar is onlangs ook groen licht voor gegeven, zodat dat ook in deze context overwogen kan worden. Er was een uitspraak, dus daar spreekt nu niets meer tegen. En ik zie daar al het potentieel in. De experts die zich ermee bezighouden, zeggen tegenwoordig: doorleiding zal een belangrijke basis voor bidirectioneel laden zijn. Dat is, denk ik, nog veel te weinig besproken en opgemerkt. Helemaal. Daar praten we ook over complexiteiten. Ik weet niet hoe je daar ook in detail
in zit en hoe je doorleiding ook kunt toepassen. Maar alle complexiteiten van bidirectioneel laden zijn enerzijds deze bedrijfsmodel-aspecten en de regelgeving-hindernissen: doorleidingsmodel – is dat mogelijk, ja of nee? Belastingaspecten, dus dit soort problematiek. Dan de IT-zware aspecten die daaraan vasthangen. En dan natuurlijk de gebruiker – die moet ook weten: hoe gaat hij daarmee om? Nu kan ik bidirectioneel laden, of nu moet ik snel weg en zo snel mogelijk laden. En dan natuurlijk alle elektrotechnische
aspecten: is het laadpunt in staat om stroom in de andere richting door te geleiden – AC of DC enzovoort? Dus daar is wel het een en ander. Waar zie jij de grootste hindernissen in deze opzet? En hoe snel zie jij dat we dit in Duitsland ook echt vrijgeven? In de opsomming ontbrak één acteur. Dat is de netbeheerder. Die moeten we vooral meenemen en bereiken, in de zin dat: die heeft
de zekerheid nodig dat door deze functionaliteit de stabiliteit van het elektriciteitsnet niet in gevaar komt. En het hardste geval dat je je kunt voorstellen, is: er is een prijssignaal en je kunt met het terugvoeren van stroom geld verdienen. Nu moet je je voorstellen dat iedereen dat doet. Je hebt een straat, iedereen heeft een e-auto, allemaal doen het tegelijk – iedereen voert daar ergens 11 kW in het net. Dan heb ik natuurlijk een probleem als dat niet gestuurd kan worden, en daarom
is het absoluut gerechtvaardigd dat netbeheerders daar ook hun bezwaren inbrengen. Maar ik geloof dat men daar inmiddels goede oplossingen voor heeft. En ik denk dat in de volgende stap ook nog duidelijkheid nodig is over hoe je dat relatief eenvoudig ook implementeert, dus goedkope wallboxen die dat mogelijk maken. En dat zal ook een spannende vraag zijn. We hebben zoveel actoren daarbuiten. Die doen dit niet uit pure mensenlievigheid, die willen er ook mee geld mee verdienen. En dat zal
spannend zijn om te zien hoe deze bedrijfsmodellen eruitzien, wat zich doorzet en wat niet. Maar ik geloof, en dat is voor mij het interessantste geval: voor mij is het niet zo spannend dat ik nu enige systeemdienstverlenng richting het net aanbied, maar het is eigenlijk deze optimalisatie thuis. Dit idee: ik heb mijn auto daar buiten staan. En daarmee voorzien ik mezelf. Nu is het donker, mijn sauna loopt, de pizzoven loopt al, en overal
brandt ook licht, en iemand hangt nog al zijn apparaten aan. Dan wordt het leuk. En als ik dan ook nog merk: oké, ik heb dit eigenlijk overdag zelf gegenereerd en kan het 's avonds zelf gebruiken – dan denk ik dat daar een verhaal uit wordt. Ja. En zijn er nog andere onderwerpen waarvan je denkt dat het innovaties zijn die gaan komen, die je vreugde en optimisme geven voor de e-mobiliteit? Er is nog een groot onderwerp aan de horizon dat we steeds meer in het oog houden: het onderwerp
autonoom rijden – misschien zelfs sterker aan de vrachtwagenkant, omdat dat natuurlijk een heel ander vraagstuk met zich meebrengt. Dus als bijvoorbeeld auto's autonoom zouden rijden bij personenauto's, dan zou dat wat ik bij de straaatlader heb genoemd – die voetafstand van 250 meter – helemaal niet meer relevant zijn. Dan zou ik zeggen: die kan rijden waar hij wil. Belangrijk is dat hij op het juiste moment weer voor de deur staat. Ja. En daar is eigenlijk volledig onduidelijk hoe de wereld in de toekomst eruit zal zien.
Maar het heeft natuurlijk een enorme impact op de planning van de laadinfrastructuur. Waarom is het zo belangrijk om daar over na te denken? Wat we in de grond aanleggen, de netaansluitingen – die leggen we eigenlijk voor 50 jaar aan. En dan merk je: oké, als we na 10 jaar merken dat de wereld met autonoom rijden heel anders eruitziet, dan heb je natuurlijk al verkeerde investeringen gedaan. Dat moet je in het oog houden. Dat zijn zulke grote dingen die aankomen. Overigens zien we met spanning hoe de technologie zich ontwikkelt
zelf verder ontwikkeld, dus ik spreek over de efficiëntie, maar ook de batterijgroottes en het vermogen van batterijen, solid-state batterijen en dergelijke. We verwachten daar ook nog innovaties. En in principe – en dat is, geloof ik, een heel belangrijk bericht – is dit een onderwerp dat je voor elkaar krijgt. Het is niet zo dat je zegt, dit is een volledig onopgelost vraagstuk zoals bij kernfusie, maar eigenlijk is alles er al. Het gaat er nu om dit zo in te richten dat het uiteindelijk bij de klant functioneert. En daar ben ik optimistisch
dingen. Ja. En over het onderwerp autonoom rijden: Wat denk je? Hoe zal er worden geladen? Er zijn verschillende concepten. Als geen bestuurder de kabel in de wallbox kan steken, zal er batterijwisselstations geven? Zullen er robotarmen zijn? Zal het een dienst van ondernemers zijn die werknemers hebben die dat voor je doen? Heel spannende vraag. We zien vandaag al – en dat werkt – tankrobotica of laadrobotica, dat het geautomatiseerd gebeurt. Maar het zou ook kunnen zijn dat je op het punt
komt waar je sterker over inductief laden nadenkt. Ja, inductief was ik vergeten. Ook. Dat men dit als argument voor verwisselbare batterijen kan nemen, zie ik niet helemaal. Maar natuurlijk moet je deze vraag beantwoorden. En we weten het vandaag niet. Ja, het blijft spannend. En bij het onderwerp autonoom rijden zie je ook dat Duitsland met de VW-ID-chef recent veel koppelingen heeft gegenereerd. Daar gaat het ook snel vooruit. Niet alleen van Elon Musk
en Tesla, die groot aankondigen en soms niet altijd leveren, maar ook anderen. Dus het is in ieder geval al daar. Je zou je zeker al moeten voorbereiden op de verandering. Precies. Dus in mijn laatste vakantie was ik in Beieren. Op de terugweg ben ik over het testterrein aan de snelweg gereden. Mijn familie keek me telkens scheef aan, omdat ik opgewonden riep: Kijk daar! En het was inderdaad een Idi-bus, autonoom rijdend. En
dat was al indrukwekkend als je bedenkt: De A9 zit dicht in het verkeer. En dan heb je ertussenin een voertuig waarvan je weet, oké, daar zit eigenlijk geen actieve bestuurder meer zo. Ja, ik geloof dat we altijd erg optimistisch waren hoe snel dat zou kunnen komen. Nu heb je wat minder optimisme. Maar ik geloof dat het zijn berechtigung heeft. Vooral als ik me voorstel hoe ik ÖPNV in het platteland zou kunnen organiseren op basis van dergelijke systemen. Ik zou veel problemen
kunnen oplossen als het onderwerp autonoom rijden er zou zijn. En tot slot: Wat kunnen we van andere regio's, landen of steden leren – hier in Berlijn of in Duitsland? Wat zijn spannende situaties elders? Mijn favoriete land hier zijn de Nederlanders. Van hen hebben we veel dingen afgekeken. Met name dat het zinvol is om een overkoepelende behoefteplanning te hebben. Dat doen allemaal in Amsterdam of in andere steden. Daar heeft de gemeente of de staat
gewoon ook een plan in de zin van, die weet wat je eigenlijk nodig hebt. En dan laat je dat uiteindelijk door de industrie bouwen en kijk je hoe je dat voor elkaar krijgt. Wat ze ook hebben. En dat is anders dan onze aanbesteding hier in Duitsland, dat zij hebben erkend: Het helpt niet als ik altijd alleen de eerste inzet doe en daarna bekommert niemand zich erover, maar ik heb een systeem nodig dat meegroeidt. En dat hebben de collega's in Utrecht erg goed gedaan. Dat
is trouwens ook het voorbeeld voor de snelweg bij de vrachtwagens, dat we zeggen, er zijn KPI's die ons aantonen wanneer zo'n infrastructuur volloopt, en dat we op tijd dan de verdere uitbouw in gang zetten. Dus zou ik zeggen, als men naar een reiservaring vraagt: Amsterdam, Utrecht. Nou ja, spannend. Nou dan, als de luisteraars meer willen weten over alle activiteiten, over jou – wat zou je hen nog als advies geven? En misschien heb je ook een laatste boodschap die je kwijt wilt. Dat is natuurlijk altijd die van het commandocentrum
volgen op LinkedIn of ook op onze website de tools bekijken. Anders bieden we ook een portfolio aan van evenementen, binnenkort op 20 november de Gliscon, die erg groot is. En ik heb altijd een verzoek aan alle collega's in de branche: echt nog even voor ogen houden – dit gebruikersperspectief. En dat is iets: Wat is er nodig om de burgers ervan te overtuigen een e-auto te kopen? En daar je nog bewust van maken: wat nu aan het begin heeft gewerkt, bij de
early adopters is nog niet wat we voor de massamarkt nodig hebben. Ik geloof dat we dat denkpatroon nog in elk hoofd moeten krijgen, dat we zeggen: oké, massamarkt is nog iets anders. Dat is iets eisends. En dat moeten we ook onszelf op de agenda schrijven. Maar ik ben goed gezind, we zullen het voor elkaar krijgen. Ja, ik kan "Crossing the Chasm" als boek ook aanbevelen, dat precies probeert deze vraag te beantwoorden. Dat ligt thuis ook ergens in de gang bij mij. Ja. Dan bedank ik je voor je tijd
en je gedachten. En tot ziens. Dank je wel.
En dat was de aflevering met Johannes Ballasch van het Nationale Commandocentrum. Vandaag hebben we gezien hoe passie echte impact kan creëren – of het nu bij het eigen laadpark thuis is of in een coördinerende rol die strategie en visie samenbrengt, van het bedrijfsleven naar de staat. Bijzonder spannend was ook hoe gemeenten met behulp van locatietools en het delen van best practices elektromobiliteit vooruitbrengen. En de uitwisseling met internationale organisaties uit Nederland en Oostenrijk laat nog eens zien: We zijn onderdeel van een beweging die over grenzen heen denkt en handelt.
Precies deze impulsen maken zin om de verandering verder actief mee in te richten. Dus graag delen, abonneren en tot volgende keer.
Welcome to the Smart Charge by RiDERgy Podcast. This is Claudio Geyken, founder and CEO of RiDERgy. This is your show to learn about all things energy management and smart charging innovation for electric vehicles and fleets.
Willkommen bei Smart Charge. Heute zu Gast: Johannes Pallasch, Sprecher und Leiter der Nationalen Leitstelle Ladeinfrastruktur unter dem Dach der NOW GmbH – eine der zentralen Stimmen für eine verlässliche, nutzerfreundliche Ladeinfrastruktur in Deutschland. Mit Johannes blicken wir auf seinen Weg vom Einstieg in die Mobilitätswelt bis zur Leitstelle, inklusive Stationen und Einordnungen, unter anderem Stuttgart, und auf die Rolle von NOW und Nationaler Leitstelle im europäischen Kontext. Welche internationalen Pendants gibt es und was können wir voneinander lernen? Inhaltlich spannen wir den Bogen von historischen Meilensteinen der E-Mobilität und seiner
Vision eines nachhaltigen Mobilitätssystems über Flottenperspektiven, Logistik, Handwerker etc. bis hin zu Reichweiten, Laden, Netzanschluss, Regulatorik und Preistransparenz. Wir sprechen über Reallabore als Innovationsmotor, die Debatte zum Verbrenner-Aus und die Zukunft des autonomen Fahrens. Außerdem Tools der Nationalen Leitstelle, Chancen und Baustellen im deutschen Netz, die Rolle von Förderung sowie Smart Grids, dynamische Tarife, intelligentes Laden und bidirektionale Lösungen – mit dem Blick über den Tellerrand: Deutschland versus andere Länder und Städtevergleich. Kopfhörer auf, Ladezustand checken und los geht's mit Johannes Pallasch bei Smart Charge. Hallo, Johannes, schön, dass
du heute da bist. Wie geht's dir? Wunderbar, vielen Dank. Wie war die Anreise? Du hast gerade gesagt, du warst zum ersten Mal hier in der Königlichen Porzellan-Manufaktur. Wie ist dein Eindruck? Ich bin echt beeindruckt. Die Ecke kannte ich noch nicht. Aber das passiert in Berlin ja häufiger, dass man irgendwo hinkommt und denkt: Wow, das gibt's auch noch in der Stadt. Coole Location. Ja. Bevor wir einsteigen ins Thema E-Mobilität – kannst du die Zuhörer abholen? Wie
bist du überhaupt zu dem Thema, NOW, Nationale Leitstelle, E-Mobilität gekommen? Was hast du bisher gemacht und wie war deine Geschichte? Naja, man könnte fast sagen, mir ist es in die Wiege gelegt worden. Da sind die Busse immer schon elektrisch gefahren, und zwar mit Oberleitung. Das heißt, ich saß immer im elektrischen Schulbus – und das schon vor 30 Jahren. Aber dann später, als ich mit dem Studium fertig war, war der Weg zur Elektromobilität über Stuttgart 21.
Ich habe bei der Wirtschaftsförderung in Stuttgart gearbeitet und hatte damals die Idee: Lass uns doch Stuttgart 21 zu einer Demobaustelle für Elektroanwendungen machen – Elektrobagger, Elektrokipper etc., vor allem damals noch mit Brennstoffzelle. Die Idee kam super an, ist aber daran gescheitert, dass Stuttgart 21 keinen Euro mehr teurer werden durfte. Aber ich war in dem Thema drin und hatte darüber auch den Kontakt zur NOW. Die NOW hatte dann kurz später das Programm Modellregionen zu verantworten für das Verkehrsministerium, und in den
Modellregionen hat man damals zum ersten Mal überhaupt E-Autos konzipiert, irgendwelche Ladesäulen irgendwo in die Ecke gestellt und überhaupt so angefangen, das Thema zu denken. Da war ich dann mit der Projektleitstelle assoziiert und habe auch damals die Schaufensterbewerbung gemacht. Das war das zweite große Programm der Bundesregierung. Und dann habe ich 2012 die Seiten gewechselt, raus aus der Region hin zum Bund, und habe bei der NOW angefangen – damals noch in einer sehr spannenden Stelle, die zu 50 % Ladeinfrastruktur gemacht hat und zu
50 % Wasserstofftankstellen. Und seitdem bin ich hier in Berlin und treibe das Thema Ladeinfrastruktur voran. Und tiefer eingestiegen in diese Busgeschichte – da kann man sagen, dass du relativ früh Kontakt mit E-Mobilität hattest. Wann war deine erste E-Bus-Erfahrung? Meine erste E-Bus-Erfahrung liegt, würde ich sagen, in 1984. Wow. Seit 1984 fahre ich E-Bus. Und man hat uns Röhlinger ja immer so ein bisschen komisch angeguckt, nach dem Motto: Die mit ihrem Stangenbus da
– aber es hatte immer schon den Mehrwert, dass es emissionsfrei ist. Das heißt, die Luft war besser. Und man hat das Thema dann sogar damals auch ausgebaut. Also es gab in meiner Jugend noch eine neue Linie. Und spannenderweise kam das Thema dann noch mal zu uns hier in die NOW und das Verkehrsministerium, weil man ein Projekt hatte mit dem schönen Namen BOB, vor fünf Jahren, wo man dann auch die restlichen Strecken auf Basis von Batteriebussen elektrifiziert hat. Das
heißt, man hat da, wo die Oberleitung ist, geladen und ist dann quasi für die Seitenlinien auf Batterie umgestiegen. Und ich finde das ziemlich cool: Wenn ich zu Hause bin und oft den Bus vom Bahnhof zu meinen Eltern fahre, sitze ich in so einem Bus und denke: Das war mal ein Förderprojekt – und jetzt fährt der in der Realität, und zwar jeden Tag. Und 1984 – war das ein Förderprojekt? Nein, 1984 gab es keine Förderung. Das BOB-Projekt, das war ein Förder projekt. Das
ist ungefähr fünf Jahre her. 1984 – wie ist das entstanden? Das war noch kein Projekt. Also die Solinger hatten damals eine Straßenbahn, die elektrisch war, und sind dann umgestiegen. Und ich weiß nicht warum – ob es Kostengründe waren. Ökologie kann es nicht gewesen sein. Man hat, glaube ich, einfach auf der Infrastruktur basierend, die es für die Straßenbahn gab, dann diese Linien aufgesetzt. Und die Betriebskosten waren, glaube ich, immer schon günstiger. Interessant. Und dann? Wie
Kamst du dann zu dieser Stuttgarter Erfahrung? Wie – bevor wir sozusagen – das war ja dann der erste Kontaktpunkt, dann auch professionell mit E-Mobilität. Was war der Beweggrund zu dem Projekt? Ja, ich hatte eigentlich mit Autos nie was zu tun, außer dann in meiner Diplomarbeit im Studium. Ich habe über das Automobilcluster im Nordraum Leipzig geschrieben, wo BMW und Porsche sitzen, hatte das untersucht und da die Clustereffekte analysiert. Und darüber hatte ich dann den Einstieg in das Autothema und bin dann natürlich nach Stuttgart
gekommen, wo das Autothema ein sehr großes ist. Und dann fünf Jahre in Stuttgart, dann aber den Weg zur Bundesregierung. Und das war immer mein Traum. Ich habe irgendwann mal ein Praktikum im Bundestag gemacht und hab gesagt: Hier will ich wieder hin, hier will ich wieder zurück. Und das ist mir gelungen. Ah ja. Und Stuttgart 21 noch kurz vertieft: Wie schaust du auf das Thema? Da gibt es sehr viel Emotionen. Ja. Also ich war damals auch live dabei, auch da unten in dem Park, als es
da die Auseinandersetzung gab. Da hat man schon gemerkt, wie emotional das Thema ist, und aber auch, wie schwer es ist, in Deutschland Infrastruktur umzusetzen, die ja durchaus möglicherweise eine Berechtigung hat. Also ich sage so: Das sind Projekte, die haben eine Strahlkraft für die nächsten 100 Jahre, weil man da wirklich Strukturen schafft. Aber wie stark dieser Beharrungswille in Deutschland ist, Dinge so zu lassen, wie sie sind, nichts mehr zu verändern – das fand ich schon krass. Ja, das ist auf jeden
Fall ein Thema. Da kommen wir vielleicht nochmal vertieft rein. Bevor wir dann zur NOW kommen: Du hast auch im Vorgespräch kurz erwähnt, dass du auch persönlich elektrisch fährst und auch Ladeinfrastruktur betreibst. Vielleicht kannst du das nochmal ergänzen für die Zuhörer. Das ist ja auch eine interessante Begebenheit. Ich habe immer gesagt: Wer Elektromobilität macht, muss auch elektrisch fahren. Und folgerichtig besitze ich auch ein E-Auto von einem großen deutschen Hersteller, aber mit kleiner Batterie. Das führt dazu, dass man viel laden muss. Aber damit fährt
man gut auch durch Europa. Also ich fahre dieses Jahr auch wieder in den Urlaub jenseits der Alpen, nach Italien, war damit aber auch schon in Kroatien, England und Dänemark. Das funktioniert ganz wunderbar. Und ich wohne auf so einem großen Bauernhof mit ganz vielen anderen Familien und Nachbarn. Und ich habe einen Ladepark mit insgesamt 17 Ladepunkten. Das ist mein Job da. Also jeder hat da so seinen Job, und mein Job ist Laden und Parken – aber auch mit dem Ziel, möglichst viele Leute aufs E-Auto
zu bringen. Und ich würde sagen, da habe ich eine gute Quote. Wir sind glaube ich bis jetzt schon bei 6, 7 E-Autos und einem E-Buggy. Wenn das so weitergeht, würde ich sagen, haben wir die Flotte in 5 Jahren umgestellt. Und betreibst du es dann ganz alleine? Ja. Ist das quasi fast ein Vollzeitjob oder ein Nebenjob? Nein, ich stoße an meine Grenzen, wenn es immer mehr Fahrzeuge werden und man dann kein gutes Backend hat. Also ich muss da tatsächlich demnächst mir Gedanken
machen, wie ich das wirklich im großen Maßstab handhabe. Und die größte Herausforderung ist quasi immer dieses Chips-Anlernen. Also ich habe so ein System, wo man jeden Chip an jeder Wallbox anlernen muss. Das ist ein bisschen kompliziert. Gut, gut. Und dann zur NOW – für diejenigen, die vielleicht nicht so in der Industrie sind: Wie ist die NOW entstanden, wofür steht die NOW, und dann auch in dem Bezug die Nationale Leitstelle? Die NOW wurde damals ins Leben gerufen, um das Thema
Brennstoffzelle in Deutschland voranzubringen, hatte als Unterbau auch ein Förderprogramm, das sie begleitet und für das Ministerium koordiniert hat. Und dann wurde irgendwann das Thema Elektromobilität noch dazu gepackt, also sprich die Koordinierung der Modellregionen. In der NOW waren eigentlich immer schon beide Themen zu Hause – das hat man nur draußen nicht so wahrgenommen. Und inzwischen ist es tatsächlich so, dass das batterieelektrische Thema auch das größere ist. Ich habe dann irgendwann erkannt, dass beim Thema Ladeinfrastruktur extrem viel Arbeit anfällt und dass man da auch eine Institution
innerhalb der Bundesregierung braucht, wo sehr viel Kompetenz angesiedelt ist – quasi wo das Know-how dann allen Ressorts zur Verfügung gestellt wird, vor allem aber auch dem Bundesverkehrsministerium, unserem Auftraggeber – und dass es da eine gewisse Notwendigkeit gibt. Und dann haben wir damals – dem gab es einen Hintermann vom Minister Scheuer – den hatten wir kontaktiert, mit dem die Idee vorgestellt, ist eingeschlagen wie eine Bombe. Die haben gesagt: Zack, wollen wir haben. Und damit war die Idee da, dass es eine Nationale Leitstelle Ladeinfrastruktur gibt. Die ist angesiedelt unter
dem Dach der NOW. Und ja, seitdem sind wir jetzt seit fünfeinhalb Jahren unterwegs. Ich würde sagen, wir machen ganz ordentliche Arbeit. Wir haben immer den Ansatz gehabt, dass wir unbedingt eine Wirksamkeit erzielen wollen mit dem, was wir machen. Also entweder machen wir Tools, die den Leuten draußen helfen – sprich den Kommunen – oder wir unterstützen den Bund bei Ausschreibungen. Wir unterstützen aber auch bei anderen Regulierungsfragen. Wir helfen aber auch vor allem dem Bund immer zu verstehen: Was ist eigentlich gerade eine Phase, wie der
Elektriker sagen würde. Wo stehen wir gerade? Wo haben wir Probleme? Wo sind wir gut unterwegs? Und für diese Einordnung macht es Sinn, auch eigene Expertise zu haben, weil sonst ist man immer nur auf andere, sprich auch Lobbyisten, angewiesen. Und dann fallen Entscheidungen möglicherweise auch anders aus. Das gibt es Sinn. Und du hast jetzt auch erwähnt, dass die NOW sich immer stärker auch in Richtung Elektro bewegt. Kannst du da auch noch mal einordnen, wie das jetzt genau ist, wie viel Wasserstoff, wie viel Elektromobilität dann
in den Konstrukten ist? Also eigentlich war es am Anfang immer schon halbe-halbe, dass die Hälfte der Leute auf dem batterieelektrischen Thema gearbeitet hat. Aber es gab natürlich intern immer die Haltung: Batterie ist Nische. Das hatte damals seine Berechtigung, weil Batterien noch nicht so weit waren und Wasserstoff durchaus eine höhere Reichweite belegen konnte. Aber das hat sich jetzt dramatisch gedreht, und wir erleben, dass gerade das Thema Batterie enorme Sprünge gemacht hat. Also die Batterietechnologie, die Ladeleistung – da sind wir in Bereichen,
die wir uns wahrscheinlich vor zehn Jahren gar nicht hätten vorstellen können. Und deswegen bin ich auch durchaus noch optimistisch, dass wir, wenn wir nochmal zehn Jahre nach vorne gucken, noch mehr erreichen können. Ja, und gibt es vergleichbare Organisationen wie die NOW oder die Nationale Leitstelle international? Ja, wir haben eine Schwester, und zwar in Österreich. Da gibt es auch eine Leitstelle, mit der wir uns regelmäßig austauschen. Ansonsten gibt es vergleichbare Organisationen in China und in Japan. Aber – und das freut uns immer sehr – das sehen wir
als Anerkennung unserer Arbeit an. Das Prinzip Leitstelle wird auch auf europäischer Ebene gefordert. Es gibt tatsächlich Forderungen, die sagen, eigentlich bräuchte jedes Mitgliedsland so eine Art Leitstelle, um das Thema Ladeinfrastruktur zu koordinieren. Warum würde das Sinn machen? Wir leben in einer gewaltigen Transformation, die maßgeblich davon geprägt ist, dass wir vom Verbrenner auf den Elektromotor kommen. Und die dafür notwendige Infrastruktur muss natürlich auch an allen Orten entsprechend aufgebaut werden. Und das passiert nicht von ganz alleine. Wir reden von einem Ökosystem
an der Stelle, und da einen starken Partner zu haben, der sich auskennt, auf staatlicher Seite, macht eigentlich immer Sinn. Und bevor wir jetzt in die Zukunft blicken, noch mal einen Schritt in die Vergangenheit. Du hast ja einen neutralen Blick auch auf die Marktgegebenheiten und Entwicklungen. Was waren für dich so die Meilensteine in der Geschichte der E-Mobilität, die ja noch ganz jung ist – beziehungsweise man kann auch ganz zurückgehen ins 19. Jahrhundert. Wo willst du ansetzen? Die spannende Frage ist ja,
wie hat das eigentlich alles angefangen mit der Elektromobilität? Es gab ja damals das Konjunkturprogramm 2. Und wenn ich es richtig zusammenkriege, hat man damals unglaublich viel Geld in das Verschrotten von Fahrzeugen gesteckt. Es gab ja die Abwrackprämie. Und irgendwie hatte man, glaube ich, schon ein schlechtes Gewissen, würde ich fast sagen. Und die Idee, dass man da auch irgendwas Innovatives gegensetzen muss – sprich, dass man jetzt auch einen Weg anlegen muss für alternative Antriebe, die emissionsfrei oder emissionsarm sind. Und für Brennstoffzellentechnologie gab es ja
schon ein Programm, das sogenannte NIP, und die NOW. Und für das Thema Batterieautos gab es noch nichts. Und da hat man die Modellregionen erfunden. Und das war ein gutes Förderprogramm, weil man dann wirklich die Demonstration erst mal erprobt hat und geguckt hat: Kann das überhaupt funktionieren? So ein Reallabor, eine Art Reallabor. Genau. Und dann gab es noch ein Programm darüber. Das waren die Schaufenster. Und darüber hat man überhaupt erst mal verstanden, wo die Herausforderungen liegen und dass das funktioniert. Aber man hat das
Thema sehr früh eigentlich allen bewusst gemacht. Deswegen reibe ich mir ein bisschen die Augen, wenn es Leute gibt, die jetzt sagen, sie hören zum ersten Mal in der Industrie von Elektromobilität, und das sei eine fiese Transformation, die auf sie wartet. Ich sage: Leute, das weiß eigentlich jeder, der mit offenen Augen durchs Land gegangen ist – seit zehn Jahren. Die Frage ist: Wollte man es wahrhaben oder nicht? Und das waren die großen Schritte. Und ich glaube, dann für uns natürlich noch mal der sehr große
Schritt, dass es dann einen Masterplan gab der Bundesregierung, wo man sich wirklich sehr konzentriert hingesetzt hat und belegt hat, was eigentlich abgearbeitet werden muss, und wo auch das Zusammenwirken der Ressorts besser geworden ist. Und natürlich, klar – die Gründung der Leitstelle war natürlich auch ein Booster, um nochmal ganz andere Aktivitäten möglich zu machen. Auf Bundesebene und für uns natürlich dann auch immer die Highlights, wenn wir für den Staat Förderprogramme unterstützen dürfen, aber eben auch diese großen Ausschreibungen, wie jetzt beispielsweise das Deutschlandnetz, Pkw in der Region und
an der Autobahn, aber jetzt gerade auch die Ausschreibung rund um das Thema Lkw, weil da prägt man doch schon maßgeblich mit, wie so ein System am Ende aussieht. Man hält sich natürlich an all das, was auch im Markt erprobt ist, aber man kann an der Stelle auch Dinge voranbringen. Einfaches Beispiel: Als wir damals die Förderung für öffentliche Ladeinfrastruktur hatten, da haben wir eingefordert, dass auch Roaming-Fähigkeit da sein muss. Fand nicht jeder super – ist heute Standard.
Und so ist es schon so, dass auch der Bund in der Lage ist, durch gezielte Maßnahmen Innovationsfelder zu öffnen. Und wie weit versteht ihr euch als Aufgabengebiet? Geht es auch in Richtung Mobilität, in Richtung Schiffe, in Richtung Flugzeuge? Und was ist deine Vision? Kriegen wir es hin? Also E-LKW haben wir jetzt ja schon adressiert, dass das überraschend kam, dass das doch jetzt auch mit Batterie elektrisch sein wird – sehr wahrscheinlich. Wie sieht's aus mit den anderen? Gibt's da Use Cases, wo
du siehst: oh, da wird's schwierig? Oder wird's. Ja. Was ist deine Lösung dafür? Die Leitstelle deckt im Prinzip alles ab, was auf vier Rädern oder drei oder zwei fährt und irgendwie im öffentlichen Raum unterwegs ist oder privat irgendwo geladen werden muss. Aber klar, es gibt Anwendungen – Schiene, Schiffe, Luft –, da sind wir jetzt nicht mit drin. Aber da gibt's Kollegen, die machen das in der NOW. Und die haben auch spannende Jobs. Ich habe einen fantastischen Kollegen, der das ganze Thema Schifffahrt treibt und da auch
wirklich tolle Sachen macht. Von daher bieten wir grundsätzlich die ganze Palette an, da zu unterstützen. Und tatsächlich sind natürlich da auch große Hebel, um Emissionen zu sparen, wenn ich an Schifffahrt und Flugverkehr denke. Und die Themen gibt es auch. Ja, spannend. Und die E-LKWs – das ist wahrscheinlich jetzt auch eines der Themen, die am meisten Zeit oder Aufmerksamkeit nehmen. Was gibt es noch für Themen? Du hast ja ein paar schon erwähnt. Wenn man nochmal die ganze Bandbreite haben will: was treibt dich gerade am meisten um,
oder euch? Naja, es gibt Themen, wo ich sagen würde: das läuft. Da läuft der Markt. Da wird geliefert. Da wird aufgebaut. Da müssen wir uns eigentlich nicht großartig darum kümmern. Das ist vor allem das Thema Laden entlang der Achsen. Da sehe ich ein tolles Angebot. Deswegen bin ich total entspannt, wenn ich jetzt übernächste Woche in Urlaub fahre. Ich habe mir noch gar keine Gedanken gemacht, wo ich lade, weil ich weiß: okay, das kann ich mir eine halbe Stunde vorher angucken. Das funktioniert.
Hätte ich vor fünf Jahren anders gemacht. Wo wir noch eine Herausforderung haben, ist, wenn ich zu Hause im Mehrparteienhaus wohne und da Ladeinfrastruktur brauche. Da tut man sich Stand heute noch sehr schwer, wenn ich da koordiniert, eben auch mit meinen Nachbarn, irgendwie zum Punkt kommen muss. Wir brauchen jetzt Ladeinfrastruktur – das ist auch kostenseitig manchmal ein Problem. Und die große Herausforderung ist, dass wir für die Leute, die auf der Straße stehen und dort laden müssen, eigentlich kein gutes Angebot haben. Das heißt im Umkehrschluss: es ist uns noch nicht
gelungen, alle Käufergruppen eigentlich zu aktivieren. Wenn wir über Absatzzahlen der Elektromobilität reden, die ich persönlich gar nicht schlecht finde – sage ich aber auch: die können noch besser sein. Und zwar, wenn wir diesen Use Case Straßenlader konsequenter angepackt hätten, weil da lassen wir, sage ich mal, ein Drittel bis ein Viertel der potenziellen Käufer einfach liegen. Und die müssen wir scharf schalten, jetzt im nächsten Schritt. Ja. Dann vertiefen wir doch dieses Thema. Ich bin auch sehr neugierig und mache mir auch viele Gedanken,
wie wir das Problem lösen mit der Bevölkerung, die kein Eigenheim hat oder auch beim Arbeitgeber laden kann – was ja bei vielen. Ich weiß nicht, ob du da Zahlen im Kopf hast, von wie vielen wir sprechen, die quasi nicht beim Arbeitgeber und zu Hause laden können. Wie viele Ladepunkte brauchen wir denn? Weil es gibt ja immer diese Auslastungsthematik. Es gibt schon, glaube ich, 15 % – das sagt man ja, dass die Ladepunkte im Schnitt – hattest du, ja, glaube ich sogar
ganz gut präsentiert – eine Auslastung von 15 %, eigentlich nicht so viel pro Ladepunkt. Das heißt, man würde eigentlich sagen, es gibt genügend Ladepunkte. Aber gleichzeitig ist schon was dran: wenn der Ladepunkt zu weit weg ist, ist es auch nicht realistisch, dass man das im Alltag dann nutzt als Bürger. Wie siehst du das? Das ist ja eine hochspannende Frage. Wie kann es eigentlich sein, dass es zwei unterschiedliche Wahrnehmungen gibt zum Thema Ladeinfrastruktur? Die eine, die da heißt: wir haben eigentlich eine total unterausgelastete
Ladeinfrastruktur, und eigentlich ist das genug da, oder eigentlich müsste jeder glücklich werden. Und dann haben wir aber draußen Bürgerinnen und Bürger, die rumfahren und sich darüber beschweren, dass zu wenig da ist. Und deswegen muss man mal tiefer reinpieksen. Es hängt zum einen natürlich von der Verortung ab. Wir haben Ladeinfrastruktur, die sehr gut nachgefragt ist. Und wir haben auch Ladeinfrastruktur, die teilweise überhaupt nicht nachgefragt wird, die einfach am falschen Standort aufgebaut ist oder die nicht funktioniert. Von daher muss man mit Durchschnittswerten aufpassen. Auslastung ist
aus meiner Sicht eine toxische Zahl, weil sie suggeriert, dass mehr möglich ist, ohne zu sagen, wo eigentlich eine Grenze ist. Wenn ich sage, ich habe 15 oder 20 % Auslastung, da würde jeder denken: hurra, da sind doch noch 80 % frei. Aber jetzt überlegt mal: wie bewegt sich der Mensch durchs Leben? Die Leute kommen ja nicht gleichmäßig über 24 Stunden an die Ladesäule, sondern eigentlich haben wir alle ein sehr ähnliches Profil. Nachts schlafen wir,
Dann stehen wir auf. Dann fahren wir irgendwo hin. Dann arbeiten wir und dann fahren wir nochmal zurück. Und dann gibt's Abendessen, Gute-Nacht-Geschichte und schlafen. Das heißt, es gibt so eine Art Standard-Lastprofil auch beim Nutzer. Das gibt's natürlich. Jetzt wird jeder noch ein Beispiel haben, wo das anders ist. Aber ich sage mal so: die große Masse von Bürgerinnen und Bürgern verhält sich sehr ähnlich. Das heißt also, alle wollen in einem ähnlichen Zeitfenster laden. Das heißt also, diese Vorstellung davon, ich könnte die eigentlich in
ganz andere Stunden packen, die funktioniert eigentlich nicht. Und deswegen sind diese 15 % eben – man muss die dringend einordnen. Wir wissen, dass es eine Glasdecke gibt bei ungefähr 25 %, über den Daumen. Also die am besten ausgelasteten Ladesäulen liegen so bei 20 bis 30 %. Wenn man da die Top 5 % nimmt, dann wissen wir: okay, da ist eigentlich gar nicht mehr möglich. Und dann müssen wir ehrlicherweise sagen, müssen wir 50 % gegen 30 % setzen. Und dann hat man eine ordentliche Einordnung.
Was wir jetzt im nächsten Schritt versuchen, zusammen mit der Industrie, ist zu sagen: auch wir wollen eine bessere Auslastung. Natürlich. Je besser das Verhältnis Ladeinfrastruktur zu Fahrzeugen ist, umso günstiger wird es volkswirtschaftlich. Und wir wollen natürlich schon sehen, welchen Effekt es eigentlich hat, wenn wir dynamisches Pricing noch mit anbieten. Also, wenn ich sage: okay, ich versuche durch günstigere Preise meine Auslastung zu erhöhen – wie viel Prozentpunkte kann man da noch rausschwitzen? Und das ist aus meiner Sicht etwas, was noch ungeklärt ist. Da müssen wir
jetzt ran. Aber auch da möchte ich warnen – ich werde persönlich: ich würde nicht nachts aufstehen, nur weil es besonders günstig ist, sondern auch ich bin an meine Profile gebunden als Mensch. Ja, da gab es ja in Berlin – wir sitzen ja hier in Berlin – auch neulich die Ankündigung, dass die Stadt Berlin diese Blockiergebühr ab einer bestimmten Abend-Uhrzeit dann weggenommen hat, was ja total sinnvoll ist. Ja, das ist auch spannend. Und deswegen, zum Beispiel, das wäre etwas, wo ich
jetzt sagen würde, wenn ich beim Ministerium beraten würde: ja, schön und gut. Aber das Problem taucht eigentlich beim Endkunden auf, indem er sein EMP-Produkt benutzt, also seinen Fahrstromvertrag. Im Fahrstromvertrag werden die Strafgebühren fällig. Das heißt also: bei mir werden manchmal Strafgebühren aufgerufen, obwohl der Betreiber der Ladeinfrastruktur das gar nicht einfordert. Das ist ein Trittbrettfahrertum, das sich da breitgemacht hat – so möchte ich es mal nennen –, was ein Riesenproblem ist. Das ist 100 % Marge beim Fahrstromanbieter. Und davon kenne ich persönlich keinen Vorgang, wo
das Geld überwiesen wird an den CPO, also den Betreiber der Ladeinfrastruktur. Der hat aber eigentlich das Problem, wenn der eine zu lange steht. Deswegen etwas, wo man dringend ran muss. Ich finde den Schritt aber trotzdem gut von dem Berliner Kollegen, das so klarzustellen, weil dann kann man auch nochmal gegenüber seinen Fahrstromanbietern sagen: was soll das, Leute? Das kann ja nicht sein. Ja, das klingt auf jeden Fall nach Trickserei. Man kann ja natürlich einordnen – das ist ja auch, finde ich, eine höchstspannende Fragestellung –, ob die Preise gerechtfertigt
sind, die hohen an den öffentlichen Ladepunkten, wo sich ja viele beschweren, dass sie nicht so niedrig werden wie zu Hause. Man muss natürlich die Anschaffungskosten der Ladeinfrastruktur und den Betrieb eines Ladepunktbetreibers auch berücksichtigen – man kann dann nicht mehr davon ausgehen, dass es die gleichen Preise sind wie zu Hause. Aber wo ist dann ein realistischer Preis? Habt ihr das auch modelliert, in irgendeiner Art und Weise? Natürlich machen wir uns da Gedanken, und wir haben einen sehr guten Einblick in die Kosten. Und das ist ja die Grundlage. Also letztendlich, wenn
ich jeden betriebswirtschaftlichen Fall nehme, quasi – wenn ich einen Bierdeckel nehme, würde ich sagen: okay, was habe ich an Capex? Was habe ich an Opex? Was habe ich an Marge, die ich erzielen muss? Und was habe ich für eine Abschreibungsdauer? Wenn ich das nehme und das gegen eine Auslastung lege, dann kann ich eigentlich ganz gut berechnen, welcher Aufschlag notwendig ist, damit sich meine Kosten – Capex, Opex, Marge – amortisieren. Das ist eine Berechnung, die kann jeder auf dem Bierdeckel machen. Das machen auch wir so. Und
darüber kommt man natürlich schon sehr schnell an den Punkt, dass man versteht: okay, was wäre gerechtfertigt und was nicht? Was heißt, da ist auf jeden Fall noch Luft nach unten, wenn man so will, grob gesagt? Oder ist die Kritik der Bürger berechtigt, wo viele sagen, wir zahlen zu hohe Preise an den öffentlichen Ladepunkten? Wir haben ein Problem. Das haben wir lange unterschätzt: dass ganz viele Leute heute noch mit dem Dienstwagen unterwegs sind und
einfach eine Karte haben, wo sie persönlich nicht betroffen sind davon, wenn es teuer ist – da wird einfach bezahlt. Das heißt, es gab auch auf Kundenseite gar nicht diesen Druck. Natürlich gibt es die Stimmen im Markt, aber das ändert sich jetzt: wir haben zunehmend wirklich Leute, die nicht aus dem Flottengeschäft kommen und eine Flottenkarte haben, sondern die selbst ihre Karte davor halten und dafür blechen. Und gibt es in deiner Vision – nochmal zurück – für die Bürger, die keinen Ladepunkt zu Hause haben, werden wir
dann also eine Vision, die ich hätte, auch noch mal vielleicht, um auch dich und die Hörer nochmal abzuholen. Wir reden ja auch viel um intelligentes Laden. Ich bin ja Energieingenieur und versuche, das Ganze systemisch zu betrachten. Das eine ist: Ich verstehe die Ladepunktbetreiber, die ihre Auslastung so maximieren wollen, wie sie können. Es gibt allerdings natürlich auf Energiesystemebene dann die Inzentivierung, wenn man den Ladevorgang verzögert und diese dynamischen Strompreise hat und dann bidirektionales Laden etc. Eigentlich wär es für diese systemische Betrachtung so gut, dass
es möglichst viele Ladepunkte gibt und dass die Auslastung nicht die entscheidende Optimierungsgröße ist, sondern dass man das eben auf Systemebene schaut. Es gibt, wie du sagst, gewisse Restriktionen. Die Leute werden ihr Lebensverhalten nicht so stark umstellen. Das heißt, irgendwo kannst du es maximieren, aber bis 25 %, wie du sagtest. Und dann geht es eigentlich darum: Wie können wir das Laden möglichst verzögern oder bidirektional machen und dadurch Geld verdienen als Ladepunktbetreiber? Wie siehst du
das ganze Thema? Also das ist etwas, was wir viel zu selten diskutieren als Branche: Welchen Beitrag hätten wir eigentlich im Kontext des Energiesystems? Wenn wir über dynamisches Pricing reden, dann geht es vor allem um eine optimierte Auslastung. Da geht es nicht darum, uns gegen die Energieerzeugung zu optimieren. Das funktioniert in anderen Systemen. Das heißt also da, wo ich Schnellladen habe, da versuche ich über Pricing die Besuche so zu verteilen, dass sie früher oder später kommen. Aber wir haben ja noch die ganzen, sage ich mal,
Straßenlader, aber auch die Leute, die zu Hause stehen oder beim Arbeitgeber. Die stecken ja sehr lange. Und die können ja durchaus sehr flexibel laden und sind in der Lage, quasi auf Preissignale zu warten, die da heißen: Okay, jetzt ist es gerade sehr günstig an der Börse, jetzt bitte laden. Das entlastet ja auch das System. Und ich glaube, das brauchen wir – dass wir diese Preissignale aus dem Strommarkt auch bis zum Endkunden bringen. Und das ist ja eine Diskussion, die wir gerade beim
Lkw haben mit dem Durchleitungsmodell, wo wir sagen: An der Stelle wollen wir, weil es einfach so große Batterien sind, eben auch systemdienlich denken. Was wir zukünftig – wenn wir jetzt einfach mal zehn Jahre weitergehen – was meine Vision wäre, wenn ich in so einem Quartier bin: Also erstmal in einem Quartier wäre es so, dass ich fußläufig – und fußläufig heißt in Fußlatschdistanz, nennen wir das, das sind ungefähr 250 Meter vor meinem Haus – auch eine Lademöglichkeit habe. Ich diese Lademöglichkeit grundsätzlich, weil es eben nicht nur ein
Ladepunkt ist, sondern immer als Verbund gedacht ist, auch reservieren kann und ich eine hohe Verlässlichkeit habe, dass ich auch an den Ladepunkt drankomme. Und dann ist hier vor allem die Frage: Wie gelingt es uns eigentlich auch den Bürgerinnen und Bürgern, die keine eigene PV-Anlage auf dem Dach haben, Zugang zu PV zu organisieren? Also ich könnte mir auch vorstellen, dass man sagt: Okay, zukünftig ist das möglich – ich besitze irgendwo Anteile einer PV-Anlage. Die steht aber gar nicht zu Hause auf dem Dach, sondern die ist irgendwo
anders. Aber ich kann diesen Strom in mein Auto bringen. Das wäre eine denkbare Variante. Und ich glaube, dass wir nicht nur das Thema Schnellladen für die Quartiersangebote brauchen, sondern vor allem auch das Thema Normalladen, weil die Autos einfach lange stehen. Und wie du vorhin schon gesagt hast, es macht auch Sinn, viele Autos am Netz zu haben. Und du hast das Stichwort Durchleitungsmodell auch schon erwähnt. Wieso ist das so wichtig? Das ist ja gerade ein sehr hochaktuelles Thema, insbesondere im eMobility-Kontext. Aber ich glaube
nicht nur. Genau. Also das ist immer ganz wichtig, voranzustellen: Ich persönlich habe gar keine Präferenz, was besser ist oder wovon man Fan ist. Ich bin Fan von einer Sache – das ist fairer Wettbewerb und Level Playing Field. Und das, was wir in der Vergangenheit erlebt haben, ist ja Folgendes: dass viele Betreiber gar nicht wollten, dass die Bürgerinnen und Bürger ad hoc laden. Also kam jemand nach Berlin, hat uns erklärt: „Ad-hoc-Laden braucht kein Mensch, macht kein Mensch." Zu welchem Preis
haben Sie das denn eingestellt? Sie haben uns einen Preis genannt, und es ist doppelt so viel. Das ist klar, dass es keiner macht. Und vor allem da müssen wir hin: Wir wollen für die Bürgerinnen und Bürger Wahlfreiheit – ob sie jetzt ad hoc laden oder mit einem Fahrstromvertrag laden. Das ist die Baustelle beim Pkw. Und das ist ganz wichtig. Ich sehe das Durchleiten jetzt überhaupt gar nicht beim Thema Schnellladung Pkw. Man muss sich vor Augen führen: Ich werde ja deswegen, weil irgendwann nachts viel Wind bläst,
nicht nachts zur Ladesäule fahren. Der Effekt ist da, glaube ich, nicht. Das ist anders – möglicherweise beim Quartiersladen. Beim Lkw ist es aber so, dass wir nicht nur Ladepunkte fürs Zwischendurchladen aufbauen, wo man eine Dreiviertelstunde steht, sondern eben auch für die langen Zeiten, die ein Fahrer Pause machen muss, sprich acht bis zehn Stunden. Und da macht es schon Sinn, wenn ich einen Lkw acht bis zehn Stunden am Netz habe, zu schauen, wann er systemdienlich laden kann. Und dafür
muss ich aber das Preissignal von der Börse durchstecken. Und wichtig ist auch: Wir haben uns angeguckt, wann LKW an den Standorten stehen. Und das ist sehr flexibel. Das heißt, da kommen morgens schon die ersten rein, die eine Pause machen müssen. Und da kommen mittags noch mehr und abends noch mehr. Das heißt, das verteilt sich auch ganz gut über einen Tag. Also ich habe da eigentlich einen gigantischen Speicher unterwegs, wo es doof wäre, blöd wäre, wenn ich den
nicht nutzen würde. Das heißt, das haben wir vor: Wir sagen, okay, es soll eine dritte Zugangsvariante geben – dieses „Bring Your Own Power" oder EMP plus. Aber ob das genutzt wird, wie intensiv das genutzt wird und ob das jetzt der Bringer ist am Ende und preislich viel günstiger ist, das wissen wir nicht. Eine Sache ist aber klar: Wir haben einen fairen Wettbewerb zwischen den drei verschiedenen Zugangsvarianten. Und ist es so, dass es heute schon möglich ist – also, wenn ich jetzt eine Spedition bin
oder Fuhrparkbetreiber eines E-LKW, könnte ich das tatsächlich schon jetzt heute in Deutschland nutzen, oder müssen wir etwas abwarten? Was sind so Hürden, die noch auf dem Weg sind? Also die Anwendungsregelung ist ja da. Es gibt quasi keine. Wir müssen nicht mehr irgendwie auf die Bundesnetzagentur warten oder auf irgendwelche Gesetze. Das ist eigentlich alles da. Ich glaube, die Anwendung, die Umsetzung hier in dem Kontext ist neu. Deswegen müssen wir natürlich auch mit Augenmaß gucken, dass es etwas ist, was wir auch einführen müssen. Also
es wird nicht auf einen Schlag da sein. Aber ich glaube, dass das eine Kompetenz sein wird, auch im Markt, die über das LKW-Netz hinaus ihre Bedeutung hat. Und ich glaube, dass es nicht falsch ist, sich mit dem Thema auseinanderzusetzen. Aber wie gesagt, ich bin auch noch ein großer Fan davon – wenn wir jetzt beim PKW bleiben – übers Ad-hoc-Laden zu reden. Wir werden nächstes Jahr an den Punkt kommen, dass alle öffentlichen Ladepunkte angebunden sein müssen an den sogenannten nationalen Zugangspunkt. Das heißt, es wird
eine Plattform geben, wo alle Belegungsstati verfügbar sind. Und ich kann also sehen, wo eine Ladesäule ist, ob sie frei ist oder nicht frei ist – reservieren oder nicht reservieren. Aber ich kann das Pricing nachgucken für den Ad-hoc-Preis. Warum ist das so wichtig? In der Vergangenheit habe ich diese Informationen eigentlich nur über die App meines Fahrstromanbieters bekommen. Es gab sie nicht anders. Das heißt, wenn ich mich in die Welt der Elektromobilität reinbewegen wollte, brauchte ich diese Karte. Und zukünftig kann ich diese Daten in
meinem Navi oder auch immer auf dem Handy bekommen. Und ich weiß, wo ein Standort ist, und kann den auch ohne Vertragsbindung nutzen. Ich kann mir vorstellen, dass das das Ad-hoc-Laden maßgeblich stärkt. Wir wissen von großen Supermärkten, dass die Quote des Ad-hoc-Ladens dort eine ganz andere ist. Also da ist das Ad-hoc-Laden vom Pricing her so attraktiv gestaltet, dass die Leute das überwiegend machen. Und das finde ich eine interessante Sache: Wenn das Pricing stimmt, dann gehen die Leute auf das Thema Ad-
hoc-Laden. Und Ad-hoc-Laden auch nochmal aus Neugierde: Das wird ja über die AFIR-Regulierung europaweit geregelt, dass es auch an jedem Ladepunkt – AC und DC, also Schnellladen und Langsamladen – überall verfügbar sein muss. Und in der AFIR ist auch angelegt, dass es diskriminierungsfrei und fair zugehen muss zwischen den Bepreisungen. Das wird in der Praxis aus meiner Sicht nicht ganz so gelebt. Aber die AFIR hat schon die Tendenz, dafür zu sorgen, dass man sagt: Leute, eigentlich müssen die sich preislich schon auf einem
sehr ähnlichen Niveau bewegen. Und dann ist Ad-hoc-Laden natürlich auf einmal interessant. Und wie schaust du auf das Thema Unternehmensflotten? Das ist ja auch einer der größten Hebel, glaube ich, für die E-Mobilität. Zwei Drittel der neuen E-Fahrzeuge gehen in die Unternehmensflotten. Sind wir da auf einem guten Pfad? Gibt es da noch Hürden, die du siehst? Was fällt dir da noch zum Thema Unternehmensflotten ein? Ja, ist ja tatsächlich so, dass es immer weniger Leute gibt, die sich wirklich einen Erstwagen selber kaufen und dafür Geld
auf den Tisch legen. Das heißt also, um Elektroautos in den Markt zu bringen, ist das natürlich ein sehr wichtiger Weg über die Firmenflotten und Firmenfahrzeuge. Und das muss uns gelingen.
Darüber hinaus: Die Flotten, die mir noch mehr Sorgen gerade machen, sind die ganz großen, die LKW-Flotten – wie wir die elektrifiziert bekommen. Ich hatte ja schon gesagt, dass wir an dem Ladenetz für öffentliche Ladeinfrastruktur dran sind. Aber das ist ganz wichtig: Wir müssen ja auch überall im Depot laden. Und da haben wir gewaltige Aufgaben. Und das ist wenigstens bewusst in der Planung, die wir auf der Autobahn vorgenommen haben. Also die Bedarfsplanung hat als Grundannahme, dass die LKWs eigentlich immer zu 100
% geladen losfahren. Diese Grundannahme hinzubekommen – das wird ein hartes Stück Arbeit. Wie meinst du das – dass man es schafft, die auf 100 % zu kriegen? Die Frage ist ja: Wir denken in einer Kaskadenlogik nach. Wie viel Ladeinfrastruktur müssen wir aufbauen? Und wir wollen natürlich nicht zu viel aufbauen. Das heißt, man sagt: okay, Ladebedarfe, die an anderer Stelle günstiger zu erschlagen sind, die sollten auch da stattfinden. Also ein Ladevorgang im Depot wird vermutlich immer günstiger sein als an irgendeinem öffentlichen Ladepunkt.
weil einfach gewisse Anforderungen entfallen. Und deswegen sagen wir in unserer Logik: OK, wir wollen, dass die erst mal dort auch entsprechend laden und im Idealfall vollgeladen losfahren. Aber wie gesagt, bei den Depots gibt's doch gewaltige Aufgaben. Das, was mir Sorgen macht, ist eben, dass die Netzanschlüsse in der Regel nicht für alle reichen. Und dann hat man eben so ein Gewerbegebiet. Wenn da fünf Logistiker sind, wird möglicherweise nur der schnellste am Anfang bedient und der Rest guckt in die Röhre. Und das kann es nicht sein. Können wir da
auch mal ein bisschen mehr ins Detail gehen, weil du dich auskennst, was so typische Netzanschlussleistungen in so einem Gewerbegebiet sind und was da so realistisch ist für so einen Logistiker, was er jetzt hat und was er dann perspektivisch als Netzertüchtigung erfragen kann vom Verteilnetzbetreiber? Das ist natürlich in der Tat sehr unterschiedlich, weil es natürlich auch Gewerbeanwendungen gibt, die brauchen sehr viel Strom, es gibt welche, die brauchen sehr wenig. Wenn man sich aber anguckt, was braucht eigentlich ein Depot an Strom – also, wenn ich mir
einfach nur so ein Warenumschlagsdepot angucke: Ich brauche Strom für die Beleuchtung, ich brauche Strom, um das Rolltor hoch und runter zu fahren. Das sind nicht die Riesenmaschinen, das ist keine Schrottpresse. Vielleicht, wenn es ein gekühltes Depot ist, dann noch mal ein bisschen mehr wegen der Kühlung. Aber die Standard-Depots – nehmen wir mal irgendeines, das einfach nur ungekühlte Pakete sortiert – da ist der Bedarf nicht hoch. Aber habe ich möglicherweise 100 Lkws an der
Rampe stehen. Wenn ich da jetzt sage: OK, an jeder Rampe muss ein Stecker dran sein, dann komme ich auf einmal auf Anschlussleistungen, die ein Betreiber von so einem Standort noch nie gesehen und gehört hat. Und der kippt wahrscheinlich erst mal hintenüber. Und dann hängt es natürlich noch davon ab, wie so ein Gewerbe insgesamt angeschlossen ist. Und das kann sehr, sehr unterschiedlich sein. Das hängt auch immer damit zusammen, wie das vorgelagerte Netz aufgebaut ist. Manchmal hat man Glück und da sind auch Kapazitäten frei. Wobei das
ja auch immer eine Momentaufnahme ist. Es kann auch sein, dass morgen irgendwie ein großer Batteriespeicher oder ein Rechenzentrum kommt und die Leistung weg ist. Und deswegen ist es sehr, sehr wichtig, dass man hier auch von Anfang an gerade den Verteilnetzbetreibern transparent macht, was da auf sie zukommt. Und das ist ja eine wesentliche Aufgabe von uns, die glaube ich am wenigsten bekannt ist. Wenn wir uns alle darüber beschweren, dass Verteilnetzbetreiber eigentlich zu langsam sind mit den Anschlüssen – die können jetzt nicht viel dafür, weil die
Regeln sind, wie sie sind, und die Personalausstattung ist auch oft so, wie sie ist. Und wenn man das Problem lösen möchte, dann muss man den Verteilnetzbetreibern auch den Vorlauf geben, den sie brauchen. Also, wenn mir ein Verteilnetzbetreiber sagt, er braucht zehn Jahre, um irgendwo eine Hochspannungsleitung zu legen, kann ich nicht zehn Jahre warten und dann sagen: Ich will jetzt eine Hochspannung haben – und dann ist sie nicht da. Sondern ich müsste heute, mit ordentlichem Vorlauf, ihm sagen: Pass auf, in zehn Jahren brauche ich
da einen Netzanschluss. Dann kriegt er das hin. Und das ist das, was wir machen: Wir planen im Prinzip für ganz Deutschland den Bedarf an Ladeinfrastruktur und an Leistungen, die dahinterliegen, und geben diese Daten den Netzbetreibern, damit die ein Bild davon haben, was da auf sie zukommt. Weißt du, ich habe mich auch länger gefragt, was die Hauptgründe sind, weshalb es bis zu zehn Jahren dauern kann, vor allem bei den Hochspannungsanträgen. Kannst du da nochmal ins Detail gehen? Also, es ist bestimmt nicht, dass der
Bagger vom Kipper fährt, das Loch buddelt und wieder zumacht – das ist in ein paar Tagen gemacht. Es ist tatsächlich dieser ganze Planungsvorlauf, die ganze Abstimmung, die extrem zeitintensiv ist. Und ich meine, dafür gibt es ja auch gute Gründe. Man muss natürlich die verschiedenen Interessen im Land in den Ausgleich bringen, aber das ist sehr zeitintensiv. Und ja, ich würde natürlich auch hoffen, dass man da noch mal entsprechende Beschleunigungsmaßnahmen bekommt, die dann auch greifen für den Bereich. Stichwort überragendes öffentliches
Interesse, was wir bei der Windkraft gemacht haben. Das würde helfen, diese Zeit um neun Jahre oder so zu verkürzen – mit dem Problem, dass inzwischen gefühlt alles von überragendem Interesse ist. Ich meine, da muss man sich auch ehrlich machen. Aus unserer Sicht ist natürlich das allerwichtigste Thema Ladeinfrastruktur. Für andere sind es Batteriespeicher. Dann kommt der Nächste und sagt: Ja, aber wenn wir keine eigenen Datenzentren haben, gucken wir irgendwann total in die Röhre. Und und und. Das heißt also,
die Verteilnetzbetreiber und Übertragungsnetzbetreiber sehen sich natürlich mit einer Welle von Anträgen konfrontiert, die sie schwer bewältigen können. Da müssen wir sie einfach unterstützen, so gut es geht. Und das ist eben unser Ansinnen, indem wir sagen: Pass auf, Leute, wir erklären euch, wie das Zielbild für 2030, 2035, 2040 aussieht, damit ihr gerade auch in den vorgelagerten Netzen die notwendigen Ertüchtigungen vornehmen könnt. Ihr unterstützt sie vor allem in beratender Funktion. Habt ihr auch ein Tool, oder wie genau kann man sich das vorstellen? Genau,
Unser führendes Tool an der Stelle ist das Standort-Tool. Damit machen wir die Bedarfsplanung und berechnen das auch. Und es ist tatsächlich im EnWG festgeschrieben, dass unsere Planungen auch übernommen werden müssen. Das heißt, das ist nicht irgendwie freiwillig, sondern das ist eine harte Leistung, die wir bringen und die dann auch genutzt werden muss. Das ist natürlich, wie gesagt, den wenigsten bewusst, zeigt aber auch, dass der Staat durchaus intelligent agieren kann – im Sinne von: Ja, wir haben Modelle und Prognosen, die helfen, die großen Aufgaben
die da vor uns liegen, zu bewältigen. Ein Stichwort: Staat. Ich finde das auch sehr spannend, und ich glaube, da sind wir uns ähnlich – und vielleicht eher kontrovers in Deutschland. Das würde ich auch gerne vertiefen: inwiefern der Staat eine Berechtigung hat beim Planen von bestimmten Prozessen, und insbesondere jetzt in dem Fall Infrastruktur, und wie viel man dem Markt seinen freien Lauf geben soll. Ich höre raus, und ich glaube, ich bin deiner Meinung, dass der Staat in bestimmten
Aspekten auf jeden Fall federführend agieren und Verantwortung übernehmen muss, in dieser koordinierenden Funktion. Wie schaust du auf das Thema – nicht nur beschränkt auf die E-Mobilität, sondern dass der Staat nicht nur eine Laissez-faire-Mentalität hat, der Markt regelt schon alles, sondern da auch eine Führung übernehmen muss? Ich glaube, es braucht ein ausgewogenes Verhältnis zwischen Staat und Wirtschaft an der Stelle. Es gibt – und das ist vollkommen bewusst – viele Dinge, die die Wirtschaft besser kann. Aber es gibt auch Dinge, die der Staat besser
kann, oder wo man vielleicht eher im Sinne der Bürgerinnen und Bürger agiert. Und ich glaube, da muss man sich immer sehr ehrlich machen, was jeweils die Interessenslage ist. Ich glaube, gerade beim Thema Infrastruktur hat der Staat natürlich immer einen starken Beitrag, aber der Staat wäre zum Beispiel nicht besser darin, selber Ladeinfrastruktur aufzubauen und zu betreiben. Ich erinnere mich an ein Gespräch vor zehn Jahren mit einem Bundestagsabgeordneten, der meinte: „Herr Pallasch, das müssen doch alles Sie machen." Ich habe gesagt: „Gott im
Himmel, ganz ehrlich, wenn wir hier was erreichen wollen – wir als staatliche Institutionen wären nicht dazu in der Lage, das Tempo aufzubringen, weil wir ganz andere Regeln haben, um deutschlandweit Ladeinfrastruktur hinzubauen und zu betreiben." Das ist eine Industrieaufgabe. Aber bei der Frage, wie die Rahmenbedingungen sind und wie so ein Gesamtsystem funktionieren muss, wie wir dafür sorgen können, dass es für die Bürgerinnen und Bürger fair zugeht, oder wie wir für Einheitlichkeit sorgen können – da haben wir schon wieder eine Rolle.
Und dann gibt es natürlich noch Spezialthemen, so wie jetzt bei der Ausschreibung Lkw. Da hat der Bund die Flächen, und da ist man dann auch noch mal in einer anderen Rolle. Wenn man selber Flächengeber ist, muss man mit diesen Flächen verantwortungsvoll umgehen, weil ich nicht einfach irgendjemanden die Flächen geben kann, sondern das muss ein sauberes Verfahren sein. Beim Thema E-Mobilitätsstrategie, wenn man sich jetzt insbesondere China anschaut und dann die USA – um mal ganz konkrete Extrembeispiele zu nehmen –, Deutschland und die EU sind irgendwo dazwischen.
China: Fünfjahrespläne, ganz klare Strategie pro Elektromobilität. Der Plan hat natürlich gewisse negative Aspekte, wenn man sich den Markt anschaut, aber trotzdem eine ganz klare Linie pro E-Mobilität und Wahnsinnszulassungszahlen, was die E-Mobilität angeht. Und dann die USA: jetzt gerade eine neue Regierung, und plötzlich „Drill, Baby, Drill" – und dann geht es nur noch darum, bloß keine E-Fahrzeug-Importe. Die führende Regierung glaubt nicht daran. Hier habe ich das Gefühl, wir fahren irgendwo dazwischen. Fahren wir den richtigen
Weg? Sollten wir irgendetwas anpassen – eher in Richtung China, oder alles so wie gehabt? Manchmal hat man ein bisschen den Eindruck, uns fehlt der Mut, so richtig zu springen. Ein halber Sprung kann ziemlich schmerzhaft werden. Industriepolitisch ist, glaube ich, allen klar, die sich mit der Thematik auskennen: Das Geld von morgen wird nicht mit den Produkten von gestern verdient. Das ist eigentlich allen klar. Und deswegen ist natürlich schon die Frage, in welcher Intensität und mit
welcher Schnelligkeit man in diese neuen Märkte reingeht. Jedes Auto, das ich in diesem neuen Markt mehr verkaufe, verkaufe ich in einem alten Markt weniger – und das ist natürlich immer noch eine Herausforderung. Wir argumentieren sehr oft noch mit Flottengrenzwerten, dass wir sagen: „Ja, deswegen müssen wir das quasi durch Flottengrenzwerte erzwingen." Ich wünsche mir oft, dass wir eigentlich noch ganz anders denken: „Pass auf, Leute, wir müssen diesen iPhone-Moment vom E-Auto rauskitzeln." In
diesem Moment, wo die Leute sagen: „Ich will das Ding haben. Mein Nachbar hat's, ich will's haben, und alle anderen wollen es auch haben." Da müssen wir hinkommen, weil dann verkauft sich das Ding von alleine. Was braucht es dafür? Auf der CapEx-Seite darf so ein E-Auto natürlich nicht viel teurer sein, und bei den Betriebskosten – sprich Ladekosten – darf es ebenfalls nicht teurer sein. Und ich glaube, ganz wichtig ist auch diese Funktionalität. Deswegen bin
Ich bin so scharf wie alle anderen auch auf das Thema Bidirektionales Laden. Das ist quasi die erste Funktionalität, die das E-Auto vom klassischen Verbrenner abhebt, weil der Rest mehr oder weniger identisch ist. Außer bei der Reichweite haben wir ein bisschen mehr Probleme, sage ich mal, also zu wenig Reichweite. Ich habe das Thema Laden. Aber das E-Auto kann etwas, was der Verbrenner nicht kann. Und das ist quasi Sparbüchse oder Goldesel, wie man es auch nennen möchte – dass man das wirklich ins Energiesystem hängt.
Und ich glaube, das kann den Leuten so richtig Spaß machen. Man sieht ja all die Leute mit ihrer App, wenn sie sehen, wie viele PV-Stunden sie geladen haben, und ich glaube, dass das einfach ökonomisch attraktiv wird. Lass uns ins Detail gehen beim Thema Bidi, weil es geht ja auch um günstiges Laden. Wie wir drauf schauen: beim Verbrenner konntest du vielleicht ein paar Cent hier und da
zu einer anderen Tageszeit sparen, oder eine Tankstelle, die günstiger war. Aber jetzt beim Strom hast du so viel mehr Hebel – schon beim Laden und dann perspektivisch beim bidirektionalen Laden. Es gab ja neulich diese große Ankündigung von Octopus und BYD, die sehr viele Wellen geschlagen hat. Mit 300 Pfund in UK kann man jetzt, wenn man Bidi und so weiter macht und Octopus es zulässt, umsonst fahren. Wann kommt das in Deutschland, deines Erachtens? Das ist auf jeden Fall auch für mich ein iPhone-
Moment, beziehungsweise ein Xiaomi-Moment, weil Apple sein E-Auto ja quasi nicht gebracht hat und Xiaomi, das Apple Chinas, es schon gebracht hat. Ich sehe, dass die Kollegen im Wirtschaftsministerium damit große Aktivität auch dran sind. Wir unterstützen das auch. Wir haben damals als Leitstelle auch das Grundlagenpapier dafür verfasst, um überhaupt mal zu sortieren, wo es noch Baustellen gibt und wo nicht. Habe ich gelesen. War sehr gut, kann ich sehr empfehlen. Das hat damals unser Beirat gemacht. Die armen Kollegen, die mussten – ich habe
mich fast ein bisschen geschämt, weil ich war im Urlaub und der Beirat der Leitstelle saß da und hat das Ding erarbeitet. Aber das haben sie ganz hervorragend gemacht. Ich hoffe, dass von allen erkannt wird, dass wir da mit Vollgas ran müssen an das Thema, weil wir sehen, andere machen es jetzt schon. Und wir dürfen uns jetzt nicht verzetteln und sagen, wir müssen das letzte Detail klären. Ich glaube, wir müssen auch den Mut haben, damit jetzt schnell in den Markt zu gehen
mit einer robusten Lösung, und dass eben auch klar ist: das muss zukünftig jedes Fahrzeug können, also dass das auch einfach State of the Art ist. Jedes Fahrzeug kann das von der Softwareseite her. Mir ist eine Sache noch wichtig, die zu selten thematisiert wird. Wir haben unendlich viele Stunden darüber geredet, wie die Schnittstellen aussehen, wie die Abläufe sind und und und. Aber eine Sache haben wir nicht geklärt: Wie muss sich eigentlich der Mensch mit seinem Auto dazu verhalten? Und da kommen wir zu folgendem
interessanten Punkt: Wenn ich davon profitieren möchte – also sprich die Arbitrage zwischen „Ich kann billig meinen PV-Strom nutzen und dann eine teure Kilowattstunde am Abend ersetzen" – wenn ich dieses Potenzial heben möchte, muss das Auto ja zum richtigen Zeitpunkt gesteckt sein, sprich dann, wenn PV-Strom billig erzeugt wird. Aber das steht ja nicht zwangsläufig zu Hause. In der Regel steht das Auto auch woanders. Und da ist die Frage: Wie kommt denn eigentlich mein Strom dann zum Arbeitgeber? Da bin ich wieder
beim Thema Durchleiten. Und da gibt es seit Neuestem auch grünes Licht dafür, dass das eben auch in dem Kontext gedacht werden kann. Es gab ein Urteil, also spricht jetzt nichts mehr dagegen. Und ich sehe da schon das Potenzial. Die Experten, die sich mit dem Thema auskennen, sagen inzwischen: Durchleiten wird eine wichtige Grundlage fürs Bidirektionale Laden sein. Das ist, glaube ich, noch zu wenig diskutiert und gesehen worden. Total. Da reden wir auch über Komplexitäten. Ich weiß nicht, wie du da auch im Detail
drinsteckst und da auch durchleiten kannst. Aber die ganzen Komplexitäten des Bidirektionalen Ladens sind ja zum einen diese ganzen Geschäftsmodell-Aspekte und die regulatorischen Hürden: Durchleitungsmodell – ist das möglich, ja oder nein? Steuerliche Aspekte, also diese Art von Problematiken. Dann die informatiklastigen Aspekte, die dranhängen. Und dann natürlich der User – der muss auch wissen: Wie geht er damit um? Jetzt kann ich Bidi laden, oder jetzt muss ich aber schnell weg und so schnell wie möglich laden. Und dann natürlich die ganzen elektrotechnischen
Aspekte: Ist die Ladesäule in der Lage, den Strom in die andere Richtung zu leiten – AC oder DC etc.? Sprich, da gibt es einiges. Wo siehst du die größten Hürden in diesem Konstrukt? Und wie schnell siehst du, dass wir das in Deutschland auch wirklich freilassen? In der Aufzählung fehlte ein Akteur. Das ist der Netzbetreiber. Den müssen wir vor allem mitnehmen und abholen, im Sinne von: Der braucht
die Sicherheit, dass durch diese Funktionalität die Stabilität des Stromnetzes nicht gefährdet ist. Und der härteste Fall, den man sich da vorstellen kann, ist: Es gibt ein Preissignal, und man kann mit dem Einspeisen von Strom Geld verdienen. Jetzt muss man sich vorstellen, das machen alle. Man hat eine Straße, jeder hat ein E-Auto, alle machen das auf einmal – jeder knallt da irgendwie 11 kW ins Netz. Dann habe ich natürlich ein Problem, wenn das nicht gesteuert werden kann, und deswegen
Es ist absolut berechtigt, dass die Netzbetreiber da eben auch ihre Bedenken einbringen. Aber ich glaube, da hat man inzwischen gute Lösungen. Und ich glaube, es braucht dann auch noch im nächsten Schritt Klärung darüber, wie man das relativ simpel auch umgesetzt bekommt, also sprich günstige Wallboxen, die das ermöglichen. Und auch das wird eine spannende Frage sein. Wir haben ja ganz viele Akteure draußen. Die machen das ja nicht aus reiner Menschenliebe, die wollen auch damit Geld verdienen. Und das wird
spannend zu sehen sein, wie diese Geschäftsmodelle aussehen, was sich da durchsetzt und was nicht. Aber ich glaube, und das ist für mich der interessanteste Fall: Für mich ist es gar nicht so spannend, dass ich jetzt irgendeine Systemdienstleistung Richtung Netz anbiete, sondern es ist quasi diese Optimierung zu Hause. Diese Vorstellung: Ich hab da draußen mein Auto. Und damit versorge ich mich. Jetzt ist es dunkel, läuft meine Sauna, es läuft schon mal der Pizzaofen, und so überall
brennt auch Licht, und einer hängt noch seine ganzen Geräte an. Dann macht das Spaß. Und wenn ich dann noch merke: Okay, ich hab das quasi am Tag selbst erzeugt und kann es abends selbst nutzen – ich glaube, dann wird eine Geschichte draus. Ja. Und gibt es noch andere Themen, die du denkst, die jetzt Innovationen sind, die kommen werden, die dir so Freude bereiten und Optimismus für die E-Mobilität? Es gibt noch ein großes Thema am Horizont, das wir zunehmend im Blick nehmen: das Thema
autonomes Fahren – vielleicht sogar stärker von der Lkw-Seite her, weil das natürlich eine ganz andere Bedarfsplanung mit sich bringen würde. Also wenn zum Beispiel Autos autonom fahren würden beim Pkw, dann wäre das, was ich beim Straßenlader erwähnt habe – diese fußläufige Distanz von 250 Metern – gar kein Thema mehr. Dann würde ich sagen: Der kann fahren, wohin er will. Hauptsache, der steht zum richtigen Zeitpunkt wieder vor der Tür. Ja. Und da ist eben vollkommen unklar, wie die Welt in Zukunft aussehen wird.
Aber es hat natürlich einen Riesenimpact auf die Ladeinfrastrukturplanung. Warum ist es so wichtig, darüber nachzudenken? Das, was wir in den Boden legen, die Netzanschlüsse – das legen wir eigentlich für 50 Jahre so. Und dann merkt man: Okay, wenn wir nach 10 Jahren merken, mit autonomem Fahren sieht die Welt ganz anders aus, dann hat man natürlich schon Fehlinvestitionen. Das muss man im Blick behalten. Das sind so die großen Dinge, die da kommen. Ansonsten sehen wir auch mit Spannung, wie sich die Technologie
selber weiterentwickelt, also sprich die Effizienz, aber auch die Batteriegrößen und die Leistungsfähigkeit der Batterien, Feststoffbatterien und so weiter. Da erwarten wir auch noch Innovationen. Und grundsätzlich – und das ist, glaube ich, eine ganz wichtige Botschaft – ist das ein Thema, das man hinbekommt. Es ist nicht so, dass man sagt, das ist eine komplett ungelöste Frage wie bei der Kernfusion, sondern es ist eigentlich alles da. Es geht jetzt darum, das so zu konfigurieren, dass es am Ende beim Kunden funktioniert. Und da bin ich guter
Dinge. Ja. Und beim Thema autonomes Fahren: Was denkst du? Wie wird geladen werden? Es gibt ja verschiedene Konzepte. Wenn kein Fahrer das Kabel in die Wallbox stecken kann, wird es Batteriewechselstationen geben? Wird es Roboterarme geben? Wird es eine Dienstleistung von Unternehmern geben, die Angestellte haben, die das dann für dich machen? Sehr spannende Frage. Wir sehen heute schon – und das funktioniert – Tankrobotik oder Laderobotik, dass das automatisiert passiert. Es könnte aber auch sein, dass man dann an den Punkt
kommt, dass man stärker über induktives Laden nachdenkt. Ja, induktiv habe ich vergessen. Auch. Dass das quasi als Argument für Wechselbatterien genommen werden kann, sehe ich nicht ganz. Aber klar, man muss diese Frage beantworten. Und wir wissen es heute nicht. Ja, es bleibt spannend. Und beim Thema autonomes Fahren sieht man ja auch, dass Deutschland mit dem VW-ID-Chef neulich sehr viele Schlagzeilen gesorgt hat. Da geht es ja auch schnell voran. Nicht nur von Elon Musk
und Tesla, die groß ankündigen und manchmal nicht immer liefern, sondern auch andere. Also es ist auf jeden Fall schon da. Man müsste sich auf jeden Fall schon vorbereiten auf den Wandel. Genau. Also im letzten Urlaub war ich in Bayern. Am Rückweg bin ich über das Testfeld an der Autobahn gefahren. Meine Familie hat mich immer wieder schräg angeguckt, weil ich irgendwie aufgeregt gerufen habe: Guck mal da! Und es war tatsächlich ein Idi-Bus, autonom fahrend. Und
das war schon beeindruckend, wenn man denkt: Die A9 ist ja dicht im Verkehr. Und dann hat man dazwischen ein Fahrzeug, von dem man weiß, okay, da sitzt eigentlich kein aktiver Fahrer mehr so da. Ja, ich glaube, wir waren immer sehr euphorisch, wie schnell das kommen könnte. Jetzt hat man etwas weniger Euphorie. Aber ich glaube, es hat seine Berechtigung. Gerade wenn ich mir überlege, wie ich ÖPNV im ländlichen Raum organisieren könnte auf Basis von solchen Systemen. Ich könnte ganz viele Probleme
erschlagen, wenn das Thema autonomes Fahren da wäre. Und zu guter Letzt: Was können wir von anderen Regionen, Ländern oder Städten lernen – hier in Berlin oder in Deutschland? Was sind spannende Begebenheiten woanders? Mein Lieblingsland an der Stelle sind die Niederländer. Von denen haben wir viele Dinge abgeguckt. Vor allem, dass es Sinn macht, eine übergeordnete Bedarfsplanung zu haben. Das machen alle in Amsterdam oder in anderen Städten. Da hat die Kommune oder der Staat
da einfach auch einen Plan im Sinne von, der weiß, was man eigentlich bräuchte. Und dann lässt man das aber am Ende von der Industrie aufbauen und guckt, wie man das ermöglicht bekommt. Was sie auch haben. Und das ist im Unterschied zu unserer Ausschreibung hier in Deutschland so, dass die erkannt haben: Es hilft ja nicht, wenn ich immer nur den ersten Aufschlag mache und danach kümmert sich keiner mehr darum, sondern ich brauche ein System, das mitwächst. Und das haben die Kollegen in Utrecht sehr gut gemacht. Das
ist übrigens auch das Vorbild für die Autobahn bei den Lkws, dass wir sagen, es gibt KPIs, die uns anzeigen, wann so eine Infrastruktur volllaufen wird, und dass wir rechtzeitig dann den weiteren Ausbau anstoßen. Von daher würde ich sagen, wenn man nach einem Reisetipp fragt: Amsterdam, Utrecht. Na ja, spannend. Na dann, wenn die Zuhörer mehr erfahren wollen zu allen Aktivitäten, zu dir – was würdest du denen noch als Ratschlag geben? Und vielleicht hast du auch eine letzte Nachricht, die du loswerden willst. Das ist immer natürlich die der Leitstelle
folgen bei LinkedIn oder auch auf unserer Webseite sich die Tools angucken. Ansonsten bieten wir ja auch ein Portfolio an von Veranstaltungen, demnächst am 20. November die Gliscon, die sehr groß ist. Und eine Bitte habe ich immer an alle Branchenkolleginnen und Kollegen: wirklich immer noch mal vor Augen führen – diese Nutzersicht. Und das ist etwas: Was braucht es denn, um die Bürgerinnen und Bürger davon zu überzeugen, ein E-Auto zu kaufen? Und da sich noch bewusst zu machen: das, was jetzt am Anfang funktioniert hat, bei den
Early Adoptern ist noch nicht das, was wir für den Massenmarkt brauchen. Ich glaube, die Denke müssen wir noch in jeden Kopf kriegen, dass wir sagen: okay, Massenmarkt ist noch mal was anderes. Das ist was Forderndes. Und das müssen wir uns auch selber auf die Agenda schreiben. Aber ich bin guter Dinge, wir werden es hinbekommen. Ja, da kann ich "Crossing the Chasm" als Buch auch empfehlen, was genau versucht, diese Frage zu beantworten. Das liegt zu Hause auch irgendwo im Flur bei mir. Ja. Dann danke dir für deine Zeit
und die Gedanken. Und bis bald. Vielen Dank.
Und das war die Folge mit Johannes Ballasch von der Nationalen Leitstelle. Heute haben wir gesehen, wie aus Leidenschaft echte Wirkung entstehen kann – sei es beim eigenen Ladepark zu Hause oder in einer koordinierenden Rolle, die Strategie und Vision zusammenführt, von der Wirtschaft zum Staat. Besonders spannend war auch, wie Kommunen mithilfe von Standort-Tools und dem Teilen von Best Practices die Elektromobilität voranbringen. Und der Austausch mit internationalen Organisationen aus Holland und Österreich zeigt einmal mehr: Wir sind Teil einer Bewegung, die über Grenzen hinweg denkt und handelt.
Genau diese Impulse machen Lust, den Wandel weiter aktiv mitzugestalten. Also gerne teilen, abonnieren und bis zum nächsten Mal.
Notities bij de aflevering
In dieser Folge von Smart Charge sprechen wir mit Johannes Pallasch, Sprecher der Nationalen Leitstelle Ladeinfrastruktur unter dem Dach der NOW GmbH. Er erzählt von seinem Weg in die Elektromobilität, von den ersten E-Bus-Erfahrungen in Solingen über Stuttgart bis zum Aufbau der Leitstelle in Berlin. Gemeinsam diskutieren wir, wie Deutschland Ladeinfrastruktur koordiniert, welche Rolle Förderprogramme und Reallabore gespielt haben und wo die größten Chancen und Baustellen liegen. Kernpunkte - Nationale Leitstelle als Kompetenzzentrum und Koordinator für Bund, Länder und Kommunen - Standorttool: gesetzliche Grundlage für Netzausbau und Bedarfsplanung - Ladeinfrastruktur im Alltag: Straßenladen, Mehrparteienhäuser und Depotladen für LKW - Faire Preise, Blockiergebühren und Ad-hoc-Laden als Schlüssel für den Massenmarkt - Bidirektionales Laden, Smart Grids und autonome Fahrzeuge als Zukunftstreiber Im Gespräch wird deutlich: Der Aufbau einer verlässlichen Ladeinfrastruktur ist mehr als Technik und Regulierung – es geht um Nutzerfreundlichkeit, Vertrauen und eine Vision für den Massenmarkt. Johannes Pallasch zeigt, wie Politik, Industrie und Bürger zusammenarbeiten können, um die Mobilitätswende voranzubringen.